Bijdrage Ouwehand AO Ecolo­gische Hoofd­structuur (EHS)


1 oktober 2013


Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Het gebeurt niet heel vaak dat er een beginnetje is van mogelijke overeenstemming tussen de Partij voor de Dieren en het CDA. Volledige overeenstemming is er ook nu niet, maar er zit wel een kern van waarheid in het betoog van de heer Geurts, namelijk die dat het beleid van deze staatssecretaris niet zo dramatisch afwijkt van het beleid van voorganger Bleker. Alleen onze appreciatie daarvan is misschien iets anders. Misschien wil de heer Geurts nog wel een standbeeld van de heer Bleker oprichten. Dan lever ik de tekst wel aan en om te voorkomen dat ik daarin woorden gebruik waarmee de heer Geurts weer niet zo blij is, zou ik het citaat van de heer Bleker zelf erbij zetten. Ik doel op zijn legendarische woorden: ik ben geen natuurbarbaar. Dat lijkt me mooi. En dan mag de heer Geurts de plek uitkiezen om dat standbeeld neer te zetten. Tien maanden geleden spraken we elkaar voor het eerst over natuur -- ik doel op de staatssecretaris en mijzelf -- namelijk bij de begrotingsbehandeling. Ik had het toen al even met haar over die voorganger. We hebben toen gewisseld dat het na Henk Bleker natuurlijk niet zo ingewikkeld is om je te profileren als "groene politicus" en ik weet dat ik hoopvol was
gestemd vanwege het regeerakkoord. Ik zei echter ook tegen de staatssecretaris dat je er wel wat voor moet doen, dat het wel moet worden waargemaakt. Het is gemakkelijk om groener te zijn dan iemand die 70% heeft bezuinigd op natuur. Met afspraken in het Kunduz - ofwel het Lenteakkoord werd dat een bezuiniging van 50%. Dat is ook al niet iets om over naar huis te schrijven maar als we zien wat dit kabinet nu doet, concludeer ik dat we weer terug zijn bij 60%. Ja, dat is weliswaar minder slecht dan 70% bezuinigen, maar 60% bezuinigen is nog altijd dramatisch. Wat zegt de staatssecretaris daarop met in het achterhoofd de groene beloftes en het groene imago dat ze graag had willen uitstralen? Een andere belofte in het regeerakkoord is dat er robuuste verbindingszones worden gerealiseerd. We zien dat er door de provincies weinig aandacht is besteed aan die passage in het regeerakkoord. Laat ik me maar voorzichtig uitdrukken. Anders gesteld: de meeste provinciebestuurders gaan er niet mee aan de slag omdat ze er niet op vertrouwen dat het met de budgetten van Den Haag goed komt. Daar zal het op neerkomen. We moeten er echter wel voor zorgen dat de ambities worden gerealiseerd. De staatssecretaris heeft wel internationale afspraken gemaakt over het stoppen van het verlies aan biodiversiteit en Natura2000. Die afspraken verhouden zich niet met deze bezuiniging en deze verwatering van de ambitie die inhoudt dat die robuuste verbindingszones worden gerealiseerd. Wat gaat de staatssecretaris doen? Is zij bereid om in elk geval de provincies op te dragen dat zij de zones planologisch beschermen, zodat er geen wegen, bedrijventerreinen of wat dan ook worden gepland nu er geen geld is om die zones te realiseren? Als we die bescherming niet weten te bieden, weten we immers zeker dat ze er nooit komen.
