Bijdrage Ouwehand AO Gewas­be­scher­mings­mid­delen en bijen­sterfte


7 september 2011

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Wij spreken hier over een heel klein diertje dat cruciaal is voor het voortbestaan van het leven op aarde. Dat weten de staatssecretarissen volgens mij als geen ander. De Partij voor de Dieren pleit er dan ook voor om een andere aanpak te kiezen dan tot nu toe is gevolgd. Een levend organisme waarvan wij het ons niet kunnen veroorloven dat wij het verliezen zou absolute prioriteit moeten krijgen. De bewijslast, die tot nu toe aan de verkeerde kant ligt, zou dus moeten worden omgedraaid.

Wij kiezen onomstotelijk voor de bescherming van de bij. Pas als wij kunnen aantonen dat middelen geen nadelige gevolgen hebben voor deze soort zouden wij kunnen overgaan tot toelating. Tot nu toe is dat steeds andersom geweest. Dat betreuren wij zeer. Wij hebben de Kamer achter een motie van de Partij voor de Dieren gekregen voor een herbeoordeling van de gevaarlijkste neonicotinoïden op de effecten ervan voor bijen. Daar was ik toen blij mee, maar wij hebben een treurige academische exercitie van het Ctgb teruggekregen zonder echte gevolgen voor de toelating van het gif. Ik zeg het maar: ik vertrouw niet zomaar op de conclusies.

Ik vraag de staatssecretaris dan ook om dit werk van het Ctgb te laten toetsen door externe experts, bijvoorbeeld de Universiteit Utrecht, zodat wij niet in jarenlange discussies hoeven te verzanden of het Ctgb het nu wel of niet goed heeft gedaan, want zoals de staatssecretaris weet, kunnen wij dat als Kamer niet uitentreuren controleren omdat wij die stukken niet hebben. Bovendien wil ik graag leunen op wetenschappers die zich hebben gespecialiseerd in dit onderwerp. Dus graag krijg ik hierover een toezegging. Ik vind dit niet acceptabel. Je kunt cruciale organismen in ons ecosysteem niet zomaar blootstellen aan wat je semantisch een acceptabel risico noemt.

De staatssecretaris meldt ook dat er is gekeken naar de uitvoerbaarheid, de naleefbaarheid en de handhaafbaarheid van nieuwe gebruiksvoorschriften die voor de schorsing in de plaats komen. Volgens de nVWA zijn die goed handhaafbaar, maar hoe dan? Ik vraag het nog een keer. Graag een grondige uitleg, daar zit nu juist het probleem. Ik heb het hier al keer op keer genoemd. De waterschappen zeggen ook: als wij een normoverschrijding tegenkomen van duizenden malen de toegestane hoeveelheid is er geen manier om erachter te komen wie dat heeft gedaan. Dat weet de staatssecretaris, dus hoe kun je dan verwijzen naar de handhaving van de gebruiksvoorschriften, terwijl er geen enkel concreet bewijs is dat het in de praktijk ook werkt?

Als het gaat om particulieren geeft de nVWA nota bene toe dat gebruiksvoorschriften niet handhaafbaar zijn en voegt daar dan aan toe dat het eigenlijk niet uitmaakt, kennelijk uitgaande van de enorme expertise van de nVWA op het gebied van bijensterfte. Dat lijkt mij toch niet juist. Graag krijg ik alsnog een sterkere reactie. In dit licht vraag ik de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu ook hoe het staat met zijn toezegging om in overleg te treden met de VNG om te komen tot gifvrij onderhoud van de openbare ruimte. Ook op het gifgebruik door particulieren zou hij nog terugkomen. Hoe staat
het daarmee?

