Bijdrage Ouwehand Hoofd­lij­nen­debat Ener­gie­ak­koord


2 oktober 2013

Bekijk de bijdrage via debatgemist.nl

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik begin met een citaat van Heleen de Coninck van de Wiardi Beckman Stichting, welbekend bij de heer Vos denk ik: "Het energieakkoord van de Sociaal-Economische Raad (…) toont de hopeloosheid van de duurzaamheidsdiscussie in Nederland aan. Het akkoord had het bewijs moeten zijn dat polderen werkt, ook bij moeilijke beslissingen. Immers, als iedereen het eens is, is er draagvlak. Maar het resultaat laat vooral zien dat polderen bij moeilijke problemen alleen werkt als er consensus is over de noodzaak van verandering. Is die consensus er niet, dan wordt er gepolderd met tegenzin. Dat is nu ook zichtbaar: voor iedereen is het energieakkoord even slikken; niemand is er enthousiast over."

Polderen is een teken van gebrek aan politiek leiderschap, want politieke leiders zorgen ervoor dat ze weten welke belangen er gemoeid zijn met een bepaalde kwestie, maar bepalen ook de hiërarchie. Die zeggen, bijvoorbeeld zoals de Verenigde Naties, dat het behoud van een leefbare aarde, dus de zorg dat de aarde niet verder opwarmt dan 2°C, die al gevaarlijk is, een mensenrechtenbelang is. Dat weegt dus veel zwaarder dan welk belang van de fossiele-energiemensen ook. Natuurlijk kun je in gesprek gaan met de bedrijven die straks geraakt worden door de draconische maatregelen die nodig zijn om de klimaatverandering te stoppen, maar dan zeg je: wij gaan het wel doen en wij zoeken een oplossing voor de kortetermijnproblemen waar jullie mee te maken krijgen. Het zou goed nieuws zijn als het gewoon een naïeve gedachte was om dit aan de polder over te laten, maar het slechte nieuws is dat het een teken is van gebrek aan leiderschap en politieke moed om te doen wat nodig is voor het publieke belang.

Kun je aan een kalkoen vragen om zichzelf op het kerstmenu te zetten? Nee. Is het redelijk om aan fossiele-energiebedrijven te vragen om hun eigen belangen in te perken? Dat gaan ze niet doen. Is het redelijk om van de milieubeweging te vragen om voor het publieke belang waar ze voor staan, om onder grote en zware druk, toch te tekenen, omdat zij anders het verwijt krijgt niet bereid te zijn ergens over te praten? Nee, dat is niet fair.

Het akkoord ligt er nu en ik merk dat niemand echt enthousiast is. De Partij voor de Dieren is duidelijk: we wijzen het af. Ja, er wordt ingezet op energiebesparing. Dat is nodig, maar het is te weinig. En met de maatregelen die worden voorgesteld, wordt de ambitie van het akkoord zelf niet eens gehaald. Waar blijft de rest? Grootverbruikers van energie blijven buiten schot. Dat is niet anders dan in de slappe convenanten van de afgelopen jaren. Waarom is daar niets van geleerd? Energiebesparing in koopwoningen wordt niet genoemd. Hoezo niet? Ik ben geen groot fan van zuivel — dat is geen groot geheim — maar toch herinner ik mij een reclameslogan van een smeerkaasmerk met de simpele wijsheid "wat er niet aan komt, hoeft er ook niet af". Waarom zouden we die wijsheid niet toepassen op energie? Wat je niet opmaakt, hoef je ook niet op te wekken en niet te betalen. Best fijn voor burgers die hun lasten in deze tijden alleen maar zien stijgen. Een kleine subsidie op het isoleren van woningen kan al zoveel besparen. Dat weten de ministers toch ook. Over fiscale prikkels, hét instrument om duurzaam gedrag te faciliteren, staat niets in het akkoord.

Ik wil graag weten of het waar is dat ambtenaren fiscale maatregelen voor de broodnodige duurzame energie aan de onderhandelingstafel hebben tegengehouden omdat zij liever een eenvoudig belastingsysteem zien dan een systeem dat onze aarde daadwerkelijk leefbaar kan houden. De vervuiler wordt nog steeds betaald door de hardwerkende Nederlander. De echte kosten daarvan zijn voor komende generaties hardwerkende Nederlanders.