Ik ben niet onder de indruk van de Hoofdlijnennotitie Ecologische Hoofdstructuur. Destijds heeft staatssecretaris Bleker een onderhandelingsakkoord gesloten. In vergelijking daarmee, gaan we er iets op vooruit. We zouden echter ook kunnen zeggen dat het gewoon ietsje minder slecht is: in 2027 zal pas 35% van de doelen van de Kaderrichtlijn Water gerealiseerd zijn in plaats van 30%. Dat komt nog steeds niet in de buurt van het realiseren van onze internationale afspraken. 65% van de doelstellingen ten behoeve van de bedreigde planten- en diersoorten -- ik doel op de doelstellingen om de condities op peil te brengen -- zal in 2027 worden gerealiseerd in plaats van 45%. De internationale langetermijndoelen zullen in 2027 nog niet binnen bereik zijn.
Hoe staat het met de afspraken die we hebben gemaakt in het kader van het VN-verdrag biodiversiteit? Daarvoor zouden afrekenbare doelstellingen worden opgesteld. Ik heb deze nog niet gezien.
Ik kom op het agrarisch natuurbeheer. We lezen dat er 200 miljoen wordt vrijgemaakt om ook met Europese middelen uit de tweede pijler het agrarisch natuurbeheer te financieren. Zou die 200 miljoen al niet naar dat Provinciefonds gaan? Is dat dus niet een sigaar uit eigen doos of is het niet zelfs een netto bezuinig ing te noemen?
Er zit ook een gat in de te realiseren hectares. In de oorspronkelijke ehs werd uitgegaan van 728.000 hectare. In het akkoord dat staatssecretaris Bleker destijds sloot, werd uitgegaan van 600.000 hectare en in de Hoofdlijnennotitie Ecologische Hoofdstructuur zijn 48.000 hectare onbenoemd. Gaan we die wel realiseren of niet?
Zijn de provincies gebonden aan die regeling, het landelijk keurslijf, over onteigenen? Ziet de staatssecretaris ruimte om die 10%-afspraak te schrappen? Is zij daarover al met de provincies in overleg getreden? Ik denk namelijk dat die strikte afspraak in provincies waar het moeilijk ligt om niet meer dan 10% te onteigenen, de staatssecretaris behoorlijk in de weg gaat zitten bij het realiseren van de ehs.
Ik wil een expliciete uitspraak over het OostvaardersWold wat de robuuste verbindingen betreft. Mogen provincies nu bepalen of er überhaupt robuuste verbindingszones komen, of emoeit de staatssecretaris zich daar nog mee?
Op het moment dat staatssecretaris Bleker het onderhandelingsakkoord aan ons voorlegde en de decentralisatie werd doorgedrukt, heb ik gevraagd hoe het zou gaan als bijvoorbeeld de provincie Limburg zich niet aan de doelen wil houden waaraan Brabant wel hard werkt, terwijl het een overlappend gebied is. Hoe gaat de staatssecretaris ervoor zorgen dat die internationale doelen die wel degelijk voor zo'n gebied gelden, door beide provincies worden gerealiseerd? Volgens mij beschikt zij namelijk niet over een schep waarmee zij Limburg van het Nederlandse grondgebied kan afsteken in het geval dat Limburg blijft weigeren om zich aan de doelen te houden. Volgens mij heeft zij geen middelen om een provincie daadwerkelijk te bewegen met als doel, zich in te zetten voor het realiseren van die doelstellingen. Internationaal gezien, staat zij dan met lege handen en dan slaat zij naar mijn idee een behoorlijke flater. Hoe ziet zij het dus voor zich als het realiseren van die doelstellingen aan de provincies onderling wordt overgelaten? Afhankelijk van de kleur van het provinciebestuur kan er dan immers zomaar meer of minder ambitie komen op natuurgebied.

