Bijdrage Ouwehand AO EHS/Natuur/biodi­ver­siteit


7 september 2011

Mevrouw Lodders (VVD): Ik zie rond het Binnenhof iedere dag vele groene halsbandparkieten vliegen. Ik vind dat zelf een heel mooi gezicht, maar ik maak me wel zorgen over de effecten van deze exoten op onze inheemse soorten. Hoe ziet de staatssecretaris dit? Wat zijn de plannen om hiermee om te gaan? Het mag niet zo zijn dat we straks het onmogelijke moeten doen om verdwenen inheemse soorten weer terug te halen naar Nederland.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De exotendiscussie laat ik even voor wat ze is, maar mijn vraag aan mevrouw Lodders is of zij als natuurwoordvoerder of antinatuurwoordvoerder -- het is maar net hoe je het wilt noemen -- tevreden is over de staatssecretaris.

Mevrouw Lodders (VVD): Dat zal blijken uit de beantwoording. Wij hebben een heel goed regeerakkoord, waarin wij een aantal heel stevige maatregelen hebben genomen. In het afgelopen jaar is een aantal zaken op de rit gezet. De herijking van de ehs mag sneller wat de VVD-fractie betreft, maar gelukkig is een aantal zaken heel voortvarend opgepakt. Nogmaals, de VVD is geen antinatuurpartij. Zij draagt de natuur een warm hart toe en zij wil graag beschermen wat er nu is, om problemen in de toekomst te voorkomen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dat laatste blijkt nergens uit, maar goed, als mevrouw Lodders dat wil zeggen, mag dat natuurlijk. Ik heb die vraag gesteld omdat in dit kabinet van VVD en CDA, met PVV-steun, en de SGP doet mee, geen zweempje groen te bekennen is, dus de staatssecretaris kan doen wat hij wil. Ik hoor toch dat de VVD-fractie best veel zeurpuntjes naar voren brengt. Zou dat kunnen betekenen dat het niet zo makkelijk is om wat in het regeerakkoord is opgeschreven, uit te voeren?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Niet in april maar al in een eerder debat heb ik tegen de staatssecretaris gezegd dat ik twijfel bespeurde in zijn ogen en dat hij volgens mij dacht: waar ben ik aan begonnen? Aan de borreltafel klinken deze stoere boerenplannen leuk, maar als je die antinatuuragenda van het CDA moet uitvoeren -- daar krijgt deze partij eindelijk de ruimte voor, want niemand ligt dwars -- dan is het wat anders. Het CDA regeert met de VVD. De PVV doet ook mee, al lijkt er bij Richard de Mos ineens een zachtgroene waas te ontstaan; wie weet waar dat heengaat. Ik weet ook nog dat de staatssecretaris reageerde met de opmerking dat wij die kant niet op moeten. Hij kende een lijsttrekker die ooit eens tegen een vrouwelijke verslaggever zei dat ze zo lief lachte. Wij moesten dus vooral niet van dat soort veronderstellingen uitgaan. Moeten we langzamerhand echter niet toegeven dat het gewoon heel moeilijk is?

Vanmorgen zag ik de heer Koopmans op de televisie. Ik heb deze zomer aan de Volkskrant opgebiecht dat de heer Koopmans mij als geen ander heel boos kan krijgen in de Kamer. Hij heeft echter ook het talent om mij heel hard te laten lachen. Ik hoorde hem op televisie eigenlijk zeggen: "Bleker kan het niet alleen, wij moeten hem wel een beetje helpen." Is de staatssecretaris bereid, dit horende, om toe te geven dat het nog niet meevalt om te realiseren wat eerder zo stoer is gezegd en in wat in het regeerakkoord is opgeschreven? De staatssecretaris heeft ook gezegd dat je, als de boeren op je kunnen rekenen, nergens last van hebt en dat er gewoon een streep door de verbindingszones kan worden gezet. Geeft hij nu toe dat dit nog niet meevalt? Ik krijg daar graag een reactie op.

