Bijdrage Ouwehand AO Biotech en Kwekers­recht 9 sept 2015


9 september 2015

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. De soortenrijkdom op onze planeet is van ons allemaal en van niemand in het bijzonder, en zeker niet van Monsanto. Ik ben blij dat de Kamer en de staatssecretaris het op dit punt eens zijn. De exercitie die wij doen met zijn allen is voortdurend gericht op de vraag hoe wij ervoor kunnen zorgen dat het kwekersrecht geen patenten oplevert op planteigenschappen, omdat dat cruciaal is voor de wereldvoedselvoorziening, voor innovatie, voor de beschikbaarheid van voedseldiversiteit en voor biodiversiteit. Daar zijn wij het over eens en wij proberen met elkaar te zoeken naar wat nu de beste manier is. Dank aan de staatssecretaris voor haar actieplan. Het is goed dat zij dit samen met Frankrijk en Duitsland verder wil gaan uitwerken. Wat ons betreft hoeft de staatssecretaris -- dat heeft zij ook in de notitie kunnen lezen -- niet te wachten op de onderzoeken die nog lopen. Het Nederlands voorzitterschap van de EU komt er snel aan. Dat is een mooie kans. Ik kijk ook even naar de collega's. Moeten wij niet ook in actie komen om met Duitse en Franse parlementariërs over dit onderwerp te praten, zodat wij aan twee kanten inzet tonen: de staatssecretaris op regeringsniveau en wij op parlementsniveau? Er is haast met het onderwerp, want -- collega's hebben het al aangehaald -- een recente uitspraak van het Europees Octrooi Bureau maakt dat het octrooieren van planteigenschappen in versneld tempo doorgaat, terwijl wij dat dus niet willen. De actiegroep No Patents On Seeds roept regeringen op om in de Administrative Council van het Europees Octrooi Bureau actie te ondernemen. Heeft Nederland zoiets al gedaan?

Er is nog een grote bedreiging voor al onze inspanningen, namelijk TTIP. In dat vrijhandelsverdrag tussen de Verenigde Staten en de Europese Unie zal komen te staan dat misschien, als wij geluk hebben, bestaande Europese regels op het gebied van milieu, dierenwelzijn en voedselzekerheid weliswaar niet afgezwakt gaan worden, maar ook dat zij niet aangescherpt worden. Anders zouden Amerikaanse bedrijven daar last van hebben, omdat het niet voorzienbaar was. Ik heb een motie ingediend waarin ik heb gezegd dat TTIP bijvoorbeeld -- er zijn meer punten -- het kwekersrecht niet in gevaar mag brengen. In haar laatste brief schrijft de staatssecretaris daarover: dat ben ik helemaal met u eens, dus ik ontraad die motie. Ik snap dat niet zo goed. Het onderhandelingsmandaat op landbouw is niet openbaar. Wij kennen de Amerikanen goed genoeg om te weten dat intellectueel eigendom en dus het octrooieren van plantenrassen nogal belangrijk is voor hen. Het lijkt mij echt van belang dat wij onze positie daarop duidelijk vastleggen. Ik zou dus zeggen dat een Kameruitspraak op dit punt juist een steuntje in de rug is van de regering en haar onderhandelingspositie versterkt. Graag dus een nieuw oordeel van de staatssecretaris over die motie. Het zou een Kameruitspraak zijn die haar zou kunnen helpen, lijkt mij.

Ik kom op de teelt van genetisch gemanipuleerde gewassen hier in Nederland. De Partij voor de Dieren is daartegen. Er zijn partijen die het niet willen horen -- ik kijk heel eventjes naar de VVD -- maar gentech is niet nodig om 9 miljard mensen in de wereld te voeden. Het is een techniek die risico's met zich meebrengt. Waarom zouden wij die risico's met de ecosystemen willen lopen als dat niet hoeft? Wat er wel moet, is minder vlees eten met zijn allen. Dat is een nogal pijnlijke boodschap voor veel mensen. Als wij echter die route inzetten dan hoeven wij niet terug te vallen op technieken die gouden bergen beloven, maar ons op de lange termijn misschien wel achter de oren doen krabben van de spijt die wij hebben. Dan kunnen wij niet meer terug.