Over de uitvoering van de motie-Jacobi heeft mevrouw Jacobi gelukkig al het een en ander gezegd; dat scheelt mij weer wat tijd. Ik sluit mij daar graag bij aan. Wij hebben in het Noordhollands Dagblad gezien dat belangrijke experts op dit gebied, Nederlandse wetenschappers, zich hebben aangesloten bij de oproep van de heer Tennekes om onderzoek te doen naar het effect van kleine doses landbouwgif en andere neonicotinoïden op de gezondheid van de mens. Ik zou graag zien dat wij dat onderzoek bevestigd krijgen. Maandag jl. ben ik bij een debat over dierproeven geweest, over methoden om toxiciteit in dieren te testen. Daarop is inmiddels zo brede kritiek dat wij dat omwille van de kennis die daaruit komt niet zouden moeten willen doen, maar zeker niet omwille van de dieren die hiervoor worden opgeofferd. Dus graag proefdiervrij onderzoek naar de gevolgen van dit gif op de mens.

Dan het Besluit beheer en schadebestrijding om grootschalige vergassing van ganzen toe te staan. De biociden staan vandaag op de agenda. Ik wijs de staatssecretaris erop dat
onderzoek heeft aangetoond dat het vergassen met koolzuur ervoor zorgt dat een gans pas na een minuut buiten bewustzijn is en dat pas na twee of drie minuten de hersenactiviteit is afgenomen. Intussen vertoont het dier stuiptrekkingen. Kortom, er is veel bewijs dat dit een gruwelijke dood is. Ik wijs de staatssecretaris erop dat zijn besluit in strijd is met de Flora- en faunawet en met de Vogelrichtlijn. Ik doe een dringend beroep op hem om het besluit in te trekken of te wijzigen. Hij kan een motie daarover tegemoet zien.

[…]

De heer Grashoff (GroenLinks): […]Dit kan echt zo niet. Ik maak mij er ook boos over dat het Ctgb zich opnieuw verschuilt achter het zogenaamde gebrek aan bewijslast voor het bestaan van een verband tussen deze gewasbeschermingsmiddelen en bijensterfte. Ik ben het zeer eens met de Partij voor de Dieren -- het is ook onze opvatting -- dat dat andersom zou moeten zijn. Dat is geen omgekeerde bewijslast, dat is echte bewijslast. Je toont aan dat het gif geen effect heeft op bijen en zolang dat niet is aangetoond, gebruik je het niet of alleen onder die condities die er per definitie voor zorgen dat het contact er niet kan zijn, naleefbaar en handhaafbaar. Deze gebruiksvoorschriften zijn niet naleefbaar en niet handhaafbaar. Zij zijn een theoretische werkelijkheid.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik ben blij met de tot nu toe flinke steun voor de oproep aan de staatssecretaris om de bijenproblematiek echt serieus te nemen, maar een ander punt op de agenda is de wijziging van het biocidebesluit en de vergassing van ganzen die de staatssecretaris daarmee op het oog heeft. Ik heb het even kort genoemd, maar de gevolgen voor de ganzen zijn afschuwelijk. Ik zou graag van GroenLinks horen dat zij daarmee ook niet kan instemmen. De motie die ik eerder heb ingediend, en die het helaas niet heeft gehaald, onder andere omdat GroenLinks en D66 die niet wilden steunen, wil ik opnieuw indienen. Ik hoop dat GroenLinks inmiddels ook heeft gezien hoe afschuwelijk die doodsstrijd voor de dieren is en dat er sprake is van strijdigheid met de Flora- en faunawet en de Vogelrichtlijn. Ik hoop dus op steun voor zo'n nieuwe motie om niet over te gaan tot het vergassen van ganzen met CO2.

De heer Grashoff (GroenLinks): Om gewoon een heel eerlijk antwoord te geven: ik kan op dit moment geen inhoudelijk antwoord geven. Ik moet daarvoor eens heel goed in deze kwestie duiken en nieuwe informatie bekijken. Ik kan hierover dus nog geen oordeel van onze fractie geven.

