Inbreng SO ontwerp­be­sluit tot wijziging van het Lucht­ha­ven­ver­keer­be­sluit Schiphol (LVB)


7 februari 2018

Bijdrage Partij voor de Dieren Schriftelijk overleg over het ontwerpbesluit tot wijziging van het Luchthavenverkeerbesluit Schiphol (LVB) in verband met de vaststelling van een maximum aantal voor nachtvluchten op de luchthaven Schiphol

De leden van de fractie van de Partij voor de Dieren hebben kennis genomen van het Ontwerp-luchthavenverkeerbesluit Schiphol (LVB) in verband met de vaststelling van het maximum aantal nachtvluchten op Schiphol.

Hoewel de leden van mening zijn dat het goed is om een maximum te stellen aan het aantal nachtvluchten, hebben de leden grote moeite met zowel de hoogte van dit maximum aantal nachtvluchten als met de inperking van de definitie van het vliegverkeer, waardoor de afgesproken jaarplafonds eenvoudig alsnog kunnen worden overschreden. Zoals het afgelopen jaar ook al is gebeurd, zo vernamen de leden deze week (wederom) via bezorgde en oplettende omwonenden van de luchthaven. Het jaarplafond van 500.000 vliegbewegingen bleek in het gebruiksjaar 2017 al ruim te zijn overschreden. Voorliggend ontwerpbesluit lijkt dan ook vooral bedoeld om hier snel een wettelijke grondslag voor te bieden. De leden van de Partij voor de Dieren vinden dit onaanvaardbaar.

Dit terwijl de minister en haar voorgangster herhaaldelijk hebben bevestigd dat de grens van 500.000 vliegbewegingen per jaar een harde grens was (Dijksma, 2016: “Er zijn harde afspraken gemaakt en die zijn u ook allemaal bekend. Daar heeft de Kamer ook mee ingestemd, om tot 2020 maximaal 500.000 vliegbewegingen op Schiphol toe te staan”; Van Nieuwenhuizen, 2018: “Tot en met 2020 spreken we over maximaal 500.000 vliegbewegingen”; Van Nieuwenhuizen 2018: “Schiphol heeft meermaals aangegeven deze afspraak te zullen respecteren”).

Nu wordt er een definitie van het begrip ‘handelsverkeer’ toegevoegd aan het luchthavenverkeersbesluit en is er sprake van ‘vliegtuigbewegingen met handelsverkeer’. Kan de minister toelichten waarom het begrip ‘vliegtuigbewegingen’ niet meer voldeed en waarom is gekozen voor deze toevoeging?

De definitie van handelsverkeer zoals deze is opgenomen in het ontwerpbesluit komt daarnaast niet overeen met de eerdere definitie, zoals werd vastgelegd in de gewijzigde bijlage bij de memorie van toelichting van het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet luchtvaart in verband met de invoering van een nieuw normen- en handhavingstelsel voor de luchthaven Schiphol, namelijk ‘ verkeer van luchtvaartmaatschappijen met een AOC als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de wet’. De leden constateren dat in 2017 nog is gerekend met dit begrip als het gaat om het jaarplafond van 2016. Ook bij andere luchthavens, zoals bij Rotterdam The Hague Airport, wordt gerekend aan deze hand van deze definitie, waarbij daarnaast ook de helikoptervluchten worden meegerekend.

Kan de minister bevestigen dat door deze definitiewijziging het (commercieel) klein zakelijk verkeer buiten de berekeningen voor het jaarplafond wordt gehouden? Wat is de reden voor het aanpassen van de definitie van handelsverkeer?

Hoeveel vliegtuigbewegingen per jaar vallen er door deze definitiewijziging buiten de telling voor het jaarplafond van 500.000 vliegtuigbewegingen, waarvan 32.000 in de nacht?

Wordt er een apart plafond opgesteld voor het overige vliegverkeer? Of laat de minister dit deel van het vliegverkeer vrijuit groeien? Kan de minister onderbouwen waarom deze extra vliegtuigbewegingen niet voor overlast zouden zorgen voor de omwonenden? Op welke wijze zal het aantal vliegbewegingen met overig vliegverkeer zich ontwikkelen in de komende jaren, volgens de minister? Hoe verhoudt deze definitiewijziging zich tot het voornemen om hinder(beperking) als uitgangspunt te nemen?

Op welke wijze zal de minister alle belanghebbenden informeren over de definitiewijziging en de consequenties daarvan?

Is de minister voornemens dezelfde wijziging aan te brengen in de luchthavenbesluiten van de andere luchthavens?

De leden vragen de minister om een toelichting op de vraag waarom ervoor is gekozen nu al wel door middel van een wijziging in het LVB de afspraak rond het aantal nachtvluchten vast te leggen, maar nog niet rond het jaarplafond van 500.000 vliegtuigbewegingen?

Tevens vragen de leden zich af waarom de reactietermijn in de brief van de minister over de voorhangprocedure voor de wijziging van het LVB Schiphol afwijkt van de reactietermijnen uit de planning zoals die vermeld staat op de website

http://www.platformparticipatie.nl/projecten/alle-projecten/projectenlijst/maximum-aantal-nachtvluchten-op-luchthaven-schiphol/index.aspx

Dan de handhaving. In de beantwoording van de schriftelijke vragen over de Schiphol Gebruiksprognose 2018 stelt de minister dat ook vóór de inwerkingtreding van het nieuwe normen- en handhavingsstelsel (NNHS) gehandhaafd wordt op basis van het nieuwe stelsel. Expliciet vermeldt zij daarbij dat “De belangrijkste elementen daarvan zijn het jaarplafond van 500.000 vliegtuigbewegingen, het nachtplafond van 32.000 vliegbewegingen en het geluidpreferent vliegen”.

Kan de minister toelichten waarom een verzoek tot handhaving van een burger dan door het ILT wordt afgewezen vanwege het ontbreken van een wettelijk verankerd en handhaafbaar plafond? Hoe past zulk handelen in de poging van de minister het vertrouwen te herstellen?