Het grote bezwaar is dat de stukken die voorliggen juridisch onhoudbaar lijken te zijn. De Partij door de Dieren vindt dat het geen schijnbeweging mag zijn, dat niet de schijn mag worden gewekt dat wij de teelt van genetisch gemanipuleerde gewassen kunnen weren in Nederland als wij dat zelf zouden willen besluiten en dat vervolgens blijkt dat daar toch geen grond voor is. Dat lijkt voortdurend het geval te zijn. Ik vraag de staatssecretarissen welke argumenten en gronden een reden kunnen zijn voor een nationale ban. Bijvoorbeeld om de teelt van herbicideresistente gewassen te verbieden, kan ik me voorstellen dat je een beroep doet op de Kaderrichtlijn Water. Die schrijft immers voor dat wij onze waterkwaliteit moeten verbeteren, dus minder landbouwgif moeten gebruiken. Strijdig daarmee is dat je planten teelt die het gebruik van landbouwgif als hun bestaansrecht hebben. Ik heb een aangehouden motie op dit punt, die ik graag in stemming zou laten brengen. Ik vind namelijk dat het afwegingskader zelf erg lang op zich laat wachten. Graag een reactie. Ik ben ook wel benieuwd welke partijen eigenlijk wel en niet betrokken worden bij de consultaties op dit onderwerp.

Mijn laatste punt is een ingewikkeld gevalletje. Het genetisch manipuleren van dieren is onethisch. In het beleid geldt een "nee, tenzij"-principe. Daarnaast hebben wij vastgelegd dat genetisch knutselen aan dieren gewoon niet mag, nooit, voor sport of vermaak. Nu was er een paar jaar geleden een tentoonstelling in het Gemeentemuseum in Den Haag. Dat was van plan om een impuls te geven aan het maatschappelijk debat over biotechnologie. Ja, zo lust ik er nog wel een paar. Wat deed het daarvoor? Bacteriën en algen genetisch manipuleren. Die bacteriën werden vervolgens ingespoten in doorzichtige zebravisjes. Er was een hoop gedoe over de vraag hoe het daar nu een vergunning voor kon krijgen. Onder de Wet dieren ging het niet. Het moest onder de Wet milieubeheer, maar die wet kent geen ethische toetsing. De staatssecretaris weet ervan en heeft om advies gevraagd. Het lijkt de Partij voor de Dieren het beste om gewoon aan de Wet dieren, waarin is opgenomen dat biotechnologie, dus geknutsel aan dieren, niet is toegestaan voor vermaak en sport, toe te voegen dat dit ook niet is toegestaan voor tentoonstellingen. Waarom zouden wij een enorm administratief circus met toetsingen gaan optuigen als dat niet hoeft, als wij dat makkelijk in de wet kunnen regelen? Graag een reactie op dat punt.

Interrupties bij andere partijen:

Mevrouw Dikkers (PvdA): (...) Wij zijn benieuwd naar de plannen inzake de markttoegang voor de ggo's. De lobby van verschillende belangengroepen spoedde zich laatst al naar de Kamer -- dat was voor de zomer -- om te vertellen dat de haven van Rotterdam een enorme klap zou krijgen als wij geen vervoer van ggo-mais over Nederlandse bodem zouden toestaan. Dat snap ik heel goed en ik ben daar zoekende in, zeg ik maar eerlijk. Ik weet niet precies wat nu mogelijk is en wat de effecten zijn op lange termijn als wij inderdaad zouden willen dat de stromen van soja, ook van niet-genetisch gemodificeerde soja, te onderscheiden zijn en als wij minder genetisch gemodificeerde soja in Nederland zouden hebben. Wij zouden die mogelijkheid graag willen onderzoeken. Wij steunen het Nagoya Protocol, maar wij willen wel dat de staatssecretaris voorkomt dat dit protocol het kwekersrecht ondermijnt. Ik hoor graag meer van de staatssecretaris daarover.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik snap het enthousiasme van de PvdA over in Nederland geteelde soja heel goed. Ik ben daar zelf ook erg blij mee. Regionale voedselproductie is veel beter dan het over de wereld slepen van voedsel. Kan de PvdA dan ook zeggen hoe zij kijkt naar de omvang van de veestapel? Zouden wij die niet ook aan moeten passen op de mogelijkheid om regionaal veevoer te produceren? Dat blijft nu nog een beetje in de lucht hangen. Ik snap dat wij niet de hele veestapel kunnen voeden met soja uit Nederland of uit deze buurt. Moeten wij echter niet iets met de omvang van de veestapel?