De voorzitter: Dank u wel mevrouw Ouwehand. Ik geef het woord aan mevrouw Van Veldhoven.

[...]

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik ken mevrouw Jacobi als een voorvechter van natuur. We waren zij aan zij boos toen er werd bezuinigd onder het vorige kabinet. We waren er allebei van overtuigd dat dat de natuur niet verder zou helpen. Nu wordt er een tikje minder bezuinigd, maar nog steeds fors. Ik vroeg me af of mevrouw Jacobi de antwoorden heeft gelezen die we hebben gekregen op vragen over de Miljoenennota. Het kabinet was zo vriendelijk om ons daadwerkelijk antwoord te geven op de vraag hoeveel natuur kan worden ingericht of aangeschaft voor de prijs van een JSF. Wat blijkt? Daarvoor zouden we de ecologische hoofdstructuur zo maar kunnen afmaken. Dan gaan we ook nog een miljard uitgeven aan de Blankenburgtunnel. Zijn dat overwegingen die mevrouw Jacobi nog meeneemt naar haar fractie, in het kader van de grote pijn die ze moet voelen bij de enorme bezuinigingen op de ecologische hoofdstructuur?

Mevrouw Jacobi (PvdA): Die laatste discussie wil ik graag een keer privé met mevrouw Ouwehand voeren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De Blankenburgtunnel dan; die gaat recht streeks ten koste van de natuur. Hij kost een miljard en is niet nodig. We zouden er veel mooie dingen van kunnen doen. Schrappen?

Mevrouw Jacobi (PvdA): Daarmee zijn andere woordvoerders in mijn fractie doende. Ik snap de keuzes die u mij voorlegt, mevrouw Ouwehand. Je weet dat je uiteindelijk minderheden en meerderheden hebt. Ik denk dan dat u schriftelijke vragen aan mijn fractie moet stellen. Dan krijgt u keurige antwoorden.

De voorzitter: Mevrouw Jacobi vervolgt haar betoog.

[...]

Beantwoording van de staatssecretaris

Mevrouw Ouwehand vroeg hoe ik provincies kan bewegen om te voldoen aan de internationale doelen. In dit geval moet je uitgaan van het feit dat de provincies ook wíllen voldoen aan de internationale doelen; dat hebben wij nu net juist met elkaar afgesproken. Dat blijkt immers uit het natuurpact. We volgen dit ook. Eén keer per drie jaar, driejaarlijks dus, willen we de voortgang ten aanzien van het bereiken van de doelen bezien. Als het nodig is, zullen we extra maatregelen moeten afspreken. Daar zijn de provincies dan verantwoordelijk voor, zo is het immers geregeld. De Kamer kijkt, net als de Statenfracties, mee naar de verdere ontwikkelingen.
[...]
Er zijn nog een paar praktische vragen en ik eindig dit blok met de PAS en de vraag over het verschil in middelen tussen 2013 en 2014. Mevrouw Ouwehand zei: the proof of the pudding is in the eating; komt dat OostvaardersWold er nu? Dat zou een goed bewijs zijn. Mijn stelling is dat dit een keuze is van de provincie Flevoland. Die maakt nu een pas op de plaats. Niet om niets te doen, maar om met de mensen in de regio na te denken over de vraag hoe er op een nieuwe manier invulling kan worden gegeven aan de natuurambitie. Dat is haar taak. De provincie is daar heel ambitieus mee bezig. Er is sprake van een open consultatie. Men consulteert diverse betrokkenen, zoals Staatsbosbeheer en anderen die met hart voor het onderwerp in de weer willen zijn. Ik denk dat we dit soort processen een kans moeten geven. We moeten niet op voorhand zeggen: dit moet het zijn en als dat het niet is, klopt er iets niet.

[...]


De heer Smaling (SP): Ik heb een korte vraag en ik wil eigenlijk alleen maar "ja" of "nee" horen van de staatssecretaris: geldt wat er in het regeerakkoord staat over natuur niet meer? Ik word een beetje in verwarring gebracht door het feit dat de gelden rechtstreeks naar de provincies zijn gegaan. Misschien zitten ze verstopt in het Provinciefonds. Kan de staatssecretaris dit verhelderen?

Staatssecretaris Dijksma: Volgens mij brengt de heer Smaling mij nu in verwarring. Ik zie het verschil niet tussen het regeerakkoord en het voorstel dat nu voorligt. Volgens mij doen we precies wat we hebben afgesproken en beloofd.

