Bijdrage Ouwehand AO CITES


9 maart 2010

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Anders dan de CDA-fractie zijn wij nog wel redelijk te spreken over de CITES-afspraken, maar stippen wij aan dat de illegale handel en de fraudegevoeligheid van het hele systeem de glorie ervan afhalen.
De minister doet nogal bagatelliserend over de illegale handel. Zij zegt steeds dat niet kan worden aangetoond welke oorzaken dat heeft. Het lijkt allemaal wel mee te vallen, enz. Wij hebben rapporten gezien van het International Fund for Animal Welfare (IFAW) die duidelijk een andere kant op wijzen. Wij hebben de heer Craemer horen zeggen dat er honderd opsporingsambtenaren bij moeten. De commissie-Mans heeft gezegd dat er bij de nationale recherche meer expertise en prioriteit moeten komen voor internationale milieucriminaliteit.
Wat heeft de minister daar inmiddels mee gedaan? De illegale handel is ernstig en moet dringend worden aangepakt. Ik zou graag meer actie van de minister op dit punt zien. Ik verwijs naar mijn motie inzake de fraudegevoeligheid van het systeem. De minister heeft daar uitvoering aan gegeven door te zeggen dat elektronische vergunningen worden toegestaan voor simpele aanvragen, waardoor meer tijd ontstaat voor complexe zaken. Dat zou kunnen, maar zijn daar al meetbare resultaten van te melden? De minister mag niet
achterover leunen. Wij zouden ons een hoop gedoe kunnen besparen als wij gaan werken met een korte positieflijst, zodat iedereen weet dat kaaimannen, reuzenschildpadden en papegaaien niet verhandeld mogen worden. Denk eens aan de enorme besparingen die wij daar zouden kunnen realiseren. Ik verwijs ook naar de aangenomen motie om de import van uitheemse dieren aan te pakken. Het gaat dan niet alleen over bedreigde CITES-dieren, maar ook over exotische dieren in het algemeen. Ik vind dat de minister veel te veel treuzelt. Wat de voorliggende handhavingsresolutie betreft zou ik graag zien dat de minister het voorstel steunt om het aanbieden van illegale CITES-dieren op internet als een overtreding aan te merken. Graag een toezegging op dit punt.

Ik ben op het punt van ivoor niet gerustgesteld door de brief van de minister. Zij zegt dat het voorstel om de olifanten te downlisten het best kan worden ingetrokken. Ik wil van de minister horen dat zij het niet eens is met het voorstel en dat zij niet zal omgaan in de onderhandelingen daarover. Het voorstel van Kenia en Mali om het moratorium op te rekken naar twintig jaar moet zij steunen. Ik verwijs de minister naar de waarschuwing die wij twee jaar geleden hebben gedaan toen zij het voorstel steunde om eenmalig de legale verkoop te accorderen. Wij hebben gezien dat de illegale handel is toegenomen. De minister zegt dat het causale verband niet kan worden gelegd. Vanuit het voorzorgsprincipe kun je niet anders dan constateren dat dat niet zo'n heel handige actie is geweest. Het zou de minister sieren als zij dat ruiterlijk zou toegeven.

Ik ben blij met de voorstellen die er liggen voor de haaien. Wij wijzen de minister op de overgangstermijn van achttien maanden en vragen haar om voor die tijd in te zetten op het opzetten van een identificatie- en handhavingssysteem, zodat de mensen die moeten gaan controleren welke vinnen wel en niet illegaal zijn, daarmee uit de voeten kunnen. De minister steunt het voorstel om de blauwvintonijn op Appendix I te plaatsen. Wij zijn daar zeer gelukkig mee, maar wij maken ons wel zorgen over de voorstellen die Frankrijk heeft
gedaan. Frankrijk wil voor de eigen, ambachtelijke of lokale markt uitzonderingen. Ik druk de minister op het hart dat zij daarmee niet akkoord kan gaan. Dat zou in strijd zijn met de aangenomen motie dat de Europese wateren gesloten moeten worden voor vangst van blauwvintonijn. Ik hoor graag een toezegging op dit punt. Anders zullen wij moties moeten indienen.

