Bijdrage Ouwehand aan de Algemene Politieke Beschou­wingen 2021


23 september 2021

Je moet eerst cookies accepteren voordat je deze video kunt bekijken

Voorzitter, dank u wel. Ik ben geboren in 1976, het jaar van de punk — dat verklaart misschien het een en ander. 1976 was ook een van de jaren dat het uitzonderlijk warm was. Mijn moeder kan daar nog smeuïge verhalen over vertellen. Ik net geboren, mijn zusje 2 jaar, mijn broer 3,5 jaar, dus mijn moeder zat in een snikheet huis met drie kleine kinderen. Maar dat was nog wel in de tijd dat die enorme hitte een uitzondering was. Inmiddels leven wij in tijden dat een zomer zoals wij afgelopen jaar gehad hebben de uitzondering is. Dat het niet zo heet is, dat er weer eens wat regen valt, dat er een adempauze is voor de natuur, voor de mensen die snel last hebben van de hitte, en ook voor de dieren in al die stallen die in Nederland staan.

We leven onmiskenbaar in tijden van verandering. Het kabinet koos ervoor om dat ook mee te geven als motto van de troonrede. De koning sprak over de historicus H.W. von der Dunk, die zei "Elke tijd is overgangstijd". Als dat zo is, dan is maatschappelijke verandering een constante. Mooi. Waar, denken wij ook. Maar wij zullen vooral stil moeten staan bij de verandering van onze leefomgeving, die een constante is geworden en die het leven op aarde bedreigt. De Partij voor de Dieren voelt dus eigenlijk ook veel voor de analyse van die andere historicus, Philipp Blom, die al voor de coronacrisis analyseerde dat wij leven in een kanteltijd. Of we kiezen voor radicale verandering om de economie binnen de draagkracht van de aarde te brengen, of we doen het niet, en dan eindigt het in overstromingen, droogte en nieuwe pandemieën — hij zei dit al voor de coronacrisis. Kortom, dan eindigt het in een slechte afloop voor het leven op aarde.

Voorzitter. In de zomer bevestigde het klimaatpanel van de Verenigde Naties wat we om ons heen zien gebeuren. De klimaatverandering is nog heviger dan toch al gevreesd. We zullen moeten handelen. De minister-president reageerde daarop door te zeggen: Nederland wordt olympisch kampioen klimaat. Toen moest ik denken aan de laatste keer dat we ergens kampioen in waren met onze nationale volkssport; dat was in 1988. Dat is toevallig ook het jaar waarin koningin Beatrix haar beroemde kersttoespraak hield. De koningin zei in 1988 al: "Langzaam sterft de aarde en wordt het onvoorstelbare — het einde van het leven zelf — toch voorstelbaar". Die waarschuwingen zijn dus niet nieuw. Toch zei de minister-president: Nederland wordt olympisch kampioen klimaat. Nederland, het land dat Europees kampioen biodiversiteitsverlies is en voor wie de wereldtitel biodiversiteitsverlies nabij lijkt.

Voorzitter. Wij vragen ons af hoe de minister-president twee jaar geleden kon zeggen: we hebben nog 31 jaar de tijd voor het klimaat, maakt u zich geen zorgen. In de Miljoenennota die we nu hebben gekregen, staat dat we de afspraak die we hebben gemaakt in Parijs om met elkaar alles op alles te zetten om te voorkomen dat de opwarming van de aarde verdergaat dan 1,5 graad, verlaten. Hoe kan dat allebei waar zijn? Hoe kan het dat de minister-president het in zijn hoofd haalt om te zeggen dat we olympisch kampioen klimaat gaan worden als we onderaan alle lijstjes bungelen?

Voorzitter. Nederland had een voortrekkersrol in het beschermen van natuur. Patrick Jansen schreef vorige week in Trouw over het kostbaarste wat we hebben: "Tot het jaar 2000 was Nederland een voorloper op het gebied van natuurbescherming. We pionierden met het Plan Ooievaar, waarin hoogwaterveiligheid werd gecombineerd met natuurontwikkeling en recreatie." Hij beschrijft hoe we productiebossen omvormden tot biodiverse bossen, met 60 bosreservaten, zonder menselijk ingrijpen, en hoe we de ecologische hoofdstructuur bedachten om de uitwisseling van soorten mogelijk te maken en de biodiversiteit te beschermen. We zijn het de afgelopen twee decennia allemaal kwijtgeraakt met de kabinetten-Balkenende en de kabinetten-Rutte. Problemen met vervuiling, vermesting, verdroging, verzuring en verstoring laten zien dat onze economische keuzes letterlijk indruisen tegen onze natuur.

Voorzitter. De coronacrisis is ook wel een harde les in politieke nederigheid genoemd. Ik vraag mij af wie die les precies geleerd heeft. De minister van Financiën presteert het om in de eerste zin van de Miljoenennota te zeggen: de Nederlandse economie staat er anderhalf jaar na de coronacrisis opvallend goed voor. Onze economie draait volledig op uitputting van de aarde. Op 27 april, op Koningsdag, van dit jaar was Nederland al volledig door de natuurlijke hulpbronnen heen die voor het hele jaar waren bestemd. We leven op basis van roofbouw op de aarde en roofbouw op toekomstige generaties. Wat nu nodig is, is de politieke moed om de stap te zetten naar een economie die past binnen de draagkracht van de aarde, en niet wat de kabinetten-Rutte I, II en III hebben gedaan, namelijk een voorschot nemen op de toekomst van onze jongeren, met voorbedachten rade. Het kan niet zo zijn dat het kabinet volhoudt dat het niet wist met welke problemen het te maken had. Het was ook in 1988, het jaar van het Europees kampioenschap voetbal en de kersttoespraak van koningin Beatrix, waarin de VVD waarschuwde: als technische maatregelen onvoldoende opleveren, dan gaan we de veestapel inkrimpen. En waar staan we nu? De stikstofcrisis wordt doodgezwegen in de Miljoenennota. Je kan je niet verschuilen achter de demissionaire status van dit kabinet, niet in de laatste plaats omdat er een gerechtelijke uitspraak ligt waar Nederland zich aan moet houden.

Voorzitter. Ik hoorde de fractievoorzitter van de VVD aan het kabinet vragen, als ik haar goed begrepen heb: wat kan dit demissionaire kabinet nog doen om goede besluitvorming voor het volgende kabinet voor te bereiden? Dat vond ik een mooie vraag. We misten dat in de Miljoenennota die voorligt. We hebben te maken met een klimaatcrisis, met een natuurcrisis en met een woningcrisis. Het minste dat een demissionair kabinet dan zou kunnen doen, is in elk geval de problemen analyseren en uiteenzetten op welke manier het de problemen de afgelopen jaren heeft geprobeerd op te lossen en hoe dat keer op keer heeft gefaald. Dat zou een mooi begin zijn, zodat een nieuw kabinet en ook de Kamer niet keer op keer dezelfde fout maakt. Denken dat het beter gaat met iedereen in Nederland als je maar goed bent voor de grote jongens aan de top, is een klassieke denkfout die we moeten schrappen. Denken dat je de gezondheid van mensen in de omgeving van Tata Steel beschermt als je Nederland maximaal ten gunste van het bedrijfsleven inricht, is een klassieke denkfout geweest. We zouden nu allemaal "schrikken" — ik doe het met aanhalingstekentjes — dat die vergunningen voortdurend ruimte hebben gelaten voor grote gezondheidsschade. Dat hadden we toch kunnen zien aankomen als je je hele land inregelt op het faciliteren van bedrijven, zonder harde grenzen te stellen in verband met de bescherming van de gezondheid en de leefomgeving waar mensen recht op hebben? Denken dat je de voedselomgeving en de leefomgeving van mensen wel kan verbeteren als je vrijblijvende afspraakjes maakt met het bedrijfsleven, met een Preventieakkoord, dat bedrijven zelf mogen bepalen of en hoe ze het voedsel gezonder gaan maken waar mensen op zijn aangewezen … Al die akkoordjes en al die convenanten zijn keer op keer faalinstrumenten gebleken. Waar is die analyse in de Miljoenennota, als je het meent dat een volgend kabinet problemen moet oplossen?