Dan kom ik bij de kolendeal. Of de sluiting van die vijf centrales nu wel of niet mag van de ACM maakt eigenlijk niet eens uit. Feit is dat dit akkoord het toelaat dat er in ons land bloedkolen uit Colombia verstookt mogen blijven worden en dat we complete Canadese bossen kappen als bijstook in die kolencentrales. Dat noemen we dan duurzaam. Feit is dat op dit moment nieuwe kolencentrales in aanbouw zijn die duurzame energie uit de markt duwen. Dit akkoord doet daar helemaal niets aan.

Het energieakkoord remt de innovatie door alles te willen voor de laagste prijs. Voor wind op zee zijn er technieken die het zeeleven minder verstoren, bijvoorbeeld door de palen niet te heien. Deze technieken worden uitgesloten door de harde eis dat de goedkoopste aanbieder wint. Het is een bizar gegeven dat de boringen naar schaliegas, waar deze minister duidelijk zijn zinnen op heeft gezet, niet worden uitgesloten in dit akkoord.

We zijn de ontkenningsfase van de klimaatverandering allang voorbij. Gelukkig is de minister van Economische Zaken daar inmiddels ook voorbij. Dit akkoord moet van tafel en de minister moet gewoon zijn werk gaan doen. Daarvoor is hij namelijk aangenomen.

Interrupties bij andere partijen:

De heer Leegte (VVD): (...) Nee, daar is de heer Leegte het zeker niet mee eens. Wij kunnen feitelijk constateren dat windmolens op subsidie draaien. Ik krijg veel lobbyisten op bezoek die zeggen dat het wel meevalt. Dan zeg ik: nou, laten wij dan morgen stoppen met subsidie. Zij zeggen dan allemaal: nee, nee, dat kan nog niet, dat is veel te vroeg. (...)

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik waardeer al mijn collega's in de Kamer zeer, maar ik vraag me steeds af wie ik de meest fascinerende woordvoerder vind als het gaat om onnavolgbaarheid. Ik moet zeggen: de heer Leegte is in een nauwe concurrentiestrijd met de heer Graus van de PVV. Mijn vraag gaat daar echter niet over. Ik zit nu bijna zeven jaar in de Kamer en het is me nog steeds niet duidelijk hoe de VVD aankijkt tegen subsidies. Ze straalt uit dat ze subsidies niets vindt, zeker niet voor windmolens. Maar hoe zit het dan met de SDE-plusregeling? Is de VVD daarvan een voorstander? Als je die steunt, zoals de VVD tot nu toe heeft gedaan, zou je dan ook niet consumenten willen helpen door ervoor te zorgen dat zij hun huizen kunnen isoleren en dus minder afhankelijk zijn van dat gas van Poetin, waarover de heer Leegte het had? Ik snap het niet. Hoe zit de VVD nu in die subsidies?

De heer Leegte (VVD): In de kern en ten principale zijn subsidies verkeerd, zeker als het exploitatiesubsidies zijn, zoals die in de energiewereld. Daarom heb ik gezegd dat het energieakkoord een eerste, belangrijke stap is. We moeten echter toe naar een marktsysteem, waarin een prijs tot stand komt voor het bufferen van elektriciteitscapaciteit. Dan krijg je daadwerkelijk een systeem dat op economische efficiency kan concurreren met fossiele energie. Dan krijg je een transitie, en dat willen wij. Mevrouw Ouwehand zal in haar tweede interruptie vragen: waarom dan toch een subsidie? Dat is op dit moment de manier om zo efficiënt mogelijk te voldoen aan de Europese doelstelling van 14%.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Maar dan vraag ik me toch af waarom de heer Leegte blijft praten over windmolens en zonnepanelen die een free ticket zouden hebben, en niet over de grootste hap, die uit de SDE-pot wordt genomen door mestvergisters. Heeft dat ermee te maken dat de VVD op het gebied van landbouw akritisch is als het gaat om de subsidies? Daar gaan heel wat miljarden van de belastingbetaler naartoe. Dat weet de VVD best.

