Behan­deling Rijks­be­groting voor Volks­ge­zondheid, Welzijn en Sport - Bijdrage Partij voor de Dieren 1e termijn


17 januari 2007

Behandeling Rijksbegroting VWS 2007

Partij voor de Dieren
Esther Ouwehand

1e termijn Kamer, 17 januari 2007

Voorzitter, bij de behandeling van de VWS-begroting voor 2006, zo ongeveer een jaar geleden, heeft vrijwel niemand in dit huis aandacht willen besteden aan proefdieren. Inmiddels waait er een andere politieke wind, wat belangrijk is voor de honderdduizenden dieren die jaarlijks in Nederlandse laboratoria lijden onder experimenten waarvan nut en noodzaak lang niet altijd helder zijn. Levende wezens van wie het lichaam “ter beschikking wordt gesteld aan de wetenschap”. Niet na hun dood, maar bij leven en volle bewustzijn.

Heel veel Nederlanders hebben grote moeite met dierproeven. Een jaar geleden nog wezen jongeren de proefdierproblematiek aan als een van de vijf belangrijkste politieke thema's tijdens het Nationale Jeugddebat, hier in de Kamer. De jongeren legden de minister -terecht- het vuur na aan de schenen. Hoe we ook denken over de ethische toelaatbaarheid van dierexperimenten, het staat vast dat de meeste mensen in onze samenleving dieren erkennen als levende wezens met bewustzijn en gevoel. En daarmee vinden dat wij de morele plicht hebben om dierproeven zoveel mogelijk te beperken.

Experimenten op levende dieren voltrekken zich volledig achter gesloten deuren. We mogen niet weten om welke proeven het gaat, wat de precieze doelen zijn, wat er met de dieren wordt gedaan en hoezeer zij daarvan te lijden hebben. Het enige dat ons wordt meegedeeld is het aantal dieren dat jaarlijks wordt gebruikt, en op welke terreinen de wetenschappelijke vragen liggen die men met behulp van dierproeven poogt te beantwoorden. Het lijden van de dieren wordt intussen eufemistisch aangeduid als 'ongerief'.

De Wet op de Dierproeven is bijna 30 jaar oud. Onafhankelijke wetenschappers hebben in 2005 harde noten gekraakt over het functioneren van de wet ten aanzien van de daadwerkelijke bescherming van proefdieren. Desondanks heeft de minister aangegeven de aanbevelingen uit de evaluatie niet over te nemen. En de Kamer heeft dat voor kennisgeving aangenomen. De Partij voor de Dieren wil alsnog een debat voeren over het evaluatierapport, om ervoor te zorgen dat proefdieren eindelijk de bescherming krijgen die ze verdienen. Maar tot het zover is wil onze fractie nu vast een aantal belangrijke zaken aan de orde stellen.

Allereerst het budget voor de ontwikkeling en stimulering van alternatieven. Ieder jaar wordt in Nederland tussen de 800 miljoen en 1 miljard euro uitgegeven aan biomedisch onderzoek. Daar staat een schamel budget van 900.000 euro tegenover voor alternatieven voor dierproeven. Het veld schreeuwt om een structureel budget dat vele malen hoger ligt dan dit onwaarschijnlijk lage bedrag. Het Nationaal Centrum Alternatieven voor Dierproeven kan van de overheidssubsidie nog geen 2 fulltime medewerkers in dienst houden. De continuïteit van het centrum, dat in Nederland én Europa een toonaangevende rol zou moeten spelen, is op geen enkele wijze gegarandeerd. En ZonMw is met het beperkte budget voor haar programma ‘Dierproeven Begrensd’ slechts in staat een heel klein deel van alle onderzoeksaanvragen te honoreren.
Het ontbreken van een structureel budget van voldoende omvang betekent concreet dat we allerlei kansen om het proefdiergebruik terug te dringen laten liggen. Er is nog zoveel winst te behalen! Door de validatie van reeds ontwikkelde alternatieven in internationaal verband kunnen vele dierenlevens worden gespaard. Het bedrijfsleven zit te springen om een grondige inventarisatie van de regelgeving voor veiligheidstesten, zodat de dure, overbodige dierproeven kunnen worden afgeschaft. Over verlaging van administratieve lasten gesproken!
Het Europees Parlement stemde eind vorig jaar in grote meerderheid voor een resolutie waarin gesteld wordt dat de ontwikkeling, validatie en aanvaarding van methodes zonder dierproeven versneld moet worden. Hoewel de Europese molens doorgaans niet al te snel malen, is de vraag niet of, maar wanneer de EU Nederland via een nieuwe Richtlijn zal dwingen om haar alternatievenbeleid meer prioriteit te geven. De Partij voor de Dieren pleit ervoor het niet zover te laten komen. Nederland zou, veel meer dan nu het geval is, een voortrekkersrol moeten en kunnen spelen op het gebied van proefdiervrije testmethoden. Investeer in kennis: geef ruimte aan innovatief alternatievenonderzoek. Zorg ervoor dat opgedane kennis breed gedeeld en verspreid kan worden door een goed functionerend Nationaal Centrum Alternatieven voor Dierproeven. Het NCA zou zitting moeten hebben in internationale commissies die testrichtlijnen opstellen, en zou moeten uitgroeien tot de alternatievenexpert van Europa. Als we nú in actie komen, kan Nederland een internationale toppositie veroveren op een steeds belangrijker wordend terrein.