Voorzitter. Stikstof is misschien nog wel de grootste. Ik besteed er veel aandacht aan, ook in het debat met de collega's. Ik vraag steeds om reflectie, omdat het verspreiden van nepnieuws niet begonnen is met een paar influencers op social media. Het verspreiden van nepnieuws over de problemen waar we voor staan, is begonnen met mensen als Henk Bleker en met partijen als de VVD en het CDA, die voortdurend de ernst van de problemen belachelijk maakten en voortdurend tegen boeren hebben gezegd: als je nou maar investeert in die stal, dan kan je gewoon zo doorgaan. Duizenden stallen die niet zijn getoetst aan de wet die toen al gold, zijn door dit kabinet en voorgaande kabinetten gewoon gelegaliseerd. En nu moeten boeren in de krant lezen dat er vanwege het grote stikstofprobleem een advies van de landsadvocaat ligt dat vergunningen moeten worden ingenomen. Wat denk je dat dat met boeren doet, nadat zij jarenlang te horen hebben gekregen: nee joh, zet gewoon die luchtwasser erop, dan subsidiëren wij je nog, zelf ook nog een beetje investeren, niets aan de hand?

Die reflectie zal moeten plaatsvinden. Want als je Nederland niet vertelt, als je de boeren niet vertelt dat we vér boven de milieugrenzen zitten en dat er veranderingen nodig zullen zijn, dan denken de mensen als straks de debatten komen: waar komt dat stikstofprobleem opeens vandaan; waarom heb ik daar niet eerder over gehoord, waarom heeft mijn regering altijd gedaan alsof het wel goed kwam? Als je die analyse niet maakt, als je de verantwoordelijkheid niet neemt om te reflecteren op je eigen handelen, dan weet je toch al dat partijen die zich gaan verzetten tegen die maatregelen, heel hard zullen gaan roepen en heel stevig verzet zullen gaan organiseren?

Het is aan de VVD en het CDA, die hier jarenlang hebben weggekeken, om de verantwoordelijkheid te nemen om te zorgen dat boeren en mensen in Nederland begrijpen waarom die maatregelen nodig zijn en om boeren de tijd en de ruimte te gunnen om die omslag mogelijk te maken, en hen uit te kopen als dat nodig is. Het is nodig dat CDA en VVD het voortouw nemen om aan de belastingbetaler uit te leggen hoe het zover gekomen is. Ik heb het ze gewoon gevraagd: als het nou misgaat met de plannen die jullie elke keer presenteren, wie moet er dan opdraaien voor de schade, de Staat, en dus de belastingbetaler? Of ga je dan gewoon de vergunningen afpakken van boeren? Ik ben heel benieuwd. Dit antwoord moeten we horen. Door jarenlang wegkijken worden er nu paardenmiddelen als onteigeningen en het intrekken van vergunningen noodzakelijk om het falen af te kopen van de kabinetten-Rutte en daarvoor de kabinetten-Balkenende.

Voorzitter. We zijn natuurlijk blij dat er een kleine beweging is op klimaat. Maar ik herinner het kabinet en ook de rest van de Kamer eraan dat Nederland zich al lang aan zijn eigen klimaatafspraken had moeten houden en dat het Urgendavonnis eigenlijk schaamtevol is. Dat burgers naar de rechter moeten om hun eigen overheid te vragen zich aan de afspraak te houden dat burgers in Nederland worden beschermd tegen gevaarlijke klimaatverandering, is schaamtevol. Het vonnis wordt voor dit jaar weer niet uitgevoerd. Nu moeten we applaudisseren voor een pakket van 6,8 miljard.

De eerste vraag is dan of de doelen in 2022 daarmee wél gehaald worden. Kan de minister-president daar duidelijkheid over geven? De tweede vraag is: waarom is dit alles? Waarom zien we geen einde aan de fossiele subsidies, het faciliteren van de fossiele industrie, wat wel kan oplopen tot 8 miljard per jaar? Waarom zien we geen einde aan de subsidies voor biomassa? In de Eerste Kamer ligt een duidelijke uitspraak: subsidies voor biomassa keuren we niet langer goed. Hoe denkt dit kabinet een begroting waar die subsidies in staan, door de Eerste Kamer te krijgen? Ik ben heel benieuwd. Waar is de gezamenlijke oproep van het kabinet in de richting van burgers, die wel te horen krijgen "doe effe een tochtstrip; investeer in een warmtepomp; check je bandenspanning"? Waar blijven de acties van dit kabinet waaruit burgers het gevoel kunnen krijgen "oh ja, we doen het wel samen"? Dus dat het kabinet zegt: dan doen wij midden in de klimaatcrisis niet nog een vliegveld open en houden wij de schaarse natuur bij Utrecht, bij Amelisweerd, zoals die is, want we gaan niet nog meer asfalt aanleggen. Waar blijven die maatregelen?

En waar blijft de standpuntbepaling van dit kabinet met betrekking tot de grote stikstofdiscussie, die echt gaat spelen, dat als boeren in Nederland moeten veranderen — en dat is nodig — wij ze ook beschermen tegen oneerlijke concurrentie van landen als Brazilië? Deze Kamer is tegen het Mercosur-verdrag, maar het kabinet heeft nog geen duidelijke uitspraak gegeven in de richting van de Europese Commissie, waarin het zegt: Nederland steunt dat verdrag niet, want wij vinden het niet fair dat in Nederland boeren worden gehouden aan duurzaamheidseisen, terwijl producten uit Brazilië, die ver onder deze standaarden mogen worden geproduceerd, hier in Nederland op de markt te koop zijn. Waarom vinden we dat niet terug in de Miljoenennota?

Voorzitter. De demissionair minister-president heeft jarenlang met de VVD en met het CDA oplossingen bemoeilijkt door zelf het draagvlak te ondermijnen, door altijd een beetje belachelijk te doen over klimaat en altijd belachelijk te doen over natuurbescherming. Nu schermen met het argument van draagvlak, gaat er bij de Partij voor de Dieren niet zomaar in. Dus ik ben heel benieuwd naar de veranderingen die de VVD en het CDA laten zien. Volgens Rutte moeten we immers niet doorslaan over het klimaat, want we moeten lekker kunnen blijven barbecueën.

Voorzitter. Dan vragen wij ons af: hoe verhoudt zich dat tot de weerzin tegen de bio-industrie die we ook van hem kenden? En waar in de Miljoenennota is eigenlijk rekening gehouden met de wetswijziging die de Tweede Kamer en de Eerste Kamer hebben goedgekeurd die zegt: vanaf 1 januari 2023 moeten dieren in de veehouderij kunnen leven naar hun aard? Volgens mij moet je dan in 2022 geld vrijmaken om daarnaar toe te kunnen werken. We hebben heel hard gezocht en we vonden 1 miljoen euro in de begroting, voor dierenwelzijn en om stalbranden aan te pakken. 1 miljoen euro voor 617.000.000 dieren per jaar, dat is nog geen 0,002 cent per dier. Ik denk niet dat je het daarmee gaat redden. Ik zie graag betere voorstellen.

