Bijdrage Ouwehand aan Schrif­telijk Overleg fosfaat­rechten


26 april 2018

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de geagendeerde stand van zakenbrief over de fosfaatrechten. Deze leden hebben hier enkele kritische vragen en opmerkingen bij.

Runderen van zeldzame rassen
De leden van de Partij voor de Dierenfractie zijn blij dat de minister aangeeft zich in te zullen spannen voor het behoud van zeldzame rassen. De diversiteit aan soorten staat immers al jaren onder druk dankzij het eenzijdig selecteren en massaal doorfokken op kenmerken als een hoge melkproductie of een grote hoeveelheid vlees, in beide gevallen zeer dieronvriendelijke tradities binnen de Nederlandse veehouderij. Is de minister er van op de hoogte dat het ongeremd opvoeren van de melkproductie ten koste gaat van het welzijn van de koe? Is de minister ermee bekend dat het doorfokken op dikbilrunderen gepaard gaat met het structureel toepassen van een keizersnede bij de geboorte van kalfjes?
Onderschrijft de minister dat de focus op een zo hoog mogelijke productie, niet in de laatste plaats vanwege de grootschalige export van vlees en zuivel, sterk bijdraagt aan deze eenzijdige selectie en fokprogramma’s? Zo nee, waarom niet? Erkent de minister de vaststelling dat het eenzijdig selecteren en doorfokken op dergelijke kenmerken er aan heeft bijgedragen dat de soortendiversiteit in de Nederlandse melkveehouderij in het algemeen zeer beperkt is gebleven? Zo nee, waarom niet? Erkent de minister dat het gebrek aan genetische diversiteit leidt tot relatief zwakke dieren die kwetsbaar zijn voor dierziekten?

Fosfaatreductieplan
De leden van de Partij voor de Dierenfractie hebben zolang zij vertegenwoordigd zijn in het Nederlandse parlement gewaarschuwd voor het loslaten van de productiebegrenzing in de (melk)veehouderij. Het kan niet anders dan als een historische blunder worden geduid dat het melkquotum in 2015 is losgelaten zonder daar een andere wettelijke begrenzing tegenover te zetten. Iedereen kon zien aankomen dat de door sectororganisaties LTO en NZO gedane beloften, dat de sector zelf wel zou zorgen dat ze onder het fosfaatplafond bleef, op geen enkele manier zou worden waargemaakt, laat staan geborgd. Boeren die zich verantwoordelijk voelden voor hun collega’s en kleinschalig bleven boeren werden glashard uitgelachen door grote groeiers die er in het geheel geen boodschap aan hadden dat hun uitbreidingen de sector als geheel grote risico’s zou opleveren. Dit gedrag, dat, nogmaals, iedereen kon zien aankomen, heeft ertoe geleid dat – toen de boel al volledig uit de hand gelopen was - alsnóg een wettelijk stelsel van productiebegrenzing moest worden ingevoerd én dat de sector met oplossingen moest komen om de derogatie niet in gevaar te brengen. De oplossing van de sector (LTO en NZO) luidde: 160.000 koeien vervroegd afvoeren, ofwel: naar de slacht. Zonder onderscheid naar bedrijven die veel duurzamer en diervriendelijker werken dan de gangbare bedrijven die onverantwoord hard waren gegroeid.

In een uitzending van de Monitor legt een biodynamische melkveehouder het nog eens helder uit: op zijn bedrijf wordt de kringloop gerespecteerd en hij draagt niet bij aan het fosfaatoverschot. Biologische en biodynamische bedrijven maken geen gebruik van de derogatie. Desondanks werd hij na de invoering van het fosfaatreductieplan alsnog gedwongen om mee te helpen aan het verminderen van het fosfaatoverschot door het naar de slacht brengen van koeien, om de derogatie te behouden waar hij zelf geen gebruik van maakt. Begrijpt de minister dat deze boeren er niet bij kunnen dat deze redenatie niet gehoord wordt door degenen die de dienst uitmaken, onder aanvoering van LTO en NZO?

Erkent de minister dat veel mensen het ongelooflijk vinden dat de biologische en biodynamische boeren die hun bedrijf zodanig hadden ingericht dat zij netjes binnen lokale kringlopen bleven zeer onredelijk zijn behandeld door te worden opgezadeld met het door anderen veroorzaakte fosfaatprobleem?

De Partij voor de Dieren heeft altijd gezegd: de biologische en biodynamische boeren zouden niet moeten hoeven bloeden voor de hebzucht van de grote, gangbare groeiers. LTO en NZO dachten daar anders over, en met hen helaas een meerderheid van de Kamer die tegen voorstellen stemde om de bio(dynamische) sector te ontzien. Kan de minister bevestigen dat het fosfaatreductieplan, waartegen nu zoveel boeren te hoop lopen, door de sectororganisaties zélf is opgesteld?

Grondgebondenheid
De leden van de Partij voor de Dieren-fractie zagen dat er recent twee verschillende definities van grondgebondenheid zijn gepresenteerd. Hierover staat inmiddels een dertigledendebat op de wachtlijst, maar tot die tijd valt er zeker wel het nodige op te merken over deze thematiek.
Kan de minister reageren op de definitie van Netwerk Grondig die in het kort stelt dat “grondgebondenheid in de melkveehouderij is te definiëren en te duiden als de relatie tussen de fosfaatproductie en de plaatsingsruimte van fosfaat op het individuele bedrijf. Bij een fosfaatproductie gelijk of kleiner dan de plaatsingsruimte van fosfaat is er sprake van grondgebondenheid”?

Deelt de minister de mening dat de definitie van Netwerk Grondig een stuk dichter in de buurt komt van een duurzame natuurinclusieve veehouderij ten opzichte van de wel zeer ruim geformuleerde visie van LTO en NZO? Zo nee, waarom niet?
Is de minister er van op de hoogte dat de Nederlandse melkvee en vleesveesector er nog altijd niet in slaagt om diverse dierenwelzijnsproblemen op te lossen, zoals de structurele onthoorning, het ontbreken van weidegang, uieronstekingen, permanente zwangerschappen, de standaard toepassing van keizersnedes en het direct weghalen van kalfjes bij hun moeder? Deelt de minister de mening dat dierenwelzijn een belangrijke plaats zou moeten krijgen in een definitie van grondgebondenheid? Zo nee, waarom niet? Ziet de minister dat beide definities er nog niet in zijn geslaagd om dierenwelzijn een centrale plaats te geven?

In de beantwoording van het schriftelijk overleg over de Landbouw & Visserijraad (d.d. 16 april 2018) schrijft de minister dat het niet nodig zou zijn om nu al voor te sorteren op het mogelijke verlies van de derogatie. De leden van de Partij voor de Dierenfractie verbazen zich over deze keuze. Alle signalen wijzen inmiddels op de onhoudbaarheid van het streven naar een nieuwe derogatie. De minister zou er goed aan doen om boeren een stip op de horizon te gunnen en hen duidelijk te maken dat de huidige gangbare melkveehouderij geen toekomst heeft. De leden van de Partij voor de Dieren-fractie wijzen er nog meer eens op dat onderzoek op onderzoek wordt aangetoond dat een krimp van de Nederlandse veestapel onvermijdelijk is om het halen van internationale klimaatafspraken ook maar enigszins in de buurt te brengen.