Mevrouw Dikkers (PvdA): Met de hoeveelheid soja die wij nu hebben, kunnen wij net een of twee grote stallen met koeien voeden. Wij hebben het dus gewoon nog nodig. De veestapel is nog van een zodanige omvang dat wij dat veevoer absoluut niet in deze regio geproduceerd krijgen. Als wij dat allemaal wel in deze regio geproduceerd krijgen, zouden wij de monden in deze regio weer niet kunnen voeden. Hoe spijtig het ook is, wij hebben voer voor onze dieren nodig van buiten de EU.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Zeker, maar dat was de vraag niet. De vraag is of je het oké vindt om zo veel dieren te hebben dat je soja uit andere delen van de wereld blijft slepen. Een volgende vraag zou kunnen zijn of je het wel rechtvaardig vindt om al dat voedsel aan dieren te blijven voeren, terwijl er honger in de wereld is. Dat is immers enorme verspilling.

De voorzitter: De tweede instantie is bedoeld om een aanvullende vraag te stellen op de eerste.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Zeker, maar misschien is het dan niet teveel gevraagd om een antwoord te krijgen op mijn eerste vraag.

De voorzitter: Iedereen gaat over zijn eigen antwoord.

Mevrouw Dikkers (PvdA): Mevrouw Ouwehand wil weten of ik vind dat er te veel beesten in Nederland zijn. Ja, dat denk ik wel. Ik denk dat onze veestapel te groot is.

Beantwoording door de staatssecretaris van Economische Zaken en door de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu

Staatssecretaris Dijksma: Voorzitter. Ik zal proberen mijn antwoord in twee blokken te geven en begin met een blok dat gaat over de biotechnologie en de kwekersvrijstelling, het kwekersrecht. Het tweede deel van mijn inbreng gaat over ggo's.

Om te beginnen de vraag hoe wij voorkomen -- de heer De Liefde zei het, maar ik denk dat iedereen dat wil -- dat mensen zich eigenschappen die van nature in planten aanwezig zijn, toe-eigenen, waardoor de wereldvoedselvoorziening langzamerhand via octrooien in handen komt van steeds minder multinationals. Dat is eigenlijk de discussie die al geruime tijd gevoerd wordt. Ik heb altijd al gezegd, ook toen ik nog in een andere rol in uw midden zat, dat het onwenselijk zou zijn als dat zou gebeuren. De Kamer deelt breed de gedachte dat dit onwenselijk is en dit kabinet steunt die lijn ook. Dat was in het verleden toch anders. Men wilde vaak wel een beperkte kwekersvrijstelling bewerkstelligen, maar de voorkeur voor een volledige kwekersvrijstelling is nieuw. Ik ben het met de heer De Liefde eens dat uiteindelijk het instrument ondergeschikt is aan het principe, maar ik zeg daar ook wel bij dat het altijd de voorkeur heeft gehad om in the end te komen tot een volledige kwekersvrijstelling. Dat heeft precies met zijn punt van de innovatie te maken.

(…)

Voorzitter. Ik ga verder. De vraag van mevrouw Ouwehand was of de Kamer ook in actie moet komen tegenover parlementariërs in het Europees Parlement. Ja, het zou mij een lief ding waard zijn als de Kamer dat deed. Het zou enorm kunnen helpen.

(…)

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Een eerste opmerking over de zoektocht of het nu wel of niet kan onder het TRIPs-verdrag. Ik snap de staatssecretaris daarin. Op dit moment is mijn analyse -- daarom heb ik de notitie ook ondertekend -- dat het kan, maar ik snap dat dit tot achter de komma goed moet worden aangetoond. Dus dank voor die toezegging.

