Vragen Wassenberg over wildopvang die dreigt te bezwijken door geld­tekort en toename aantal op te vangen dieren door corona­crisis


Schriftelijke vragen van het lid Wassenberg (Partij voor de Dieren) aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over de wildopvang, die dreigt te bezwijken door een tekort aan geld en een toename van het aantal op te vangen dieren als gevolg van de coronacrisis.

1) Kent u het bericht ‘Wildopvang is bijna het haasje; Geen geld maar door corona veel dieren’?[1]

2) Deelt u de mening dat het buitengewoon onwenselijk zou zijn dat dierenopvangcentra en/of wildopvangcentra om zouden vallen als gevolg van een structureel tekort aan middelen, terwijl het aantal op te vangen dieren is gestegen?

3) Is het juist dat de gesprekken tussen gemeenten, provincies, stakeholders en het Rijk om een uniforme landelijke richtlijn te ontwikkelen voor vergoedingen aan lokale en regionale wildopvangcentra vanwege de coronacrisis stilliggen?

4) Kunt u, in aanvulling op uw brief van 22 januari 2020 [2], aangeven hoe u ten tijde van de coronacrisis uitvoering geeft aan de met algemene stemmen aangenomen motie Wassenberg – Graus (motie 33 576 – 184) en hoe de gesprekken tussen gemeenten, provincies, stakeholders en het Rijk over een uniforme landelijke richtlijn voor vergoedingen aan lokale en regionale wildopvangcentra verlopen, wat de uitkomsten tot nu toe zijn en op welke termijn de Kamer een uniforme landelijke richtlijn kan verwachten?

[1] ‘Wildopvang is bijna het haasje'; Geen geld maar door corona veel dieren’, De Telegraaf, 29 april 2020

[2] Kamerstuknummer 33576-187.