Bijdrage debat burger­ini­ti­atief Mili­eu­de­fensie


25 april 2007

Allereerst wil ik lof betuigen aan het initiatief van Milieudefensie. Het getuigt van moed en doorzettingsvermogen om met dit plan het debat in de kamer op gang te brengen. Een debat dat jarenlang geblokkeerd is door een aantal parlementariërs die zichzelf de landbouwcoalitie noemden. Het posthume succes van Hendrik Koekoek, dat ervoor zorgde dat er volksvertegenwoordigers met nauwe banden met de bio-industrie op sleutelposities terecht kwamen van de grote politieke partijen [ Oplaat, Koopmans, Schreijer-Pierik, Van den Brink, Ormel].

De Boerenpartij werd ogenschijnlijk door weinig mensen serieus genomen. Maar deze partij zorgde als concurrent van andere partijen er wél voor dat boeren hoger op de kandidatenlijsten van die partijen kwamen.
Zo zijn het nu de diervriendelijke hazen in de marathon die laten zien dat de traditionele politieke partijen harder zullen moeten lopen om de schande van de bio-industrie tot een einde te brengen.

Verder is het succes van het initiatief ook veelzeggend voor de veranderende verhoudingen in dit land. De rechten en het welzijn van dieren worden niet langer van de politieke agenda geweerd, maar maken er steeds vaker een integraal onderdeel van uit. Mede door de overweldigende druk van de burger om een einde te maken aan de misstanden in de bio-industrie. De morele blinde vlek van onze samenleving kan niet langer genegeerd worden, heeft ook de kiezer duidelijk gemaakt op 22 november.

Niet langer wordt geaccepteerd dat miljoenen varkens en kippen wegkwijnen in donkere bedompte schuren op het platteland. Niet langer wordt geaccepteerd dat deze dieren in hun korte leven allerlei pijnlijke ingrepen moeten doorstaan zoals onverdoofd verwijderen van biggenballen, het afschuren van tanden en het wegknippen van de krulstaart van varkens. Of een kuiken dat in zes weken wordt opgefokt tot een vleesklomp van 2,5 kilo.

Ook boeren hebben burgers nodig voor het veilig stellen van hun bestaansrecht in een dichtbevolkt en duur Nederland. Met marginale bulkproductie voor de internationale markt tegen hoge maatschappelijke kosten en onacceptabel dierenleed redden de gezinsbedrijven het niet. Misschien wel de grote anonieme agrarische fabrieken die op bedrijventerreinen in etageflats kilo’s produceren. Maar daar ligt bij uitstek niet het hart van de agrarische sector en het gezinsbedrijf.

Meer dan 100.000 burgers hebben de moeite genomen om hun naam, adres en geboortedatum op een kaart te zetten. Zelfs nu komen wekelijks nog duizenden handtekeningen binnen. Zij willen een einde maken aan de bio-industrie in Nederland. En zij willen daarbij boeren in Nederland houden. Zij ageren niet tegen de boerenstand, zij eisen een verandering van het huidige systeem waar boer, burger noch dier beter van worden.

De commissie voor de verzoekschriften en de burgerinitiatieven heeft nagegaan of aan de voorwaarden is voldaan en komt met een positief advies om het burgerinitiatief in behandeling te nemen. Wij ondersteunen de beoordeling van de commissie van harte.

Het tekent het CDA dat zij de bevindingen van de commissie in twijfel wil trekken. Maar verbazen doet het ons niet. Het CDA heeft nu eenmaal een bijzondere band met de landbouw inclusief de bio-industrie. Het is niet helemaal toevallig dat het CDA al jaren de minister van LNV levert, al jaren de commissievoorzitter van LNV levert, het grootste aantal kamerleden met een agrarische achtergrond heeft en het hardste ageert tegen dit burgerinitiatief dat ze niet nodig lijkt te vinden.

Daarmee negeert het CDA niet alleen de mening van ruim 100.000 verzoekers, maar ook de algemene maatschappelijke roep om de bio-industrie aan te pakken. Het CDA heeft jarenlang deze schandvlek van de democratie, de ongehinderde uitbreiding van de mens- en dieronterende bio-industrie, willen wegpoetsen om zo de respectloze agrarische economie op volle toeren te kunnen laten draaien. De fantasie- en gewetenloze landbouwpolitiek van ongelimiteerde schaalvergroting die het CDA jarenlang heeft gepropageerd heeft de boeren op de rand van de afgrond gebracht.

Het zijn niet de diervriendelijke politieke partijen die de boeren in het nauw gebracht hebben (wij komen zelfs nog maar net kijken). Het is de landbouwpolitiek van de afgelopen decennia die door het CDA gedicteerd is, die bij boeren het water aan de lippen heeft gebracht. Mijn stelling is dat boerengezinnen bij Milieudefensie beter af zijn dan bij het CDA dat ze in het moeras gedreven heeft met onbeschaamde stimulering van schaalvergroting tegen marginale tarieven. Geen boer wordt blij in een schuur met 100.000 kippen, geen boer wil een dier wekenlang martelen met een geforceerd dag-nachtritme, geen ondernemer voelt zich prettig bij een bedrijfsvoering die letterlijk het daglicht niet kan verdragen.

Milieudefensie en de medeondertekenaars komen met een alternatief waarbij ook oog is voor boeren en hun gezinnen. Dat is ook waar de Partij voor de Dieren voor staat: een respectvolle omgang met mensen, dieren en omgeving waar mededogen het leidend principe is en niet de markt.

In plaats van te ageren tegen de commissie die het burgerinitiatief positief heeft beoordeeld zou het CDA bij zichzelf te rade moeten gaan hoe het zover heeft kunnen komen dat het volk de politiek ter verantwoording roept. Maar in plaats van bewondering voor de initiatiefnemers lijkt het CDA kamp zich vooral in angst te hullen. Angst voor vernieuwing, angst om gecorrigeerd te worden in het desastreuze landbouwbeleid dat juist zij veroorzaakt heeft en angst om herinnerd te worden aan begrippen als rentmeesterschap waar de partij een karikatuur van heeft gemaakt door slechts uit te willen gaan van korte termijn rendementmeesterschap.

Het CDA tekent voor het instandhouden van de morele blinde vlek van onze samenleving en voor een agrarische sector die beroofd wordt van z’n gezinsbedrijven en toekomst. De varkensflat in de Amsterdamse haven in plaats van het gemengde bedrijf op het platteland.

De partij voor de Dieren steunt het advies van de commissie om dit burgerinitiatief door de tweede kamer in behandeling te laten nemen van harte.

Het zou vlek op vlek zijn als de schandvlek van de bio-industrie gevolgd zou worden door de schande dat de politiek onder aanvoering van het CDA dit burgerinitiatief onderuit zou halen. De kloof tussen burger en politiek is al diep genoeg. Dat zouden alle partijen, in het bijzonder het CDA zich moeten realiseren.