Bijdrage Ouwehand AO genetisch gemo­di­fi­ceerde orga­nismen


16 november 2010

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik heb eerst een interruptievraag voor mevrouw Wiegman. Ik snap het standpunt van haar fractie en van de SGP-fractie over ethische bezwaren tegen het inbrengen van soortvreemde genen. Zijn er echter ook bezwaren op het terrein van de voedselveiligheid? Mevrouw Wiegman sprak zelf over allergieën. Ik heb in het RIKILTrapport de duidelijke aanbeveling gelezen dat er op dat punt geen reden is om af te wijken van de huidige toelatingsprocedure. Het lijkt mij dat wij ook dat vanuit het voorzorgsprincipe zouden moeten omarmen.

De voorzitter: Wat is uw vraag?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik wil van de ChristenUnie weten of naast die ethische bezwaren ook de onbedoelde effecten die kunnen optreden in cisgenese en de gevolgen daarvan voor de voedselveiligheid en noem maar op, zwaar wegen.

Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie): Natuurlijk staat voedselveiligheid ook bij de ChristenUnie voorop. Daarom heb ik gezegd dat er volgens mij tekorten zitten in het rapport. VROM heeft destijds verzocht om de voedselveiligheid van cisgene, transgene en klassiek veredelde rassen te vergelijken, maar die vergelijking is niet adequaat uitgevoerd. Maar goed, daarbij zit dus dat verhaal van de T-DNA borders. Het is prima dat het RIKILT-rapport er is, maar ik denk dat het aanvulling behoeft, zodat er meer rekening wordt gehouden met de verschillen tussen cisgenese en transgenese.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Genetische manipulatie is een ingewikkeld onderwerp, zoals ook weer blijkt uit de laatste woorden van mevrouw Wiegman. De discussies zijn vaak technisch, maar het is van groot belang dat wij het hierover hebben. Ik begin met de cisgenese. Ik benadruk dat die term is ingevoerd door lobbyisten en wetenschappers die genetische manipulatie in de landbouw willen bevorderen. De soorteigen genen die gebruikt worden bij cisgenese, zouden alle risico's van gentech hebben weggenomen. Blijkbaar zouden hiermee ook ethische bezwaren tegen genmanipulatie overbodig zijn. De Partij voor de Dieren heeft zich daar altijd tegen verzet en heeft erop gewezen dat het er niet toe doet waar de genen vandaan komen. Het gaat erom dat zij lukraak in het genoom worden ingebracht. Dat blijft altijd een zeer onvoorspelbaar proces. Het RIKILT-rapport onderstreept die conclusie. Cisgenese is een politiek woord. Een versnelde toelatingsprocedure is voor de Partij voor de Dieren dan ook zeker niet aan de orde. Ik hoor graag dat de huidige staatssecretaris het standpunt van het vorige kabinet hierover niet herziet. Dan het voorstel met betrekking tot de toelating van teelt en de beslissingen daarover in Europa. Ik citeer een artikel in het Agrarisch Dagblad: "De Europese Commissie stuurt aan op een deal met de lidstaten: in ruil voor het niet langer traineren van Europese toelatingen van genetisch gemanipu-leerde organismen zouden ze de teelt van transgene gewassen nationaal mogen gaan verbieden." Dat was het plan. Uit stukken van de Commissie, die wij hebben gezien in Agra Facts, blijkt echter dat de lidstaten in de praktijk geen nieuwe juridische grondslag voor ggo-verboden zullen krijgen en misschien zelfs een beperking van hun huidige rechten. Dat constateert de Nederlandse jurist Thijs Etty van het Instituut voor
Milieuvraagstukken (IVM) van de Vrije Universiteit van Amsterdam.

