Bijdrage Ouwehand aan debat over de ontwik­ke­lingen rondom het coro­na­virus


4 juni 2020

Voorzitter, dank u wel. In de kern is politiek het maken van keuzes in schaarste. Ik denk dat we daaraan toe zijn. Toen de eerste coronadode in Nederland viel, heeft het kabinet de regie genomen en ingrijpende maatregelen afgekondigd, met een inperking van vrijheden en grondrechten, en zelfs van de diepmenselijke behoefte aan nabijheid. Dat waren zware en moeilijke keuzes. Maar die waren nodig, omdat we vanuit voorzorg moesten voorkomen dat er heel veel mensen op de ic's terecht zouden komen en ontzettend veel mensen zouden sterven. Ondanks dat we niet van alles wisten, was het nodig om deze maatregelen uit voorzorg te nemen

Ik begrijp ook dat mensen, nu de crisis langer heeft geduurd, zich beginnen af te vragen of het allemaal wel nodig was, of die inperkingen niet te grof waren en of ze niet te lang duren. Daarvan zegt het kabinet terecht: we gaan het evalueren en zonder twijfel zullen we constateren dat er fouten zijn gemaakt. Ik denk dat dat een goede houding is. Maar ik denk ook dat het goed is om duidelijk te zeggen tegen mensen die nu twijfelen: "Mensen, dit is de ellende die je krijgt als er een nieuwe infectieziekte uitbreekt. Zij is nieuw. Niemand heeft er weerstand tegen. We weten niet hoe besmettelijk die is. We weten niet hoe dodelijk die is. Dit is dus wat er gebeurt als je een zoönose laat ontstaan. Want meer dan de helft tot driekwart van de nieuwe infectieziekten waardoor onze gezondheid wordt bedreigd, komt door het gesol van mensen met dieren." Zeg dat helder, dan weten we dat we er alles aan moeten doen om dit niet nog een keer mee te maken

Voorzitter. Nu staan we eindelijk op het punt dat we dingen kunnen gaan versoepelen, maar dan is het wel belangrijk om de politiek van kiezen in schaarste heel scherp te houden. De Partij voor de Dieren kiest ervoor om waar het kan — het reproductiegetal ligt nog steeds rond de 1, dus we kunnen niet veel — te versoepelen, maar niet alles. Je kunt een aantal dingen versoepelen, maar niet alles tegelijk. Dan kiest de Partij voor de Dieren ervoor om grondrechten terug te geven en waar het kan de nabijheid van mensen, zodra het kan om de 1,5 meter in de buitenlucht op te heffen, en niet voor — daarvoor kiest het kabinet nu — vliegtuigen, slachthuizen en nertsen fokken. Dat zijn nou precies de drie dingen die je niet moet doen als je een volgende pandemie wil voorkomen. Dat zijn de verkeerde keuzes.

Voorzitter. De Partij voor de Dieren heeft al vanaf dag één aan de bel getrokken over wat er gaat gebeuren in de slachthuizen. Als het advies is dat mensen bij klachten thuis moeten blijven, weet je dat er werkkrachten en toezichthouders gaan uitvallen. Alleen op basis daarvan al kon het kabinet zien aankomen dat er problemen zouden ontstaan in de slachthuizen. Er is niet gehandeld. Pas gisteren kwamen de slachthuizen terug in de brief van het crisisteam, maar maatregelen zijn er nog steeds niet. De Partij voor de Dieren heeft moeten leuren. Pas toen de Duitse autoriteiten aan de Nederlandse GGD vroegen om alsjeblieft te gaan testen in een slachthuis en in Groenlo 20% van de medewerkers besmet bleek, heeft de minister van LNV in overleg met de NVWA gezegd: dan leggen we daar nu de slacht stil. Maar na een gesprek met de slachthuizen is de boel weer over de schutting gegooid bij de veiligheidsregio's. Daardoor moet het grootste varkensslachthuis van Nederland, waar op basis van een steekproef 17% van de mensen besmet is, gewoon door. Kwetsbare arbeidsmigranten moeten gewoon werken onder gevaarlijke omstandigheden, net als de toezichthouders, omdat economische belangen nu een rol gaan spelen. Dat kan niet. De minister van Volksgezondheid moet hier ingrijpen. Dat geldt ook voor de nertsen. Die bedrijven moeten stil. Je kunt het niet maken om die hokken opnieuw vol te laten zetten met nertsen terwijl deskundigen waarschuwen dat er opnieuw een risico is. Het kabinet kiest er nu voor om af te wachten tot daar weer een besmetting is. Volstrekt onverantwoord.

Tot slot goede woorden in de richting van de minister-president. Ik ben echt blij dat hij gisteren, naar aanleiding van de situatie in Amerika, in de persconferentie zei dat mensen in Nederland ook racisme meemaken. Ik vraag hem wel welk vervolg hij daaraan geeft. Is hij bereid om de organisatoren of woordvoerders van de mensen die nu de straat op gaan om te protesteren uit te nodigen op het Catshuis om te horen wat hun ervaringen zijn, om hun gevoelens te delen en om actie te maken van het beëindigen van het institutionele racisme in Nederland?

Dank u wel, voorzitter.