Voorzitter. We leven in tijden van grote veranderingen en de veranderingen gaan over onze eigen leefomgeving. Als we de analyses mogen geloven, is de mens de meest intelligente diersoort op aarde, maar we zijn ook de enige soort die zaagt aan de tak waarop we zitten. "We erven de planeet niet van onze ouders, maar we lenen hem van onze kinderen" is een veelgehoorde uitspraak. Inmiddels moeten we concluderen dat we de aarde niet hebben geleend, maar gestolen. En het is tijd om terug te betalen.

Voorzitter. De minister-president en zijn kornuiten in het demissionaire kabinet weten van de Partij voor de Dieren dat wij een begroting die niet stuurt op een leefbare aarde voor mens en dier, op rechtvaardigheid, handelen binnen de rechtsstaat, en die niet stuurt op rechtdoen aan mensen die op hele grove wijze door deze overheid onrecht is aangedaan in de toeslagenaffaire, niet steunen. Als we de komende dagen en de komende weken de begroting dusdanig kunnen aanpassen dat die wel gaat voor een leefbare aarde, opereren binnen de rechtsstaat en recht doen aan mensen, dan kunt u een groen vinkje van de Partij voor de Dieren verwachten en eerder niet.


Interrupties

Interrupties bij eigen bijdrage

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voordat mevrouw Ouwehand verdergaat, ze zei dat deze zomer een uitzondering was. Ik was even benieuwd welke voorspellende gave mevrouw Ouwehand heeft, dat ze dat nu al weet.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik heb zelf geen voorspellende gave, maar ik hecht wel veel waarde aan de wetenschap. Deze zomer is, behalve dat die gelukkig even een adempauze was — niet zo warm, niet zo droog — ook de zomer van het laatste rapport van de IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties. Dat heeft in dat rapport geconcludeerd — wat wij eigenlijk al om ons heen zien gebeuren — dat de klimaatverandering ernstiger verloopt, sneller dan gevreesd, en dat wij dus rekening moeten houden met het slechtste. Als je die voorspellingen serieus neemt, ziet het er niet goed uit en worden de zomers dus steeds warmer.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dat IPCC-rapport ken ik. Dat is hetzelfde rapport waarin staat dat de klimaatimpact van koeien drie tot vier keer lager is dan werd aangenomen. Maar dan nog baseert mevrouw Ouwehand zich op wetenschappers die een heleboel dingen zeggen. Een heleboel dingen zullen waar zijn, sommige dingen misschien wat minder waar. Maar ik hoorde mevrouw Ouwehand ook zeggen: deze zomer was een uitzondering. Ik vind dat je daarmee als politiek leider of als fractievoorzitter van een partij een heel ferme uitspraak doet en daar de mensen een soort van angst mee aanjaagt, terwijl je dat helemaal niet weet. Misschien krijgen we wel tien koude en natte zomers op rij. Dat zal dan vast ook weer met klimaatverandering te maken hebben — als het te droog is, is dat het klimaat, als het te nat is, is dat het klimaat, als het koud is, is dat het klimaat en als het te heet is, is dat het klimaat. Maar ik vind wel dat mevrouw Ouwehand voorzichtig moet zijn met die uitspraken. Het lijkt mij niet dat u dat hier kunt voorspellen, vanuit de Tweede Kamer.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik heet geen Gerrit Hiemstra. Ik ben geen weersvoorspeller. Ik ben ook geen klimaatwetenschapper. Wat ik wel doe, is die rapporten serieus nemen. Als mevrouw Van der Plas voortdurend wil horen dat dit de wetenschappelijke consensus is, dat dit de voorspellingen zijn en dat er ook een kans bestaat dat de klimaatwetenschappers ernaast zitten, dan kan ik dat er wel steeds bij zeggen, maar dan duren de debatten hier heel erg lang. Mevrouw Van der Plas weet volgens mij best wel hoe de wetenschap werkt. Ze weet best wel hoe die rapporten van het IPCC tot stand komen, wat de voorspellingen zijn en dat de wetenschappers er altijd bij zeggen dat er een marge is en dat ze het niet met een schaartje kunnen knippen. Dat is de context waarin politici, zoals ikzelf, mensen waarschuwen en het kabinet aanspreken op het feit dat het zo niet goed gaat. Hitte is niet heel goed voor mensen in Nederland. Het is trouwens ook niet goed voor de boeren, die behoorlijk last hebben van de opwarming van de aarde, omdat ze met droogte en hitte komen te zitten.

De voorzitter:
Mevrouw Van der Plas, tot slot.

Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dat ontken ik ook niet, maar u zei nogal ferm dat u dat wist. Dit was een uitzondering. Nu trek ik de conclusie dat u het eigenlijk niet weet.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik zou zeggen: dit is een typerend debatje met mevrouw Van der Plas. Iedereen weet hoe de wetenschap werkt en hoe zorgvuldig de klimaatwetenschappers tot consensus komen. Iedereen die de rapporten leest, weet ook dat er onzekerheidsmarges zijn, maar dat je dat niet voortdurend, de hele tijd, allemaal hoeft te zeggen in het debat. Als mevrouw Van der Plas dat wel nodig heeft, dan geef ik haar graag, iedere keer als ik verwijs naar de klimaatwetenschappers, de toelichting die erbij hoort, maar volgens mij is dat helemaal niet nodig.

De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Mevrouw Van der Plas kijkt op haar iPad.


Interrupties bij andere partijen

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Deze mensen is zo veel pijn aangedaan. Er is pijn op pijn op pijn gestapeld. Dan zou het heel erg fijn zijn als het waar was wat de VVD hier zegt, namelijk: wat we kunnen doen om te verzachten, dat gaan we doen. Ik ben bang dat dat gewoon niet waar is. De mensen die geraakt zijn door het toeslagenschandaal, vonden het namelijk onvoorstelbaar om te zien dat het kabinet weliswaar aftrad, maar dat diezelfde mensen gewoon weer een verkiezingscampagne ingingen als lijsttrekker van hun partij. Daar zei de VVD: we doen alles wat we kunnen, maar dit punt van u even niet. Het kabinet heeft ook ontkend dat er politieke redenen ten grondslag lagen aan het niet goed informeren van de Kamer. De Tweede Kamerfractie van de VVD heeft uiteindelijk die conclusies wel omarmd, maar ik hoor de VVD er helemaal niet meer over. Zijn dat niet dingen die de VVD ook zou moeten doen, als ze meent wat ze zegt over dat ze alles op alles wil zetten om het leed van deze mensen te verzachten? Ik begrijp het gewoon niet.

Mevrouw Hermans (VVD):
Ik weet niet of ik de vraag van mevrouw Ouwehand helemaal goed begrijp. Ik doe helemaal niets af aan het rapport en de conclusies. Die onderschrijven wij van A tot Z. We hebben daar eerder in dit jaar een debat over gevoerd. Toen probeerde mevrouw Ouwehand mij nog wat andere woorden in de mond te leggen. Voor het geval dat dit nu weer dreigt te gebeuren, zeg ik het nog maar eens: wij onderschrijven ze van A tot Z. Vervolgens is er die pijn en dat leed. Wat wij kunnen en moeten doen, moeten we ook doen. Ik wil tegen mevrouw Ouwehand zeggen: als zij een voorstel heeft voor hoe dat sneller, anders of beter kan, dan ben ik heel graag bereid om met haar daarnaar te kijken.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dat is mooi, maar mevrouw Hermans begon haar betoog door te zeggen dat ze graag trots wil zijn op dit parlement. Dat riep bij mij meteen vragen op, niet in de laatste plaats over de toeslagenaffaire. We hebben hier namelijk ook te maken met een fractie die gewoon heeft geaccepteerd dat haar eigen leider dit parlement heeft voorgelogen. Hoe wil je dan trots zijn op dit parlement? Je laat hem er gewoon mee wegkomen!