Het is jammer dat het advies niet openbaar is. We hebben daarom gevraagd. Ik dank de staatssecretarissen voor de toezegging dat zij gaan bekijken of wij het advies kunnen
krijgen, maar nu de Legal Council heeft gezegd dat er grote problemen zijn, is de prangende vraag natuurlijk of de staatssecretarissen nog steeds achter het voorliggende voorstel staan. Wat is nu precies de juridische basis en waarom is die basis gekozen? Ligt de basis van het voorstel niet in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, dat het functioneren van de interne markt moet bevorderen? Zijn daar niet ernstige vraagtekens bij te plaatsen, juist omdat het voorstel de interne markt gaat verstoren? Moeten ook richtlijnen niet aangepast worden om een afdoende rechtsgrondslag te creëren voor een nationaal verbod? Welke juridische status heeft de beslissing die een lidstaat straks zou kunnen nemen en hoe verhoudt die beslissing zich tot de interne marktregels en de regels van de WTO? De nationale verboden op teelt van gentech waartoe op grond van dit voorstel besloten zal worden, zullen volgens het advies geen stand houden in de rechtszaal. Ik krijg graag een reactie op de volgende denkbare situatie: Oostenrijk kondigt een teeltverbod aan; een bedrijf zoals Monsanto of BASF gaat op zoek naar een boer die gentech wil telen; de boer stelt dat hij keuzevrijheid heeft en in een nadelige concurrentiepositie terecht is gekomen en dat hem rechten worden ontnomen en tekent daarom bezwaar aan. Op welke bepalingen en gronden kan Oostenrijk zich dan beroepen in die zaak? Ik zie niet hoe het voorliggende voorstel garandeert dat dit door Oostenrijk afgekondigde verbod gehandhaafd kan worden; integendeel. Ethische argumenten om gentech af te wijzen, zullen wat de WTO betreft niet de doorslag geven. Daarop krijg ik graag een reactie. Ik vraag de staatssecretarissen om mij uit te leggen hoe ik dit anders kan zien dan dat dit precies de bedoeling van Nederland is geweest. De kritische landen wordt door dit voorstel de mond gesnoerd. Dat lijkt voor ons land belangrijker dan de vraag of wij werkelijk autonomie over de beslissing inzake genteelt krijgen. Het lijkt er sterk op dat het Nederland helemaal niet is te doen om de mogelijkheid van een nationaal teeltverbod, maar om versnelde toelatingen, zodat onze vee-industrie snel en goedkoop gentechveevoer kan invoeren, BASF zijn gentechaardappelen hier kan vermeerderen en de WUR heel Nederland als een proeftuin kan gebruiken. Ik hoop dat de staatssecretaris mij er vandaag van overtuigt dat ik dit anders moet zien, want het lijkt hier sterk op. Gelet op de tijd, stap ik kort over naar de EFSA. Volgens de oud-minister van LNV staan de kwaliteit, de deskundigheid en de onafhankelijkheid van de EFSA en haar beoordelingen van gengewassen op basis van de veiligheid niet ter discussie. Kan de staatssecretaris ingaan op de al in december 2008 in de Milieuraad afgesproken verbeteringen, die daadwerkelijk bij de EFSA zouden moeten plaatsvinden? Hoe staat het daarmee? Ik heb begrepen dat Frankrijk niet eens verder wil praten over het voorstel totdat er helderheid is over de betrouwbaarheid en de kwaliteit van de beoordelingen van de EFSA. Van de voorzitter van de EFSA werd onlangs duidelijk dat zij belangen had in een organisatie die de belangen van Monsanto verdedigt. Zij had dat verzwegen. De voorzitter van de EFSA lobbyt voor de producenten van gentech; dat is toch niet te verteren? Toch is zij opnieuw gekozen tot voorzitter. Ik vind dit onbestaanbaar en ik stel voor dat de staatssecretarissen aandringen op de benoeming van een onafhankelijke voorzitter. Ik hoor ook graag hoe het staat met de beloofde verbeteringen van de beoordelingen door de EFSA.

[…]

Mevrouw Van Veldhoven (D66): Voorzitter. Momenteel zijn 30 voedselgewassen verantwoordelijk voor 90% van de calorieën van de wereldbevolking. Dat maakt de
wereldwijde voedselvoorziening kwetsbaar. Wat D66 betreft kunnen ggo's een rol spelen bij het verminderen van die kwetsbaarheid. Die kwetsbaarheid is namelijk niet iets waarvoor wij de kop in het zand moeten steken. Die discussie is vandaag echter niet aan de orde.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Het gaat vandaag inderdaad niet om een fundamentele discussie over gentech. De D66-fractie kijkt daar anders tegenaan dan de Partij voor de
Dieren, maar ik wil graag scherp krijgen hoe D66 tegen het voorstel en de vrijheid aankijkt. Is D66 het met de Partij voor de Dieren eens dat dit voorstel alleen kan worden gesteund als op voorhand zeker is dat in het zojuist door mij beschreven voorbeeld de rechter zal oordelen dat bijvoorbeeld Oostenrijk zich succesvol kan verdedigen? Is D66 met ons van mening dat dit een voorwaarde is?