Ik moest natuurlijk ook lachen om de notitie die het CDA heeft uitgebracht. Eigenlijk is dat oude wijn in nieuwe zakken. Het CDA wil dit al heel erg lang. Meer natuur, minder regels, heet de notitie, met als subtitel "Een brug van droom naar daad". Gelet op de openhartige eerlijkheid die wij deze week van andere CDA'ers hebben gezien, vraag ik mij af of de heer Koopmans nog heeft overwogen om de notitie te noemen "Minder natuur, meer rechtszaken, een brug van droom naar nachtmerrie". Want dat is volgens mij waar deze notitie toe leidt. De heer Koopmans schudt jammer genoeg zijn hoofd. Hij heeft dat dus niet overwogen.

Ik dank de collega-groene partijen voor hun kritische vragen over alle detailkwesties die hier voorliggen. Het kabinet, dat af wil van bestuurlijke spaghetti, heeft een behoorlijk bestuurlijke mayhem gecreëerd. Beheer staat echter niet los van de schade die wij toebrengen aan natuurgebieden of gebieden waarvoor wij vergunningen afgeven. Dan zitten wij al snel op het terrein van Natura 2000. Dat staat niet per se op de agenda, maar je kunt het er niet los van zien. Beheer is onnodig duur als wij geen oplossing hebben voor het mestbeleid. De mestvisie die de staatssecretaris aan de Kamer heeft beloofd en die een oplossing moet bieden voor het probleem dat ontstaat als er in 2015 geen rem meer is op de productie van varkensvlees, kippenvlees en eieren, is er ook nog niet, terwijl wij allemaal weten dat ammoniak heel duur is. Daar zijn dus nog stappen te zetten. Ik herinner de staatssecretaris eraan dat ik al heel vaak heb gevraagd wat die vermesting kost en hoeveel dat voor het beheer betekent. Als je dan toch wilt snijden in het beheer, is het niet meer dan logisch om de veroorzakers van de hoge beheerdruk ook aan te pakken.

Voor iemand met een groen hart begon het jaar goed. In de brief die wij gisteren kregen, staat dat de staatssecretaris het amendement van de heren Koopmans en Aptroot over een natuurvergunningsvrijstelling voor veehouderijbedrijven die voor oktober 2010 al actief waren, ingediend in het kader van een reparatiewetje bij de Crisis- en Herstelwet, niet ziet zitten, omdat de juridische spanning dan te groot wordt.

Nog mooier werd het toen wij vanmorgen de uitspraak van de Raad van State lazen dat de aanpassing van de Natuurbeschermingswet op dit punt, er even snel doorgedrukt in het kader van de Crisis- en Herstelwet -- ik hoef de heer Koopmans daar niet aan te herinneren -- helemaal niet kan. De legalisering van veehouderijbedrijven die allang aan de toets van de Natuurbeschermingswet hadden moeten worden onderworpen, kun je niet op een achternamiddag vergunningvrij maken. Ik vind dat dus een mooie uitspraak. Ik vraag de staatssecretaris om een snelle reactie, maar ik druk hem op het hart niet de koers te gaan varen die de SGP alweer heeft ingezet. Het was de bedoeling dat wij uit de impasse zouden komen, maar de uitspraak van de heer Dijkgraaf lijkt daar een streep door te zetten. De Raad van State heeft destijds tegen de Kamer gezegd dat wij het niet moesten doen – het ging toen om de Natuurbeschermingswet -- omdat er te veel haken en ogen aan zaten. Iedereen die toen toch voor heeft gestemd, komt nu niet weg met een opmerking als: "Wat is het toch gemeen dat mensen naar de rechter stappen en wat is het toch jammer dat de Raad van State hier een streep door trekt." Iedereen moet zijn eigen verantwoordelijkheid wat dit betreft nemen. Ik hoor graag dat de staatssecretaris daarvoor durft te staan.

