Behan­deling Rijks­be­groting voor Volks­ge­zondheid, Welzijn en Sport - Bijdrage Partij voor de Dieren 2e termijn


17 januari 2007

Behandeling Rijksbegroting VWS 2007

Partij voor de Dieren
Esther Ouwehand

2e termijn Kamer, 18 januari 2007

Voorzitter,

De minister heeft aangegeven dat hij een verdere invulling van het alternatievenbeleid voor dierproeven aan het volgende kabinet wil overlaten. Dat lijkt ons prima, want de afgelopen jaren hebben de kabinetten Balkende de proefdieren behoorlijk in de kou laten staan. Maar de Kamer in haar nieuwe samenstelling heeft de kans om eindelijk de eerste bakens te verzetten voor de koers die het nieuwe kabinet moet gaan varen. Vrijwel alle partijen die vandaag vertegenwoordigd zijn in dit huis hebben immers aangegeven dat het budget voor alternatieven voor dierproeven drastisch omhoog moet. In hun partijprogramma’s, tijdens het Grote Politieke Dierendebat vorig jaar, in de media tijdens de verkiezingscampagne. Veelbelovend én fantastisch! Het is eigenlijk onvoorstelbaar dat het zolang geduurd heeft, want er is zoveel voor te zeggen om te investeren in alternatieven voor dierproeven! Een doortastend alternatievenbeleid heeft een geweldige Return on Investment: een verlaging van kosten en administratieve lasten voor het bedrijfsleven door afschaffing van overbodige dierproeven en een einde aan letterlijk zéér schrijnend dierenleed dat wordt afgewezen door de burgers in ons land. Een uitgelezen kans voor Nederland om als kenniseconomie voorop te lopen op dit steeds belangrijker wordend terrein. En een kans voor ons als samenleving om onze morele plicht te vervullen om het gebruik van dieren voor experimenten te beperken tot het hoogstnoodzakelijke.
Ik verwacht dan ook brede steun voor de moties die een structureel en substantieel budget voor de ontwikkeling, validatie en acceptatie van alternatieven mogelijk maken. Twee moties, waarin zowel de overheid als het bedrijfsleven hun verantwoordelijkheid nemen. En waarvan zowel de overheid als het bedrijfsleven in directe zin zullen profiteren. Zelden hebben dieren profijt bij wat mensen “winwin situaties plegen te noemen”. In dit geval, voorzitter zijn mens én dier gebaat bij het aannemen van deze moties, om welke reden ik kamerbrede steun verwacht.

(motie budget alternatieven dierproeven)
(motie proefdierheffing)

De doelen waarvoor proefdieronderzoek is toegestaan, moeten worden ingekaderd. Wie één blik werpt op het schoonmaakschap in de supermarkt weet dat we onze huizen op minstens 20 verschillende manieren kunnen poetsen. Kunnen we het ethisch verantwoorden om dieren op te offeren voor de ontwikkeling van nog meer schoonmaakmiddelen? Ik denk van niet. Net als voor cosmetica destijds, bestaat er voor schoonmaakmiddelen inmiddels een hele range aan veilige ingrediënten die voldoende basis bieden voor de ontwikkeling van eventuele nieuwe producten. Het is tijd voor een verbod op dierproeven voor niet-noodzakelijke doelen. Om te beginnen met schoonmaakmiddelen. Elke zich diervriendelijk noemende partij zal dat moeten beamen en dat zou dus moeten leiden tot een overweldigende meerderheid voor dit voorstel. Ik wil daarom de volgende motie indienen.

(motie verbod dierproeven voor schoonmaakmiddelen)

Dan de openbaarheid rondom dierproeven. Ik vind het ronduit stuitend dat de minister met een nietszeggende reactie komt op de vraag of hij nu eindelijk eens bereid is de jaarverslagen en adviezen van Dierexperimentencommissies openbaar te maken. Ik heb bij interruptie eerder vandaag al aangegeven dat het argument van de administratieve lastenverzwaring geen hout snijdt in deze discussie. De adviezen en jaarverslagen van Dierexperimentencommissies worden hoe dan ook opgesteld, dat is ook nu al het geval. Het gaat alleen om de openbaarmaking, zodat onze samenleving kennis kan nemen van de afwegingen die gemaakt worden als het gaat om de vraag of dieren mogen worden onderworpen aan experimenten. Internet is in dat opzicht een prachtig, snel en zeer kostenefficiënt medium. Openbaarmaking is administratief gezien een klusje van niks. En als het de minister werkelijk te doen is om een verlaging van de administratieve lasten, kan ik hem wijzen op een aantal waardevolle suggesties die hem al lang en breed bekend zijn. Zoals het instellen van één centrale, landelijke Dierexperimentencommissie, in plaats van 26 verschillende. Daarmee zouden we meteen een einde kunnen maken aan de verschillende beoordelingen van dierproefonderzoek door al die verschillende DECs. En aan de zeer onwenselijke situatie van belangenverstrengeling: in Dierexperimentencommissies, die aanvragen voor het proefdieronderzoek van een bepaalde instelling onafhankelijk zouden moeten beoordelen zitten immers niet zelden werknemers van deze zelfde, aanvragende onderzoeksinstelling. Maar goed, ik zal deze discussie voeren tijdens een debat over de Wet op de dierproeven met de opvolger van de minister. Ik beperk me voor nu tot twee moties voor openbaarheid van de jaarverslagen en adviezen van Dierexperimentencommissies.

(motie openbaarheid DEC-jaarverslagen)
(motie openbaarheid DEC-adviezen)

Voorzitter, tot slot nog twee laatste moties, die zodanig voor zich spreken dat ik ze omwille van de tijd niet verder zal toelichten.

(motie inventarisatie gebruik primaten voor dierproeven)
(motie inventarisatie dierproeven op ongewervelde dieren)

Dank u wel.