Mevrouw Van Veldhoven (D66): Ik meen dat ik heel duidelijk heb aangegeven dat de juridische houdbaarheid van dit voorstel heel belangrijk is. Dit voorstel moet juridisch duidelijkheid geven aan alle partijen, dus ook aan een land als Oostenrijk: als dat land een andere mening kiest dan bijvoorbeeld Nederland, moet dat land die mening kunnen doorvoeren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dat is nog niet helder genoeg. Betekent "juridisch houdbaar" dat D66 er volledig achter staat dat lidstaten, zoals ons met dit voorstel was beloofd, zelf beslissen of zij die teelt op hun grondgebied willen toestaan?

Mevrouw Van Veldhoven (D66): Inderdaad, de essentie van dit voorstel is dat lidstaten die keuze krijgen. Die keuze moeten zij dan ook kunnen effectueren.

[…]

Staatssecretaris Atsma: Voorzitter. Ik stel collega Bleker gerust: er zal voor hem genoeg overblijven. Ik dank de Kamer voor de inbreng en de veelsoortige vragen.

[…]

Het zal niemand zijn ontgaan dat het Commissievoorstel kritisch is ontvangen door de lidstaten, stakeholders en milieuorganisaties. Hoe zit het nu met het advies van de juridische dienst? Daarmee ga ik in op een aantal vragen, want verschillende oud-collega's hebben daarnaar gevraagd: mevrouw Ouwehand, mevrouw Wiegman en de heer Van Gerven hebben dit genoemd. Wat is nu precies de status van het advies van de juridische dienst van de Raad? Ik kan herhalen wat de heer Van Gerven heeft aangegeven: het advies is niet openbaar; het is een vertrouwelijk, intern stuk. Dat maakt het voor ons buitengewoon lastig om daar in brede zin over te communiceren. Sterker nog: dat wat vertrouwelijk is, wordt niet gekend. Het is echter een publiek geheim dat in het advies kritische kanttekeningen worden geplaatst bij datgene wat door de Commissie is gepresenteerd. De Commissie is het volstrekt oneens met datgene wat in het advies is verwoord. Dat hebben ook wij kunnen lezen, zien en horen, maar ik herhaal dat het advies zelf vertrouwelijk is. Wij hebben erop aangedrongen dat de Commissie zelf met een document komt waarin wordt aangegeven hoe zij denkt om te gaan met het advies van de juridische dienst; we hopen dat dit document er op korte termijn komt. Zodra dat stuk van de Commissie bekend is, zullen wij ervoor zorgen dat het naar de Kamer gaat. Dat is eigenlijk het enige wat wij op dit punt kunnen toezeggen. Wij kunnen niets met een vertrouwelijk advies van de juridische dienst. Wij kunnen pas iets als de Commissie daar zelf een oordeel over heeft geveld. Ik reageer absoluut positief op de vraag of wij de Kamer dat oordeel dan zo snel mogelijk kunnen doen toekomen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): U zegt dat de Europese Commissie het volstrekt oneens is. Wat bedoelde u daarmee?

Staatssecretaris Atsma: Ik citeer vrijelijk uit een aantal krantenberichten. Ik zei dat u en wij hebben gelezen dat de Commissie het er volstrekt mee oneens is. Als dat zo is, zal dat straks blijken uit het stuk dat wij zullen ontvangen. Ik heb het dus over het oordeel van de Commissie over het juridisch advies.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Precies, maar er is dus nog geen officieel standpunt van de Europese Commissie?

Staatssecretaris Atsma: Er is nog geen officieel schriftelijk stuk.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dan begrijpen wij elkaar goed.

Staatssecretaris Atsma: Zodra wij dat stuk van de Commissie -- dus het oordeel van de Commissie over het juridisch advies -- hebben, zullen wij ervoor zorgen dat het bij de discussie met de Kamer wordt betrokken.

[…]

Een aantal fracties heeft specifiek vragen gesteld over cisgenese.