En wat ik hier mis over die toeslagenaffaire is het volgende. De VVD zegt het één, maar doet het ander. Als mevrouw Hermans namens de VVD-fractie meent dat we alles moeten doen wat we kunnen om het leed van deze mensen te verzachten, waarom hoor ik haar dan niet het kabinet aanvallen, dat blijft volhouden dat er geen politieke redenen ten grondslag hebben gelegen aan die besluitvorming die mensenlevens heeft verwoest? De VVD-fractie heeft netjes die motie gesteund. Het grappige was dat de heer Rutte daar onderdeel van was. Maar als leider van dit demissionaire kabinet ontkent hij dat gewoon. Dan hebben we nu twee dingen, namelijk dat mevrouw Hermans zegt dat we alles moeten doen om het leed te verzachten én dat mevrouw Hermans namens de VVD zegt dat ze trots wil zijn op dit parlement. Dan moet je Rutte aanpakken en zeggen: "Het waren wel politieke redenen. Als je dat niet toegeeft, dan moet je opstappen. Sterker nog, om deze ouders recht te doen, had je dat allang moeten doen."

Mevrouw Hermans (VVD):
Mevrouw Ouwehand maakt er nu een politiek spelletje van.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Nou wordt 'ie helemaal mooi.

Mevrouw Hermans (VVD):
Ik heb hier gezegd dat wat hier gebeurd is, verschrikkelijk en vreselijk is en dat wij er alles aan moeten doen om dat leed te verzachten. Als mevrouw Ouwehand een voorstel heeft voor hoe dat sneller en beter kan, dan ben ik van harte bereid om daar met haar naar te kijken. Daar koppelt mevrouw Ouwehand vervolgens aan dat ik er geen vragen over heb gesteld aan het kabinet. Maar ik ben nog maar op, wat zal ik zeggen, een vijfde van mijn betoog. Dus misschien kunt u daar nog even op wachten.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik hoop op het beste, maar ik kan wel zeggen dat het een gotspe is om uit de mond van de vertegenwoordiger van de VVD-fractie te horen zeggen dat ik hier politieke spelletjes sta te spelen. Wat de VVD hier doet is één charade. "Ik wil trots zijn op het parlement" en vervolgens gewoon accepteren dat dit parlement wordt voorgelogen en vasthouden aan die leider. Hoe denk je dat het vertrouwen in de politiek tot een dieptepunt is gedaald? Dat is omdat de burgers voortdurend worden voorgelogen in de vorm van deze volksvertegenwoordiging. Wij zitten hier namens het volk. De VVD-fractie heeft gewoon geaccepteerd dat deze Kamer en de bevolking van Nederland worden voorgelogen en dat er fundamentele principes in onze rechtsstaat aan de laars worden gelapt. Dat was uw VVD. U mag het goedmaken in de rest van uw betoog, maar denk niet dat het vertrouwen van Nederland in de politiek zal herstellen als de VVD op deze manier blijft opereren.

Mevrouw Hermans (VVD):
Het vertrouwen in de politiek herstelt als wij hier met 150 Kamerleden de handen ineenslaan en alles op alles zetten om te doen wat nodig is voor deze ouders. Ik herhaal: als mevrouw Ouwehand daar een voorstel voor heeft, dan ben ik meer dan bereid om daar met haar naar te kijken en daar samen in op te trekken.

(…)

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik krijg sterk het gevoel dat we zijn beland in de beeldvormingsshow van de VVD. Ik houd niet zo van die spelprogramma's. Het schijnt goed te zijn voor je peilingen. Degene die het wel leuk vindt om in spelprogramma's op te treden, moet dat vooral doen. Maar mocht u mij daar een keertje aantreffen op televisie, dan kan ik zeggen dat het niet vrijwillig is.

Wat al helemaal niet vrijwillig is, is dat we hier meedoen — we moeten meedoen — met wat we allemaal kunnen doorzien. De VVD heeft last van de beeldvorming, omdat Nederlanders denken: dat stelletje in Den Haag kan niet eens samenwerken. Daarom mogen we deze keer voor de eerste keer in jaren kennelijk ook nog iets over de begroting zeggen. Dat is altijd anders geweest. Volgens mij ga je daar het vertrouwen niet mee terugwinnen. Het vertrouwen van de Partij voor de Dieren win je daar in elk geval niet mee terug.

Als ik dan mevrouw Hermans — ik herhaal het nog een keertje — hoor zeggen dat ze graag trots wil zijn op dit parlement, dan vraag ik me af waarom de VVD-fractie er dan niet voor kiest om over de wooncrisis gewoon eerlijk toe te geven dat er heel veel dingen verkeerd zijn gedaan en dat dit kwam door de VVD. De VVD heeft gekozen voor een verhuurderheffing. De VVD heeft ervoor gekozen om van wonen een markt te maken. Het is een paradijs voor beleggers, maar mensen moeten inmiddels onder de brug slapen. De VVD heeft er ook voor gekozen om de veehouderij in Nederland alle ruimte te geven, tegen alle waarschuwingen in, waardoor de mantra die we steeds moeten horen van de VVD "bouwen, bouwen, bouwen", niet eens kan. Je kan niet bouwen als de stikstofcrisis niet is opgelost. Als de VVD-fractie zegt: "We moeten het vertrouwen van burgers weer terugverdienen", dan is toch de eerste stap dat je eerlijk toegeeft wat je allemaal verkeerd hebt gedaan, in plaats van de woningcrisis te presenteren als een probleem dat zomaar uit de lucht is komen vallen, en dat we nu, vandaag, met z'n allen hier even moeten nadenken over wat nou goede ideeën zouden zijn? Daar is een hele geschiedenis aan voorafgegaan en daar heeft de VVD een hele grote rol in gespeeld. Begint het niet bij die erkenning?

Mevrouw Hermans (VVD):
Over beeldvorming gesproken: hier worden echt heel veel beelden geschetst waar ik mij totaal niet in herken, zonder afbreuk te willen doen aan de problemen op de woningmarkt, die er zijn. Weet u, mevrouw Ouwehand, zeg ik via u, voorzitter, wat ik ingewikkeld vind aan het debat dat we hier de afgelopen periode met elkaar gevoerd hebben en nu ook weer, is dat we vaak, als we elkaar vragen stellen of met elkaar in debat zijn, elkaars intenties direct in twijfel trekken. Alsof ik hier de intentie heb om een spelprogramma te doen. Helemaal niet! U heeft in de inleiding van mijn betoog gehoord dat de reden waarom ik in de politiek zit, is om problemen op te lossen waar mensen in het alledaagse leven tegenaan lopen. Dat u en ik andere ideeën hebben over wat die oplossingen zijn, dat is prima. Daar kunnen we een debat over voeren. Maar elkaars intenties in twijfel trekken, gaat echt niet bijdragen aan een beter politiek debat, laat staan aan het daadwerkelijk oplossen van die problemen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Prima. Overtuig me dan! Overtuig mij dan dat dit hier vandaag niet is wat we al jaren kennen van de VVD: niet uit jezelf problemen willen oplossen, niet uit jezelf willen erkennen dat je gewoon hele foute beleidskeuzes hebt gemaakt, waardoor er nu een Mount Everest aan problemen is in Nederland, waarvan de wooncrisis niet het kleinste is.

