Bijdrage Esther Ouwehand AO Paar­den­hou­derij januari 2015


28 januari 2015

Eerste Termijn

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Mijn inbreng gaat 180 graden de andere kant op. De VVD spreekt altijd vanuit de gedachte: wat hebben wij aan de dieren? De Partij voor de Dieren daarentegen vraagt zich altijd af: wat hebben de dieren aan ons?

Het was vrij uitzonderlijk dat er een kabinet was met een CDA-bewindspersoon op het toenmalige ministerie van LNV die over paarden zei: deze dieren hebben wel wat bescherming nodig; ik vraag aan de sector om met plannen te komen, maar de problemen zijn zo ernstig dat er regels volgen als ik daar niet tevreden over ben. Het gebeurt niet zo heel vaak dat een bewindspersoon uit zichzelf zegt: ik ben bereid om regels te stellen voor de bescherming van dieren, want het gaat echt niet goed. De sector is aan de slag gegaan. Daar is een Gids voor Goede Praktijken uit voortgekomen. Een aantal onderdelen daaruit is zeker te prijzen, maar het feit blijft dat het vrijwillige afspraken zijn. Het grootste deel van de paarden behoort niet tot een eigenaar die is aangesloten bij deze sectorraad. Als er voorlichting wordt gegeven, betekent dat nog niet (a) dat mensen de tips daadwerkelijk kunnen vinden en (b) dat zij die kunnen opvolgen. Is de staatssecretaris van mening dat het verankeren van de initiatieven die door de sector zelf zijn ondernomen en van de Gids voor Goede Praktijken in regels, het minste is wat we zouden moeten doen voor de bescherming van paarden?

De Kamercommissie heeft een werkbezoek afgelegd. Tijdens dit bezoek hebben de handhavers, de mensen van de dierenpolitie en de Inspectiedienst, echt gevraagd om gronden om op te kunnen treden. Als ze worden gebeld -- dat gebeurt steeds vaker -- omdat er sprake is van verwaarlozing of mishandeling, is er nauwelijks een mogelijkheid om in te grijpen. Ik denk dat dit iedereen frustreert, ook de staatssecretaris. De roep is dus heel duidelijk: zorg voor een goede wettelijke basis om te kunnen optreden als er sprake is van verwaarlozing. De Gids voor Goede Praktijken kan daar een goede basis voor zijn. Dat is dus mijn eerste oproep.

Mijn tweede oproep aan de staatssecretaris gaat over de paardenmarkten. We zien dat het daar echt niet goed gaat. Er zijn iedere keer beelden van ernstige wantoestanden. Er is een protocol, maar ook dat is vrijwillig en de marktmeester lijkt zich er niet aan te houden. Is de staatssecretaris het met de Partij voor de Dieren eens dat het niet meer van deze tijd is om dieren, voor het vermaak van mensen, de hele dag op gladde keien te zetten naast een knetterende kermis waarbij ze als ze echt pech hebben aan het eind nog worden getransporteerd naar Italië om te eindigen als salami? Ik wil dus graag een verbod op de paardenmarkten.

Hoe staat het met de naleving van het verbod op het couperen van staarten? Ook daar zien we voortdurend nog beelden van voorbijkomen. Het kan toch niet zo zijn dat we met elkaar afspreken dat we dit dieren niet aandoen en dat ze toch worden tentoongesteld? Er zijn moties over dit onderwerp aangenomen. Ik wil graag dat de staatssecretaris de ambitie toont om hier werkelijk een einde aan te maken.

De Kamer heeft zich ook uitgesproken voor richtlijnen om niet meer te fokken op uiterlijke kenmerken van dieren en om goed te letten op inteelt en erfelijke gebreken. Dat geldt natuurlijk niet alleen voor honden, waar de meeste aandacht voor is, maar zeker ook voor paarden. We krijgen zorgelijke signalen over grote welzijnsproblemen die gerelateerd zijn aan de fok, met name met betrekking tot Friezen. Kan de staatssecretaris toezeggen dat de richtlijnen voor gezonde fok en het welzijn van de dieren voorop, ook als het gaat om paarden leidend zullen zijn?

Is mijn spreektijd al om?