Ik meen het serieus als ik naar mijn collega's kijk met de vraag of we aan parlementaire kant steun kunnen vinden in Europa voor deze voorstellen. Doel daarvan is dat, als de staatssecretaris haar collega's in Frankrijk, Duitsland en hopelijk nog een aantal andere landen weet te overtuigen, de parlementen uit die landen ook snappen waar het over gaat. Welke landen acht zij het meest haalbaar voor ons om contact te leggen hierover met de plaatselijke parlementen? Genoemd zijn Frankrijk en Duitsland, maar ze zei zojuist ook dat er redelijke steun was en dat ze niet ontevreden was toen ze het voor het eerst op tafel legde. Ze hoeft hierop niet à la minute antwoord te geven, maar als wij er echt werk van willen maken, is het fijn om te weten wie er op dit moment het dichtst bij haar standpunt staat.

Staatssecretaris Dijksma: Ik moet nu even een beetje improviseren. Dat kan soms geen kwaad. Wij willen sowieso graag eerst met de Duitsers en de Fransen komen tot een soort gemeenschappelijke position paper. Als zo'n document er eenmaal is, zou dat ook heel goed kunnen zijn voor de parlementen, want die kunnen daar dan mee aan de slag. Daarvoor willen we dan graag zo breed mogelijk steun verwerven, niet alleen van de Scandinavische landen of de zuidelijke lidstaten, maar ook bijvoorbeeld van de landen meer aan de oostkant van Europa. Het is de bedoeling dat we het onderwerp zo breed mogelijk op de agenda krijgen. Dat zal ik zelf ook gaan proberen. Ik zal overal gaan lobbyen, en niet uitsluitend bij een kleine groep landen, maar eerst moet het motorblok, als het ware, van Duitsland, Frankrijk en Nederland er wel staan.

(…) Mevrouw Ouwehand vroeg ook al naar de wijze waarop we samen met het parlement kunnen verder werken. Als de Kamer mij dat toestaat, wil ik er even over nadenken wat slim is. Als wij hoofdsteden bezoeken, is het vaak niet voorzien om dan meteen ook met het parlement contact te hebben. Een enkele keer gebeurt dat overigens wel. Dat kan dus onderdeel zijn van zo'n bezoek. Laat u mij even bekijken wat de mogelijkheden zijn. Ik denk sowieso dat we de paper, als die er eenmaal is, graag als lobbydocument beschikbaar willen stellen aan de commissie, zodat u allen daarmee ook de boer op kunt.

(…)

Staatssecretaris Dijksma: Dan kom ik nu bij het onderwerp waarvan ik wat meer vuurwerk verwacht, omdat we het niet op elk punt met elkaar eens zullen zijn. Het kabinet heeft van begin af aan gezegd dat zijn houding ten opzichte van genetische modificatie bij planten er een is van "ja, mits". Dat is anders dan bij de modificatie van dieren, want daar is het precies andersom. Daarin is de houding van het kabinet "nee, tenzij". De heer Van Gerven vroeg mij om op een aantal stellingen in te gaan. Ik wil daar wel iets over zeggen, al is het niet wetenschappelijk geverifieerd. Ik weet niet zeker of het, zoals de heer De Liefde zei, "broodnodig" is dat de genetische modificatie van planten bijdraagt aan de voedselvoorziening over 40 jaar. Waarom is dat niet helemaal zeker? Omdat ik denk, en dat heb ik inmiddels ook bij alle bezoeken aan landen zoals Myanmar gezien, dat er nog heel veel winst te halen is in bijvoorbeeld de productie van voedsel, van gewassen, met vrij traditionele veredelingstechnieken en traditionele verbeteringen in de productie. Daar kunnen we echt nog veel en veel meer winst boeken. Andersom geredeneerd denk ik echter ook dat je niet met zekerheid kunt zeggen dat het niet nodig zal zijn. Ik ben van de school dat je op dit terrein het denken niet moet laten stilvallen. Ik heb al eerder tegen de Kamer gezegd dat de industrie mijns inziens strategisch een grote fout heeft gemaakt door de genetische modificatie bij planten zo een-op-een te koppelen aan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. De industrie had veel beter kunnen starten met een ander doel, bijvoorbeeld het doel om planten veel weerbaarder te maken tegen ziektes. Je ziet dat het mogelijk is -- je zou kunnen zeggen dat cisgenese een tussenvariant is -- om door de inzet van bepaalde technieken het gebruik van water en van land aanmerkelijk te verminderen. In situaties van grote droogte of hevige regenval kun je daarmee op termijn oogsten veel beter maken en stabiliseren. Ik weet dat het een ethische kwestie is. Daar zal ik zo nog het een en ander over zeggen. Je kunt aan verschillende kanten van de lat uitkomen, uit geloofsovertuiging of vanwege zorgen.