Mevrouw Hermans (VVD):
Ik kom aan het einde van mijn betoog ook nog met een reflectie op iets van mijzelf, maar ik denk dat u de VVD-fractie enige reflectie van de VVD als partij op ons handelen en ons denken in de afgelopen jaren niet kunt ontzeggen. Dat is begonnen met een stuk van mijn collega — mijn voormalig collega, moet ik zeggen — Klaas Dijkhoff en ook in ons verkiezingsprogramma. Ik denk echt dat de VVD andere keuzes maakt dan u in de afgelopen jaren van ons gewend was. Ik denk dat we in dat programma ook erkennen dat er problemen zijn.

En ja, de VVD is nu tien jaar de grootste partij en maakt tien jaar deel uit van het kabinet, dus ja: wij hebben ook verantwoordelijkheid in de dingen die niet goed gegaan zijn. Maar er gaan ook een heleboel dingen ongelofelijk goed in dit land en daar ben ik hartstikke blij mee. Daar ben ik trots op, maar dat moeten we ook zo houden, dat moeten we koesteren. Tegelijkertijd moeten we aan de slag met de nieuwe problemen en de nieuwe uitdagingen die op ons afkomen. Wat mij betreft moet dat volgens de inzichten en de gedachten die wij de afgelopen jaren ontwikkeld hebben. Ik sta daarbij open en ik luister daarbij naar eenieders ander idee. Als we elkaar kunnen vinden, dan hebben we een deal.

De voorzitter:
Mevrouw Ouwehand tot slot.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik ben niet overtuigd, alleen al omdat mevrouw Hermans het heeft over "nieuwe problemen die op ons afkomen". Hoe haal je het in je hoofd? Nieuwe problemen? De VVD heeft willens en wetens alle waarschuwingen over die aanstaande stikstofcrisis genegeerd! We wisten dat het hele land zou komen stil te liggen. En wat zien we nu van de VVD, van een lid van dit parlement waar mevrouw Hermans zo trots op wil zijn? Eén boodschap. Drie woorden: bouwen, bouwen, bouwen. Alsof het niet de VVD zelf is geweest die dat bouwen onmogelijk heeft gemaakt. Alsof het niet de VVD zelf is geweest die dat malafide plan van die verhuurderheffing heeft bedacht. Alsof het niet de VVD zelf is geweest die bij monde van minister Blok zei: "De woningmarkt is af; alle beleggers zijn welkom". Het is fantastisch voor ze geworden! Als je dat niet ook communiceert — het spijt me zeer; ik wil niemands intenties in twijfel trekken, maar — dan blijft toch staan dat de VVD niet een politieke partij is die oprecht voor de mensen in dit land de juiste keuzes wil maken, maar slechts een marketingmachine voor haar eigen electorale gewin?

Mevrouw Hermans (VVD):
Mevrouw Ouwehand spreekt zich tegen, want aan de ene kant zegt u tegen mij: ik trek uw intenties niet in twijfel, en de volgende zin is: maar de VVD is niet oprecht. Dat raakt mij oprecht! De VVD wil het allerbeste. De VVD heeft de afgelopen jaren nagedacht over de manier waarop zij naar bijvoorbeeld de woningmarkt en de economie heeft gekeken. We zijn daarover gaan nadenken. We zijn op een aantal dingen, op aanpakken of middelen, teruggekomen. Hoe moet ik het zeggen? Voortschrijdend inzicht, misschien is dat het. Volgens mij zijn we het allemaal verplicht om te blijven nadenken en onze gedachten te blijven scherpen. Maar doen alsof wij niet oprecht bezig zijn met de goede dingen … Dat u anders denkt over bepaalde onderwerpen en bepaalde aanpakken is helemaal oké. Dat is ook goed en daar moeten we debat over voeren. Maar u trekt continue in twijfel wat ik hier zeg en waar ik hier voor pleit, en daarmee wat mijn collega's in de fractie en mijn partijgenoten in het kabinet zeggen. Dat vind ik ongelofelijk pijnlijk en onwaardig voor dit debat.

(…)

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Mevrouw Hermans komt aan het einde van haar betoog terug op wat we allemaal hoopten van de VVD, namelijk dat een oprecht liberale partij inderdaad doet wat de heer Dijkhoff eerder ook al heeft gezegd. Hij zei: je hebt een voorkeur voor liberale instrumenten, maar misschien is de uitkomst niet liberaal, en dan zul je toch moeten overdenken of je het goed hebt gedaan. Wat hij zei, gaat bij uitstek op voor klimaat, voor onze natuur. Dus de belofte is mooi, maar de vraag is: wordt die belofte waargemaakt? Dat wordt mij nu niet helder uit het betoog van mevrouw Hermans. Want aan de ene kant zegt ze dit, en zegt ze dat we open moeten staan voor verandering. En als er dan een vraag komt van bijvoorbeeld GroenLinks over de klimaatcrisis, of een vraag van mevrouw Ploumen, dan is het antwoord: ja, maar het blijft wel een kwestie van onderhandelen. Dat gaat met het klimaat natuurlijk niet. Ik wil de VVD-fractie er wel aan herinneren dat er ook uitspraken van de rechter liggen. Dus ook nog even los van onze politieke voorkeuren, moet de VVD toch ook zelfstandig in beweging komen om nog dit jaar wél die Urgendadoelen te halen?

Mevrouw Hermans (VVD):
Ik kan me toch niet aan de indruk onttrekken dat dit een intentiedingetje is. Volgens mij heb ik klip-en-klaar gemaakt hoe de VVD kijkt naar het klimaatvraagstuk. En ja, er is een verschil als je redeneert vanuit het principe: ik geloof erin en dit gaan we oplossen. Ik noemde al de titel van het boek van Klaas Dijkhoff: Alles komt goed. Gaat het makkelijk worden? Nee. Kunt u van ons verwachten dat we alles op alles zetten en dat we na blijven denken over extra dingen die moeten gebeuren? Ja. Maar ik heb hier vandaag tijdens dit hele debat onze intentie en bedoeling getoond om hier alles aan te doen wat in onze macht ligt. Ik vind het echt jammer dat mevrouw Ouwehand opnieuw — ik weet niet hoelang ik hier nu sta — die intentie in twijfel komt trekken.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Blijkbaar ligt dit gevoelig. Ik heb dat helemaal niet gedaan. Ik heb het gewoon gevraagd: oké, we nemen de klimaatcrisis dus wel serieus en de VVD komt weer een beetje terug op haar liberale beginselen en staat open voor verandering, maar dan is er ook iets raars, want in de richting van partijen met een groen hart reageert mevrouw Hermans met "maar het is wel in onderhandeling". Wat is het nou? Dan herinner ik de VVD toch echt aan de zelfstandige verplichting van de Staat om de gemaakte afspraken na te komen. De rechter heeft niet voor niets gezegd dat er mensenrechten worden geschonden, het recht van burgers op bescherming van hun leven en welzijn tegen gevaarlijke klimaatverandering. Dat is nogal wat. Daarvoor hoeft GroenLinks niet te komen bedelen of de VVD dat serieus wil nemen. Dat moet je zelf oplossen. Die indruk krijg ik niet. Sterker nog, in de Miljoenennota zegt dit kabinet gewoon: die anderhalve graad gaan we niet meer halen. Dus wat is het nou? Dat heeft niks te maken met intenties. U moet hier gewoon uw plicht doen.

