Vragen Van Raan/Teunissen over mensen­rech­ten­schending, mili­eu­ver­vuiling en belas­ting­ont­wijking door olie­be­drijf Plus­petrol


Indiendatum: mei 2021

Schriftelijke vragen van het Kamerlid Van Raan en Teunissen (beide Partij voor de Dieren) aan de staatssecretaris van Financiën en de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking over mensenrechtenschending, milieuvervuiling en belastingontwijking door oliebedrijf Pluspetrol

  1. Bent u bekend met het bericht ‘Oliebedrijf Pluspetrol weigert Nederlandse bemiddeling in conflict over milieuvervuiling en belastingontwijking’?[1]
  2. Bent u bekend met de OESO Due Diligence Handreiking voor Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen[2], een set overheidsverwachtingen mede-ontwikkeld en ondersteund door Nederland op internationaal niveau, waarin bedrijven worden geacht hun medewerking te verlenen in zaken die ontvankelijk worden verklaard door het Nederlandse Nationaal Contactpunt (NCP) van de Oeso?
  3. Welke consequenties zouden volgens u moeten worden verbonden aan het niet meewerken?
  4. Vindt u dat bedrijven die OESO richtlijnen schenden moeten kunnen profiteren van faciliteiten die de Nederlandse overheid biedt, zoals exportkredietverzekeringen en handelsmissies?
  5. Bent u bekend met het feit er inmiddels drie Nederlandse oliebedrijven zijn die geweigerd hebben hun medewerking aan het Nederlandse NCP te verlenen in zaken die het NCP ontvankelijk heeft verklaard?
  6. Bent u het er mee eens dat deze kwestie bevestigt dat het huidige overheidsbeleid rondom internationaal verantwoord ondernemen, gericht op vrijwillige maatregelen, dringend aangevuld moet worden met stevige IMVO-wetgeving in Nederland?
  7. Heeft het ministerie sinds de indiening van de klacht tegen Pluspetrol bij het NCP in maart 2020 activiteiten ondernomen om Pluspetrol aan te sporen deel te nemen aan een bemiddelingsproces? Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet?
  8. Op eerdere schriftelijke vragen over Pluspetrol[3] werd geantwoord dat het kabinet voornemens was te rappelleren bij de olie- en gassector, in de verwachting dat een plan van aanpak beschikbaar komt voor Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (IMVO). Heeft u dat rappel gedaan en hoe is daarop gereageerd?
  9. In antwoord op eerdere vragen over Pluspetrol3 antwoordde u dat er geen zicht is op hoe vaak het voorkomt dat geldstromen zoals rente en royalty’s van Nederland via Luxemburg of een ander land naar laagbelastende of niet-coöperatieve staten lopen, aangezien dit niet in de beschikbare statistieken kan worden meegenomen. Waarom is dat niet mogelijk?
  10. Wanneer een bedrijf haar geldstromen zo aanpast dat ze niet meer naar een laag-belastende jurisdictie gaan, maar naar Luxemburg, zou dat een reden kunnen zijn om een informatieverzoek te doen bij de Luxemburgse belastingdienst om te zien of Luxemburg slechts als tussenliggende schakel is toegevoegd?
  11. Kunt u inzicht geven in hoe vaak een antimisbruikbepaling voor de conditionele bronbelasting op rente en royalty’s is ingeroepen, waardoor er een bronbelasting wordt geheven?
  12. Zou het de aanpak van belastingontwijking ten goede komen wanneer van alle landen waarmee Nederland een belastingverdrag heeft wordt verlangd dat in die landen jaarverslagen worden gepubliceerd?
  13. Houdt u bij de ontwikkeling van ‘bouwstenen’ voor de reikwijdte van wetgeving voor maatschappelijk verantwoord ondernemen rekening met grote bedrijven die een hoofdkantoor in Nederland hebben, maar hier weinig of geen personeel hebben (‘brievenbusmaatschappijen’)?
  14. Wordt er overwogen om in de bouwstenen voor nieuw IMVO-beleid ook weer een bemiddelingsinstrument of klachtenmechanisme op te nemen? Zo ja, is er in de plannen voor dit nieuwe beleid sprake van een stevig sanctieregime wanneer bedrijven niet meewerken, of wordt ook hier uitgegaan van de “vrijwillige medewerking” van bedrijven?
  15. Deelt u de mening dat deze zaak tekenend is voor de tekortkomingen van een systeem waarin gepoogd wordt bedrijven achteraf verantwoordelijk te houden, vaak zonder succes? Erkent u dat een systeem waarbij vervuiling van de leefomgeving bij voorbaat al verboden is, bijvoorbeeld middels ecocidewetgeving, een effectievere manier is om ervoor te zorgen dat lokale gemeenschappen niet langer slachtoffer worden van de vervuilende activiteiten van (o.a. Nederlandse) bedrijven?
  16. Herinnert u zich dat u in uw reactie op de initiatiefnota Behoud het Woud stelde dat Nederland de bescherming van inheemse volkeren hoog in het vaandel heeft staan en hierbij bijdraagt middels ambassades en subsidiefondsen? Erkent u dat het effect van deze inzet minimaal is zolang (Nederlandse) bedrijven de leefomgeving van lokale gemeenschappen ongestraft kunnen vervuilen? Bent u bereid stappen te nemen om inheemse volkeren beter te beschermen? Zo ja, welke stappen gaat u nemen?
  17. Kunt u op een logische manier uit de vele IMVO-schendingen de conclusie trekken dat er voldoende sancties of andere afdwingbare maatregelen zijn om bedrijven aan hun IMVO-verantwoordelijkheden te houden? Kunt u deze vraag beantwoorden met ja of nee, gevolgd door een toelichting?
  18. Hoeveel IVMO-schendingen mogen er van u nog plaatsvinden voordat u het tijd vindt dat er sancties of andere afdwingbare MVO-maatregelen worden genomen?
  19. Onder welke omstandigheden kunnen sancties of andere afdwingbare maatregelen kunnen worden gesteld bij het in gebreke blijven van het naleven van OESO-richtlijnen?


[1] ‘Oliebedrijf Pluspetrol weigert Nederlandse bemiddeling in conflict over milieuvervuiling en belastingontwijking’, Trouw 20 april 2021 (https://www.trouw.nl/cs-b0787825)

[2] https://www.oesorichtlijnen.nl/oeso-richtlijnen/due-diligence-test/documenten/publicatie/2019/06/06/oeso-due-diligence-handreiking-voor-mvo-nls

[3] Schriftelijke vragen van Raan cs. over ‘schending van OESO-richtlijnen door Pluspetrol’