Ik kijk er in die zin anders naar dat ik het als mogelijkheid zie om de voedselvoorziening stabieler te maken. Toch heb ik net als een deel van de Kamer zorgen over die een-op-een-koppeling aan met name gewasbeschermingsmiddelen en de afhankelijkheidsrelatie die daaruit is ontstaan voor kleine boeren in vooral ontwikkelingslanden. Ik vind het om die reden heel erg dat die ontwikkeling, die de industrie zelf heeft ingezet, nu zo'n maatschappelijk debat oplevert en dat mensen zeggen: dat willen we niet, waardoor er haast een rem op de ontwikkeling zelf lijkt te worden gezet. Dat is voor iemand die zoals ik van het vooruitgangsgeloof is, eigenlijk heel treurig. Als je je best doet, kun je daar een genuanceerd debat over hebben. Ik zou dat dolgraag ook in Nederland hebben.

We moeten niet weglopen voor potentiële voordelen van genetische modificatie, maar wel onder ogen zien dat er een paar heel grote gevaren op de loer liggen. De afhankelijkheid van gewasbeschermingsmiddelen, bestrijdingsmiddelen, heftige pesticiden met name in derdewereldlanden is er daar een van. Het tweede gevaar is het feit dat het gemixt wordt met het eigenaarschap dat steeds meer in handen komt van multinationals. Daarmee heb je een explosieve cocktail in handen, waarop je heel alert moet zijn. Mijn houding is altijd geweest: laten we die problematiek ontrafelen. Laten we zorgen dat het eigenaarschap als het gaat om planten en zaden in handen is van de mensen van wie het moet zijn, namelijk de boeren zelf. Daarom ben ik zo'n fundamentele strijder voor het kwekersrecht. Dat is heel essentieel. Laten we er ook voor zorgen dat we de onnodige koppeling met het gebruik van middelen die de wereld eerder kwijt dan rijk wil zijn, zo veel mogelijk loshalen. Daarom zijn we in Nederland en elders bezig, er voortdurend voor te zorgen dat het gebruik van gif vermindert in plaats van vermeerdert.

Het derde punt is mijn oproep: laten we alstublieft niet vastlopen in een discussie die geen mogelijkheden meer biedt om ook hierin de technologische ontwikkeling ruimte te bieden, terwijl je niet zeker weet of je die technieken misschien in de toekomst nodig zult hebben. Dat kan als gevolg van klimaatveranderingen of vanwege discussies over het gebruik van grond. We willen het grondgebruik beperkt houden, we willen meer ruimte voor bijvoorbeeld natuurontwikkeling, maar dan moet je wel een efficiënte landbouw hebben.

Ik hoop eigenlijk dat het debat in Nederland, al was het maar bij ons, op een net iets interessantere en gedetailleerdere manier kan plaatsvinden dan dat er alleen maar absolute voorstanders zijn, die vinden dat het altijd maar moet kunnen, maakt niet uit welke prijs je daarvoor betaalt, en absolute tegenstanders. Ik weet niet zeker of het lukt en ik weet ook dat sommige mensen vanuit hun overtuiging vinden dat het niet mag. De heer Dijkgraaf bijvoorbeeld zei: je sleutelt aan Gods schepping. Ik heb respect voor die afweging, maar maak er zelf vanuit mijn eigen achtergrond, ook persoonlijk, wel een andere afweging in. Daar kunnen we over van mening verschillen.