Mevrouw Hermans (VVD):
Mevrouw Ouwehand suggereert dat ik wil onderhandelen over doelen voor het klimaat. Integendeel, volgens mij heb ik volstrekt duidelijk gemaakt dat we daar niet over onderhandelen, dat die doelen voor ons vooropstaan en dat wij die doelen willen halen omdat we dit land schoon willen doorgeven en omdat we willen dat ook toekomstige generaties hier goed en fijn kunnen leven. Waar we over onderhandelen, heeft iets met geld te maken. Dat ging over de verhuurderheffing. Ook dat is een belangrijk thema, maar vermeng alstublieft dat deel waarover ik heb onderhandeld niet met het volstrekte commitment dat ik namens mijn fractie heb uitgesproken voor het klimaatbeleid.

De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Het kabinet heeft het vonnis in de Urgendazaak aan de laars gelapt. Dat komt voor dit jaar niet goed. Dat moet de VVD zelfstandig oplossen. Daar vraag ik mevrouw Hermans naar. Ik zou het heel fijn vinden als de VVD vanaf nu openstaat voor verandering, maar een van de belangrijkste, effectiefste en makkelijkste maatregelen die we kunnen treffen om die klimaatdoelen een beetje dichterbij te brengen, is overschakelen van dierlijk naar plantaardig voedsel. Dan doet de VVD ineens heel spastisch en mogen we het daar niet over hebben. Dan denk ik: het is niet echt "openstaan voor verandering" als je niet eens wil veranderen wat je op je boterham doet; daar ga je niet de samenleving mee veranderen. Ik snap dus niet wat de uitkomst is van die twee verhalen van de VVD: we nemen het heel serieus, we reflecteren, we staan open voor verandering en klimaat is zeker de grootste uitdaging van onze tijd versus haalbaar en betaalbaar, niks zeggen over het niet halen van de Urgendadoelen, "ik weet het niet" zeggen als de heer Klaver komt vragen of we een klimaat-OMT zullen doen en "dat beweegt mij niet echt" zeggen als er wordt gevraagd of we zullen zeggen dat er sprake is van een noodtoestand.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Wat is het nou?

Mevrouw Hermans (VVD):
Bij "openstaan voor verandering" deed ik wel een oproep dat dat van twee kanten moet komen. Als "openstaan voor verandering" in mijn geval door u alleen maar goed gewaardeerd wordt als ik helemaal in uw richting verander, vrees ik dat we er niet uit gaan komen.

(…)

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik hoopte al op een warm en gloedvol betoog van de heer Jetten over de noodzaak van het aanpakken van de klimaatcrisis. Hij stelt niet teleur. Wat wel teleurstelt, is natuurlijk het demissionaire kabinet, waarin ook zijn partij nog steeds zit. We moeten constateren dat het Urgendavonnis niet wordt nageleefd, met D66-bewindspersonen in het kabinet, en dat het dit demissionaire kabinet gewoon bestaat om te zeggen: die 1,5 graad gaan we gewoon niet meer halen. Dan heb ik het over de doelstelling van Parijs: alles op alles zetten om onder die 1,5 graad te blijven. Vervolgens maken ze wel een beetje mooie sier met die bijna 7 miljard voor klimaatmaatregelen. Als je dat goed besteedt, is dat goed, maar het lijkt erop dat het kan en zal worden ingezet voor ondergrondse opslag van CO2, wat gewoon betekent dat de Nederlandse belastingbetaler de vervuiling van Shell mag gaan oplossen. Ik vroeg me dus af hoe de heer Jetten en de D66-fractie daarnaar kijken. Ik hoop natuurlijk te horen dat als de begroting zo blijft, we die niet kunnen accepteren.

De heer Jetten (D66):
Ik zou hierbij de halfvol-benadering willen hanteren, in tegenstelling tot mevrouw Ouwehand. We hebben de afgelopen Kamerperiode een paar hele belangrijke dingen gedaan. Er is een Klimaatwet gekomen, waarin we de doelen van Parijs in de Nederlandse wet hebben vervat. Er is een veelomvattend Klimaatakkoord gekomen, om afspraken te maken over hoe we richting 2030 die CO2-uitstoot gaan halveren. Het kabinet heeft recentelijk gereageerd op het Fit for 55-pakket, de ambitieuze klimaatplannen van Eurocommissaris Frans Timmermans. Er zit dus enorm veel beweging in. Als je dat vergelijkt met vier jaar geleden, toen er in sommige verkiezingsprogramma's niet eens over klimaat werd gesproken, hebben we de kentering in Nederland ingezet. Maar ik ben net als mevrouw Ouwehand nog steeds niet tevreden. Er zal veel meer moeten gebeuren. Ik was ook nog niet eens klaar met m'n klimaatblokje, want ik ga zo meteen nog vertellen wat er nog meer nodig is, in de industrie, bij de mobiliteit, in de landbouw. Dat betreft ook een deel van de onrust die ik in mezelf voel over de duur van de formatie. Een van de belangrijkste redenen waarom er zo snel mogelijk weer een missionair kabinet moet zitten, is om die klimaatacties op te schroeven.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Aan de intenties van de heer Jetten twijfel ik niet, maar we moeten er wel de vinger op leggen dat het "het groenste kabinet ooit" was dat niet uit eigen beweging z'n eigen klimaatdoelen heeft gehaald, de ondergrens daarvan — denk aan de Urgendazaak — en dat vervolgens, als dat vonnis er dan ligt, er ook nog eens niet voor zorgt dat het dat uitvoert. En dan staat er in deze Miljoenennota gewoon dat we die 1,5 graad opgeven, terwijl dat de belofte van Parijs was. De Klimaatwet stuurt op 2 graden, maar we hebben afgesproken dat we alles op alles zetten om onder die 1,5 graad te blijven. Dat is dus ingewikkeld. Ik vind het ook heel erg ingewikkeld dat ... Wij waren niet voor dat Klimaatakkoord, want je moet je problemen niet over de schutting van de samenleving gooien en zeggen: zoeken jullie het maar uit aan die tafels. Maar in het Klimaatakkoord is er tenminste nog een afspraak gemaakt over die CO2-opslag. En nu komt het kabinet met een pakket van bijna 7 miljard, en wat doen ze daarmee? Het Klimaatakkoord oprekken, wat al te weinig was. Ik hoop dus van D66 in het vervolg van dit blokje fel verzet te horen, inclusief tegen de nog steeds op de begroting staande subsidies voor biomassa, want die zouden we met z'n allen afschaffen.

De heer Jetten (D66):
Als ik verderga met mijn betoog, dan kom ik ook op een deel van de beantwoording van deze vragen van mevrouw Ouwehand. Mijn complimenten overigens voor haar outfit gisteren bij Prinsjesdag. Dat was een goed statement tegen biomassa. U weet ook dat daar vanuit de D66-fractie veel verzet tegen is geweest. Wij willen een snelle afbouw van die subsidies en we willen de biomassa die er nog wordt ingezet, altijd echt duurzaam laten zijn. Er is nog een hele weg te gaan.

Mevrouw Ouwehand zei: met het Klimaatakkoord hebben we het over de schutting gegooid. Ja en nee, zou ik daar eigenlijk op willen antwoorden. Want het nut van het Klimaatakkoord is ook geweest om met een hele brede coalitie aan bedrijven, het maatschappelijk middenveld en ngo's weer met elkaar in gesprek te gaan over het belang van de vergroening van Nederland. Dat was ook noodzakelijk voor het draagvlak dat we de komende jaren nog nodig gaan hebben om die klimaatambities waar te maken. Ja, het Klimaatakkoord zal moeten worden opengebroken, maar vooral ook om meer afspraken te maken om die doelen nog naar boven bij te stellen. Daar ligt echt een belangrijke taak voor de formatie en een volgend kabinet. Wat wij nu nog kunnen aanjagen, doe ik graag met mevrouw Ouwehand.