De voorzitter: U hebt nog twintig seconden.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Dan wil ik de staatssecretaris nog vragen wat de stand van zaken met betrekking tot de seriemishandelaar is. Wij maken ons daar grote zorgen over. We weten dat de politie er alles aan doet, maar de man of vrouw is nog niet gepakt. Ziet zij mogelijkheden om in de opmaat naar een houdverbod voor mensen die structureel niet goed voor hun dieren, waaronder dus ook paarden, zorgen, ondersteuning te bieden door middel van educatieve maatregelen? Iemand die niet goed voor zijn paard zorgt, wordt dan verplicht om voorlichting aan te horen en toe te passen.

[…]

Interrupties bij andere partijen

Mevrouw Ouwehand (PvdD): De Partij van de Arbeid zat destijds in het kabinet toen CDA-minister Verburg zei: er zijn echt problemen in de paardenwereld; er moet verbetering komen en als dat niet goed genoeg werkt moeten er regels worden ingesteld. Dat is zeven jaar geleden. Is de Partij van de Arbeid van mening dat de stappen die door de sector zijn gezet een wettelijke borging verdienen, zodat handhavers er echt iets mee kunnen? Dan heb je ook niet de situatie dat de ene helft van de paarden wordt ondergebracht bij mensen die dat toevallig gelezen hebben en zich er ook een beetje aan willen houden, terwijl de andere helft van de paarden aan hun lot wordt overgelaten omdat hun eigenaar er niet bij aangesloten is.

Mevrouw Dikkers (PvdA): Ik heb de cijfers niet paraat, maar volgens mij wordt er over het algemeen veel beter voor de dieren gezorgd dan jaren geleden. In de stal waar mijn paarden nog niet zo lang geleden stonden, kwamen de osteopaat, de tandarts en de zadelpasser langs. Daar werd ontzettend veel maatwerk geleverd. Mijn indruk is dus dat er in het algemeen heel erg goed voor paarden wordt gezorgd. Als er misstanden zijn, moeten die hard worden aangepakt, maar volgens mij kan dat binnen de huidige wettelijke kaders.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Mevrouw Dikkers was niet bij het werkbezoek dat de commissie heeft afgelegd. Dat kan. Ik kan ook niet overal bij zijn. De handhavers, de dierenpolitie en ook de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming deden wel een oproep aan ons. Zij zeiden dat zij onvoldoende grond hebben om daadwerkelijk in te grijpen als zij worden gebeld voor een geval van mishandeling of verwaarlozing, hetgeen vrij vaak gebeurt. Zij zeiden dus: zorg ervoor dat de stappen die gezet zijn echt een wettelijke grond krijgen, want het is wel frustrerend dat de handhaver niets kan als mensen bellen en er daadwerkelijk iets aan de hand is.

Mevrouw Dikkers (PvdA): Die frustratie kan ik mij heel goed voorstellen. Collega Ouwehand heeft daarover een vraag gesteld aan de staatssecretaris. Laten we dat antwoord even afwachten voordat we bekijken wat we hierna moeten gaan doen.

De voorzitter: Dat gaan wij doen. De staatssecretaris zal ons het antwoord zo spoedig toesturen.

Beantwoording door de staatssecretaris

Staatssecretaris Dijksma: Voorzitter. Ik zal eerst iets in het algemeen zeggen ter inleiding van mijn beantwoording van de specifieke vragen. Daarna volgen drie blokjes. Het eerste blokje gaat over de registratie. Het tweede blokje gaat over de handhaving. Het derde blokje gaat over dierenwelzijn en dierengezondheid.

Ik ben het met de heer Heerema eens dat we een heel professionele en mooie sector hebben. Ik zeg dat niet voor niets, want ik kom uit Twente. Wij zijn er daar natuurlijk heel trots op dat twee van de topruiters van de wereld, Jeroen Dubbeldam en Jos Lansink, uit onze regio komen. Hun prestaties zijn de hele wereld over gegaan. Tegelijkertijd zijn er nog zorgen over het welzijn van paarden in Nederland. Daar moeten we ook oog voor hebben. Er is zowel door de overheid als door de sector aandacht geschonken aan het welzijn en de gezondheid van paarden. Dat is ook zichtbaar geworden in veel acties. Sinds juli vorig jaar zijn er algemene regels voor de verzorging en de huisvesting van alle dieren in werking getreden. Die regels gelden dus ook voor paarden. Ook geldt per 1 juli dat fokkers van gezelschapsdieren en hobbymatig gehouden paarden en ezels, gezondheids- en welzijnsproblemen ten gevolge van de fokkerij moeten voorkomen. Daarmee hebben we uitvoering gegeven aan de motie-Van Gerven, zeg ik tegen de heer Bashir.