(…)

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik vind dat de staatssecretaris eigenlijk wel een goed verhaal heeft, even los van het feit dat de Partij voor de Dieren aan het einde van die lijn die zij schetst, nog altijd het standpunt zal innemen dat je genetisch gemanipuleerde gewassen inbrengt in ecosystemen, terwijl je de effecten daarvan op de lange termijn niet kunt overzien. Als die effecten er eenmaal zijn, kun je niet meer terug. Dat is ons punt. Dat even als opmerking.

Het verhaal van de staatssecretaris is zo goed dat ik niet snap dat zij wil vasthouden aan "ja, mits". Immers, tot nu toe is de situatie, zoals zij zelf terecht schetst, niet optimaal voor een goed debat over dat soort gewassen. Waarom schuift zij dan zo lang het nog is zoals ze net heeft geschetst, niet over naar een "nee, tenzij"? Mensen voelen zich nu wel geconfronteerd met gewassen waarvan alle nadelen die de staatssecretaris net heeft genoemd, niet ondervangen zijn.

Staatssecretaris Dijksma: Ik ben dat niet met u eens. Op alle elementen waar ik zorgen over heb, zijn wij natuurlijk heel actief. Als wij zouden stilzitten, hebt u gelijk, maar dat doen we dus niet. We zijn actief op het hele dossier van de bestrijdingsmiddelen. Sterker nog, ik denk dat we daarop een heel stevige agenda voeren, ook tegenover de Europese Commissie en de lidstaten zelf, nog even los van de vraag hoe dat gewaardeerd wordt als je het in Europees verband bekijkt. Wij zijn heel actief op het punt van eigenaarschap, wat een cruciaal element is. Dat doe ik met uw aller welgemeende steun. Ik ben er ook van overtuigd dat het moet lukken om in dezen een paar goede stappen te zetten. Ik vind dat je principieel moet kunnen zeggen: de veredeling en modificatie van met name plantaardig materiaal kan, maar er zijn een aantal voorwaarden. Ik snap dat bij sommigen het kwartje andersom valt, maar vergeeft u mij als ik het zeg: voor een deel heb ik altijd het standpunt "nee" gehoord, terwijl dat "tenzij" eigenlijk niet is ingevuld. Daar moeten we ook helder over zijn. Voor ons is het "ja, mits", waarbij het "mits" is ingevuld en in het afwegingskader nog verder wordt ingevuld.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Met respect, maar dit is een beetje een Verhagentje. Ik ben daar altijd eerlijk over geweest: de Partij voor de Dieren zal nooit een voorstander worden van genetisch gemodificeerde gewassen, omdat de langetermijneffecten op het ecosysteem onvoorzienbaar zijn en onomkeerbaar. Dat betekent naar mijn mening echter niet dat ik niet aan de staatssecretaris mag vragen waarom zij, als zij zelf die bezwaren zo scherp ziet, waar ik haar gelijk in geef, blijft bij haar standpunt "ja, mits", terwijl ze gelijk heeft als zij zegt: wij zetten in op al die punten waar mijn zorgen zitten, maar het is niet geregeld. Een andere optie zou kunnen zijn dat de staatssecretaris het standpunt "nee, tenzij" inneemt. Dan doet zij nog steeds de deur niet dicht, maar volgens mij heeft de staatssecretaris het "tenzij" voor zichzelf zojuist ingevuld. Dat lijkt mij beter passen bij haar eigen analyse en haar eigen opvattingen over deze problemen.