De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ja, tot slot. Het Klimaatakkoord moet zeker opengebroken worden, maar dan om de afspraken aan te scherpen en niet om ze te versoepelen, wat nu lijkt te gebeuren. Ik wil wel met D66 wisselen dat de Partij voor de Dieren oprecht meent dat we afscheid moeten nemen van dat idee van: we gooien het naar de polder. Wat er namelijk gebeurt, is het volgende. Een belang dat voor iedere Nederlander en iedereen op de wereld telt, is het publieke belang van een klimaat waardoor we niet met hittegolven en overstromingen komen te zitten. Dat is een zelfstandig belang dat wij hier moeten zien te verdedigen. Gooi je het op een akkoordje, dan zeg je eigenlijk tegen maatschappelijke organisaties: oké, jullie verdedigen het belang van het klimaat en de bedrijven verdedigen hun belangen; als jullie er samen uitkomen, dan is het goed. Het zijn ongelijkwaardige belangen. Er is een publiek belang van een schone en veilige leefomgeving.

De voorzitter:
Dank u wel. Uw vraag?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Er zijn private belangen die ook mogen tellen. Maar het is aan ons om het af te wegen. Die kentering in denken zou ik heel graag bij D66 zien de komende tijd.

De heer Jetten (D66):
Ja, nou begrijp ik de interruptie van mevrouw Ouwehand ook beter. Maar ook hier zou ik zeggen … Als u net naar mevrouw Hermans heeft geluisterd, dan heeft u gehoord dat zij gezegd heeft dat de VVD op het gebied van dit denken is opgeschoven en dat er wel degelijk een grotere rol voor de overheid kan worden gezocht om die klimaatambities ook waar te maken. Ik vind het wel mooi dat we op dat punt met elkaar zijn aanbeland. Als u mij toestaat, voorzitter, wil ik een heel concreet voorbeeld dat nu speelt noemen. Dat is Tata Steel. Er zijn vast mensen in deze zaal die zeggen: dat moet gewoon helemaal weg. Maar gelukkig gaat het gesprek nu vooral over hoe je voorkomt dat je de komende jaren bij Tata in allerlei tussenstapjes suboptimale dingen gaat doen, zoals CO2-opslag onder de grond, en hoe je Tata kan helpen om in één keer die overstap naar groene waterstof te gaan maken, zodat we in Nederland het schoonste staal ter wereld gaan produceren. In die vibe moeten we met elkaar terechtkomen, want dan ga je ook echt de kansen benutten die de klimaattransitie Nederland kan bieden.

(…)

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik hoorde de D66-fractie zeggen dat ze de behoefte heeft om te applaudisseren, dus ik dacht: ik geef dat meteen door aan de fractievoorzitter. Op zichzelf is de analyse mooi, net als de warme woorden voor natuur en klimaat, maar ik kwam een paar minuten geleden naar voren rennen, omdat de heer Jetten na het debat met mevrouw Van der Plas terecht zei dat boeren recht hebben op duidelijkheid, dat ze moeten weten waar ze aan toe zijn. Hij zei: die stikstofwet was eigenlijk wel een mooi politiek succes. Hallo! Die stikstofwet is willens en wetens door deze Kamers aangenomen en gepresenteerd door de minister van Landbouw, terwijl die verkeerde keuzes bevat en te weinig doet. De budgetten die zijn uitgetrokken sturen of dwingen boeren om te innoveren, waardoor ze weer verder aan de leiband van de Rabobank mogen lopen, terwijl we weten dat het onvoldoende is voor de transitie die nodig is. Nu denk ik toch ook een beetje bij D66 — ik dacht dat eerder bij de VVD — dat Nederland niet het vertrouwen in de politiek terugkrijgt door het een te zeggen en het ander te doen.

De heer Jetten (D66):
Ik heb, denk ik, net het verkeerde voorbeeld gegeven. Ik wilde vooral het volgende zeggen. Deze APB gaat, even los van alle inhoudelijke discussies, vandaag en morgen ook over de vraag: lukt het ons in zo'n gefragmenteerd politiek landschap toch om met elkaar goede dingen te doen voor Nederland? Ik krijg er energie van dat dit debat toch meer die kant opgaat dan we van tevoren misschien hadden verwacht. Daarom noemde ik de Stikstofwet van vorig jaar. Toen hebben ook allerlei partijen waarvan je het niet had verwacht, elkaar gevonden. Maar ik ben het helemaal met mevrouw Ouwehand eens dat dat ook een compromis was. Dat was onvoldoende om het in één keer goed te doen. Ik zie haar interruptie nu dus ook als een grote aanmoediging om het dit najaar beter te doen op het stikstofdossier.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik denk echt dat we het ons echt niet nog een keer kunnen veroorloven om dit boeren aan te doen. De heer Jetten zei dat terecht tegen mevrouw Van der Plas. Dat betekent dat we niet moeten buigen voor de druk dat ze er geen zin in hebben bij de VVD of het CDA; ik weet niet wie het was. D66 heeft minder dieren voorgesteld. Die kant moet je echt op als je problemen fundamenteel wilt oplossen. Een politiek compromis dat geen antwoord is op die onwijze uitdaging waar iedereen voor staat, en boeren niet in de laatste plaats, is niet het antwoord. We zullen eerlijk moeten zijn en — daar spreek ik D66 ook op aan — we moeten boeren beschermen tegen oneerlijke concurrentie van buitenaf. Dat betekent: geen nieuwe vrijhandelsverdragen, als dat betekent dat de Europese grenzen opengaan voor producten die boeren in Nederland en Europa niet onder die omstandigheden mogen produceren. Die helderheid zou ik dus graag willen hebben. Dan zouden we vandaag kunnen concluderen dat we met D66 inderdaad die stap vooruit kunnen zetten. Dan hopen we dat we daar een meerderheid voor vinden.

(…)

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dank u wel. Ik hoorde de heer Heerma zijn visie uiteenzetten en ik dacht weer, net als vorig jaar: je kunt horen dat wij samen hebben gestudeerd.

De heer Pieter Heerma (CDA):
We hebben vorig jaar vastgesteld dat dat wel heel erg lang geleden was.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Het was wel heel lang geleden, maar misschien is het wel een relevant feit dat we ook niet bij het studentencorps zaten, in tegenstelling tot sommige anderen. Ik hoor en herken dat we daar samen in de collegebankjes van de Vrije Universiteit zaten.

De voorzitter:
Hoe interessant ook, mevrouw Ouwehand, ik wil vragen of u uw vraag wat korter en bondiger kunt stellen.

De heer Pieter Heerma (CDA):
Ik wilde net wat anekdotes gaan ophalen, voorzitter.

De voorzitter:
Dat is misschien voor tijdens het diner heel gezellig, maar laten we nu de vragen wat gerichter beantwoorden.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Het was een inleiding om te zeggen dat ik het heel erg met hem eens was en dat ik het mooi vond dat de heer Heerma spreekt over een tijdperk van verandering. Volgens mij leven we in een verandering van tijdperk. Dat is allang bezig in de samenleving en nu is de vraag: lukt het ons om dat een handje te helpen? Tot zover eens. Mijn analyse is dat de kabinetten-Rutte, en daarvoor ook van het CDA, niet bezig zijn om die verandering in de samenleving te helpen, maar om die vergaand te saboteren. Mensen die hun steentje bijdragen aan het klimaat, mensen die hun best doen om wat duurzamer te leven, moeten aanschouwen dat hun overheid zegt: nou, we doen er nog een vliegveld bij midden in de klimaatcrisis; laten we die bomen bij Amelisweerd maar even kappen; laten we de fossiele industrie blijvend financiële voordelen geven. Ik zou denken dat een partij als het CDA, met rentmeesterschap in de kern van haar waarden, hierop moet reflecteren.