De sector zet nu stappen met onder andere de Gids voor Goede Praktijken van de Sectorraad Paarden en de welzijnsapp. Er is ook nog een aantal private initiatieven zoals het keurmerk paardenwelzijn. Ik denk dat het heel goed is dat er ook binnen de sector wordt samengewerkt om alle initiatieven met elkaar te verbinden. Eind 2013 hebben we samen met de sector een convenant getekend. Daarin hebben we een aantal zaken afgesproken: het bewaken van paardengezondheid en het voorkomen, monitoren en bestrijden van besmettelijk dierziekten waaronder zoönosen. In 2014 hebben we een veterinaire helpdesk opgericht. Recentelijk zijn er verscherpte controles door de NVWA uitgevoerd op de paardenmarkten. Ik heb de Kamer daar vorige week over geïnformeerd.
Voor de export van paarden hebben we een elektronisch exportcertificeringssysteem verplicht om meer grip te krijgen op het vervoer van deze dieren. Dat is het TRACES-systeem. Er worden ook op Europees niveau stappen gezet. Ik zal daar zo in mijn blok over de registratie wat meer over zeggen. Vanaf 2016 worden alle paarden geregistreerd in een centrale databank voor alle lidstaten. Die databank zal worden uitgebreid. Daarin zal ook het gebruik van diergeneesmiddelen worden geregistreerd zodat we beter kunnen zien in welke gevallen paarden bijvoorbeeld niet meer geschikt zijn voor humane consumptie.

[…]

De voorzitter: Voor degenen die later zijn ingeschakeld, vermeld ik dat de staatssecretaris met i&r de identificatie en de registratie bedoelt. Dit was het eerste blokje van haar beantwoording. We gaan nu verder met het tweede blok. Dat gaat over de handhaving.

Staatssecretaris Dijksma: Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Het is heel goed dat u de afkorting even bij de kop pakt. Daar hebt u helemaal gelijk in.

Mevrouw Ouwehand zei: er moet toch eigenlijk gewoon wetgeving komen. Zoals ik zojuist heb gezegd, is die wetgeving er al sinds 1 juli jongstleden. Al die regels zijn ook van toepassing op paarden. Ik wil daarmee zeggen dat de huidige regelgeving voldoende mogelijkheden biedt om bijvoorbeeld op te treden bij verwaarlozing. Ik heb gehoord dat de Kamer op werkbezoek is geweest. Zij heeft gesproken met de LID en de mensen van de Dierenbescherming. Het is voor hen niet eenduidig of zij kunnen optreden. Ik stel voor dat ik ervoor zorg dat er een gesprek plaatsvindt tussen mijn mensen van de NVWA en de mensen van deze organisaties om aan de hand van hetgeen nu al kan, heel helder te maken op basis waarvan zij kunnen optreden. Ik begrijp goed dat wetgeving die recentelijk van kracht is geworden, misschien niet even goed bij iedereen is geland. Dat vind ik niet erg. Dat snap ik. Om te voorkomen dat we met nieuwe wet- en regelgeving komen, terwijl we een kader hebben waarmee je prima uit te voeten kunt, moet dit gesprek plaatsvinden. Als er nog problemen zijn, kunnen zij van hun kant ook zeggen waar die zich voordoen. We praten dan over concretere zaken dan nu het geval is. Ik denk dat hetgeen er al ligt een prima basis is om te kunnen handelen. Ik stel ook voor om dat te doen.

De voorzitter: Sorry dat ik even inbreek. Ik zie heel veel aanwezigen instemmend knikken. Ik begrijp daaruit dat zij het een goed voorstel van de staatssecretaris vinden. Is het mogelijk dat de Kamer daar een brief over ontvangt als die gesprekken hebben plaatsgevonden?

Staatssecretaris Dijksma: Jazeker, voorzitter. Dat lijkt mij prima. Onder het motto "hoort, zegt het voort" kan dat dan weer gebruikt worden door degenen die niet bij het gesprek aanwezig waren.

