Bijdrage debat over de agenda van de Europese Top


19 juni 2007

Voorzitter,

Vandaag spreken wij wederom over de toekomstige vormgeving van Europa, maar ik heb de indruk dat dit wel een beetje vanaf de zijlijn is. De Nederlandse regering heeft haar inzet bekendgemaakt bij de onderhandelingen door middel van verschillende brieven aan de Kamer. De berichtgeving in de media, de al dan niet verstandige uitlatingen van de staatssecretaris tegenover de media en de verschillende debatten die wij hier hebben gevoerd, hebben ertoe geleid dat het vertrouwen in het onderhandelingsresultaat bij de fractie van de Partij voor de Dieren in elk geval niet heel erg groot is. Wij krijgen niet erg veel inzage in het proces, wij kunnen niet bijsturen en het kabinet gaat vrijwel zonder mandaat met zijn inzet op pad. Ik heb het nu over het mandaat van de kiezer, want die heeft eenmalig de kans gehad om de grondwet naar de prullenbak te verwijzen, maar is niet in de gelegenheid gesteld om die keuze toe te lichten. Na twee jaar stilte wordt op de valreep nog een beetje inspraak gesimuleerd, maar de werkelijke dialoog met de burger is de afgelopen periode niet tot stand gebracht. Ik ken het antwoord op de vraag al, maar wil toch nog een laatste handreiking aan het kabinet doen. Bent u bereid om voordat u verdere afspraken gaat maken over de toekomst van de Europese grondwet de kiezer alsnog een mandaat te vragen door nu te zeggen: Wat wij gaan onderhandelen en wat wij gaan bereiken en binnenslepen, zullen wij aan u als kiezer voorleggen, omdat wij uw mening en oordeel serieus willen nemen en kunnen duiden wat u ons met dat nee heeft willen zeggen?

In dat licht zou ik van het kabinet ook graag willen horen hoe het kabinet zal omgaan met het advies van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid dat heeft voorgesteld om een zogenaamd preferendum te organiseren. Hoe moeten wij dat zien? Wordt de burger nog een reƫle keuze voorgelegd om nee te zeggen of mogen zij kiezen tussen tien varianten ja? Wat gaat u met dat advies doen?

De voorzitter van de WRR deed twee weken geleden nog opmerkelijke uitspraken over het referendum. Ik heb hem vorige week ook al genoemd. De burger zou als een boze Bogito nee hebben gezegd tegen de grondwet. Nu getuigt een dergelijke uitspraak niet van bovenmatig veel respect voor de weloverwogen keuze van de kiezer, maar interessant is zij wel, want dieren komen kennelijk alleen aan bod in vergelijkingen om de Europese crisis te duiden, terwijl als het om dieren gaat de werkelijke crisis natuurlijk wordt gevormd door de beschamende manier waarop jaarlijks tien miljard dieren over de kling worden gejaagd in de Europese bio-industrie. Wanneer wij zien dat een meerderheid van de Europese bevolking wenst dat er eindelijk eens werk wordt gemaakt van het welzijn van landbouwhuisdieren, is het volstrekt onmogelijk om een 50 jaar oud uitgangspunt op te nemen in de Europese grondwet dat productieverhoging als enige uitgangspunt van het landbouwbeleid stelt. Graag zou ik van het kabinet nog een concrete toezegging krijgen. Het is wel enigszins aangegeven in eerdere debatten die wij hebben gevoerd, maar omdat wij niet kunnen afdwingen waarmee u thuiskomt, zou ik graag nog extra benadrukt hebben dat deel 3 waarin deze bepalingen zijn opgenomen uit het nieuwe verdrag wordt geschrapt.

De Partij voor de Dieren vindt dat we een pas op de plaats moeten maken. De onderhandelingen over het nieuwe verdrag zullen wij volledig in het licht zien van democratische controle en de versterking van de democratie van Europa, voordat we willen praten over allerlei andere dilemma's die ons in Europees verband voor de voeten worden geworpen. Onze inzet is duidelijk; ik wens de regering sterkte bij de onderhandelingen en ik vraag me af wat de burger er nog over te zeggen zal hebben.