Wij hebben de Nederlandse inzet bij het Biodiversiteitverdrag gezien. Toen het verdrag werd gesloten, moest ik denken aan het elke keer ooruitschuiven van doelen. Het doel was om het verlies van biodiversiteit in 2010 te stoppen, maar dat is niet haalbaar, dus dat doel wordt tien jaar opgeschoven en dan zeg je dat je het tegen die tijd wel gaat halen. In een opinieartikel van een mevrouw die haar leven lang de Grieken heeft bestudeerd, staat dat deze iets belooft, maar het niet doet, of iets anders doet. Dat is de basis voor de crisis die wij nu hebben. Is de staatssecretaris bereid om, als het gaat om het meest kostbare wat wij hebben, de biodiversiteit, toe te geven dat wij ons eigenlijk precies zo gedragen? Wij beloven het wel, maar we doen het niet. Ik zie bij de Nederlandse inzet ook geen enkele concrete stap waaruit ook maar iets van een geruststelling blijkt. Wij verlangen dat echter wel van de Grieken. Zij moeten laten zien dat ze hun beloften nakomen. Kunnen wij erop rekenen dat deze kwestie in 2020 wel is gelukt, of zeggen we dan weer: niet gehaald, laten wij hetzelfde doel voor 2030 stellen? Dat kan natuurlijk niet.

Ik heb de staatssecretaris de vorige keer uitgedaagd om concreet te maken waarvoor hij verantwoordelijk wil zijn. Ik heb toen foto's laten zien van diersoorten die op de rand van uitsterven staan. Ik weet ook nog dat de staatssecretaris heel boos was dat ik dit deed. Er zou geen sprake zijn van het uitsterven van soorten als hij de verbindingszones niet zou aanleggen. Hoe haalde ik het in mijn hoofd? Hij zei dat niet letterlijk, maar ik meende dat wel te proeven. Ik kan de staatssecretaris nu teleurstellen, want er zijn inmiddels soorten bijgekomen. Wil hij misschien verantwoordelijk zijn voor het uitsterven van de graspieper of de grutto? Als je zo drastisch snijdt in het meest waardevolle wat wij hebben, moet je durven aangeven waarvoor je verantwoordelijk wilt zijn. Is dat voor het uitsterven van de zeearend, de vleermuizen of de bijen? Een man een man, een woord een woord.

De staatssecretaris heeft in een interview gezegd dat je zo ongeveer gestudeerd moet hebben om in de natuur te kunnen rondlopen. Ik adviseer hem een abonnement op Nature te nemen. Daarin staan heel regelmatig artikelen, waarin klip-en-klaar duidelijk wordt hoe belangrijk het is dat wij soortenrijkdom hebben, want anders valt het ecosysteem als een
kaartenhuis in elkaar.

Dan nog het wildbeheer. De staatssecretaris weet hoe het werkt met populaties. De zwijnenjacht kan en moet anders. Ik krijg graag de toezegging dat hij dit beleid wil wijzigen.

De heer De Mos (PVV): Ik vind mijn collega van de PvdD erg scherp, maar ik heb ook wat foto's meegenomen. Met sommige diersoorten gaat het heel erg goed. Neem de zwijnen. Daarmee gaat het zo goed dat ze moeten worden afgeschoten. Neem de ganzen. Daarvoor geldt hetzelfde. Die moeten ook worden afgeschoten. Neem het bosdoorntje, onlangs herontdekt in park De Hoge Veluwe. Die was ruim 35 jaar niet meer waargenomen. Ineens is deze er weer, tot ons groot genoegen: Tot grote tevredenheid van de heer Van Gerven is ook de witstaartlibel weer volop aanwezig. Ik wijs erop dat de kleine wants onlangs is herontdekt. Er gaan dus ook veel dingen goed. De bladsprietkever is ook weer te vinden, net als de duizendpoot, en zo kan ik nog wel even doorgaan. Er is genoeg te doen. Niet zo negatief dus. Ik zit in een groene waas. Ik ben dolgelukkig.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik ben hartstikke blij als soorten het goed doen. Daar ben ik dan zo blij mee dat ik ze niet eens zou willen afschieten. Gelukkig staat de PVV daarbij regelmatig aan onze zijde. De heer De Mos is nog te veel een nieuwkomer om echt iets te voelen voor groen. Ik zal hem wat artikelen sturen, misschien ook een abonnementje op Nature, voor het gehele plaatje. Ik ben uiteraard erg blij met iedere diersoort die het nu goed doet en die het moeilijk heeft gehad, en met het herstel van de soortenrijkdom. De heer De Mos zal waarschijnlijk wel weten dat de algehele trend zeer zorgelijk is en dat we dus in actie moeten komen.

