Algemeen Overleg Duurzame landbouw


10 april 2007

Bijdrage Partij voor de Dieren, Esther Ouwehand

We spreken vandaag over duurzame landbouw en dat klinkt hoopvol. Maar ik heb gemerkt dat iedereen zo z’n eigen interpretatie geeft aan het woord duurzaamheid. Daarom wil de Partij voor de Dieren het graag zo concreet mogelijk houden. Wat ons betreft staat de vraag centraal wat deze minister gaat doen om de agrarische sector te hervormen tot een bedrijfstak die in elk opzicht duurzaam te noemen is. Een sector waarin dieren met respect behandeld worden, waarin het milieu wordt ontzien en waarin boeren een goede boterham kunnen verdienen. Een bedrijfstak die geen onevenredig groot beslag legt op de schaarse voorraden ruimte, voedsel en zoetwater in de wereld en die geen aandeel heeft in het verdwijnen van kostbare natuur. Dan kan er over ónze inzet in elk geval geen misverstand bestaan.

Ik ga het zo direct hebben over het biologisch prijsexperiment dat vorig jaar is uitgevoerd. Maar eerst zou ik, nu we het toch over de kosten van ons voedsel hebben, even een paar belangrijke cijfers met u willen delen. In 1970 gaven we in Nederland gemiddeld 30% van ons inkomen uit aan voedsel. Nu is dat nog maar 14,5%, terwijl we toch echt geen hap minder zijn gaan eten. Integendeel. Waar de prijzen van andere producten door de jaren heen allemaal zijn gestegen, is de prijs van dierlijke producten gelijk gebleven. De kosten van arbeid, veevoer en huisvesting zijn echter wel gewoon omhoog gegaan, dus de vraag hoe die enorme bezuiniging gerealiseerd is, is niet zo lastig te beantwoorden: over de ruggen van de dieren. Een ei kost nog net zo veel, of net zo weinig moet ik zeggen, als direct na de tweede wereldoorlog. Het is de kip die daarvoor een hoge prijs betaalt: met miljoenen zitten ze opgepropt in kooien en betonnen stallen, waarbij ze elkaar kapot pikken van de stress, voorzover dat nog kan met hun gekapte snavels.
Het mooie is: daar kunnen we vanaf. Als we met z’n allen 16% gaan uitgeven aan ons voedsel, een stijging van maar 1,5%, stellen we boeren in staat dier- en milieuvriendelijke landbouw te bedrijven in Nederland. Althans, zo denken deskundigen van het Landbouw Economisch Instituut erover.

Biologisch prijsexperiment
Doel was om te bekijken of het verkleinen van de prijsverschillen tussen gangbare en biologische producten tot een grotere vraag naar biologische producten zou leiden. Wat opviel in het onderzoek, was dat de kopers van gangbare producten is gevraagd naar hun inschatting van de prijs van de biologische variant. Dat bleken ze in veel gevallen te onderschatten. Het is jammer dat de vraag niet andersom gesteld is: vraag aan kopers van biologische producten naar de prijs van de gangbare varianten, en ze zullen waarschijnlijk niet eens meer kunnen bevatten hoe onethisch laag deze producten geprijsd zijn. Ik ben benieuwd hoe een dergelijk experiment zou zijn uitgepakt als het om fietsen ging: de zo goed als nieuwe fiets van twee tientjes op straat –ook wel bekend als heling- tegenover de fiets van de fietsenmaker die in zijn prijs keurig alle kosten heeft doorgerekend die horen bij de verkoop van diezelfde fiets en ‘m al gauw een factor 20 duurder maakt.

Het prijsexperiment is geslaagd, zegt de minister in haar brief. Prijsverlaging van biologische producten leidt tot omzetgroei. Dat betekent dat het wegnemen van de prijsverschillen tussen biologische en gangbare producten ertoe kan leiden dat er meer biologische producten worden gekocht. Op zich goed nieuws dus, maar het is jammer dat de minister uit deze resultaten niets anders concludeert dan dat de marktpartijen hun voordeel zouden moeten doen met de nieuwe inzichten in de prijselasticiteit van biologische voedingsmiddelen.

Waar we de minister kunnen bijvallen, is haar opmerking dat ze niets ziet in het kunstmatig verlagen van de prijs van biologische producten met behulp van subsidies. Het uitgangspunt moet zijn: een eerlijke prijs voor eerlijke producten. We hopen van harte dat de minister dat met ons eens is en ik hoor graag haar reactie daarop.