[…]

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD): De normen zijn aangescherpt, want wij weten wat er mag worden gebruikt. Dus ik denk dat er dan in de relatie tussen de drinkwaterbedrijven en het Ctgb gewoon sneller actie moet komen. Dan moet er worden ingegrepen en moet men zoeken naar de bron. Dat is natuurlijk het allerbelangrijkst. Dus actie, zou ik zeggen, met name bij een risico voor de volksgezondheid. Dan moet er fors worden ingegrepen en met een snelle actie. Niet elke overschrijding is echter een risico voor de volksgezondheid.

Mevrouw Jacobi (PvdA): Ik kan u zeggen dat het tientallen keren per jaar gebeurt dat die normoverschrijdingen worden gevonden. Dan zou ik graag ook alle steun van de VVD
krijgen wanneer wij straks, mocht er niet voldoende van het kabinet komen, moties in deze richting indienen.

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD): U spreekt nu over overschrijdingen. Ik vind dat die overschrijdingen wel een link moeten hebben met een risico voor de volksgezondheid. Dat heb ik ook steeds nadrukkelijk uitgesproken.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik herinner mij van de VVD twee slogans. De een was: "Voortaan voor iedereen die straf verdient: straf", zoals op een verkiezingsposter stond. De ander was: "Wij willen minder regels". Ik vraag mij af waar de VVD dan haar omslagpunt legt, want er zijn gevaarlijke middelen. Het Ctgb en de staatssecretaris proberen dat op te lossen door te zeggen: wij gaan iets duidelijker beschrijven, en dus verder specificeren, waaraan je je moet houden wanneer je een bepaald middel wilt gebruiken. Dat lijkt mij een toename van het aantal regels. Gaat de VVD dan nooit eens zeggen: dit willen wij niet, dus laten wij het makkelijk en overzichtelijk houden door dat middel van de markt te halen? Maar ook: voortaan geven wij iedereen die straf verdient straf? Hoe moet het als wij in Noordwijk meer dan 4000 keer de toegestane hoeveelheid imidacloprid in het water aantreffen? Hoe gaat de VVD ervoor zorgen dat degene die dat gedaan heeft ook echt de straf krijgt waar de VVD zo stoer over doet?

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD): Het spijt mij wel, maar dit zijn vier vragen, die ons ook in het verleden al zijn gesteld. Iemand die iets fout doet, moet worden gestraft. Laat dat helder zijn. Maar de discussie over imidacloprid hebben wij gevoerd. Die ga ik niet opnieuw voeren. Ook daarvan zeggen wij, zoals ik net ook tegen mevrouw Jacobi zei: als er echt forse overschrijdingen zijn met grote risico's moeten wij daarop actie ondernemen.

Middelenvoorschriften zijn wel regels, maar ik denk dat wij het er met elkaar over eens zijn dat je middelenvoorschriften goed moet handhaven. Als wij nu met elkaar van mening zijn -- wij delen die mening met de staatssecretaris zo ver nu de onderzoeken reiken -- dat die middelen nog kunnen worden gebruikt en als daar wat extra scherpe voorschriften voor nodig zijn, zijn wij het daarover eens.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik constateer dat zo'n poster over straf niets voorstelt, want de VVD heeft geen idee wat zij zou moeten aanpakken als het gaat om normoverschrijdingen in ons milieu waarbij zowel bijen als mensen groot gevaar lopen. De VVD vindt het dus ook prima als het aantal regels toeneemt in een dossier waarin de keuze voorligt: houden wij het eenvoudig en veilig voor de volksgezondheid van mens en dier of willen wij toch business as usual voorrang geven? Dan accepteren wij dus dat daar regels bij komen. Dan voel ik al aankomen dat dan noodzakelijke regels worden geschrapt omdat de VVD toch haar percentages wil halen. Het zijn dus obligate praatjes.

