Bijdrage Ouwehand aan het debat over ontwik­ke­lingen rondom het coro­na­virus


26 maart 2020

Voorzitter, dank u wel. Ons land zweeft tussen hoop en vrees. Veel mensen helpen elkaar. Veel mensen zijn moedig genoeg om het belangrijke werk te blijven doen dat nodig is. Met name in de zorg, maar ik heb het ook nadrukkelijk over de vakkenvullers en de schoonmakers.

Tegelijkertijd zijn mensen bang. Gisteren in de briefing hoorden we dat er goed nieuws en slecht nieuws is. De besmettingsgraad lijkt te dalen en het percentage mensen dat hier ernstig ziek wordt van corona lijkt lager te liggen dan bijvoorbeeld in China, zegt het RIVM. Daar kun je hoop uit putten. Maar tegelijkertijd hoorden we gisteren ook dat de benodigde ic-capaciteit nog lang niet geregeld is. Op 1 april, dat is over zes dagen, zijn er 1.600 ic-bedden nodig en die zijn er nog niet. Wat is de laatste stand van zaken nu? Ik begrijp dat er iedere minuut iets kan veranderen en we hopen natuurlijk allemaal op het bericht dat het geregeld is en dat het goed komt vóór volgende week.

Het is een tijd waarin het lastig opereren is, ook in de rol van volksvertegenwoordiger en al helemaal in de rol van bewindspersoon als onderdeel van het crisisteam. Dat begrijp ik goed. De regering regeert en de Kamer controleert. Als er één moment is waarop dat adagium moet gelden, dan is het wel nu, want het kabinet moet de vrijheid hebben om steeds te handelen waar dat nodig is. Dan is het wel belangrijk dat we met elkaar de afspraken scherp houden. Vorige week gingen we hier uit elkaar met de volgende afspraken. De Kamer steunde de maatregelen tot nu toe en we spraken af dat de WHO-adviezen steeds worden gevolgd en er meteen extra maatregelen worden genomen als dat nodig is.

Toch blijven er vragen liggen. Over het testen: doet Nederland echt genoeg? Over de beschermingsmaterialen, waar mevrouw Marijnissen ook al over sprak: doet Nederland echt genoeg? En dan de aanscherping van de maatregelen. Na zaterdag konden we toch allemaal zien dat het niet goed ging met het advies aan de Nederlanders. Dan begrijp ik niet waarom het crisisteam niet zaterdagavond bij elkaar is gekomen om een herhaling daarvan op zondag en op maandag te voorkomen. Ik dacht dat we hadden afgesproken: meteen extra maatregelen als dat nodig is.

Voorzitter. De Partij voor de Dieren steunt de aanscherping van de maatregelen. We hebben er groot respect voor dat het kabinet heeft geprobeerd te zoeken naar een goede balans, want we staan voor duivelse dilemma's. Mensen die contact nodig hebben voor hun psychische welzijn, maar die ook gewoon zorg nodig hebben — het is nogal wat. Het is nogal wat dat je niet meer op bezoek kan. Het is nogal wat dat je je verstandelijk gehandicapte broertje niet meer op kan halen in het weekend. Hartverscheurend.

Dus we steunen dat, maar de oproep blijft: als het niet genoeg is, als er onduidelijk is gecommuniceerd, meteen opplussen. Want de communicatie gaat niet goed genoeg. Ik doe het niet graag, maar ik wijs even op Boris Johnson. Die was heel helder in zijn toespraakje: u blijft thuis en dit en dat en dat mag u wel doen, en anders niet. Ik denk dat dat beter is dan interpretatie open laten aan mensen, en mogelijke misverstanden.

Tot slot. Ik weet dat het mantra "nu even niet" geldt. Ik begrijp heel goed dat het ministerie van VWS andere dingen aan het hoofd heeft, maar er zijn ook andere ministeries die wel gewoon hun werk moeten blijven doen. We zien nu voortdurend virologen op televisie. Gelukkig nemen we nu hun expertise serieus. Maar bijvoorbeeld Marion Koopmans had met haar onderzoeksgroep in 2018 al geconcludeerd dat dit soort virussen vaker uitbreken, omdat de manier waarop we met dieren omgaan in Nederland, maar ook door de ontbossing wereldwijd, waar Nederland een belangrijke driver in is, gevaarlijk is. Dus nee, het ministerie van VWS hoeft zich hier nu niet mee bezig te houden, maar het ministerie van Landbouw en het ministerie voor Buitenlandse Handel moeten wel nú gaan kijken naar de risico's die ook nu nog loeren. Want als er een nieuwe pandemie uitbreekt vanwege die zoönosen, dan kunnen we dat er niet bij hebben.

Tweede termijn:

Voorzitter, dank. Dank aan de crisisministers en hun ondersteuning, die allemaal hard werken om deze crisis te boven te komen. Het is goed om te horen dat de ic-capaciteit voor volgende week zeker lijkt te zijn voor wat daar nodig is. Dat is een opluchting. Zorgen blijven er wel over testen en beschermingsmaterialen. Ik heb zelf geen moties. Ik heb verschillende moties van collega's medeondertekend. Ik wil het kabinet meegeven dat als we met z'n allen burgerlijke grondwettelijke vrijheden buiten werking stellen om deze crisis de baas te kunnen — de Partij voor de Dieren steunt dat, maar het is ingrijpend: de vrijheid van vergadering is stilgelegd, de vrijheid van demonstratie is stilgelegd — toch zeker ook het patentrecht buiten werking gesteld moet kunnen worden. Als Roche dat recept niet vrijgeeft: vorderen dat recept!

Voorzitter. De minister-president heeft opnieuw niet gereageerd op het pleidooi van de Partij voor de Dieren om virologen niet alleen nu serieus te nemen, nu we aan ze vragen "help ons alstublieft", maar ook hun waarschuwingen serieus te nemen. De risico's die we lopen op de uitbraak van zo'n pandemie, zijn niet zodanig dat we kunnen denken dat dit één keer in de 30 jaar gebeurt. Marion Koopmans en haar onderzoeksgroep hebben geconcludeerd dat tussen 2009 en 2015 gemiddeld één keer per jaar zo'n zoönose uitbreekt, waaronder Q-koorts, waaronder MERS, waaronder Schmallenberg. Dus vraag het ministerie van LNV en het ministerie voor Buitenlandse Handel nu, in deze tijd, om dat risico ook te verkleinen. Niet de crisisministeries; die hebben andere dingen te doen, maar deze ministers moeten toch echt zorgen dat dit ons niet nog een keer gebeurt.