Mevrouw Ouwehand, de heer Graus en anderen hebben gevraagd naar de stand van zaken met betrekking tot de zogenoemde "serial paardenmishandelaar". Ik heb daar geen nadere informatie over. Het is natuurlijk een kwestie die in eerste instantie bij Veiligheid en Justitie ligt. Ik ben het met alle sprekers eens dat het een afschuwelijke zaak is. Ik weet dat de politie er hard aan werkt om de daders te stoppen. Er zijn meerdere rechercheteams met deze zaken bezig, waaronder een team grootschalige opsporing. Er is ook een landelijke coördinator. Die ziet erop toe dat alle lopende zaken goed worden uitgevoerd. Als het eventueel nodig is om informatie onderling te delen, kan dat op die manier natuurlijk ook plaatsvinden. Als we weer nieuws hebben -- ik denk dat dit in eerste instantie via de opsporingsdiensten zal lopen -- hoop ik dat dit het nieuws zal zijn dat de daders zijn gepakt. Laten we daar samen voor gaan. Ik hoop ook dat burgers het melden als zij dingen zien die verdacht zijn. Al die extra ogen en oren kunnen immers enorm helpen.

Ik kom op het verbod op het couperen van paardenstaarten. Ik had beloofd om daarop terug te komen. Ik ben het met alle sprekers eens dat het eigenlijk niet meer moet voorkomen als je het hebt verboden. Helaas is de werkelijkheid soms alleen wat weerbarstiger. We hebben de Kamer meerdere malen meegedeeld dat er in 2002 een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven is geweest waarin de rechter vond dat een verbod op de tentoonstelling van gecoupeerde dieren een onterechte beperking was van het vrije verkeer van goederen en diensten. Daar zijn we natuurlijk steeds tegenaan gelopen. In de rechtspraak hebben zich heel recentelijk ontwikkelingen voorgedaan met betrekking tot hondententoonstellingen. Daarom zie ik nu ook mogelijkheden om het tentoonstellingsverbod van gecoupeerde dieren beter te handhaven, ook voor dieren die legaal in het buitenland gecoupeerd zijn. Uiteindelijk blijft het oordeel hierover aan de rechter. Wij hebben dat verbod inderdaad allang ingevoerd. Als een rechter zegt dat je niet kunt verbieden dat dieren die van elders komen hier worden tentoongesteld, omdat de regelgeving elders niet geldt en er sprake is een vrij verkeer van goederen, levert het echter wel een beperking op, zoals de Kamer zal begrijpen. Gelet op hetgeen recentelijk is gebeurd in het geval van die hondententoonstelling, ben ik voornemens om strikter toe te zien op overtredingen als het gaat om het tentoonstellen van gecoupeerde paarden. Dit betekent dat we dus ook kunnen optreden tegen het tentoonstellen van paarden die in het buitenland legaal gecoupeerd zijn. Het OM wenst ook dat er een nieuwe uitspraak wordt gedaan. Het onderzoekt nu de mogelijkheden. Er is dus voortgang op dit dossier.

Een aantal Kamerleden heeft aandacht gevraagd voor de paardenmarkten. Mevrouw Ouwehand zegt dat we daar misschien helemaal vanaf moeten. Mevrouw Dikkers leek zich daarbij aan te sluiten. Ik ben dat niet met hen eens, want paardenmarkten hebben op zichzelf wel degelijk een toegevoegde waarde. Er kan bijvoorbeeld op die manier een tweede bestemming worden gezocht voor paarden die anders naar de slacht zouden gaan. Ik vind het belangrijk dat er wel goed toezicht is. Recentelijk heeft de NVWA het toezicht op paardenmarkten verhoogd. Als er sprake is van zaken die niet door de beugel kunnen, treedt zij dus ook op. Ik geloof dat wij de Kamer vorige week ook hebben meegedeeld dat we dit zo doen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik wil nog iets zeggen over de paardenmarkten. Het is waar dat de staatssecretaris heeft beloofd dat er op dat gebied meer toezicht zal komen. Er zijn momenteel uitgebreide discussies gaande over de NVWA, over de capaciteit van de NVWA en over de vraag waarvoor we die willen inzetten. Ik wil daarom de volgende vraag op tafel leggen. Op zo'n dorpsfeest is sprake van een heel groot risico op welzijnsschade voor die dieren. Vinden wij dat de beperkte toezichts- en handhavingscapaciteit daarvoor moet worden ingezet? Ik proef een beetje uit de woorden van de staatssecretaris dat zij een paardenmarkt een goede plek vindt om weloverwogen tot de aanschaf van een paard over te gaan. Heeft zij die mening echt? Mijn ervaring is namelijk dat de impulsieve gedachte "er staat hier een shetlandertje voor €50; neem maar mee!" niet de beste manier is om een paard aan te schaffen. Volgens mij gaat de reden dat zo'n paard anders wordt geslacht, ook niet op.