De heer Leegte (VVD): Dankzij het prachtige amendement over de directe lijn wordt dat gas omgezet voor bijvoorbeeld Friesland Campina in Borculo. Dat was een mooi amendement. Het gaat echter om het volgende. De SDE-plus is zo ingericht dat de goedkoopste vorm van energie het eerst aan bod is. Het systeem is dus zo ingericht dat de efficiëntste energiebron het wint. Als je dus subsidies hebt, moet je het slim doen. De SDE-plus is een slimme subsidie.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik ben bang dat de heer Leegte nog steeds denkt dat varkens uit de lucht komen vallen en dat de mest die we vergisten, dus gratis energie is. Misschien moeten we elkaar nog eens spreken, maar de conclusie voor nu is dat de VVD ondanks de grote mond die ze altijd heeft over subsidies die een schande zijn, zeker als die voor schone energie zijn, zonder dat de belastingbetaler het goed meekrijgt, ontzettend veel naar de landbouw blijft sluizen. Het is jammer dat de heer Leegte niet durft toe te geven dat de VVD die belangen hoger acht dan het belang van de hardwerkende Nederlander.

De heer Leegte (VVD): Ik heb ooit gezegd dat varkens nooit opraken en dat het daarom geen duurzaamheidsissue is. Dat is natuurlijk ook waar. Daar moet je over nadenken. Waar is eveneens dat de agrarische sector in Nederland een belangrijke sector is. We verdienen er veel geld mee en het zijn innovatieve ondernemers. Daar zijn we trots op.

(...)

De heer Jan Vos (PvdA): Voorzitter. Vorige week nog riepen de Verenigde Naties de mensheid op om de opwarming van de aarde tegen te gaan. Het antwoord van Nederland lag al klaar. Het is een krachtig antwoord in de vorm van het energieakkoord dat wij vandaag op hoofdlijnen bespreken. De PvdA-fractie is dan ook zonder meer blij met dat energieakkoord. De komende tien jaar investeert ons land flink, zodat wij in ons land van 4% naar 14% duurzame energie zullen groeien. De ongekende miljardeninvesteringen die wij samen in groene energie zullen doen, leveren 15.000 nieuwe banen op. Die banen kan ons land op dit moment goed gebruiken. Het zijn banen voor een gezonde, groene toekomst.(...)

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dit is een hoofdlijnendebat, dus ik stel graag de hoofdvraag aan de PvdA. De woordvoerder begon zelf over de Verenigde Naties en de noodzaak om te strijden tegen klimaatverandering. Dan neem ik aan dat hij bedoelt dat wij moeten voorkomen dat de aarde meer dan twee graden opwarmt, want daarboven wordt het echt onbeheersbaar. Denkt de PvdA-fractie dat met dit akkoord dat doel wordt bereikt?

De heer Jan Vos (PvdA): Ik denk dat Europa in zijn geheel een belangrijke bijdrage levert met die 14% duurzame energie. Ik ben volstrekt niet tevreden met de wijze waarop het ETS op dit moment wordt ingevuld. Ik vind dat daar assertiever op kan worden opgetreden. Het ETS is het handelssysteem waarmee wij CO2-rechten onder bedrijven distribueren, dus de manier waarop wij de CO2-uitstoot bij bedrijven omlaag brengen. Ik ben groot voorstander van het omlaag brengen van het plafond en het uit de markt halen van emissierechten. Dat is een strijd die op dit moment in Europa wordt gestreden en waar ik op alle mogelijke manieren mijn steentje aan probeer bij te dragen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De heer Vos heeft het over "alle mogelijke manieren". Ik wijs erop dat hij deel uitmaakt van een regeringsfractie en dat hij dus het beleid bepaalt dat wij hier zelf kunnen voeren voor ons aandeel in die klimaatverandering. Ik neem aan dat de heer Vos goed heeft geluisterd naar dé klimaatwoordvoerder tot nu toe in de Kamer, de heer Samsom, voor wie ik destijds veel respect had. Dan weet hij dat deze doelstellingen onvoldoende zijn. Zegt de PvdA hier: wij komen bij de begrotingsbehandelingen met aanvullende voorstellen om in elk geval ons aandeel in de opwarming van de aarde teniet te doen? Of laat de heer Vos het bij: ik ga kijken wat wij in Europa met elkaar kunnen afspreken en heus, ik stel wel eens een keer een kritische vraag aan het kabinet?

