Vragen Van Raan/Wassenberg over de natuur­ver­gunning van Groningen Airport Eelde


Indiendatum: jan. 2021

Schriftelijke vragen van het lid Van Raan en Wassenberg (beiden Partij voor de Dieren) aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over de natuurvergunning van Groningen Airport Eelde

  1. Kunt u bevestigen dat Groningen Airport Eelde een vergunning op basis van de Wet Natuurbescherming heeft uit 2009? Is dit de momenteel geldende natuurvergunning?
  2. Kunt u bevestigen dat het ministerie van LNV het bevoegde gezag is voor deze natuurvergunning?
  3. Kunt u bevestigen dat monitoringsplannen voor de omliggende natuurgebieden als voorwaarden zijn opgenomen in die vergunning?
  4. Kunt u bevestigen dat op basis van dat plan monitoringsrapporten opgesteld moeten worden? Is het ministerie van LNV daar ook verantwoordelijk voor?
  5. Kunt u bevestigen dat wanneer op grond van de genoemde monitoringsrapporten blijkt dat de betreffende vliegbewegingen de instandhoudingsdoelen van de omliggende Natura 2000-gebieden in gevaar brengen, er nadere voorschriften aan de natuurvergunning kunnen worden gesteld? Is hier reden toe geweest?
  6. Kunt u de monitoringsrapporten die opgesteld zijn naar aanleiding van deze natuurvergunning met de Kamer delen, ook indien deze opgesteld zijn door de Gedeputeerde Staten van Drenthe of Groningen?

Indiendatum: jan. 2021
Antwoorddatum: 26 mrt. 2021

1

Kunt u bevestigen dat Groningen Airport Eelde een vergunning op basis van de Wet natuurbescherming heeft uit 2009? Is dit de momenteel geldende natuurvergunning?

Antwoord

Ja.

2

Kunt u bevestigen dat u het bevoegde gezag bent voor deze natuurvergunning?

Antwoord

Ja.

3

Kunt u bevestigen dat monitoringsplannen voor de omliggende natuurgebieden als voorwaarden zijn opgenomen in die vergunning?

Antwoord

Ja.

4

Kunt u bevestigen dat op basis van dat plan monitoringsrapporten opgesteld moeten worden? Bent u daar ook verantwoordelijk voor?

Antwoord

Ja, de monitoring diende overeenkomstig het goedgekeurde monitoringsplan opvolgend gedurende vijf jaren te worden uitgevoerd. Ik ben sinds 2010 het hierin bevoegde gezag en heb het monitoringsplan goedgekeurd. Ook de opvolgende monitoringsrapporten moesten aan mij worden toegezonden. Ik ga hier in mijn antwoord op de vragen 5 en 6 verder op in.

5

Kunt u bevestigen dat wanneer op grond van de genoemde monitoringsrapporten blijkt dat de betreffende vliegbewegingen de instandhoudingsdoelen van de omliggende Natura 2000-gebieden in gevaar brengen, er nadere voorschriften aan de natuurvergunning kunnen worden gesteld? Is hier reden toe geweest?

6

Kunt u de monitoringsrapporten die opgesteld zijn naar aanleiding van deze natuurvergunning met de Kamer delen, ook indien deze opgesteld zijn door de Gedeputeerde Staten van Drenthe of Groningen?

Antwoord op de vragen 5 en 6

In de vergunning is als voorschrift opgenomen dat nadere voorschriften kunnen worden gesteld wanneer uit de monitoring blijkt dat de betreffende extra vliegbewegingen de instandhoudingsdoelen van de betrokken Natura 2000-gebieden in gevaar brengen. Er is evenwel geen reden geweest om nadere voorschriften te stellen. Ik licht dat hierna verder toe.

De vergunde bestaande situatie bij het verlenen van de vergunning is in 2011 met een T0-meting in kaart gebracht. In 2011 was de vergunde uitbreiding nog niet gerealiseerd. Het rapport heb ik bijgevoegd.

De opvolgende monitoring, die zag op de uitbreiding, heeft echter uiteindelijk niet plaatsgevonden omdat de hoeveelheid vliegbewegingen na afgifte van de vergunning juist is afgenomen ten opzichte van de bestaande (vergunde) situatie. Die bestaande situatie is vastgelegd in bovengenoemde T0-meting. Hierdoor bleek het dan ook niet noodzakelijk om eventuele negatieve effecten van een toename te monitoren na afgifte van de vergunning uit 2009.