De minister heeft over een aantal onderwerpen niets geschreven. Er ligt een voorstel voor
koraal. Wij willen dat de minister dat steunt. De minister is niet ingegaan op het schrappen van de beslissing ten aanzien van walvissen. Dat voorstel moet zij niet steunen. De walvissen moet op Appendix I van CITES blijven
staan. Wat de ijsberen betreft is de redenering van de minister niet in orde. Er zijn binnen het
CITES-verdrag wel degelijk mogelijkheden om een dier op basis van veranderende
leefomstandigheden en habitatverlies CITES-bescherming toe te kennen. Wij willen graag
dat de minister dat steunt.

(...)

De heer Graus (PVV):
(...) De minister luistert wel naar een paar honderd ambtenaren, maar niet naar mij, terwijl ik altijd gelijk heb. Zij moet dus wat meer naar mij gaan luisteren; ik voorspel iedere keer wat er gaat gebeuren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Misschien moet de heer Graus solliciteren bij het ministerie
van LNV.

(...)


Minister Verburg:
(...) Mevrouw Ouwehand vraagt mij de walvis op Appendix I te handhaven. Dat doen wij. Zij vraagt ook of wij het voorliggende voorstel over koraal willen steunen. Dat is onze inzet. Mevrouw Ouwehand vraagt ons tevens om het moratorium op ivoor te verlengen. Zij stelt dat de illegale handel is toegenomen, maar die stelling kan ik niet toetsen. Die is voor mij dus niet bewezen. Wij verlengen het moratorium nu echter niet. Het staat ieder land vrij om voorstellen in te dienen, maar dat kan ook nog over drie jaar, want het moratorium loopt nog.
Het lijkt mij goed de huidige afspraken zorgvuldig te handhaven en over drie jaar verder te
kijken.

Mevrouw Ouwehand heeft ook een vraag over de positieflijst gesteld. Zij vraagt eigenlijk naar de bekende weg. De positieflijst is afgesproken in het kader van het debat over de Wet dieren. Daar wordt hard aan gewerkt. Ik hoop dat de Eerste Kamer in haar wijsheid besluit om de Wet dieren zo spoedig mogelijk te behandelen. Hoe eerder de wet is behandeld, hoe eerder er een positieflijst is.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dat is niet waar. De minister kan die positieflijst onder de huidige wetgeving invoeren. Dat had zij al moeten doen.

Minister Verburg:
Wij gaan nu de debatten overdoen. Mevrouw Ouwehand is meestal een
fair lid van het parlement. Ik vind dat zij nu ook fair moet zijn. Wij hebben hierover een
afspraak gemaakt in het kader van de Wet dieren. Ik ken de wens van mevrouw Ouwehand,
maar ik voel niets voor rommelwetgeving. Het is heel ingewikkeld om tot zo'n lijst te komen,
maar wij gaan dat wel doen. Eerst moet echter de Wet dieren worden behandeld en
aangenomen in de senaat.

(...)


Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Over de ijsberen is al voldoende gezegd. Ik sluit mij aan bij de opmerkingen daarover. Ik ben niet gerustgesteld door wat de minister heeft gezegd over de olifanten. Zij stelt dat zij geen meter zal bewegen als het gaat om het moratorium, maar zij heeft niets gezegd over de voorstellen om de olifanten te downlisten.
Wat ons betreft gaat de minister alleen maar met een hard nee tegen het downlisten op pad. Als zij dat vandaag niet toezegt of niet wil toezeggen, dan dienen wij daar een motie over in. De minister kan zich niet voorstellen dat het moratorium op de komende CoP wordt opgeheven, maar dat mandaat heeft zij ook niet. Al zou het rapport in de tussentijd toch nog verschijnen, al zouden zich nog allerlei ontwikkelingen voordoen, het moratorium op de
handel in ivoor wordt wat ons betreft niet opgeheven. Graag een toezegging op dat punt. Ik ben blij met de toezegging van de minister dat zij het voorstel om Besluit 14.81 over de walvis te schrappen, niet steunt. Ik dank haar ook voor de toezegging over het koraal. Ik ben niet tevreden met het antwoord van de minister over de internethandel. Ik zou graag zien dat de minister de voorstellen steunt om die als strafbaar aan te merken. Ik verzoek de minister ook in te gaan op de vragen over de nationale recherche die ik in eerste termijn heb gesteld.
Hoe staat het met de capaciteit op dat punt?