Staatssecretaris Dijksma: Dat voel ik oprecht niet zo, echt niet. Ik heb steeds gezegd dat ik ervoor ben dat we op dit dossier het denken niet op slot zetten. Ik zie oprecht niet dat het nu broodnodig zou zijn, maar ik wil ook zeker niet uitsluiten dat we het op termijn wel nodig zouden kunnen hebben. Dus vind ik dat je die ontwikkeling ruimte moet kunnen bieden. Ik zeg daar echter bij dat er zaken zijn die mij verontrusten, evenals de Kamer, en wel breed. Die zaken heb ik benoemd. Het eigenaarschap is één. Twee is met name de koppeling aan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Als u zegt: het is gewoon sowieso schadelijk, is dat echt weer een heel andere redenering. Daarvan zeg ik: we hebben in Europees verband natuurlijk ook een toelatingsprocedure, waarbij er gekeken wordt of het gebruik veilig is voor mens, dier en milieu. Dat is een proces dat ik eveneens serieus neem. Dat kan en wil ik niet wegpoetsen. Dat is er gewoon en daar wordt op getoetst.

Tweede Termijn:

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Het goede nieuws is dat we iedereen op deze aardbol nu en straks kunnen voeden met de beschikbare technieken en hoeveelheden landbouwgrond. Daarvoor is het in ieder geval nodig dat wij in het Westen een aanzet maken tot een duurzamer voedselpatroon; zo zal de VVD bijvoorbeeld misschien wat minder vaak barbecues moeten organiseren. Maar goed, ik vrees dat dit debat nog lange tijd zal worden gevoerd. Laten we echter niet vergeten dat dit hoopvolle perspectief gewoon vóór ons ligt en dat we dus niet hoeven te beginnen aan gentech als de bezwaren daartegen zo groot zijn.

Op zich dank ik de staatssecretaris voor haar scherpe analyses van de problemen met gentech, de koppeling aan zware landbouwgiffen en de afhankelijkheid van boeren in ontwikkelingslanden van koppelpakketten. Dat waren allemaal terechte punten. Ik blijf het echter gek vinden dat de staatssecretaris dan niet aan de "nee, tenzij"-kant gaat zitten. Dat betekent dat die deur nog steeds openstaat. Dat wil zij, ik zou het anders doen. Deze "ja, mits"-houding lijkt in strijd met haar eigen, terechte analyse.

Ik heb ook nog geen antwoord gekregen op mijn vraag of er een ander oordeel kan komen over de motie over TTIP en het kwekersrecht. Dank voor alle inzet, maar kan ik daar nog een antwoord op krijgen?

Ik wil bij dezen een VAO aanvragen. Er komt nog een brief over de zebravissenkwestie. Ik stel voor om het VAO daarna te doen, zodat we eerst de appreciatie van het kabinet krijgen. Ik wil namelijk de mogelijkheid openhouden om moties in te dienen.