De voorzitter: Een korte reactie, mijnheer Vos.

De heer Jan Vos (PvdA): Voorzitter, dit is wel cruciaal. Dit akkoord is ondertekend door een groot aantal partijen, van Greenpeace tot en met de kolenboeren. Iedereen vindt het een mooi akkoord. Wij investeren als land 3 miljard per jaar. Dit is de enige plek waar dit kabinet echt nog significant geld uitgeeft om duurzame energie te realiseren. Ik laat mij dus niet vertellen dat wij niet genoeg doen, temeer niet daar heel erg duidelijk is geworden dat iedereen het erover eens is, 95% van de zeshonderdzoveel wetenschappers, dat de aarde opwarmt, maar dat het tempo en de mate waarin echt heel erg moeilijk zijn in te schatten. Niemand weet of wij nu genoeg doen. Zou ik meer willen doen? Ja, altijd. Kan dat op dit moment? Nee, ik denk dat dit echt het maximaal haalbare is en met mij 40 organisaties, van Greenpeace tot Tata Steel.

De voorzitter: Tot slot, mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik ben nog wel benieuwd — ik ben bang dat de heer Vos geen antwoord gaat geven op deze vraag, net als hij geen antwoord geeft op mijn vraag of hij denkt dat dit akkoord voldoende is voor die tweegradendoelstelling — wat er is veranderd. Dé klimaatwoordvoerder in deze Kamer wist dat met Moeder Aarde niet te onderhandelen valt. Dat is een keiharde tante. Die zegt: "Draagvlak? Wijzen naar draagvlak? Hier heb je je draagvlak!" Zeespiegelstijging met 7 meter. Wat is er veranderd? Kunnen wij ineens wel voorzichtiger zijn met onze ambities? Denken wij dat het wel los zal lopen met die klimaatverandering?

De heer Jan Vos (PvdA): In dit rapport is geen sprake van 7 meter, maar van 60 tot 80 centimeter. Dat is een heel andere orde van grootte. Dat is voor een land als Nederland nog steeds veel te veel. En het zal mevrouw Ouwehand niet verrassen; de klimaatwoordvoerder van de Partij van de Arbeid die hier in het verleden stond, is op geen enkele manier een andere mening toegedaan dan de klimaatwoordvoerder die hier op dit moment staat. Dat heb ik al vaker betoogd. Ik ben er bijzonder trots op dat die klimaatwoordvoerder in dit regeerakkoord voor elkaar heeft gebokst dat wij als land 3 miljard euro per jaar investeren in duurzame energie, dat wij een vertwintigvoudiging zullen zien van het aantal windmolens op zee en een verdrievoudiging van het aantal windmolens op land, en dat wij heel veel geld zullen investeren in aardwarmte. Dat zijn duurzame energiebronnen waar de fractie van de Partij voor de Dieren en mijn fractie blij mee zijn.

(...)

Beantwoording door het kabinet

Minister Kamp: Mevrouw de voorzitter. Graag voer ik dit hoofdlijnendebat met de Kamer. Wij hoeven niet wat betreft alle details tot conclusies te komen. Het is immers een hoofdlijnendebat. Dit alles zal dus door ons worden uitgewerkt. Bij die uitwerking komen alle details opnieuw in de Kamer aan de orde in de vorm van beleidsbrieven die wij naar de Kamer sturen of in de vorm van wettelijke maatregelen. Dat komt hier dus allemaal opnieuw terug. (...) De volgende overweging is dat er een reëel klimaatprobleem is in de wereld. Mevrouw Ouwehand zie daar iets over. Er is een reëel klimaatprobleem, een reële dreiging van een stijgende zeespiegel, met grote effecten. Daarom zijn er mondiaal en op Europees niveau afspraken gemaakt. Die zijn vertaald. Dat ligt in de wet en in het regeerakkoord vast en is verder uitgewerkt in het energieakkoord. Het verschil is dat het energieakkoord meer inzet op innovatie. Daarvoor wordt in het energieakkoord meer tijd genomen, waardoor kosten kunnen worden gedrukt. Het heeft ook een heel breed draagvlak voor een breed pakket van afspraken gecreëerd. Als gevolg daarvan kun je met het energieakkoord tot minder hoge lasten komen in vergelijking met wat ik net heb beschreven. Dat is de winst van het energieakkoord. (...)