[…]

Als er sprake moet en kan zijn van generieke vrijstelling, zal het kabinet die zeker toepassen, maar dan moet wel 100% zeker zijn dat er sprake is van een veilige situatie. In mijn eerste zin van dit debat heb ik immers gezegd dat het vertrekpunt altijd de veiligheid voor mens en milieu is. De vraag of cisgenese 100% veilig is, ligt op dit moment voor en die vraag moet je ten principale eerst beantwoord hebben, voordat je er "ja" tegen kunt zeggen. Er is gewezen op de opmerkingen van het RIKILT. Wij hebben daar uiteraard ook kennis van genomen en aangegeven dat het goed is dat daar met voorrang naar wordt gekeken. Ook in Europees verband zal er op de korte termijn naar gekeken worden. De verwachting is dat er begin volgend jaar duidelijkheid komt en ik hoop, net als alle woordvoerders, dat die duidelijkheid ook snel komt. Zowel de fracties die voorstander zijn als de fracties die een meer gereserveerde houding hebben, hebben daar immers alle recht op. Kortom: als er sprake kan zijn van een generieke vrijstelling, moeten wij die zeker toepassen, maar voorop staat de vraag of de veiligheid gewaarborgd wordt.

[…]

Verschillende commissieleden hebben kanttekeningen geplaatst bij de positie en vooral de werkwijze van de EFSA, de Europese autoriteit voor voedselveiligheid. Die discussie speelde de afgelopen jaren ook in de Kamer. In de debatten met de vorige bewindslieden kwam dat regelmatig aan de orde. Toen is een- en andermaal gezegd en ook verdedigd dat ten aanzien van de deskundigheid op het gebied van de voedselveiligheid en de beoordeling daarvan geen enkele twijfel bestaat over de autoriteit van de EFSA. Dat moeten wij ook niet willen. Dat doen wij dan ook niet en dat zullen wij ook niet gaan doen, want de EFSA is wat dat betreft voor ons een belangrijke richtsnoer. Als je daar ook maar enige twijfel over zou hebben, zou je er dus niet mee in zee moeten gaan. Het feit dat vanuit Europa nog steeds breed steun wordt gegeven aan hetgeen de EFSA doet, bevestigt ons standpunt. Dan kom ik bij de opmerking van mevrouw Ouwehand met betrekking tot de voorzitter van de EFSA. Ik heb haar zo verstaan dat zij vraagtekens plaatst bij de mogelijke dubbelrol die in dit verband gespeeld zou worden. Daar kan ik op dit moment eerlijk gezegd geen inhoudelijk oordeel over geven, maar ik zeg haar graag toe dat ik zal kijken naar de door haar geponeerde vooronderstelling, die ik niet kan bevestigen, maar graag zou willen ontkennen. Zodra dat kan, zal ik het laten weten. Ik ben wat dat betreft als was in de handen van de Kamer, maar ik vind het altijd ingewikkeld om te spreken over personen, hun functies
en hun andere activiteiten te spreken, als je niet zeker weet waar je het over hebt. Wij komen daarop terug in een vervolgbrief aan de Kamer.

[…]

Staatssecretaris Bleker: Voorzitter. Allereerst ga ik nog even in op het Commissievoorstel om de bevoegdheid tot het toelaten van ggo's te scheiden van de toelating van de teelt van ggo's; over dit voorstel bestaan onduidelijkheid, onzekerheid en juridisch dispuut. De Commissie is met dit voorstel gekomen, mede overigens op verzoek van Nederland en vele andere lidstaten, precies vanuit de intentie die mevrouw Van Veldhoven heeft aangegeven, namelijk dat de toelating op de markt en de veiligheid op Europees niveau moeten worden geregeld, terwijl de politieke en morele discussie over de teelt op nationale schaal moet worden gevoerd. In die zin was het een interessante wens van die vele lidstaten om die bevoegdheidsverdeling eens te bekijken; niet met het oogmerk, zoals door mevrouw Ouwehand werd gesuggereerd, om de toelating er in de toekomst even lekker snel doorheen te rammen, maar juist om de zorgvuldigheid op die twee verschillende niveaus te borgen. Het is jammer dat daar aanzienlijke juridische complicaties aan kleven, die zich ook naar andere domeinen van de Europese Unie kunnen verbreden. Daarom is het niet alleen voor dit domein, maar ook voor andere domeinen van belang dat wij niet over een nacht ijs gaan. Lidstaten die in het algemeen kritisch zijn, zoals Oostenrijk en Hongarije, hebben juist dit model gepresenteerd willen zien en het is nu dus, zoals staatssecretaris Atsma al zei, een soort gemeenschappelijk probleem geworden, waarbij te bezien is of dit model werkbaar is en juridisch houdbaar te maken is. Die intentie moet bij onze inbreng de komende tijd dan ook leidend zijn.