De heer Smaling (SP): Die 200 miljoen is 100 miljoen geworden. Ik vraag mij af of een deel in het Provinciefonds terecht is gekomen.

Staatssecretaris Dijksma: Soms is het ook een kwestie van even mee willen kijken. Voor 2013 was er 200 miljoen beschikbaar. Dat geld is al uitgedeeld. Het is nog niet helemaal uitgegeven. Ik hoop wel dat dit snel gebeurt, maar de provincies zijn er in ieder geval mee aan de slag. Voor de jaren 2014 en 2015 is er 100 miljoen extra. In dezelfde wettelijke reeks -- dit is geen belofte die je op een achternamiddag doet; dit staat gewoon zwart op wit -- is een bedrag van 300 miljoen opgenomen. Die 100 miljoen over de jaren 2016 en 2017 komt als het ware weer terug. Mevrouw Van Veldhoven zei het wat zuinig, maar ze gaf toch toe dat het een kasschuif is. Vanaf 2017, dus daarna, is er gewoon weer structureel 200 miljoen beschikbaar. De provincies zijn natuurlijk ook niet helemaal op hun achterhoofd gevallen. Als werkelijk zou kloppen wat de heer Smaling zegt, namelijk dat er maar 100 miljoen beschikbaar is, dan zouden we dit akkoord nooit hebben kunnen sluiten. Het ligt gewoon vast in een begrotingsreeks. Ik maakte nog een "knipoogopmerking" door te zeggen: u zit er zelf bij. In een niet nader te noemen gebouw hier even verderop is mogelijkerwijs nog wat discussie over 's Rijks begroting. Ik neem aan dat u allen dit onderwerp van harte steunt.

De voorzitter: Dit college moet wel vol doende zijn.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De staatssecretaris zegt eigenlijk tegen de Kamer: vertrouw het nu maar. Ze kent mij al langer dan vandaag: ik ben niet zo goed van vertrouwen als het gaat om het realiseren van de natuurdoelen en van natuurbescherming. Kan de staatssecretaris zeggen hoe groot de ecologische hoofdstructuur wordt? OostvaardersWold is natuurlijk een casus, het gaat ook over andere robuuste verbindingszones. Hoe gaat het nu, mogen provincies beslissen of ze die kunnen realiseren of gaat u iteindelijk de staatssecretaris hierover?

Staatssecretaris Dijksma: Volgens mij -- dit staat ook in de stukken -- komen wij uiteindelijk uit op ongeveer 680.000 hectare. Dat is niet de oorspronkelijke ehsen dat is geen geheim. Vervolgens is het de vraag wat dit betekent voor de internationale doelen. Het PBL heeft dat uitgerekend voor dit stuk van het beleid. Op grond van wat er nu beschikbaar is in het kader van dit onderwerp heeft het PBL bekeken wat dit betekent in relatie tot de internationale doelen. Provincies kunnen natuurlijk gewoon nog veel meer doen. Sommige hebben ook al aangekondigd dat ze dat gaan doen. Dat mag je op termijn meenemen als je kijkt naar het halen van de doelen. Verder doen we ook een beroep op de samenleving. Met onze natuurvisie zullen we begin volgend jaar ook nog het een en ander vragen. Bedrijven zijn zich in een rap tempo aan het verduurzamen en dragen daarmee, soms niet eens bewust, bij aan het halen van doelen. De internationale doelen zijn van groot belang. Het PBL zegt niet dat we er al zijn, dat klopt absoluut. Het zegt wel dat we al een flinke stap in de goede richting zetten. We kijken ook naar wat er nog meer nodig is en of we daaraan een bijdrage kunnen leveren. Die bijdrage zal echter niet alleen van de overheden komen. Wat de robuuste verbindingen betreft: de provincies zullen met voorstellen komen. Ik vertrouw daarop. Mevrouw Ouwehand zegt dat zij daar niet zo van is, maar ik ben daar wel van. Ik heb namelijk afspr aken met de provincies gemaakt en ik heb gezien hoe iedereen aan tafel zat. Iedereen heeft meegedaan, niemand uitgezonderd. Alle provincies hebben gezamenlijk afspraken gemaakt met de terreinbeherende organisaties. Ik weet dat er af en toe best reden is vo or pessimisme in het leven, maar dat geldt niet op dit vlak.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik hoor de staatssecretaris zeggen: 680.000 hectare. Daaruit kunnen we toch concluderen dat de passage uit het regeerakkoord van tafel is, zoals de heer Smaling ook al zei? De oorspronkelijke ehs bestreek 725.000 hectare. De staatssecretaris schetste hoe Flevoland hiermee aan de slag is en hoe actief men is. Ik wil dat best geloven, maar stel dat een provincie zegt "geen draagvlak, moeilijkheden, dus toch maar niet", mag zij dan zelfstandig een kruis zetten door het plan voor zo'n robuuste verbindingszone?