Mevrouw Ouwehand heeft aangegeven dat polderen volgens haar een ander woord is voor gebrek aan politiek leiderschap. Dat is een wonderlijke stelling van mevrouw Ouwehand. Ik vraag mij dan ook af of zij dat wel echt zo ziet. Polderen is in mijn ogen een uiting van het inzicht dat wat de politiek besluit, draagvlak nodig heeft. De mensen die in de praktijk worden geconfronteerd met de besluiten die de politiek neemt, moeten die besluiten uitvoeren en daarvoor is het belangrijk dat je ze enthousiast krijgt voor je maatregelen en dat ze instemmen met de inhoud van die maatregelen. Alleen zo wordt de uitvoering van die maatregelen een succes. Het is prachtig om in de Kamer allerlei zaken te besluiten, maar het is nog mooier als die snel en goed worden uitgevoerd. Daaraan werken is polderen. Ik zie dat niet als een gebrek aan leiderschap, maar juist als iets wat noodzakelijk is om een goede politieke leider te kunnen zijn.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dat vind ik een beetje jammer, want volgens onderzoek van Trouw schreeuwt het volk om een politiek leider, en wij zien hem maar niet. Ik dacht: misschien dan minister Henk Kamp. Maar hij wil blijkbaar ook niet. In mijn bijdrage heb ik gezegd dat het natuurlijk wel om een hiërarchie in de belangen gaat. Het grote bezwaar tegen polderafspraken zoals deze is dat wij daarbij met zijn allen doen alsof het belang van de grote energieverbruikers net zo zwaar mag wegen als het belang waarvoor de milieubeweging staat, de milieubeweging overigens die daar aan tafel zit met gecollecteerde euro's die bezorgde burgers haar hebben gegeven zodat zij kan opkomen voor het algemeen belang. Vindt de minister zelf niet ook dat de wijze waarop de belangen aan tafel zijn vertegenwoordigd, wat scheef is? Zou hij daarin niet een veel steviger rol moeten spelen door te zeggen: alles goed en wel, wij nemen de belangen van de grote energieverbruikers ook serieus, maar het overstijgende belang is een gezonde aarde en het binnen de perken houden van de klimaatverandering?

Minister Kamp: De VVD had in haar verkiezingsprogramma staan dat er in 2020 14% duurzame energie moest worden gerealiseerd, uitgaande van de redenering die ik eerder heb gegeven over de onderlinge afhankelijkheid van klimaat en duurzame energie. D66 had in het verkiezingsprogramma 16% staan. De Partij van de Arbeid had 18% in haar verkiezingsprogramma staan. Uiteindelijk is er een regeerakkoord gekomen waarin staat: in het jaar 2020 moet 16% duurzame energie worden gerealiseerd, een verviervoudiging van de situatie op dit moment. Daarmee zijn wij naar het veld gegaan en nu hebben wij iedereen en alles wat er in het veld bij betrokken is, erop verenigd dat wij de 16%-doelstelling gaan realiseren, maar niet in het jaar 2020 maar in het jaar 2023. Gelijktijdig hebben wij gerealiseerd dat er een extra energiebesparing komt die gelijk is aan het totale gas- en elektriciteitsverbruik van 1,5 miljoen huishoudens. Tegelijkertijd hebben wij gerealiseerd dat er 15.000 banen komen, en gelijktijdig hebben wij gerealiseerd dat er, vergeleken met het regeerakkoord, ook nog een zeer aanmerkelijke lastenbesparing kan optreden. Dat geheel wordt aan de Kamer voorgelegd, en dan zegt mevrouw Ouwehand: ik ben tegen. De logica daarvan is mij niet gebleken uit haar betoog.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dat vind ik nou jammer. Ik ben niet de eerste om te zeggen: een VVD'er for president, echt niet hoor. Maar ik heb gezien dat deze minister zich serieus heeft verdiept in het klimaatprobleem. Hij weet dus hoe groot de urgentie is om nu maatregelen te treffen. Dan zou ik toch aan deze minister willen vragen: wie is hier nu de baas? Zijn dat de regimespelers, die daar aan tafel de milieubeweging even kunnen overrompelen, of de minister die zegt: ik overzie alle belangen maar ik weet wel welk belang bovenaan moet staan, en daar ga ik voor? Een minister die daarbij zegt: en trouwens, ik heb me er nog in verdiept ook, dus ik kan ook heel goed uitleggen waarom het nodig is dat wij nu verdergaan dan wat wij in onze partijprogramma's hebben opgeschreven? Toen die partijprogramma's werden gemaakt had de minister zich nog niet verdiept, dat weet ik wel.