Staatssecretaris Dijksma: Ik vind het nu toch wel ingewikkeld worden. Het is immers dezelfde mevrouw Ouwehand die mij ertoe oproept om de internetaankopen ook steeds moeilijker te maken. Ik weet dan op een gegeven moment niet meer waar die verkoop dan nog wel mag plaatsvinden.

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Ik zou allereerst graag antwoord willen op de vraag of je capaciteit wilt inzetten voor de handhaving en het toezicht tijdens zo'n evenement waarbij het risico op welzijnsschade voor dieren heel groot is. Of moet je zeggen: het risico is te groot, dus we stoppen ermee? De staatssecretaris vraagt zich af waar de verkoop dan nog wel mag plaatsvinden. Het gaat daarbij overigens niet alleen om paarden, maar ook om andere dieren. De staatssecretaris weet heel goed dat wij niet gecharmeerd zijn van de aanprijzingen op marktplaats. Maar ook markten waar mensen dieren kunnen kopen, en tuincentra -- waar ze gelukkig nog geen pony's verkopen, en ik hoop dat ze dat ook nooit gaan doen -- horen natuurlijk niet tot de plekken waar mensen weldoordacht een dier aanschaffen. De staatssecretaris moet nu dus niet flauw doen over mijn vraag.

Staatssecretaris Dijksma: Nee, dat is echt niet flauw. Het is gewoon de realiteit. Mijn vraag is oprecht. Als de verkoop niet op een paardenmarkt of iets dergelijks plaatsvindt, dan zal die zich verplaatsen. De kans is groot dat die verkoop dan via het internet zal gaan lopen. Er zijn immers niet zomaar andere gelegenheden waar die verkoop plaatsvindt. Dan is de handhaving nog veel ingewikkelder. Ik heb de volgende afweging gemaakt. Ik vind het heel goed dat mevrouw Ouwehand aangeeft dat de schaarse capaciteit bij de NVWA verstandig moet worden ingezet. Daarover zijn we het helemaal eens. Maar als zaken zich vervolgens gaan verplaatsen, wordt het voor mij nog veel ingewikkelder om mijn diensten daar een rol bij te laten spelen. Voorts vind ik de proportionaliteit van het voorstel te zwaar. Dat wil ik hier ook gezegd hebben. Ik ben het ermee eens dat er een einde moet worden gemaakt aan incidenten op paardenmarkten. Ik vind het echter een te vergaande stap om het dan meteen maar te verbieden.

Staatssecretaris Dijksma: Een aantal woordvoerders heeft vragen gesteld over de Gids voor Goede Praktijken. Ik heb die gids genoemd als een fantastisch initiatief, maar ik heb ook vastgesteld dat, als het gaat om dierenwelzijn, we sinds juli al algemene huisvestings- en verzorgingsnormen hebben. Het is om die reden niet noodzakelijk om tot een specifieke paardenregeling over te gaan.

Tweede termijn

Mevrouw Ouwehand (PvdD): Voorzitter. Ik bedank de staatssecretaris voor haar toezegging om een gesprek te organiseren tussen haar mensen en de handhavers van de Dierenbescherming en de dierenpolitie over de nieuwe regels die in werking zijn getreden en de betekenis daarvan voor de manier waarop kan worden opgetreden tegen verwaarlozing. Ik hoor graag wanneer we daarover een brief ontvangen. Ik wijs de staatssecretaris erop dat de Gids voor Goede Praktijken die de sector heeft opgesteld wel wat verder gaat. Ik denk dat dat ook goed is. Het gaat in de gids ook over huisvesting, over het erkennen dat paarden sociale dieren zijn en in principe niet alleen gehouden moeten worden en over het feit dat paarden vier uur per dag buiten moeten kunnen bewegen. Volgens mij staat dat niet in de regels die recentelijk in werking zijn getreden. Die eerste brief is echter een mooie stap voor een vervolggesprek. Ik bedank de staatssecretaris daar dus voor.