Staatssecretaris Dijksma: Volgens mij is het niet zo dat provincies zelfstandig ergens een kruis door zetten. Het is andersom, ze zetten vinkjes bij de dingen die ze wél gaan doen. Het is maar hoe je het wilt zien. Als er om allerlei redenen in Flevoland --
ik weet dat dit gevoelig ligt en ik weet ook dat sommigen van u hierover teleurgesteld zijn -- voor een andere route wordt gekozen, kun je wel met je armen over elkaar zeggen "ik vind het niks, punt", maar je kunt ook denken: misschien moeten we even afwachten waar de provincie mee komt en bekijken of we haar ruimte kunnen geven, zeker als zij binnen de eigen regio op zoek is naar draagvlak voor goede plannen. Als je iets decentraliseert, moet je mensen ook de ruimte geven om er iets van te maken.

[...]

De voorzitter: Dat was het einde van het blokje. Zijn er nog vragen?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik heb nog een vraag over de grondbrief en de aanbesteding. Wat, als er een laatste stuk landbouwgrond is, in een gebied dat verder al helemaal in het bezit is van een terreinbeherende organisatie? Is het dan denkbaar dat het stukje grond in kwestie in handen komt van iemand anders dan de organisatie die de rest van het gebied al bezit? Dat lijkt me namelijk inefficiënt.

Staatssecretaris Dijksma: Dit lijkt mij nu juist van zo'n microniveau dat ik vind dat ik niet maar even moet zeggen: dat gaat zus of zo. Dat betreft een gebiedsproces, waarin ook de provincies aan de bak zijn. Zij maken de afspraken met de terreinbeherende organisaties. Over gelijkberechtiging en de vraag hoe het gaat met de koop, kom ik later nog te spreken. We hebben nu een heleboel gronden aan de provincies gegeven en nu die in hun voorraad zijn, kunnen zij daar natuurlijk ook dingen mee doen. Wij hebben bewerkstelligd dat de provincies de ruimte hebben om verstandige keuzes te maken. Dat kan omdat zij nu zo veel armslag hebben doordat ze een deel van het Rijk versneld hebben ontvangen. Dat heb ik voor ze kunnen regelen. Andersom helpen zij mij door een deel van de grond te kopen, voor wat mij een goed bedrag lijkt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Daar wil ik voor een deel wel in meegaan, maar de staatssecretaris zei net ook al: the proof of the pudding is in the eating. And the devil is in the detail, zeg ik daar nog maar bij. Kan het zijn dat de situatie die de staatssecretaris in de grondbrief heeft geschetst, zich ook voordoet? Of is de staatssecretaris bereid om te zeggen dat dit in elk geval niet de bedoeling is en dat ze nog even verder kijkt om te voorkomen dat zo'n situatie ontstaat? Dat zou namelijk echt inefficiënt zijn.