De heer De Mos (PVV): Bij mevrouw Ouwehand van de Partij voor de Dieren wil ik zeer graag in de leer.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Mooi, prachtig.

Staatssecretaris Bleker: Daarmee kom ik bij het tweede blok: de herijking van de ecologische hoofdstructuur. Mevrouw Ouwehand zei dat het niet meevalt. Nee, het valt inderdaad niet mee, maar er is in ieder geval wel een beweging naar één gemeenschappelijk punt. Ik hoorde bijna alle leden zeggen dat we in de gegeven omstandigheden zullen moeten toewerken naar een kleiner, maar wel functionerend stelsel van natuurgebieden dat in 2018 is ingericht en wordt beheerd.

Daarbij speelt het beheer. Laat ik daar eerlijk over zijn: dat is bar lastig. In de eerste plaats hebben wij een zeer ingewikkeld pakket van beheersvergoedingen: 45 pakketten, sommige weer gedifferentieerd bij de twaalf provincies. En in het regeerakkoord wordt bezuinigd op het beheersbudget, in de veronderstelling dat natuur als kerntaak bij de provincies ligt en dat deze dit redelijkerwijs kunnen opvangen; er is op het Provinciefonds immers niet bezuinigd. De provincies zijn verantwoordelijk voor adequate regelingen, die per provincie vervolgens wel weer kunnen differentiëren. Het is voor mij duidelijk dat wij in het overleg met de provincies mogelijkheden tot vereenvoudiging moeten zien, zodat er minder uitvoeringskosten zullen zijn; die zijn namelijk voor een deel gigantisch. Ook moeten wij verkennen waar we absoluut niet mogen inboeten op de kwaliteit van beheer, bijvoorbeeld bij de Natura 2000-gebieden of de gebieden die daar direct aan grenzen, en waar de natuurdoelen in de ehs, die geen Natura 2000-gebieden betreffen, kunnen worden aangepast, zodat de vergoeding kan worden verlaagd en de gebruiksmogelijkheden kunnen worden vergroot en daarmee het rendement van de gronden dat langs een andere weg kan worden behaald. Wij zullen moeten verkennen of dat wat oplevert of niet. In die fase zit onzeverkenning: hoe kunnen wij dit stapsgewijs inrichten, gefaseerd in de loop van de tijd? Hoe lang moet dit nog duren? Iedereen zei dat het te lang duurt, iedereen heeft gevraagd om gedetailleerde informatie over het verloop van het overleg. Ik geef niet meer informatie dan ik nu heb verstrekt, ik geef geen informatie over de precieze situatie in de onderhandelingen. Ik schets de problematiek, ik schets de bewegingsruimte. We bewegen in de richting van een gemeenschappelijk punt, maar er zijn ook problemen. Ik ben niet de enige die het tempo bepaalt, of het resultaat; er zijn ook twaalf provincies. Wij doen het samen, maar het houdt wel een keer op. Er moet een akkoord komen en als dat niet mogelijk is, moet je er helder over zijn; dan moet je het op een andere manier netjes doen. Alle inzet is echter gericht op decentralisatie, op basis van een akkoord met de provincies.