Voorzitter, het is allemaal zo moeilijk niet. Investeren in alternatievenonderzoek verdient zich terug, weet iedereen die zich met deze materie bezig houdt. Een beperking van het proefdiergebruik is namelijk niet alleen winst voor de dieren zelf, het levert ook enorme kostenbesparingen op. Voor deze begroting heb ik samen met collega Van Velzen een amendement ingediend dat tot doel heeft het alternatievenbudget voor dit jaar te verdubbelen. Maar belangrijker nog is de vraag aan de minister of hij bereid is om voor de komende jaren structureel een substantieel budget vrij te maken. We wijzen hem hierbij nadrukkelijk op zijn coördinerende rol om vanuit verschillende ministeries een totaalbudget samen te stellen voor alternatieven voor dierproeven. Kan de minister aangeven op welke wijze hij invulling geeft aan die rol? Verder wil de Partij voor de Dieren een heffing op proefdiergebruik doorvoeren voor commerciële onderzoeksinstellingen. De minister heeft in een eerder overleg met de kamercommissie nogal vage argumenten aangedragen om een dergelijke proefdierbelasting niet te hoeven doorvoeren. Ik wil in dit debat een reactie van de minister op het simpele voorstel om per gebruikt proefdier een vast bedrag te heffen dat ten goede komt aan een stimuleringsfonds voor alternatieven.

Naast een flinke stimulans van de ontwikkeling van alternatieven voor dierproeven, is het hard nodig nu eindelijk eens een start te maken met het omschrijven van onderzoeksdoelen waarvoor geen dierproeven worden aanvaard. Zoals het testen op dieren voor cosmetica niet langer als acceptabel wordt gezien, bestaat er ook veel weerstand tegen dierproeven voor huishoudelijke producten. Is de minister bereid om dierproeven voor dergelijke producten te verbieden?

Een zorgvuldig dierproefbeleid vraagt een kritische houding ten aanzien van bestaande procedures. Nog voordat het evaluatierapport aangaf dat de Wet op de Dierproeven niet meer past in de Nederlandse juridische structuur, is bij voortduring kritiek geuit op het totale gebrek aan transparantie in de dagelijkse uitvoeringspraktijk. In een democratie als de onze mogen de afwegingsprocessen rond diergebruik voor experimenten niet geheim blijven voor publiek, maatschappelijke organisaties en volksvertegenwoordiging. In 2003 heeft de minister de Kamer toegezegd te bekijken of de jaarverslagen van de Dierexperimentencommissies openbaar kunnen worden gemaakt. Wij willen niet alleen openbaarheid van de jaarverslagen, maar ook van de individuele DEC-adviezen. De vraag aan de minister is tweeledig: hoe staat het met de openbaarheid van de jaarverslagen? En bent u bereid ook de individuele DEC-adviezen openbaar te maken?

Wanneer het gaat om de identificatie van proefdieren moet er een einde komen aan de beruchte teenknip. Wij vinden het onvoorstelbaar dat het nog altijd is toegestaan om van pasgeboren knaagdiertjes de teen af te knippen, louter om de dieren uit elkaar te kunnen houden tijdens de experimenten. Hier is al eerder met de minister over gesproken. Kan hij aangeven wat hij het afgelopen jaar heeft gedaan om de ontwikkeling van alternatieve vormen van identificatie te stimuleren? Op welke termijn mogen we een verbod op de teenknip verwachten?

Dan de registratie van proefdieren. De jaarverslagen van de Voedsel- en Warenautoriteit laten zien hoeveel dierproeven er jaarlijks in Nederland worden verricht, maar daarmee weten we nog niet hoeveel proefdieren daadwerkelijk hun leven slijten in de laboratoria en fokcentra. We vragen de minister een complete registratie van proefdieren door te voeren waarbij alle dieren die gehouden worden voor dierproeven worden geteld, ook de dieren die (nog) niet zijn ingezet voor een experiment, maar wel in de laboratoria zitten.

Ook ongewervelde diersoorten zouden moeten kunnen rekenen op enige bescherming als mag worden aangenomen dat zij te lijden hebben van experimenten. De Wet op de Dierproeven biedt daar gelegenheid toe, maar de minister heeft daar tot nu toe nog niet een keer gebruik van gemaakt. Terwijl uit onderzoek allang blijkt dat bijvoorbeeld inktvissen pijn kunnen ervaren. In Engeland vallen deze dieren daarom onder de Animals Act, en in Europees verband wordt er voor gepleit inktvissen de bescherming van de Richtlijn te bieden. Wij willen van de minister weten of hij bereid is om ongewervelde diersoorten de wettelijke bescherming te bieden die zij verdienen, en zo ja, welke actie hij hiertoe zal ondernemen.

Voorzitter, ik heb nog heel veel vragen aan de minister, maar die zal ik stellen in het debat dat ik graag wil voeren over de Wet op de dierproeven. Nu wil ik nog weten of de minister bereid is een einde te maken aan het gebruik van primaten voor dierproeven. In verkiezingstijd heeft zich hier een kamermeerderheid voor afgetekend, onder meer door uitspraken van CDA en VVD, waarover wij uiteraard zeer verheugd zijn. En onlangs heb ik kamervragen gesteld over de handhaving van de Wet op de dierproeven, omdat alles erop wijst dat de Voedsel- en Warenautoriteit niet in staat is haar controlefunctie effectief in te vullen. Ik wacht de antwoorden van de minister hierop in spanning af.

Dank u wel.