Minister Kamp: Mevrouw Ouwehand vraagt wie de baas is en ze zegt: wij moeten nog verdergaan dan in de partijprogramma's staat. Je kunt natuurlijk van alles in partijprogramma's opschrijven, maar daarna heb je verkiezingen en een kabinetsformatie. Dat komt er een regeerakkoord en dat moet vervolgens worden uitgevoerd. Voor die uitvoering zoek je een breed draagvlak en krijg je een breed draagvlak. Als mevrouw Ouwehand mij vraagt wie uiteindelijk de baas is, zeg ik: in dit land is het parlement de baas. Het parlement laat een kabinet het werk doen, en het parlement beoordeelt of het dat kan steunen en of het daarvoor verantwoordelijkheid wil nemen. Wat dit kabinet heeft gedaan, is een breed draagvlak zoeken voor de gemaakte politieke afspraken. Dat is ons gelukt. Ik heb zonet aangegeven wat er uiteindelijk naar voren komt als resultaat van die afspraken. Mevrouw Ouwehand is in mij teleurgesteld, en dat accepteer ik, want zij is mijn controleur, maar ik ben teleurgesteld in het feit dat zij het niet kan opbrengen om de dingen te steunen die wij bereikt hebben, die politiek afgesproken zijn en waarvoor wij een zeer breed, een unaniem draagvlak in de samenleving hebben gevonden. Mevrouw Ouwehand had ook kunnen zeggen: dit vinden wij een heel mooie stap, daar geven wij in ieder geval steun aan, maar wij vinden dat er ook nog meer moet gebeuren. Dat had ik goed kunnen begrijpen. Maar dat zij dit akkoord afwijst, vind ik, met respect voor een lid van de mij controlerende macht, te kort door de bocht.

De voorzitter: Mevrouw Ouwehand, uw tweede interruptie.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik zou willen dat het anders was. Ik zou willen dat wij meer tijd hadden, dat we het rustig aan konden doen en dat we konden polderen. Ik zou willen dat we die uitkomsten netjes zouden overnemen en tegen elkaar konden zeggen: fijn hè, we hebben draagvlak en wat doen we het goed. De realiteit is dat we het ons niet kunnen veroorloven te wachten met de radicale oplossingen die nodig zijn. Ja, dat wordt moeilijk. Ja, dat is ingewikkeld. Als er één minister is die de geschiedenis in had kunnen gaan en die zelfs een beetje rechtse Kamermeerderheid had kunnen overtuigen van de noodzaak daarvan, is het minister Kamp. Ik vind het echt heel jammer dat hij die kans laat liggen.

Minister Kamp: Ik vind dat ik dat niet naar mij toe mag trekken. De doelstelling die ik met overtuiging uitvoer, is door VVD en PvdA in het regeerakkoord vastgelegd. Die doelstelling is zeer ambitieus — dat wordt ons door iedereen gezegd — maar wij houden haar toch vast. We hebben haar moeten verschuiven van 2020 naar 2023, maar het effect daarvan is dat het goedkoper wordt en dat wij een ongekend breed draagvlak daarvoor hebben gevonden. De lijn die in het regeerakkoord door de fracties van de VVD en de PvdA is ingezet, die hier in het parlement brede steun krijgt, ondanks de opvatting van mevrouw Ouwehand, en die ook nu zeer brede steun in de samenleving krijgt, is een goede lijn en ik draag hem met overtuiging uit.