Staatssecretaris Dijksma: Als wij dat met elkaar kunnen concluderen, dan doen ze dat in de gebieden zelf vast ook.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Maar doen ze dat?

Staatssecretaris Dijksma: Ja, dat zullen ze echt doen. En zo niet, dan hebben ze daar misschien ook wel een heel goede reden voor. Dus nogmaals, nu een en ander gedecentraliseerd is, vind ik dat we de provincies ook de ruimte moeten geven om hun eigen beleid te voeren, ook met grond. Zij kunnen nu ruilen en dingen op een andere manier aanpakken. Ik ga er oprecht van uit dat dit op een inhoudelijk goede en afgewogen manier gebeurt. Ik heb geen enkele reden om daaraan te twijfelen, ook niet omdat men met de terreinbeherende organisaties goede afspraken heeft. Die staan allemaal zwart-op-wit. Wat wil je nog meer?

De voorzitter: Willen andere leden nog interrumperen? Dat is niet het geval. De twee interrupties van mevrouw Ouwehand zijn op. De staatssecretaris begint aan haar derde blokje, agrarisch natuurbeheer.

[...]


Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik kreeg een beetje een déjà vu- gevoel toen de staatssecretar is zei dat er partijen zijn die zeggen: doe maar die hectares zoals afgesproken en dan is het helemaal goed. Nogmaals, dat waren uitspraken in een vorm zoals haar voorganger nog weleens kon hanteren. Ik ben echter ook blij dat zij aangeeft dat we er nog niet zijn als we alleen maar die hectares doen. We zullen immers ook de bedreigingen voor de natuurgebieden, zoals gifgebruik, vermesting en de stikstofuitstoot van wegen, moeten aanpakken. Dan hebben we pas echt een gezonde natuur. Ik vat het dus maar op als een bewustzijn bij de staatssecretaris waardoor zij weet dat zij zich ook daar goed sterk voor moet maken.

Maar die hectares moeten natuurlijk wel gerealiseerd worden. Ik zou het op prijs stellen als de staatssecretaris de Kamer op schrift kan laten weten hoe zij aan die 680.000 hectare komt. Die 680.000 hectare is niet de 725.000 hectare van de oorspronkelijke ehs. We schrappen dus de passage uit het regeerakkoord, moet ik hier vanavond concluderen. Dat geldt ook voor de verbindingszones. Ik hoorde de staatssecretaris daar geen afdoende antwoord over geven. Als gevolg van het beleid van het vorige kabinet hebben verschillende provincies de meeste robuuste verbindingszones geschrapt. En we zien ze niet terugkomen, ondanks hetgeen de staatssecretaris suggereert, namelijk dat het allemaal wel goed komt. Dat gaat gewoon niet. Ze gaat ook niet in op de mogelijkheid om in elk geval planologisch te beschermen wat we destijds wel als robuuste verbindingszones hebben aangewezen, om te voorkomen dat het er echt nooit meer van komt. Hoe ziet de staatssecretaris de verbinding tussen de natte natuurgebieden van Natura 2000 in het veenweidegebied, de natte as, die we zouden moeten realiseren? Ik zie het niet goedkomen. De staatssecretaris heeft ook geen antwoord voor de Kamer op dat punt. Het is wrang dat agrarisch natuurbeheer, waarvan we weten dat het niet of slechts minimaal werkt, er geld bij krijgt, terwijl het natuurbudget wordt gehalveerd. Ziet de staatssecretaris niet dat ze dat ietsje anders zou moeten indelen?

[...]


De voorzitter: Ik heb juist van de terreinbeherende organisaties begrepen dat zij helemaal niet betrokken worden. Is dat misschien een misverstand?