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD): Ik vind dit allemaal heel erg suggestief. Natuurlijk zijn wij niet voor regels, maar u beoordeelt een onderzoek op uw wijze, ik beoordeel dat namens de VVD op mijn wijze. Het kabinet geeft nu een voorzet hoe wij omgaan met de middelen waarvan u zegt dat zij absoluut niet kunnen. Op basis van rapporten van het Ctgb, het RIVM en wat de bijenhouders zelf zeggen, zeggen wij dat men dit onder goede voorwaarden mag blijven gebruiken. That's all.

[…]

Staatssecretaris Bleker: […]Dan de herbeoordeling. Laten wij er ook volstrekt duidelijk over zijn dat de motie die is ingediend door mevrouw Ouwehand een goede motie is. Daarop heb ik namens het kabinet ook ondersteunend gereageerd. Direct daarop volgend is een aantal middelen geschorst. Dat is niet niks. Dat was een behoorlijke maatregel. Vervolgens is het Ctgb aan het herbeoordelen geslagen. Daarbij is men niet over één nacht ijs gegaan, in dit geval met een tussentijdse, versnelde herbeoordeling. Daarbij moet je echt forse, overtuigende
aanwijzingen voor de betreffende middelen of stoffen hebben dat er onaanvaardbare risico's zijn. In een normale herbeoordeling zijn de juridische eisen die worden gesteld aan de conclusie van een andere aard dan bij een tussentijdse herbeoordeling. Dan moet je echt tussentijds nieuwe inzichten en feiten hebben die tot een andere conclusie leiden. Dat is gedaan. Dat heeft geleid tot consultatie van wetenschappers. Daarom heeft het ook enige tijd geduurd. Dus het is niet zo dat dit orgaan dat even op een achternamiddag in zijn eentje heeft gedaan. Daarbij zijn ook externen betrokken geweest. Dat leidt dan tot de conclusie dat er aanvullende en precieze toepassingsvoorschriften moeten worden opgesteld. Dat is ook gebeurd. Die zijn ook vervolgens geëffectueerd en daaraan dienen de gebruikers zich ook te houden.

Ik zie dus geen aanleiding om nu te zeggen dat die herbeoordeling nog eens van een second opinion moet worden voorzien, want het was een proces waarbij ook externen betrokken zijn geweest en het heeft ook consequenties gehad, namelijk dat wij daaraan nadere voorschriften hebben verbonden. Het Ctgb geeft nu aan dat met die aanvullende gebruiksvoorschriften en toepassingseisen aan de meest recente eisen met betrekking tot de risico's voor bijen wordt voldaan. Dat is de conclusie die dit orgaan trekt. Dat is ook precies de competentie van dit orgaan. Wij hebben niet te beoordelen of die conclusie deugt, maar of het proces dat heeft geleid tot die conclusie deugdelijk is geweest. Wij zijn tot de slotsom gekomen dat dat het geval is. Daarbij hebben dus ook externen meegekeken.

[…]

Tegen mevrouw Ouwehand zeg ik dat ik dus geen aanleiding zie om de herbeoordeling nog een keer te laten toetsen. De meest recente inzichten in de literatuur en de studies zijn hierbij betrokken. Los van deze middelen en de herbeoordeling die ervan heeft plaatsgevonden hebben wij met u afgesproken dat eerst nog een literatuuronderzoek plaatsvindt naar het fenomeen van deze stof en naar bijensterfte in het algemeen. Dat literatuuronderzoek loopt. Daarbij is ook een soort meeleesgroep, een second opinion-groep, betrokken, inclusief de heer Van der Sluijs van de Universiteit van Utrecht, die meeleest met de conceptrapportage. Mede op zijn verzoek is ook de periode van meelezen nog met een maand verlengd zodat dit allemaal gedegen kan gebeuren. Dat is ook de reden dat het wat langer duurt dan wij eigenlijk wilden. Dat betekent dat wij het komend najaar de uitkomsten van het literatuuronderzoek aan u kunnen melden.

