Inbreng SO ‘ont­werp­be­sluit houdende regels met betrekking tot vergoeding van schade van exploi­tanten van kolen­cen­trales in verband met de beperking van de CO2-emissie’


23 september 2021

Bijdrage van de Partij voor de Dieren-fractie aan het schriftelijk overleg ontwerpbesluit houdende regels met betrekking tot vergoeding van schade van exploitanten van kolencentrales in verband met de beperking van de CO2-emissie.

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie hebben kennis genomen van het ontwerpbesluit en hebben nog enkele kritische vragen en opmerkingen.

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie constateren dat in het ontwerpbesluit staat dat voorzienbare schade niet vergoed wordt. Deze leden wijzen op de kennis over de klimaatcrisis die decennia geleden al tot ingrijpende beleidswijzigingen had moeten leiden. De fossiele industrie was eind jaren ’70 van de vorige eeuw al doordrongen van het ontwrichtende effect van hun verdienmodel op het klimaat.[1] In 1996 adviseerde een speciale klimaatcommissie van de Tweede Kamer al om het voorzorgsbeginsel voorop te plaatsen in het klimaatbeleid.[2] Desondanks kozen opeenvolgende kabinetten voor het negeren van hun verantwoordelijkheid om toekomstige generaties te beschermen tegen de gevaarlijke gevolgen van de klimaatcrisis. Zo sprak toenmalig minister Brinkhorst (D66) van Economische Zaken in 2003 nog zijn voorkeur uit voor de bouw van nieuwe kolencentrales.[3] Daarmee schiep het Kabinet ten onrechte het beeld dat kolencentrales een gewenste ontwikkeling zouden zijn. Zowel politiek als exploitanten van kolencentrales hadden destijds al de beschikking over de kennis over de ontwrichtende effecten kolencentrales. Dat maakt dat de kosten van het voortijdig sluiten van kolencentrales – in de ogen van de leden van de Partij voor de Dieren-fractie – voorzienbaar waren.

Die kolencentrales kwamen er uiteindelijk in 2015 en 2016, volstrekt in tegenspraak met de noodzaak om zo snel mogelijk de uitstoot van broeikasgassen te reduceren.[4] Dat Nederland nu zo snel mogelijk van kolen af moet, hadden zowel de toenmalige regering als de exploitanten van de kolencentrales destijds kunnen weten en moeten zien aankomen. Erkent de staatssecretaris dat? Zo nee, waarom niet?

Waarom wordt alleen schade als gevolg van bedrijfsbeslissingen die zijn genomen nadat het wetsvoorstel naar de Tweede Kamer is verzonden gerekend tot ‘voorzienbare schade’, terwijl deze ‘schade’ al decennialang voorzien had kunnen worden door zowel het kabinet als de industrie? Erkent de staatssecretaris het falen van opeenvolgende kabinetten om tijdig te handelen naar de realiteit van een escalerende klimaatcrisis? Erkent de staatssecretaris dat de keuze van die kabinetten om – ondanks alle beschikbare kennis over de klimaatcrisis – toch nog nieuwe kolencentrales te laten bouwen, heeft geleid tot onnodig hoge kosten en, erger nog, een verdere escalatie van de klimaatcrisis? Zo nee, waarom niet? Waarom staat het voorzorgsbeginsel nog steeds niet voorop in het Nederlandse klimaatbeleid?

Klopt het dat kolencentrales, omdat er CO2-reductie wordt beoogd met de maatregel, niet alleen gecompenseerd worden voor deze onvoorziene schade, maar dat ze daarnaast ook minder CO2-belasting hoeven te betalen? Zo nee, hoe zit het dan? Hoeveel belasting besparen kolencentrales door de CO2-beperkingen precies? Is de staatssecretaris het ermee eens dat dat niet-betaalde belasting voor deze bedrijven juist een voordeel is in plaats van een nadeel? Op welke manier zit de CO2-belasting die kolencentrales door de maatregel kunnen ontwijken verwerkt in de methode voor de berekening van de nadeelcompensatie?

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie constateren dat in de Nota van Toelichting staat dat dit voorstel CO2-reductie beoogt. Kan de staatssecretaris garanderen dat kolencentrales door het huidige beleid daadwerkelijk minder CO2 zullen uitstoten? Welk effect zal de aangenomen motie Van Raan/Leijten hebben op de cijfers van de daadwerkelijke CO2-uitstoot van kolencentrales?[5] Conform deze motie moet de CO2-uitstoot van biomassa namelijk in het vervolg ook gemeten worden.

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie zijn van mening dat compensatie niet uitbetaald dient te worden, tenzij een rechter (desnoods in een bodemprocedure) anders beslist. Kan de staatssecretaris garanderen dat de compensatie niet verder gaat dan strikt noodzakelijk is? Heeft het kabinet er met deze methode nu alles aan gedaan om de kosten van de compensatie te minimaliseren? Zo ja, wat doet de vrijstelling voor kolenbelasting dan nog in het belastingstelsel? Zo nee, hoe kan zij dan garanderen dat er geen overcompensatie plaatsvindt? Is de staatssecretaris bereid om wetgeving voor te bereiden die een einde maakt aan de vrijstelling van kolenbelasting? Zo nee, waarom niet?

De leden van de Partij voor de Dieren-fractie constateren dat in de Nota van Toelichting staat: “Daarnaast zullen inkomsten, kostenbesparingen en andere vormen van voordeel die het gevolg zijn van de maatregel en niet in de berekening van de schade zijn meengenomen, van de te verlenen nadeelcompensatie worden afgetrokken.”

Is de staatssecretaris het ermee eens dat niet gedane uitgaven voor bijvoorbeeld uitstootrechten die niet gekocht hoeven te worden, de kosten voortkomend uit de CO2-heffing, of investeringen voor CO2-reductiemaatregelen die nu niet gedaan hoeven worden, een voordeel zijn in plaats van een nadeel? Klopt het dan dat deze voordelen van de nadeelcompensatie worden afgetrokken? Zo nee, waarom niet? Is de staatsecretaris bereid een extra klimaatheffing op te leggen aan de fossiele energieleveranciers, bijvoorbeeld ter hoogte van de geclaimde schadevergoeding? Zo nee, waarom niet?


[1] https://decorrespondent.nl/6262/reconstructie-zo-kwam-shell-erachter-dat-klimaatverandering-levensgevaarlijk-is-en-ondermijnde-het-alle-serieuze-oplossingen/690128758-e657cfa2

[2] https://nos.nl/nieuwsuur/artikel/2397480-nederland-moet-zich-schamen-25-jaar-na-eerste-klimaatonderzoek

[3] https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29023-1.html

[4] https://www.nrc.nl/nieuws/2020/01/31/klimaat-was-bij-bouw-nieuwe-kolencentrales-nog-even-minder-belangrijk-a3988947

[5] Kamerstuk: 35668-27