Dan is er gevraagd naar de uitspraak van de Raad van State. Mijn lijn is in het algemeen om als er op dag x een uitspraak van de rechter of de Raad van State is, niet direct op dag x + 1 een reactie namens de regering te geven. Die reactie komt vrij spoedig. Ik kan nu wel zeggen dat die reactie ook een aantal interessante positieve punten zal bevatten. Dat geldt ook voor de uitspraak van de kortgedingrechter over de hamster. De Kamer krijgt een keurige brief waarin staat wat er aan de hand is. Ik heb hier de contouren van de brief, maar ik kan de verleiding weerstaan om die nu op te sommen. Het zijn uitspraken van de Raad van State en van de rechter en die wil ik goed bestuderen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik krijg inderdaad graag een schriftelijke reactie op de uitspraak van de Raad van State. Ik heb in dit verband ook nog een vraag over de uitspraak van de Raad van State over de kolencentrale. Minister Verhagen heeft daarop gereageerd. Ik weersta de verleiding om daar nu op in te gaan, maar volgens mij zijn de natuurbeschermingselementen nog steeds het pakkie-an van de staatssecretaris. Krijgen wij van de staatssecretaris nog een reactie op die uitspraak of moeten wij dit met minister Verhagen bespreken?

Staatssecretaris Bleker: Het is behelpen, dat begrijp ik. Dit is in goed overleg gegaan. Toen de uitspraak bekend werd gemaakt, voer ik op de Eems om onderzoek te doen naar de ecologische toestand van de Eems. Ik heb hierover contact gehad met de minister en het is allemaal in goede harmonie gegaan. Voor een heel klein deeltje van het gebied is het een verantwoordelijkheid van ons ministerie om de vergunning te verstrekken, maar voor het overgrote deel is het een zaak van de provincie Groningen. Inmiddels heeft het college van Gedeputeerde Staten onder aanvoering van de gedeputeerde van GroenLinks laten weten dat er vooralsnog een gedoogvergunning is en men vertrouwt erop dat er een nieuwe aanvraag komt die tot een houdbare vergunning kan leiden. Dat is alles wat ik ervan weet. Wij zullen ons voor ons kleine deel ook goed beraden.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): En een brief sturen?

Staatssecretaris Bleker: Als er echt vorderingen in de zaak zijn, wordt de Kamer nader geïnformeerd, maar de bal ligt nu bij de aanvrager. Die moet een nieuwe vergunning aanvragen en het is bekend hoe zo'n proces verloopt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik kan in aanvulling op de opmerkingen van de heer Koopmans zeggen dat er meer kleine organisaties zijn die uitstekend werk doen en met de beperkte middelen die zij hebben naar de rechter stappen. Ik noem bijvoorbeeld de werkgroep Behoud De Peel. De werkgroep is niet groot, maar heel belangrijk om de wetgever om zijn verantwoordelijkheden te wijzen als de regels welbewust worden overtreden.

Ik heb geen antwoord gekregen op mijn vragen, maar dat geldt voor bijna alle sprekers. Veel blaten, maar weinig wol, zou je bijna denken. Ik ben niet zo snel meer verbaasd over CDAbewindslieden, maar ik ben toch wel verbaasd over het dreigement dat wij de provincies opleggen mee te werken als wij ons niet houden aan de akkoorden en afspraken die wij hebben gemaakt en dat wij een noodwet zullen maken als zij dat niet doen. Ik druk de staatssecretaris op het hart om zich nog eens achter de oren te krabben. Wat is dat voor een houding van een regering die nota bene verder wil met decentralisatie en maatschappelijke organisaties oproept tot overleg om de problemen op te lossen die zij zelf heeft veroorzaakt? Hij kan toch niet serieus menen dat hij dat pad wil bewandelen? Ik waarschuw hem daarvoor. Hij moet zich niet laten adviseren door diegenen in het natuurdossier die iedere keer voor oplossingen hebben gezorgd die door de rechter onderuitworden gehaald.

Staatssecretaris Bleker: Mevrouw Ouwehand vraagt: "u meent toch niet dat …"? Ik heb de formele harde route geschetst voor het geval wij geen overeenstemming kunnen bereiken, maar alles is erop gericht om tot een akkoord te komen, maar dat valt niet mee.