[…]

Staatssecretaris Bleker: Alsof het niet uitvoerbaar is! Je kunt toch op je percelen zien of er onkruiden staan en, zo ja, welke? Je ziet toch aan de knoppen wanneer ze in bloei gaan? Je kunt dan toch trekken of spuiten of wat dan ook? Het is geen farce. Als je door het onkruid niet in bloei te laten komen, voorkomt dat er bijen op afkomen die eventueel doodgaan vanwege het gebruik van een middel voor die peren of die appels, dan is dat toch een heel verstandige benadering?

De heer Grashoff (GroenLinks): Dit is een volstrekt papieren benadering. Het is een heel kleine aanvulling die slecht nageleefd zal worden, die niet gehandhaafd wordt en die in de werkelijkheid nagenoeg niets wijzigt.

Staatssecretaris Bleker: Kom in de tuin en in de kas kijken om te zien hoe het gebeurt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik denk dat ik mede namens GroenLinks spreek als ik zeg dat de Kamer zich natuurlijk niet met een kluitje in het vergiftigde riet laat sturen. De staatssecretaris kan net als zijn voorganger zeggen over bijvoorbeeld de aanschaf van dieren dat mensen moeten weten waar zij aan beginnen. Dat is allemaal prachtig, maar communicatiewetenschappers zeggen keer op keer dat je wel kunt opschrijven wat mensen zouden moeten doen -- zo zit het natuurlijk ook met de gebruiksvoorschriften -- maar dat dit niet zomaar werkt. Laten we de discussie over de redenering van de staatssecretaris dat het betreffende middel zonder gevaar gebruikt kan worden als de gebruiksvoorschriften worden opgevolgd even niet voeren, maar stel dat het zou kunnen, dan moet hij aantonen dat het met die gebruiksvoorschriften ook werkelijk zo uitpakt als hij de Kamer wil doen geloven. Waar is die onderbouwing? Wij geven de staatssecretaris als duidelijk signaal mee dat als hij dat niet kan bewijzen, het voorzorgsprincipe geldt.

Staatssecretaris Bleker: De formulering van het toelatend orgaan was ongeveer als volgt: als je de huidige en de aanvullende gebruiksvoorschriften hanteert, dan is het risico op schadelijke effecten op bijen, toetsend aan de hoogste eisen, beperkt of nauwelijks aanwezig. De vraag is vervolgens of de gebruiksvoorschriften worden gevolgd. Dat is primair een verantwoordelijkheid van elke toepasser of gebruiker; dat is goed. Daarnaast hebben we aan de nVWA gevraagd of de gebruiksvoorschriften handhaafbaar zijn. Het antwoord daarop was dat dit in beginsel mogelijk is.

Mijns inziens onderschat mevrouw Ouwehand zichzelf. Zij is er met enkele anderen in geslaagd om het belang van bijen en het tegengaan van bijensterfte voor het voetlicht te brengen. Daar slaagde zij niet alleen in deze zaal of in de krant in, maar ook bij gewone mensen, bij tuinders, bij liefhebbers, bij professionele tuinders enzovoorts. De gebruiksvoorschriften zijn geen zaad dat op rotsen valt. Ik ben ervan overtuigd dat het overgrote deel van de Nederlandse mensen die bezig zijn met de toepassing van deze middelen, zich ook bewust is van de vraag of het goed komt met de bijen. Wij weten het hier niet alleen, maar ook de mensen die het doen zijn zich ervan bewust. Gelukkig maar.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Het venijn zit dus in de staart: de staatssecretaris zegt dat hij ervan overtuigd is dat het zo werkt, maar de Kamer gelooft dat niet. Sterker nog, de Kamer heeft keer op keer in vergelijkbare dossiers communicatiewetenschappers aan haar zijde die zeggen dat het niet zo gaat met menselijk gedrag. Ik vraag mij af of het ministerie niet eens dat soort mensen zou moeten inhuren. Dat lijkt mij een waardevolle aanvulling op het departement. Ik heb expliciet gevraagd hoe het geschetste beleid zal worden gehandhaafd. Van de voorganger van de staatssecretaris weet ik dat zij zei dat er niet achter iedere boom een AID'er zou worden gezet. Ik stel mij zo voor dat de staatssecretaris die mening deelt, maar ik denk dat je niet goed kunt handhaven als je niet achter iedere boom een AID'er zet. Zonder de onderbouwing van de uitspraken van de staatssecretaris kunnen we daar echter niet goed op ingaan. De vraag is dan: kiezen we voor een eenvoudige, overzichtelijke wereld op basis van het voorzorgsprincipe en gebruiken we dat middel niet of gaan we het ongelofelijk ingewikkeld maken en ofwel tot achter de komma controleren ofwel risico's lopen met bijen en de gezondheid van mensen?

