Bijdrage Algemeen Overleg LNV over schelp­dier­vis­serij


5 juni 2007

Mosselvisserij

Voor het beleid rondom de schelpdiervisserij is een aantal mooie uitgangspunten geformuleerd: maatschappelijk verantwoord ondernemen, people, planet, profit.... klinkt prachtig, maar de praktijk is toch iets minder rooskleurig zo moeten we constateren.

Wat de innovaties betreft kunnen we er een aanmerken die voor de natuur als voordeel heeft dat de bodem met rust wordt gelaten: de mosselzaadvanginstallaties. De andere innovatie, het kweken van schelpdieren in gesloten kweeksystemen en het binnendijks kweken van schelpdieren in combinatie met de kweek van vis roept wel wat vragen op. Want hoe zit het met het welzijn van de vissen in deze systemen? Tijdens het werkbezoek in IJmuiden heeft de commissie een tongkwekerij bezocht, en de waarborgen voor dierenwelzijn lijken ver weg. De Partij voor de Dieren wil dan ook van de minister weten hoe de maatschappelijk verantwoorde uitgangspunten van haar beleid zich verhouden tot het welzijn van de dieren in deze kwekerijen. U weet dat de Kamer een motie van mijn hand heeft aangenomen waarin de regering wordt verzocht dierenwelzijn op te nemen als een van de criteria voor maatschappelijk verantwoord ondernemen.
Hoeveel leefruimte is er beschikbaar per vis? Kunnen de dieren in de kweekbakken hun natuurlijke gedrag uitoefenen? Voor tong geldt bijvoorbeeld dat zij zich van nature veelal ophouden in de bodem, maar in de kweekbakken die we gezien hebben in IJmuiden lag een laagje zand van nog geen centimeter en de bakken zaten propvol vis. Hoe staat het met de dodingmethoden van gekweekte vis?

De huidige praktijk van de kokkelvisserij kan al leiden tot verstoringen van het ondiepe wad (op en afgaan van schepen, gebruik schijnwerpers, veel mensen). Verder kan een cumulatie van negatieve ecologische effecten optreden en zal de handhaving steeds lastiger worden waardoor overbevissing dreigt. Dit kan het herstel van de banken bemoeilijken waardoor een neergaande spiraal wordt ingezet. Toch heeft de minister onlangs 10 extra vergunningen uitgegeven voor het handmatig vissen naar kokkels. Van 21 naar 31 vergunningen. Dat is nogal wat.

De Waddenvereniging geeft aan dat er steeds minder mosselzaad te vinden is, er is weinig nieuwe aanwas. Het lijkt daarom een logische stap om simpelweg minder mosselzaad weg te vissen. Waarom dan toch die enorme uitbreiding van het aantal vergunningen? Natuurbeschermingsorganisaties die de noodklok luiden over de hoeveelheid mosselen en mosselzaad die mag worden weggevist zijn onlangs nog door de rechter in het gelijk gesteld. Waarom moet het zover komen dat maatschappelijke organisaties via de rechter een meer verantwoordelijk vergunningbeleid moeten afdwingen?

De Partij voor de Dieren denkt dat de minister kritischer moet kijken naar de capaciteit van de mosselbanken voordat ze visvergunningen verstrekt. Sterker nog, het vergunningenbeleid zal moeten worden herzien. Is de minister daartoe bereid? En wat betekent dat dan voor de tien extra verstrekte vergunningen? Worden die ingetrokken?

Er bestaat nogal wat onduidelijkheid over de 'passende beoordeling' bij de vergunningverlening in het kader van Habitatrichtlijn. De beoordeling is volgens verschillende betrokken partijen niet gebaseerd op alle wetenschappelijke gegevens die nodig zijn om überhaupt een oordeel te kunnen vellen over de te verwachte effecten van de mosselvisserij op de natuur. Het voorzorgsbeginsel schrijft voor dat eerst de oorzaken van natuurschade moeten worden onderzocht voordat er eventueel mag worden doorgevist. De minister verleent de vergunning vast en wacht in de tussentijd het lopende onderzoek af. Dat is de wereld op zijn kop.

Wij willen weten of de minister kan garanderen dat bij een beoordeling van een vergunningaanvraag alle relevante gegevens worden betrokken. Als ze dat niet kan, willen we de toezegging krijgen dat geen vergunningen worden verstrekt zolang niet alle kennis die noodzakelijk is voor een goede beoordeling en afweging van de ecologische effecten beschikbaar is.


Produs

In dit kader lijkt de minister ook het Project Onderzoek Duurzame Schelpdiervisserij niet helemaal serieus te nemen. Volgens de projectleider (Smaal) zijn sommige resultaten van dit onderzoek pas rond 2010 beschikbaar. In antwoord op vragen over dit punt van deze commissie schrijft de minister: “Er wordt alleen toestemming verleend voor mosselvisserij, indien er geen sprake is van significante gevolgen voor de instandhoudingdoelstellingen. De informatie die het PRODUS-onderzoek in de tussenliggende periode oplevert wordt hierbij betrokken, het zogenaamde adaptief management.”

Zolang de uiteindelijke onderzoeksresultaten van het PRODUS onderzoek niet bekend zijn, kan niet goed beoordeeld worden of er significante gevolgen voor de instandhoudingdoelstellingen zullen zijn. Zolang het onderzoek van PRODUS niet is afgerond, dient er uiterst voorzichtig te worden omgegaan met het verstrekken van visvergunningen.

Op welke wijze kunt u garanderen dat het zogenaamde adaptief management afdoende rekening houdt met gevolgen van mosselvisserij, wanneer het eindresultaat van het PRODUS onderzoek wellicht pas jaren later bekend is?

Ook hier graag een toelichting van de minister: hoe verhoudt het voorzorgprincipe zich tot het tussentijds verstrekken van mosselvisvergunningen in afwachting van de onderzoeksresultaten van PRODUS?

Is de minister bereid om in afwachting van de onderzoeksresultaten van PRODUS consequent vanuit het voorzorgprincipe te handelen bij het verstrekken van mosselvisvergunningen?