Staatssecretaris Dijksma: Ja, dat denk ik dan wel. Ik weet niet zeker of men altijd alles krijgt wat men wil hebben. In ieder geval is het mijn bedoeling dat men meewerkt, dus wij zullen dat nagaan. Het is niet goed als we twee soorten communicatie hebben op dit terrein. Er is gevraagd hoe we precies aan de hectares komen. Ik zou het voorstel van de begrenzing van de provincies willen afwachten en op dat moment laten zien hoe het er echt uit ziet. Dan kunnen de woordvoerders zien waar zaken vandaan komen. Die robuuste verbindingen zullen er echt wel komen. Op een aantal terreinen is dat ook van groot belang. Het zijn discussies die over de grenzen van de provincies heen wel degelijk gevoerd worden. Het is niet zo dat het niet goed is als wij er niet over gaan. Dat is een andere manier van naar de dingen kijken.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De realiteit is dat die verbindingszones door de provincies zijn geschrapt. Er is nog niets duidelijk over de vraag of ze daarop terug willen komen. Ik snap de staatssecretaris gewoon niet als zij op basis van die situatie zegt dat die verbindingen er komen. Er is helemaal geen reden om dat te denken.

Staatssecretaris Dijksma: Er is echter ook helemaal geen reden om dat niet te denken. Dat is precies het punt. We hebben net vastgesteld dat we toegaan naar een verdubbeling van het aantal te realiseren hectares. We hebben ook vastgesteld dat de provincies aan het eind van dit jaar met hun voorstellen over begrenzing zullen komen. Daaruit zal duidelijk worden of mevrouw Ouwehand gelijk heeft of dat ik gelijk heb. Als ik ongelijk heb of mevrouw Ouwehand het allemaal niet goed genoeg vindt, zal zij zich ongetwijfeld melden; zo ken ik haar ook.

De voorzitter: Er komt nog een VAO, misschien kan mevrouw Ouwehand zich daar melden.

Mevrouw Van Veldhoven (D66): Wat is de status van het voorstel? De staatssecretaris zegt dat de provincies met een voorstel komen. Dat klinkt voor mij als iets waarover nog te spreken valt en niet als iets waarvan je alleen kennis neemt. Daarom vraag ik naar de status van het voorstel waarmee de provincies komen. Daarmee is misschien ook de ongerustheid van mevrouw Ouwehand te ondervangen.

Staatssecretaris Dijksma: Ik pak er even een onderdeel van het pact bij: pagina 3, het tweede punt onder het kopje robuust Natuurnetwerk Nederland. "Belangrijke natuurlijke verbindingen tot stand brengen, die zorgen voor een veerkrachtig netwerk. Het gaat hier om natuurlijke verbindingen tussen natuurgebieden in Nederland, en natuurgebieden over de grens en de verbinding met de grote waters ystemen (grote rivieren, Zuidwestelijke Delta, Waddengebied en de Noordzeekustzone)". Dat hebben we afgesproken en ik wacht nu de voorstellen af.

De voorzitter: En dit is dan het toetsingsmateriaal, lijkt mij.

[...]


De voorzitter: Ik zal de toezeggingen even doornemen.
- De Kamer wordt voor eind 2013 geïnformeerd over de precieze afspraken met de provincies over de monitoring.
- De Kamer ontvangt voor de zomer van 2014 de evaluatie van de Natuurschoonwet. Daarnaast heeft de staatssecretaris ons opgeroepen de PAS op korte termijn in de Kamer te behandelen.
Er is een VAO aangevraagd door de heer Smaling. Hij zal dan ook als eerste spreker worden aangemeld.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Kan de staatssecretaris nog op schrift zetten hoe de som waarmee we tot 680.000 hectare komen in elkaar zit? Dat zou de Kamer helpen om de plannen goed te kunnen beoordelen.

Staatssecretaris Dijksma: Dat zit allemaal in stukken die de Kamer eerder al gekregen heeft.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Daar is wel onduidelijkheid over.

De voorzitter: Misschien moet u dat bij de begrotingsbehandeling aan de orde stellen.
Ik dank ieder voor zijn inbreng, het prettige debat en de aandacht. Ik sluit de vergadering.