Minister Verburg: Kunt u dat preciseren?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
De commissie-Mans heeft geadviseerd om de nationale recherche meer prioriteit en meer capaciteit te geven, vooral vanwege de milieucriminaliteit. Ik ben benieuwd naar de stand van zaken, ook omdat het kabinet destijds heeft doen voorkomen het signaal van het Functioneel Parket dat er 100 mensen bij moeten serieus te
nemen. Dan de positieflijst. Ik ken dat trucje van CDA-bewindspersonen inmiddels wel: in de richting
van de Kamer dreigen dat ze wetten moet aannemen, omdat er anders niets gebeurt. De heer Balkenende deed dat toen het ging over de Crisis- en herstelwet. Deze minister doet hetzelfde met de Wet dieren. Zij blijft jokken met haar stelling dat de positieflijst niet kan worden ingevoerd als de Wet dieren nog niet is aangenomen. Dat is niet waar. Het zou de minister sieren als zij daarmee ophoudt.

Mevrouw Snijder-Hazelhoff (VVD):
Voorzitter. De VVD is het niet zo vaak eens met de PvdD, maar wat mevrouw Ouwehand zojuist zei over ivoor delen wij volledig. De minister kan zich niet voorstellen dat het moratorium sneuvelt, maar voor ons is dat zelfs een voorwaarde voor de inzet bij de debatten op de conferentie.(...)

(...)

Minister Verburg:
(...) Mevrouw Ouwehand heeft gevraagd naar de nationale recherche. De commissie-Mans heeft advies uitgebracht, maar dat betreft werk in uitvoering. Ik weet niet hoe het daarmee staat in de Kamer qua besluitvorming, maar het kabinet heeft al besloten dat er regionale uitvoeringsdiensten worden ingevoerd. Daar ziet het advies van de commissie-Mans ook op. Op die manier kan er op regionaal niveau slagvaardiger worden opgetreden. De totale nationale inzet wordt in de voorstellen niet vergroot, maar een en ander is in ontwikkeling.
Mevrouw Ouwehand moet wel goed kijken naar wat de commissie-Mans onder milieu verstaat. Ik geloof niet dat wij het zo kunnen verengen als mevrouw Ouwehand doet. De heer Ormel pleit ervoor in Europees verband nog eens te kijken naar de AI-maatregelen, maar dat gebeurt pas als er iets nieuws is. Ik heb het al eerder gedaan, maar ik heb toen moeten vaststellen dat er in Europa geen breed draagvlak is. Ik moet echt een nieuw feit
hebben wil ik het nogmaals op de agenda kunnen zetten in Europa. Als de heer Ormel mij dat nieuwe feit kan leveren, dan overweeg ik dat graag, maar het heeft niet zoveel zin ieder jaar hetzelfde verzoek te doen zonder dat de omstandigheden veranderd zijn. Ik sta echter altijd open voor nieuwe mogelijkheden en nieuwe argumenten.

(...)

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dit is een ordepunt, vanwege de nieuwe regeling voor VAO's. Ik wil ook moties indienen, dus ik vraag u, voorzitter, wat de nieuwe procedure inhoudt.

Minister Verburg:
Zeker, voorzitter. Ik heb een algemene opmerking gemaakt. Ik heb Nederland getypeerd als een actieve partner in CITES-verband. Dat blijkt uit de inzet van het kabinet, uit de grote inzet van de Kamer, maar ook uit de betrokkenheid van veel ngo's en de reacties van veel burgers. Ik hecht daaraan, maar als je een gezaghebbende positie hebt, dan moet je ook gezaghebbend opereren. Ik heb in algemene zin de spelregels uitgelegd die wij in CITES-verband hanteren. Ik heb vervolgens in algemene zin gewaarschuwd voor symboolpolitiek. Ik blijf daarvoor waarschuwen, omdat ik het jammer zou vinden als wij de positie die wij hebben, hoe goedbedoeld ook, op die manier in het geding zouden brengen. Het spijt mij, maar ik houd mijn opmerkingen ter zake overeind,
omdat ik vind dat wij zorgvuldig moeten omgaan met onze positie in CITES-verband.

De voorzitter: Ik constateer dat de leden behoefte hebben aan een voortzetting van het
debat in de plenaire zaal. De procedure die vanaf 1 maart geldt, is bekend. Een en ander
loopt via de voorzitter van het overleg, in casu de persoon die nu spreekt. Ik zal ervoor
zorgen dat het VAO wordt opengesteld voor inschrijving. Daar gaat de Kamer verder zelf
over. Zo werkt dat nu.