Wanneer je uitgaat van het eerlijkheidsprincipe, zul je op andere, meer creatieve manieren naar de problematiek moeten kijken. Dan waak je er wel voor om een kwalitatief hoogwaardig product als duurzaam en respectvol geproduceerd voedsel te downgraden tot een prijsvechtersproduct in een markt die bol staat van de subsidies op ethisch onaanvaardbare producten. Maatschappelijke kosten die gepaard gaan met dierziektencrises, milieuvervuiling, verlies aan biodiversiteit en dierenleed worden niet doorberekend in de kostprijs van gangbare producten. Waarom niet? We heffen in Nederland op alles wat schadelijk is en alleen vlees heeft een belastingvrije status. Waarom zijn er wel accijnzen en andere heffingen op benzine, tabak, suiker en alcohol, bestaan er regelingen voor de milieukosten van consumentenproducten, zijn er heffingen in de maak op Sport Utility Vehicles en andere brandstofslurpers en ruimtevreters en blijft de productie van 70 miljard kilo mest per jaar, het bestrijden van dierziektencrises voor miljarden euro’s en het kappen van regenwoud belastingvrij? Sterker nog, er gaat geld bij om de ergste troep van de veehouderij met belastinggeld op te ruimen: 15 miljoen euro subsidie op luchtwassers die de door de bio-industrie vervuilde lucht weer moeten schoonwassen. De wereld op z’n kop!

Wij willen van de minister weten of zij het met ons eens is dat er pas van een eerlijke markt kan worden gesproken als de enorme maatschappelijke kosten die gepaard gaan met onze bio-industrie worden verrekend in de prijs van gangbare landbouwproducten. Ziet de minister ook dáár mogelijkheden om het prijsverschil tussen biologisch en gangbaar te verkleinen? Bent u het met ons eens dat kwetsbare waarden als dierenwelzijn, natuur, milieu en een eerlijke verdeling van voedsel en water alle aandacht verdienen van een betrokken overheid die haar verantwoordelijkheid neemt?


Stand van zaken voornemens stimuleren duurzame voedselproductie en consumptie biologische landbouw

In de brief van de minister van 2 april laat zij blijken dat ze graag de tijd wil nemen om tot daadwerkelijke actie over te gaan. De Nota Dierenwelzijn komt pas in oktober, nieuwe beleidsvoornemens pas in begroting van 2008 en de Nationale Agenda diergezondheid 2007-2013 komt pas eind 2007. De Kamer wil haast maken met het door haar ingezette diervriendelijker beleid. Kan de minister aangeven wat ze de komende vier jaar daadwerkelijk ambieert in plaats van voorbeelden te noemen van initiatieven die al zijn gerealiseerd en die niet verder komen dan marginale, tussensegmenten? Ik noem de Volwaardkip die we met één ster op een schaal van 4 nog geen kwartwaardkip mogen noemen. Misschien kunnen maatschappelijke organisaties, het bedrijfsleven en het ministerie elkaar vinden in een compromis om het gemoed enigszins te sussen, maar de meeste dieren; honderden miljoenen in het geval van de bio-industrie; komen met de invoering van dit tussensegment van de regen in de drup.

Dierenwelzijn is meer dan het aanpassen van houderijsystemen en het geven van een goed gevoel aan de consument door een ogenschijnlijk iets minder treurig lapje vlees waarmee voor een paar dubbeltjes het geweten in slaap gesust wordt met instandhouding van de morele blinde vlek van onze samenleving, de bio-industrie. Het betekent ook op een hoger schaalniveau nagaan wat de intensieve veehouderij in al zijn vormen voor Nederland betekent en hoe deze systemen ingrijpen op het welzijn van dieren, de integriteit van dieren, de gevolgen van de productie hier in Nederland voor de armoede en het ruimtebeslag in andere landen en de gevolgen van vleesproductie en consumptie voor het klimaat. Daarover is niets terug te vinden in deze eerste ideeën van de minister. Wat is haar visie op dit onderwerp?

De minister hecht veel waarde aan het vergroten van het bewustzijn van de consument. Het Voedingscentrum, dat jarenlang een lap vlees per dag propageerde, gaat zich ermee bemoeien en de minister belooft een campagne over voedselkwaliteit waarin het thema dierenwelzijn centraal zal staan. Ook de smaaklessen op scholen moeten het bewustzijn over de herkomst van ons voedsel vergroten. De Partij voor de Dieren is zeer benieuwd hoe eerlijk deze campagnes zullen zijn. Gaat u consumenten vertellen dat biggetjes van een week oud zonder verdoving worden gecastreerd, dat hun staartjes worden afgebrand en dat hun tanden worden geknipt zodat ze de rest van hun leven last hebben van kiespijn? Gaat u vertellen dat er ieder jaar 15 miljoen plofkippen –bijna net zoveel als het aantal inwoners van ons land- een gruwelijke, voortijdige dood sterven omdat hun lichaam de abnormaal snelle groei niet aankan? Dat we ieder jaar 30 miljoen haantjes van een dag oud levend versnipperen in onze eier-industrie? Eerlijke communicatie, daar gaat het om. Ik wil graag een eerlijk antwoord van de minister.

Er moet nog heel veel gebeuren om de deplorabele toestand van honderden miljoenen dieren te verbeteren en duurzame consumptie te stimuleren. We hebben een kaderstellende overheid nodig, en dat gaat veel verder dan wat promotiecampagnes door het voedingscentrum. Minister, een vierjarige kabinetsperiode is kort, vooral als u daarvan bijna een jaar neemt voor het vrijblijvend rondkijken en het maken van plannen. Wat zijn de concrete verbeteringen die u op het gebied van dierenwelzijn en verduurzaming van consumptie in wil inzetten? En op welke termijn?