[…]

Staatssecretaris Bleker: […] Mevrouw Ouwehand heeft gevraagd hoe we de niet-professionele gebruikers bereiken. Wij bereiken hen via het verkoopkanaal, via winkels en via internet. Er is veel meer belangstelling, ook bij niet-professionele gebruikers, voor de effecten van de middelen en voor de gebruikstoepassingen dan wij soms denken. Er is gevraagd of het onderzoek naar het functioneren van het Ctgb al is afgerond. Ja, dat is af. Op 2 september is het rapport ontvangen. Wij zullen nu een reactie maken, samen met de collega's van Infrastructuur en Milieu, SZW en VWS.

[…]

Ik kom bij de ganzen. De voorliggende AMvB staat het gebruik van CO2-gas nu niet toe. Mevrouw Ouwehand heeft gelijk dat dit, als we dat nu zouden willen, in strijd is met de weten regelgeving. Het gaat om een middel waarvan wij wensen dat het gebruikt kan worden in verband met de bestrijding van de schade die optreedt door een te groot aantal ganzen. We zullen met een voorstel daarover komen. Er zal in beeld worden gebracht hoe het middel werkt en of het middel verantwoord is. Het doden van ganzen is natuurlijk nooit leuk werk -- immers, wie doet dat nu graag -- en het moet op een nette en zo diervriendelijk mogelijke manier gebeuren. We zullen de Kamer daarover afzonderlijk informeren als wij met dat voorstel komen. Tot slot vraag ik mevrouw Ouwehand of zij haar fractievoorzitster de vraag wil voorleggen of het kies is om te twitteren "Bleker stuurt ganzen naar de gaskamer".

De voorzitter: Het woord is aan de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu.

Staatssecretaris Atsma: Voorzitter. Ik sluit aan bij de vraag die collega Bleker bijna retorisch stelde. Ik geef mevrouw Ouwehand het volgende mee in haar overwegingen over het doden van ganzen met CO2. Ik doe dat vanuit een andere verantwoordelijkheid die ik heb als staatssecretaris voor luchtvaart. Wij zien een zeer verontrustende toename van het aantal vogelaanvaringen: botsingen van vliegtuigen met ganzen. Dat heeft alles te maken met de explosieve groei van het aantal ganzen. Die moet je bestrijden. Er zijn verschillende mogelijkheden om ganzen te bestrijden, maar ik heb liever een middel waarvan wij allen vinden dat het bij uitzondering toegepast kan worden om veel erger te voorkomen – we kennen de voorbeelden dat vliegtuigen uit de lucht zijn komen vallen doordat er een gans in de straalmotor terechtkwam -- dan dat wij niks doen terwijl wij dit signaleren. Ik weet namelijk ook wat er gebeurt als wij niks doen. Mevrouw Ouwehand moet dit in haar afweging meenemen. We zoeken al heel lang naar een adequate oplossing voor dat probleem. Als we ganzen vangen en eventueel vergassen in plaats van ze af te schieten, vind ik dat je daar niet op voorhand datgene over moet zeggen wat via Twitter is langsgekomen. Er zit namelijk een ander verhaal onder. Ik wil dit even gezegd hebben omdat het een serieus probleem is in de omgeving van Schiphol.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik wens niet in de schoenen geschoven te krijgen dat er ongelukken gebeuren met vliegtuigen omdat wij ons verzetten tegen ofwel afschieten ofwel vergassen van ganzen. Ik heb geen zin om de hele discussie hierover over te doen. Beide staatssecretarissen weten heel goed welke onderzoeken er zijn en welke effecten het heeft om grote delen van een populatie weg te schieten of dood te maken, namelijk niks. Die populatie vult zichzelf opnieuw aan. We weten ook dat Nederland door het Engelse raaigras een walhalla is voor ganzen. Dat zijn gedekte tafeltjes. Zolang aan de bron van de ganzenpopulaties geen effectieve, diervriendelijke en natuurvriendelijke maatregelen worden getroffen, is het een gotspe dat de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu hier probeert toekomstige vliegtuigongelukken in de schoenen van Kamerleden te schuiven die zich verzetten tegen zulke drastische dodingmethoden.
Staatssecretaris Atsma: Met alle respect, ik schuif niemand iets in de schoenen. Ik zeg
alleen dat een zeer verontrustende toename van het aantal vogelaanvaringen het
noodzakelijk maakt dat er iets wordt gedaan aan de explosieve groei van het aantal ganzen.