Ik schrik wel een beetje van de manier waarop de staatssecretaris reageert op de grote problemen op de paardenmarkten. Ik breng oud-minister Verburg even in herinnering. Dat doe ik echt niet vaak. Zij zei: paarden, dat zijn geen fietsen; die kun je niet zomaar in een schuur zetten. Ik denk dat je paarden ook niet zomaar met elkaar op een markt, bij een knetterende kermis, kunt zetten. Het kan wel, maar is de staatssecretaris dan bereid om een zodanige handhaving in te zetten dat er van 's morgens vroeg tot 's avonds laat op toe wordt gezien dat het welzijn van die dieren niet in de knel komt? Ik denk dat er überhaupt geen dieren op een markt moeten worden gekocht. Marktplaats is ook geen geschikte plek. We moeten daar nu juist andere vormen voor zoeken. We moeten dieren niet zien als handel. Als iemand aan een dier begonnen is en er niet meer voor kan zorgen, dan moet er eerder in termen van herplaatsing worden gedacht dan dat er wordt gedacht: ik neem nu eens een witte pony en dan straks een bruin paard. Het baart me wel wat zorgen dat ik dat een beetje proef bij de staatssecretaris. Zo moeten we niet met dieren omgaan.

Ik wil graag een motie over de paardenmarkten indienen. Ik ben benieuwd of de staatssecretaris het protocol dat daarvoor is opgesteld, wil evalueren. Ik ben er het liefst zo snel mogelijk vanaf. Als de staatssecretaris dat niet wil, dan zal zij in elk geval aan de Kamer duidelijk moeten maken hoe zij ervoor zal zorgen dat het welzijn van de dieren op de paardenmarkten daadwerkelijk niet in gevaar komt. Ik zie de toekomst op dat gebied namelijk niet zo rooskleurig in.

Beantwoording door de staatssecretaris

Staatssecretaris Dijksma: Voorzitter, hartelijk dank. Ik bedank de Kamerleden voor hun opmerkingen. Ik zie het VAO uiteraard tegemoet. Ik zeg tegen mevrouw Ouwehand dat met de Gids voor Goede Praktijken een invulling wordt gegeven aan de algemene huisvestings- en verzorgingsnormen uit het Besluit houders van dieren. De NVWA heeft al mede op basis van deze gids een interventie- en handhavingsstrategie opgesteld. Men kan die dus in dat gesprek ook delen. We kunnen dan ook vaststellen of dat goed zou kunnen gaan werken.

Er is uitgebreid gesproken over de paardenmarkten. Paarden zijn inderdaad geen fietsen. Dat zeg ik oud-minister Verburg grif na. Ik ben het ook met mevrouw Ouwehand eens dat er moet worden opgetreden tegen situaties die slecht zijn voor het dierenwelzijn. NVWA'ers zijn inderdaad niet dag en nacht overal aan het controleren. Mevrouw Ouwehand zegt dat je eigenlijk een dier helemaal niet moet willen verkopen, dat je als je een dier aanschaft, er een leven lang voor moet willen zorgen. Ik snap dat ze dat zegt, maar dat is gewoon niet de praktijk. Dieren worden overal ter wereld wel degelijk verkocht. Dat gebeurt dus ook in onze samenleving. Je moet ervoor zorgen dat die verkoop onder goede omstandigheden plaatsvindt, zeker als dat op een paardenmarkt gebeurt. Ook al zou je paardenmarkten en de verkoop via internet verbieden, je kunt niet voorkomen dat er toch verkoop plaatsvindt. De vraag is waar dat dan zal gebeuren. Een andere vraag is: wat gaan mensen met hun dieren doen als het bijna niet meer mogelijk is om ze op een eenvoudige manier te verkopen? Dan zouden er dingen kunnen gebeuren waar je niet graag aan denkt. Ik zie dus het probleem van mevrouw Ouwehand wel, maar ik denk dat haar oplossing niet het meest effectief is. We zullen daar ongetwijfeld tijdens het VAO verder over praten.

De voorzitter: Hiermee zijn wij gekomen aan het einde van dit algemeen overleg. Er is een aantal toezeggingen gedaan.

- Er komt een overleg met VWS over extra onderzoek naar zoönosen. De staatssecretaris of een van haar mensen zal dat overleg voeren.

- De Kamer wordt in april op de hoogte gebracht van het komende gesprek tussen de NVWA en de sector, waarin duidelijk zal worden gemaakt op grond van welke regelgeving kan worden gehandhaafd. In die brief zal ook het alerter handhaven en het couperen van staarten worden meegenomen.

Ik bedank de aanwezigen voor hun inbreng. Er is een VAO aangevraagd met als eerste spreker mevrouw Ouwehand. We zien dat VAO vanzelf op de lijst verschijnen. Ik wens iedereen nog een fijne avond.