Staatssecretaris Dijksma: (….) Na de kerst komt inderdaad de discussie over het afwegingskader. Ik zie daar zeker naar uit. Ik hoop dat het lukt om dit op een manier te bediscussiëren waarbij het niet zozeer zal gaan om prinzipienreiterei, en waarbij we niet onze ogen zullen willen sluiten voor de nadelen van ggo's. Dat wil ik bewust niet doen. Aan de andere kant vind ik het jammer dat hier en daar in de rij hier naast me de ogen wel op voorhand lijken te worden gesloten voor sommige voordelen. Zo kan de toevoeging van vitaminen, zoals aan rijst, wel degelijk een heel groot effect hebben op de voedingswaarde van een product, zeker in landen waarin honger of armoede heerst. Mijn vraag zou zijn: waarom zou dat niet mogen, wat is er nu op tegen om dat soort zaken verder te ontwikkelen? Ik kan dat, ook als burger van deze wereld, met de beste wil van de wereld niet snappen. Ik hoop dat we met elkaar een debat kunnen blijven voeren over de manier waarop we naar deze dingen kijken. Tegelijkertijd snap ik heel goed dat we zo'n koppelverkoop van een genetisch gemodificeerd product en de inzet van zware pesticiden niet moeten willen. Ik zie dat nadeel echt, maar laten we kijken naar de toekomst, naar de voortgang van de technologie, die in ons leven op alle fronten voortschrijdt: in onze gezondheid en zelfs in de wijze waarop kinderen tot stand komen, dus wij gaan daar heel ver in. En dan zouden we op het gebied van voedsel een slot op ontwikkeling willen zetten? Waarom? We moeten dat echt niet doen. Om die reden ben ik voor dat "ja, mits", en bepleit ik dat met enige hartstocht. Ik wil die vooruitgang in het denken namelijk dolgraag zien. En ja, er zullen zeker voorstellen komen waarvan we allemaal zullen zeggen dat we die echt niet zouden moeten willen, omdat ze gevaarlijk zijn of heel grote nadelen hebben, waardoor we zoiets echt niet zouden moeten doen. We zullen daar heel scherp op moeten zijn. Ik vind ook dat dit een nationaal debat kan zijn. Dat afwegingskader is dus erg belangrijk. Het is inderdaad geen digitaal kader. Het gaat ook helemaal niet alleen over afstandscriteria, zo zeg ik tegen de heer Grashoff. Het zal ook gaan over maatschappelijke en ethische kwesties. Maar het moet wel toetsbaar zijn, en werkbaar. Ik verheug me echt op dat debat, dus laat het vooral komen. Ik zou het echt jammer vinden als sommigen van u in het VAO met een erg digitale motie komen, met als strekking: dit mag niet. Ik hoop dat we allemaal aan dat stadium voorbij zouden kunnen komen. Ik zal me erbij neerleggen als dat bij sommigen niet het geval is, maar ik zal blijven strijden voor enige vorm van genuanceerde aanpak, vanuit een meerderheid van de Kamer. Ik denk namelijk dat we daar in the end het verst mee komen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik zal de verleiding weerstaan om opnieuw dat waaromdebat te gaan voeren; ik heb dat namelijk zojuist aangegeven. In antwoord op de vragen van mevrouw Dikkers zei de staatssecretaris dat er in Nederland nog geen aanvraag is gedaan voor de teelt van een genetisch gemanipuleerd gewas. Het lijkt mij erg onverstandig om pas te gaan te toetsen of dat kader wel werkt als die aanvraag er eenmaal ligt. Is het kabinet bereid om aan de hand van die casus van mais-1507, die wij allemaal niet verstandig vonden en niet in Nederland wilden, te bekijken of dit juridisch houdbaar zou blijven? Ja, dit is hypothetisch, maar stel dat er zo'n aanvraag komt. Wij willen dit immers niet in Nederland, dus wat moeten we dan doen en waar lopen we dan tegenaan? Zo weten we dat voordat het uitdraait op een echte aanvraag en we de poppen aan het dansen hebben.

Staatssecretaris Dijksma: Dat kan nu niet, want dit is Europees geregeld. Er komt ruimte voor een nationale afweging, maar we zullen daarvoor eerst moeten formuleren hoe wij die ruimte invullen. Dat zal ook voor bedrijven helder moeten zijn, en inderdaad uiteindelijk ook juridisch houdbaar om het goed te kunnen gebruiken. Maar nu is het er nog niet. Die discussie gaan we nog beginnen. Om hypothetische discussies voor te zijn, proberen we het proces in de tussentijd on hold te zetten door de geografische beperkingen aan te vragen. Mevrouw Dikkers vroeg of we in theorie met een stok achter de deur zouden kunnen voorkomen dat er teelt plaatsvindt. Dat is niet mogelijk. We kunnen alle casussen van de wereld gebruiken, maar dat is de realiteit.

(…) Mevrouw Ouwehand vroeg waarom de TTIP-motie was ontraden. Het gaat bij TTIP om het gehele pakket. Wij weten dat het intellectuele eigendom belangrijk is voor de Amerikanen, maar dat is het ook voor ons. Het kwekersrecht is daar uiteraard een onderdeel van. We zullen dit niet geïsoleerd moeten benaderen. Het is echt lastig om een uitspraak te doen over één onderdeel van dit pakket, terwijl we het gehele pakket nog niet kennen. Het is bekend hoe wij omgaan met het kwekersrecht. Dat is niet alleen een inzet voor Europa, maar logischerwijs ook voor de rest van de wereld. Het gaat nu te ver om op voorhand een uitspraak te doen op basis van één onderwerp.