Daarmee wordt niemand een ongeluk in de schoenen geschoven. Ik vind alleen dat het
onze en uw plicht is om mee te denken over een adequate aanpak. Het schudden van
eieren, om een voorbeeld te noemen, is geen adequate aanpak. Het afschieten van ganzen zou een adequate aanpak kunnen zijn, maar we kennen ook daar de belemmeringen van. We zoeken naar verschillende alternatieven. Om op voorhand te zeggen dat iets volstrekt uitgesloten is, gaat mij veel te ver. In 2010 zijn er 280 vogelaanvaringen geweest bij Schiphol, waarvan gelukkig de consequenties nog te overzien waren, maar het zal maar gebeuren dat er een ernstiger ongeval plaatsvindt. We stellen elkaar vervolgens de vraag of en hoe we dit hadden kunnen voorkomen. Dat dilemma moet in deze discussie meegenomen worden. Het is meer dan zomaar even het idee van "nou, ze willen wat doen en ze komen met CO2 uit de hoge hoed". Er zit een heel groot en serieus maatschappelijk probleem onder.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik zei zojuist dat ik geen zin heb om het hele riedeltje opnieuw te doen. Dit kabinet negeert structureel belangrijk onderzoek in dit dossier. Ik vraag de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu of hij misschien weet wat het resultaat was van de grootschalige vergassingsactie van ganzen op Texel waarbij 4000 dieren zijn gevangen en doodgemaakt en of hij er misschien van op de hoogte is dat deze populatie zich binnen no-time weer had aangevuld. Het kan dus nooit een duurzame, laat staan diervriendelijke oplossing zijn voor dit probleem.

Staatssecretaris Atsma: Wij komen in een later stadium terug op de totale problematiek van de ganzenoverlast bij Schiphol. Dan zal ik precies uiteenzetten wat er allemaal al is gedaan. Natuurlijk kennen wij de onderzoeken, maar wij weten ook dat wat we tot nu toe hebben gedaan, onvoldoende is. We komen er later op terug, maar ik wil het wel gezegd hebben omdat het te gemakkelijk is om te vervallen in een zwart-witdiscussie over dit wat mij betreft buitengewoon gevoelige onderwerp.