Tweede Termijn

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Er loopt een rechtszaak tegen de Staat vanwege het gebrek aan maatregelen om de klimaatverandering te stoppen. Het lijkt mij goed als we daarover ook in dit huis een uitspraak doen.

Motie Ouwehand: Ontwikkel zelf ambitieus beleid voor een transitie voor duurzame energie

De heer Paulus Jansen (SP):
Ik wil graag enige duiding hebben van deze motie. Moet ik deze motie zien als een afwijzing van het SER-energieakkoord? Ook de SP-fractie vindt dat de ambitie van de regering verder moet gaan dan het SER-energieakkoord, maar dat het een goede basis is voor de vergroening. Is dat de duiding die ik aan de motie moet geven? Of is de motie feitelijk een afwijzing van het SER-energieakkoord?

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Er staan in het akkoord een aantal dingen die de regering zou kunnen gebruiken, maar het gaat niet ver genoeg. Daarom zeg ik dat de bal bij de regering ligt en dat er lessen moeten worden getrokken uit de gesprekken die in het kader van dat overleg zijn gevoerd, maar dat de regering ervoor moet zorgen dat er een zodanig beleid komt dat we wel weten dat de transitie kan worden gerealiseerd en dat de reductie van de uitstoot van broeikasgassen, waartoe wij ons hebben verplicht, gerealiseerd kan worden. Zolang dat niet gebeurt, is dat akkoord echt minimaal.

Ik heb nog één motie. Een van de dingen die de transitie lelijk in de weg kan zitten, is het boren naar schaliegas. De minister probeert uit te stralen dat hij daar voorlopig niet op inzet. Als dat zo is, zou hij de opsporingsvergunningen moeten intrekken. Daarover heb ik een motie.

Motie Ouwehand: trek de opsporingsvergunningen voor schaliegasboringen in

Beantwoording door het kabinet

Minister Kamp: (...)
Ik kom op de motie van mevrouw Ouwehand op stuk nr. 214. Daarin staat dat wij geen genoegen moeten nemen met het SER-energieakkoord. Ik ontraad die motie.

In de motie op stuk nr. 215 vraagt mevrouw Ouwehand om de opsporingsvergunningen voor schaliegasboringen in te trekken. Die motie ontraad ik ook. Ik ben van plan om de komende periode van ongeveer anderhalf jaar, in ieder geval tot eind van het volgende jaar, waarin ik een landelijke afweging wil maken van locaties waar eventueel proefboringen zouden kunnen plaatsvinden, te gebruiken om ook te kijken naar de techniek van het fracken. Ik wil ook de mogelijkheden bezien om een gebied dat in aanmerking komt voor eventuele proefboringen, een perspectief te bieden van een combinatie van economische activiteiten, die het voor zo'n gebied aantrekkelijk maken om daaraan mee te werken. Al die dingen ga ik uitwerken. Ik ben absoluut niet van plan om in de tussenperiode proefboringen te laten plaatsvinden. Wat mij betreft is het allemaal bevroren. Ik ben ervan overtuigd dat degenen die al zo'n vergunning hebben, er absoluut geen belang bij hebben om dat door te zetten. Volgens de procedure die er nu ligt, en volgens de uitspraken van de gemeenten leidt dat tot een afwijzing. Daar kopen zij niets voor. Zij hebben er meer belang bij om te bekijken hoe het proces zich nu verder ontwikkelt. De komende anderhalf jaar gaan wij op drie punten onderzoeken doen en dingen nader uitwerken. Ik denk dat hier een probleem opgelost wordt dat zich niet voordoet. Laten wij wachten tot eind volgend jaar en laten wij dan kijken wat er ligt en wat wij daarvan vinden. Om die reden ontraad ik deze motie.