Inbreng SO Informele Land­bouwraad 26-28 mei 2013


16 mei 2013

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben kennis genomen van de agenda voor de informele Landbouwraad. Zij willen graag nog enkele vragen stellen.

De leden van de PvdD-fractie maken zich zorgen over de vrije veredeling van planten. Kan de staatssecretaris bevestigen dat Het Europees Octrooi Bureau (EOB) op 8 mei een octrooi heeft verleend aan Syngenta op rode peperplanten met insecten resistentie, die via klassieke veredeling to stand is gekomen? Zo ja, hoe beoordeelt zij dat, mede in het licht van de gewenste kwekersvrijstelling? Kan de staatssecretaris bevestigen dat zelfs het verbouwen en oogsten van de planten geclaimd wordt als een uitvinding? Zo ja, deelt zij de mening dat het verbouwen en oogsten van planten geen uitvinding is, en derhalve ook niet te patenteren is? Kan de staatssecretaris bevestigen dat Syngenta met dit octrooi profiteert van de ruime interpretatie van het Europees Octrooi Verdrag (EOV) door het Europees Octrooi Bureau (EOB)? Zo ja, hoe beoordeelt zij dit, en zo nee, hoe kan het dat dit octrooi toch verleend is, terwijl het EOV het octrooieren van planten- en dierenrassen verbiedt? Heeft het EOB naast het genoemde octrooi op peperplanten al meerdere octrooien verleend waarbij de octrooibescherming zich uitstrekt tot klassiek veredelde plantenrassen? Deelt de staatssecretaris de mening dat het patenteren van planten, zeker als deze via klassieke veredeling tot stand zijn gekomen, de monopolisering van onze voedselvoorziening in de hand werkt, en daarmee een bedreiging vormt voor de voedselzekerheid? Is zij bereid dit punt aan te kaarten in de Raad, en te pleiten voor aanpassing van het Europees Octrooi Verdrag, zodat dit soort patenten in de toekomst niet meer verleend kunnen worden? Is zij tevens bereid zich ervoor in te zetten dat de Raad zich uitspreekt om de implementatieregels van het Europese Octrooi Verdrag aan te passen en deze in lijn te brengen met de aangenomen resolutie van het Europese Parlement, zodat octrooien op planten- en dierenrassen niet meer afgegeven zullen worden? Zo nee, waarom niet, en op welke manier wil de staatssecretaris zich er dan wel voor inzetten dat octrooien niet meer worden verleend op planten- en dierenrassen?

Voorts zijn de leden van de PvdD-fractie benieuwd hoe de staatssecretaris aankijkt tegen het recent verschenen advies van de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (RLI), ‘Onbeperkt houdbaar’, waarin wordt geconcludeerd dat agrarisch natuurbeheer een groot fiasco is, en dat er een einde moet komen aan de regeling die duizenden boeren van natuursubsidies voorziet, terwijl zij door gebruik van mest en landbouwgif datzelfde landschap juist aantasten. Kan de staatssecretaris bevestigen dat aan deze subsidies afgelopen twintig jaar één miljard euro is uitgegeven, hoewel er tegelijkertijd een volgens de adviesraad dramatische biologische verarming plaatsvond door de intensivering van de landbouw? Hoe ziet de staatssecretaris dit in relatie tot de hervorming van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB)? De vergroening van het GLB die oorspronkelijk werd voorgesteld door de Europese Commissie is mede onder druk van Nederland sterk afgezwakt, waardoor er feitelijk niets veranderd wordt en de inkomenssteun voor agrarisch natuurbeheer wordt gecontinueerd. De RLI pleit nu juist voor het afschaffen van deze inkomstensteun. Is de staatssecretaris bereid het advies van het RLI op dit punt op te volgen, en dit te bepleiten op de aankomende informele Landbouwraad? Zo nee, waarom niet?

De leden van de PvdD-fractie zijn verheugd dat de Raad een ambitieuzer beleid voor biologische landbouw heeft bepleit tijdens de vorige bijeenkomst. Deze leden zijn heel benieuwd op welke wijze Nederland daar zelf uitvoering aan zal geven, aangezien het Nederlandse biologische areaal achterblijft bij andere Europese landen. Kan de staatssecretaris uiteenzetten welke ambities zij heeft voor de biologische landbouw in Nederland, en op welke wijze zij erop inzet om deze ambitie te verwezenlijken? Kan zij tevens uiteenzetten welke consequenties op EU-niveau de uitgesproken ambities van de lidstaten zullen hebben?