Bijdrage Ouwehand debat over de stukken over divi­dend­be­lasting


25 april 2018

Voorzitter,

Er was eens een verzorgingsstaat voor multinationals. Het was maar een heel klein landje en het lag precies hier, waar wij nu staan. Dat landje had een paar belastingregels — niet zo heel erg veel, hoor! — maar er was er nog eentje die ging over dividend. Niemand heeft daar last van — echt helemaal niemand — behalve de aandeelhouders van bedrijven die zowel in Nederland als in Engeland gevestigd zijn. Dat zijn er twee. De één is de voormalig werkgever van minister Wiebes en bij de ander mocht de minister-president in het verleden pindakaaspotten zien te verkopen: Shell en Unilever. Die wilden af van de dividendbelasting, want die hadden daar last van. Verder zag niemand iets in het afschaffen van de dividendbelasting, vooral niet op het ministerie van Financiën. Memo's en algemeen bekende kennis daar zeggen: "Je kan dat wel afschaffen, maar dan doe je eigenlijk dit: je verschuift de belastingdruk van buitenlandse aandeelhouders, eigenlijk buitenlandse overheden, naar Nederlandse belastingbetalers. Je kan de dividendbelasting wel afschaffen hoor, maar dan zeg je eigenlijk tegen alle Nederlandse burgers: willen jullie even ophoesten, want Unilever vindt dat leuk."

Het ministerie van Financiën wist dit. De financieel woordvoerders wisten dit ook en daar zit een belangrijke eerste vraag: hoe geloofwaardig is het nou dat zeer gewaardeerde Kamerleden toen nog — Schouten, Koolmees; zeer gerespecteerde financieel woordvoerders — niet aansloegen op het memo waarvan we nu moeten geloven dat het iedereen aan de onderhandelingstafel heeft overtuigd, een VVD-riedeltje? Hoe geloofwaardig is het dat die financieel woordvoerders niet zeiden: "Ho eens even, dat gaat verder toch helemaal niemand helpen; 1,4 miljard, weet je wat voor dingen we daarmee kunnen doen? Daarmee kunnen we bijvoorbeeld de btw-verhoging op groente en fruit niet door laten gaan en houden we Nederland gezonder. Dat komt iedereen ten goede."

Voorzitter. Ik wil een eerlijke reactie van de minister-president op hoe dat nou precies gelopen is. Welke informatie hadden de onderhandelaars aan welke tafel dan ook — mij maakt de tafel niet uit — en wat was de positie van de financieel woordvoerders en de fractievoorzitters die met de minister-president en de huidige minister van Economische Zaken moesten zien te onderhandelen? Hebben zij als een dwingeland hun maatregelen doorgeduwd, of zijn er wel degelijk bezwaren gekomen? Gerechtvaardigde bezwaren omdat deze mensen wisten dat het afschaffen van de dividendbelasting alleen maar de belangen van Unilever en Shell zou dienen.

Voorzitter, dan het vervolg. De Kamer had natuurlijk vragen. Waar komt die maatregel vandaan? Waar is de onderbouwing? Er waren geen memo's, er was geen herinnering aan memo's. Ik wil de minister-president drie scenario's voorleggen, gelet op het vervolg dat hij er zelf aan heeft gegeven. Wat moeten wij zien te geloven? We kunnen kiezen uit drie dingen. Eén. De minister-president lijdt aan notoir geheugenverlies. Ik ken geen universum waarin dat een aanbeveling is voor welke leider dan ook. Het tweede scenario is dat dit kabinet onder de leiding van deze minister-president besluit over 1,5 miljard per jaar zonder geïnteresseerd te zijn in de onderbouwing of de effecten. Ook dat vind ik geen aanbeveling voor een leider. Het derde scenario — daar lijkt het toch het meest op — is dat deze minister-president een legendarische minachting koestert voor de burger. De mensen thuis hebben dat heus wel door. Ik wil de minister-president eraan herinneren dat wij in deze Kamer, het hoogste orgaan in de parlementaire democratie, hier staan namens die burgers. Die geloven daar toch niks van als de minister-president zegt "nou, ik kan me niet herinneren dat we daar stukken over hebben gezien"? Als vervolgens het spelletje uitkomt, is het patroon van Rutte dat hij zegt: ik heb onbedoeld de indruk gewekt dat er helemaal geen stukken waren. Iedereen weet: het was precies de bedoeling dat je die indruk wekte. En dan heeft hij ook nog naar eer en geweten gezegd: ik heb geen herinnering aan stukken. Echt waar, is dat de eer en is dat het geweten van de minister-president?

Voorzitter. Namens alle burgers in Nederland, die echt niet gek zijn, zeg ik dat het tijd is voor een kabinet, voor een leider waar we vertrouwen in kunnen hebben. Dat is broodnodig, want er zijn heel belangrijke grote dingen te doen. We moeten de klimaatverandering zien te stoppen. Daar moeten heftige maatregelen voor komen en dan kan het niet zo zijn dat burgers thuis denken: ja, maar ja, die lui daar in Den Haag doen maar wat, die doen wat hun zelf uitkomt; ze hebben geen herinnering aan stukken, ze liegen maar een beetje voor, ze zijn niet geïnteresseerd in de effecten. Het is van het allergrootste belang dat de leiders van dit land het volle vertrouwen genieten van de burgers en dus ook van de Kamer. Namens de fractie van de Partij voor de Dieren kan ik zeggen: de minister-president staat daar heel ver vanaf.