[…]

Mevrouw Ouwehand heeft gevraagd naar de stand van zaken met betrekking tot particulier gebruik en het overleg met de VNG. Dat is al in gang gezet; er zijn al gesprekken geweest. Het particulier gebruik hoort een eigen plek te krijgen in het nationaal actieplan dat in het eerste kwartaal van 2012 verschijnt. Als we daarin ingaan op het particulier gebruik, kan dat alleen maar als we het in samenspraak met de VNG doen. Dat is volstrekt logisch. Wat dat betreft wordt de Kamer op haar wenken bediend. Uiteraard gaan de resultaten ervan ook naar de Kamer toe.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik ben het oneens met de staatssecretaris dat we gewoon kunnen vertrouwen op het onderzoek voor de herbeoordeling door het Ctgb. Ik heb hem eerder al gewezen op aanvullende inzichten, zoals die van Cresswell. Hij kan hier een motie over tegemoet zien. Ik geef hem mee dat wij heel erg goed opletten wat er gebeurt bij het literatuuronderzoek dat nog volgt, waarover de staatssecretaris zegt dat mede op verzoek van de heer Van der Sluijs de meeleestermijn met een maand verlengd is. De staatssecretaris moet zich daarvan bewust zijn. Het is namelijk wat minder rooskleurig dan hij hier wil schetsen.

De belangrijkste vraag gaat over het punt dat de staatssecretaris heeft gezegd -- hij moet mij corrigeren als ik het niet goed gehoord heb -- dat geen CO2 wordt gebruikt bij het doden van ganzen. Dat staat echter letterlijk in zijn brief. Ook daarover zullen we een motie indienen. Nogmaals, wij maken daar grote bezwaren tegen. Dit is ook gericht aan de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu. Er is ook een vraag blijven liggen. De staatssecretaris heeft eerder ingegrepen toen een fabrikant van een bestrijdingsmiddel adverteerde met een vrolijk bijtje en de claim "bijvriendelijk". Dat is inderdaad aangepakt, maar op zijn website gebruikt deze producent alsnog het betreffende logo. Kan de staatssecretaris daar ook iets aan doen?

[…]

Staatssecretaris Bleker: [...] Tegen mevrouw Ouwehand zeg ik dat het wel gaat om CO2. Er is wellicht sprake van een misverstand. Ik zal kijken of wij kunnen interveniëren of ingrijpen op de genoemde website. Ik kan dit niet beoordelen, maar ik kijk er wel naar.

[…]

Mevrouw Jacobi (PvdA): Ik heb nog twee punten. Ik heb gevraagd om een traject om steeds meer te komen tot natuurvriendelijke alternatieven en ik heb gevraagd naar de kwestie van algehele maatregelen in het kader van vriendelijke tuinen en dergelijke. Ik denk daarbij ook aan het voorbeeld van de staatssecretaris dat 16 miljoen Nederlanders dat voorstaan.

Staatssecretaris Bleker: De volkstuinen zijn een gemeentelijke aangelegenheid, maar ik zal het punt agenderen bij de terreinbeherende organisaties en de organisaties voor particulier natuurbeheer of zij in hun gebruik van de gronden wat meer gewassen kunnen telen – dat moet natuurlijk wel op duurzame wijze gebeuren -- waarmee de bijenpopulatie gediend is. Als je 3, 4 ha aan boekweit hebt ingezaaid weet je echt niet wat je ziet, en de bijen ook niet.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik wil dit even doorkoppen naar de staatssecretaris van
Infrastructuur en Milieu, die in overleg is met de VNG over het actieplan
bestrijdingsmiddelen. Ik wil weten of de volkstuinen en de inrichting van het openbaar groen onderdeel zijn van die bespreking. Wordt er besproken dat het openbaar groen zo moet worden ingericht dat nuttige insecten daar profijt van hebben en wordt er besproken dat er een bijdrage geleverd kan worden aan het terugdringen van het gebruik van bestrijdingsmiddelen?

[…]

Staatssecretaris Atsma: Op de vraag van mevrouw Ouwehand kan ik niet anders dan
bevestigend antwoorden. In het actieplan moet niet alleen worden ingegaan op particuliere tuinen en wat je daarmee zou kunnen doen, maar spreekt de VNG ook met name over het beheer van het openbaar groen. Dat laat onverlet de eigen verantwoordelijkheid van de gemeenten op dit punt. Je kunt van alles willen, maar niet alles is Europeesrechtelijk gezien mogelijk.