Bijdrage Frank wetge­vings­overleg Sint Eustatius


6 februari 2018

Voorzitter. Het openbaar bestuur op Sint-Eustatius verkeert in staat van ontbinding, zozeer dat ontbinding van dit openbaar bestuur noodzakelijk is. Voordat ik echt aan mijn verhaal begin, wil ik mijn dank aan de staatssecretaris uitspreken voor de snelheid waarmee de voorbereiding van dit wetgevingsoverleg heeft plaatsgevonden.

De heer Bisschop refereerde er al aan dat Sint-Eustatius op het punt van openbaar bestuur en ingrijpen van buitenaf een roerige geschiedenis heeft. In 1756 was het eiland een vrijhaven geworden. Dat betekent dat smokkelaars er veilig hun waren konden verkopen. Tijdens de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog had de Britse vloot de Amerikaanse kust geblokkeerd, met als gevolg dat er geen wapens konden worden ingevoerd. Sint-Eustatius werd de levensader van de Amerikaanse onafhankelijkheidsstrijd. De Britten waren woedend. Zij beschouwden de Republiek als een onbetrouwbare bondgenoot en zonnen op wraak. Ze bereidden zelfs een invasie voor van Sint-Eustatius. Een vloot van zeventien schepen zeilde naar het eiland en nam het op 3 februari 1781 over. De gouverneur van het eiland besloot om zich over te geven om onnodig bloedvergieten te vermijden, maar de Britten konden niet heel lang van hun overwinning genieten, want de Fransen, die ook in oorlog waren met Groot-Brittanniƫ, heroverden op 26 november 1781 het eiland. Dat deden ze onder anderen met Ierse troepen in Franse dienst. In 1784 droegen de Fransen het eiland weer over aan de Republiek. Een uitgebreide versie van dit hele verhaal is trouwens te vinden op de site jalta.nl.

Nu, 234 jaar later, is er opnieuw aanleiding tot ingrijpen. Ik zei het al: het openbaar bestuur op Sint-Eustatius verkeert in staat van ontbinding, zozeer dat de noodzaak tot ontbinding van het openbaar bestuur ter plaatse noodzakelijk is. Uit de reactie van het kabinet op de commissie van wijzen blijkt dat het eilandsbestuur zichzelf buiten de rechtsorde heeft geplaatst, eigenhandig wetten buiten de orde stelt, de democratie uitschakelt, discrimineert, intimideert en bedreigt. Vriendjespolitiek en corruptie vormen helaas de hoeksteen van het bestuur daar. Burgers en ondernemers ervaren grote rechtsongelijkheid en willekeur.

Ik zou daaraan toe willen voegen dat de elementen van willekeur niet alleen betrekking hadden op het ondernemings- en investeringsklimaat, maar ook op de bescherming van de natuur in een van de grootste natuurgebieden binnen ons Koninkrijk, waar tal van bedreigde soorten lijden onder menselijke activiteiten.

Dit is wel maar een deel van het verhaal, want de commissie van wijzen die advies heeft uitgebracht over de situatie op Sint-Eustatius is ook kritisch over de rol van de Nederlandse regering. In de afgelopen jaren zijn wegen niet of slecht onderhouden. Ook de watervoorziening laat te wensen over. In het onderhoud van woningen, ondergrondse leidingen, afvalverwerking en zee- en luchthavens zijn er grote achterstanden. Als die achterstanden niet worden verholpen, blijft een voedingsbodem bestaan voor politieke oplichters en bestuurlijke malversaties. Simpel gezegd: als het leven van de eilandbewoners niet verbetert, blijft de voedingsbodem voor corruptie bestaan. Het is aan de staatssecretaris om daarop actie te ondernemen. Ik hoor graag van hem hoe hij dat gaat doen en welke plannen hij heeft voor de overige BES-eilanden. Want Saba en Bonaire verdienen ook onze blijvende steun en aandacht; mevrouw Kuiken vroeg daar ook al naar. Ook daar hoor ik graag een reactie op van de staatssecretaris.

Dank u wel, voorzitter.