De voorzitter:
Dank u wel.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
En ik ben het eens met de heer Heerma dat we die samenleving een handje moeten helpen. Dat betekent dat we moeten stoppen met het saboteren van de goede ontwikkelingen die we daar zien.

De heer Pieter Heerma (CDA):
Mevrouw Ouwehand raakt twee onderwerpen en over een daarvan was er net een debat met de heer Jetten. Dat geeft me de kans om misschien iets van een verschil van visie neer te leggen. Daarna ga ik antwoord geven op het tweede deel. Mevrouw Ouwehand zei net tegen de heer Jetten dat haar kritiek op de klimaattafels was dat de overheid het niet bij de samenleving over de schutting kan gooien. Dat waren ongeveer haar woorden. Mijn kritiek, als ik nadenk over die klimaattafels, is dat de samenleving misschien niet voldoende betrokken was en dat er niet genoeg eigenaarschap in die samenleving was. Een stad als Amsterdam, een stad waar het CDA best graag kritiek op uit, heeft onlangs een klimaatberaad ingesteld, echt voor burgers om zelf actief deel te nemen. Mevrouw Ouwehand bedoelde het vast niet zo, dat bij de samenleving over de schutting gooien. Nee, ik denk juist dat die samenleving zelf meer aan zet moet zijn, omdat heel veel mensen er iets aan hebben als ze meer handelingsperspectief ervaren. Dat is één.

Twee. Als het gaat over klimaat, moet ik bekennen dat ik daar persoonlijk minder verstand van heb dan verschillende aanwezigen hier in deze zaal. Ik ben blij dat de heer Klaver de heer Jetten heeft uitgekozen voor hele lange discussies daarover, maar het is wel een feit dat wij jonge CDA'ers hebben die er wel veel verstand van hebben en die er veel energie in hebben gestoken. Dat is net ook door de heer Jetten becomplimenteerd; dank daarvoor, ik zal het overbrengen. Het is overigens in onze partij ook gezien. Zowel Derk Boswijk als Henri Bontenbal zijn bewust namens de fractie naar voren gestapt om op het terrein van stikstof en klimaat stappen vooruit te zetten. Zij laten zien dat dit geen onderwerpen zijn, waarvan we alleen maar blijven steken in "als er maar draagvlak is", maar dat we ook bereid zijn een stap vooruit te zetten en dan nog steeds te zeggen: maar het is wel belangrijk dat er draagvlak voor is.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik ben het er zeker mee eens dat er een verschil is met het Klimaatakkoord, waarbij je de private belangen van het bedrijfsleven tegenover maatschappelijke organisaties zet, die namens ons allemaal het belang van een leefbare aarde moeten verdedigen. Dat gaat niet goed. Het Klimaatberaad is iets anders. Daar zijn we voor. We hebben aan het begin van het betoog van de heer Heerma even een debatje gevoerd over de visie van het CDA. Waar kiest het CDA dan voor? Ik zie dat er beweging is, inderdaad, voornamelijk op landbouw. Daar ga ik straks vragen over stellen. Maar voor het klimaat kan het CDA, ook als je geen kennis hebt van de details, toch niet wegkijken van mensen die zich zorgen maken? Er staan hier al drie jaar lang grootouders iedere week voor het klimaat te demonstreren. Mensen maken in hun eigen leven keuzes en voelen zich volledig in de steek gelaten door een overheid die zegt: doe jij even je bandenspanning, een tochtstrip en een warmtepomp, dan doen wij Lelystad Airport open en dan gaan wij even die bomen kappen bij Amelisweerd, want we willen nog meer asfalt. Dat soort keuzes moet je wel durven maken, want anders help je die samenleving niet verder, maar saboteer je de goede bedoelingen en de inzet van de burgers die we nodig hebben om samen deze klimaat- en biodiversiteitscrisis op te lossen. Dat is mijn vraag.

De heer Pieter Heerma (CDA):
Ik vind sowieso niet dat mevrouw Ouwehand met wat ze zegt recht doet aan wat het demissionaire kabinet neerlegt op het gebied van klimaat. Aan de rechterzijde zijn allerlei partijen die het een schande vinden, omdat niet beleidsarm genoeg is. Maar er worden serieuze keuzes gemaakt en serieuze stappen gezet. Dat is onder druk van rechterlijke uitspraken, dat is waar, maar er worden serieuze stappen gezet om wel dingen te gaan doen en om te komen tot die groene industriepolitiek. Bij die industrie, de grootste vervuilers, waar de heer Jetten het ook over had, ligt de allergrootste winst die te behalen is. Dat kan op verschillende manieren. Dat kan door ze weg te jagen met belasting, of door ze te helpen. Tata Steel werd al genoemd om al de schoonste staalproducent van de wereld te worden. Dat doe je onder andere door zo'n waterstofbackbone aan te leggen. Daar wordt serieus geld voor uitgetrokken. Ik ben het niet eens met rechtse partijen die zeggen dat het allemaal onzin is en dat het een schande is dat dit gebeurt. Ik vind het heel verstandig dat het gebeurt. Maar ik ben het ook niet eens met mevrouw Ouwehand die net doet alsof er niets gebeurt. Dat is niet zo.

De voorzitter:
Mevrouw Ouwehand, tot slot.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik was er al een beetje bang voor: nu wordt het in het staartje toch nog een beetje lelijk. De CDA-fractie wijst nu namelijk op de druk op rechts. Die heeft ze zelf veroorzaakt door serieus klimaatbeleid altijd belachelijk te maken. Het kabinet moet zich gewoon aan de rechtsstaat houden, of rechts dat nu leuk vindt of niet. Demissionair of missionair. Dit kabinet, met het CDA erin, lapt uitspraken van de rechter aan de laars. Dus me dunkt dat er wat moet gebeuren. Maar verwacht niet dat wij dan gaan applaudisseren en zeggen: nou, wat goed zeg van het CDA en van het kabinet dat er eindelijk eens wat gebeurt voor het klimaat. Dat had al lang gemoeten! Als dat het niveau is, heeft het CDA met de Partij voor de Dieren een blijvend appeltje te schillen.

De heer Pieter Heerma (CDA):
Daar reken ik eigenlijk op. Ik zie er ook elke keer naar uit, zeker als u elke keer onze gezamenlijke tijd aan de VU daarbij aanhaalt. Ik heb niet de indruk dat iets wat ik kan doen de discussie tussen onze partijen kan dichten. Omdat mevrouw Ouwehand niet lelijk wil afsluiten, zal ik toch nog proberen recht te doen aan wat zij zegt. Vorig jaar heb ik het tijdens de Algemeen Politieke Beschouwingen over vetocratie gehad. Dat was naar aanleiding van het feit dat de heer Baudet het over een dikastocratie had. Hij vond het een schande dat de rechters hier de boel bepalen. Ik heb daarbij gereflecteerd dat rechters uiteindelijk dingen gaan afdwingen als de politiek niet tot meerderheden kan komen. Dat maakt dus — dan ben ik ook reflectief op de rol die wij daar zelf in spelen — dat de rechter nu heeft uitgesproken dat we serieuze stappen moeten zetten. We moeten die vetocratie op veel meer onderwerpen zien te vermijden. We hoeven niet heel ver ten westen van het Kanaal te kijken om te zien wanneer je alleen nog maar meerderheden krijgt om iets tegen te houden. Dat leidde uiteindelijk tot een jarenlang brexitdebacle, waarbij stemming na stemming alleen maar minderheden haalde. Dat moeten we met z'n allen voorkomen, op heel veel terreinen.