[…]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik heb de staatssecretarissen gevraagd om mij ervan te overtuigen dat zij met de beste bedoelingen dit voorstel hebben gelanceerd in Europa. Ik zie echter alleen wat wij de afgelopen jaren al hebben gezien, namelijk slalombewegingen om de vragen die voor het kabinet nu uit de lucht lijken te vallen, maar in de Kamer al lang gesteld zijn. Het spijt me wel: ik heb geen pakhuis vol met ambtenaren en juristen, maar toch kan ik die vragen wel verzinnen. Hoe kan het dat deze staatssecretarissen nog steeds geen reactie weten te geven op de juridische lacunes -- daarbij druk ik me nog voorzichtig uit -- in dit voorstel? Je kiest voor een basis in het verdrag dat gericht is op de interne markt en je weet dat jouw voorstel de interne markt gaat verstoren. Ik zou van de staatssecretarissen willen weten of zij geen passend voorstel kunnen of willen indienen, waarbij de lidstaten daadwerkelijk bevoegdheden worden gegeven om teelten te weigeren op hun grondgebied. Ik vind het heel vervelend dat wij daarop steeds maar geen antwoord krijgen. Dat heeft niet te maken met het voorliggende oordeel van de Legal Council maar dat betreft juridische vragen die wij in de Kamer al gesteld hebben en waarop het kabinet gewoon een antwoord moet hebben.

[…]

Mevrouw Ouwehand vroeg waarom wij zo geheimzinnig doen over het juridisch advies. Ik heb een- en andermaal gezegd dat het om een vertrouwelijk advies aan de Commissie gaat. De Commissie komt met een standpunt, maar desondanks is het standpunt van het kabinet volstrekt helder. Wij hebben er goede argumenten voor dat het juridisch houdbaar is. Anders hadden wij ons niet daarvoor ingezet. In de Kamer is de afgelopen jaren daarover gediscussieerd. Kortom: wij gaan er, net als de Commissie overigens, van uit dat het juridisch wel houdbaar is. Met het voorgaande hoop ik een iets duidelijkere positiebepaling van het kabinet te hebben gegeven en ik neem aan dat onze inschatting van de houdbaarheid ook mevrouw Ouwehand aanspreekt.

De voorzitter: Ik kan slecht tellen; dit wordt eigenlijk al de derde interruptie van mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik had één verhelderende vraag; die telt volgens mij niet mee. Ik heb heel duidelijk gezegd dat het niet over het advies gaat. Wij hebben hierover inderdaad debatten gevoerd in de Kamer, maar minister Verburg bleef behoorlijk op de vlakte toen wij onze juridische vragen stelden. Ik heb niet voor niets het woord "slalommen" gebruikt, want om die vragen wordt heen geslalomd. Dat gebeurt nu weer, want de staatssecretaris zegt ervan overtuigd te zijn dat het juridisch houdbaar is. Wij hebben al gewaarschuwd dat dit niet zo is. Nu zegt de Legal Council van de Europese Commissie dat het klopt en dat die mevrouw van de Partij voor de Dieren eigenlijk gelijk had. De staatssecretaris heeft daar geen antwoord op!

Staatssecretaris Atsma: Ik begrijp volstrekt dat u hoopt dat dat ongeveer de tekst en de strekking zouden zijn en dat u misschien zelfs met name wordt genoemd. Aangezien het
echter een vertrouwelijk advies is, kennen wij het dus niet en wachten wij vol spanning het standpunt van de Europese Commissie in relatie tot het uitgebrachte advies af. Nogmaals: het kabinet heeft er alle vertrouwen in dat het juridisch gezien wél houdbaar is. De Europese Commissie heeft er alle vertrouwen in dat het wel houdbaar is, want anders waren wij er natuurlijk niet aan begonnen. Overigens zijn wij er op aandringen van de Kamer aan begonnen.

[…]

De voorzitter: De heer Van Gerven heeft nog gevraagd naar de vragen van de Eerste Kamerleden aan de voormalige minister Verburg. Daar gaat nu dus staatssecretaris Bleker over. Ik ga ervan uit dat de staatssecretaris van de beantwoording ook een afschrift aan de Tweede Kamer zal sturen; als hij die vragen beantwoordt, zijn die antwoorden immers publiek.

Staatssecretaris Bleker: Ja.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Zij liggen er al ruim een maand.

De voorzitter: Voor de goede orde: het betreft vragen van de Eerste Kamer die daarvoor haar eigen procedures heeft waar wij niet in kunnen treden.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik zal onze senator vragen om een rappel te doen.

De voorzitter: Zo moet het! Wij proberen altijd zorgvuldig de procedures te volgen.