Vragen Van Esch over het achter­houden van infor­matie in de granu­lietzaak en het toevoegen van bodem­vreemd materiaal aan granuliet


Indiendatum: 22 apr. 2022

Schriftelijke vragen van het lid Van Esch (PvdD) aan de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat over het achterhouden van informatie in de granulietzaak en het toevoegen van bodemvreemd materiaal aan granuliet.

  1. Kent u het bericht ‘Gemeente West Maas en Waal: ‘Ministerie houdt informatie achter in granulietzaak’?[1]
  2. Klopt het dat uitdrukkelijk is afgesproken dat het ministerie de gemeente West Maas en Waal op de hoogte zou houden in het granuliet-dossier en dit niet is gebeurd aangezien het aanvullend onderzoek van bureau Arcadis niet met de gemeente West Maas en Waal gedeeld? Zo nee hoe zit dit dan?
  3. Is er de afgelopen tijd contact geweest tussen het ministerie en de gemeente West Maas en Waal over het feit dat de gemeente niet goed op de hoogte is gehouden in het granuliet-dossier? Wat is er tijdens dit contact afgesproken?
  4. Hoe zal in de toekomst worden voorkomen dat informatie abusievelijk niet wordt gedeeld met de gemeente West Maas en Waal?
  5. Voormalig staatssecretaris Van Weyenberg gaf aan het RIVM en Deltares te willen vragen om onderzoek te doen naar of er sprake is van ontbrekende wetenschappelijke kennis over het gedrag van polyacrylamide in anaerobe omstandigheden; is hier al opdracht toe gegeven?[2] Wanneer wordt dit onderzoek afgerond?
  6. Heeft u kennisgenomen van de brief van het Burgercollectief Dreumelse Waard[3], waarin bezwaren worden geuit tegen de conclusies uit het ‘Addendum review-onderzoek granuliet Over de Maas’ van Arcadis? Kunt u een inhoudelijk reactie geven op deze bezwaren?
  7. Gaat u gehoor geven aan de oproep van het Burgercollectief Dreumelse Waard om het addendum van Arcadis terug te trekken en een vervangend onderzoek uit te laten voeren? Zo ja, wanneer? Zo nee, waarom niet?
  8. Heeft u kennisgenomen van de brief van de gemeente West Maas en Waal[4], waarin vragen worden gesteld over de consequenties van de aanwezigheid van granuliet aan de oppervlakte in de Moleneindse Waard voor de inwoners, de ecologie en de gebruikers van de plassen? Wat is uw reactie hierop? Gaat u uw reactie ook nog sturen naar de gemeente West Maas en Waal?
  9. Gaat u gehoor geven aan de oproep van de gemeente West Maas en Waal om de uitkomsten van het onderzoek door het RIVM en Deltares af te wachten alvorens er vervolgstappen worden genomen? Zo nee, waarom niet?
  10. Deelt u de mening dat het uiterst belangrijk is dat de zorgen van bewoners omtrent het granuliet-dossier worden geadresseerd en zo mogelijk worden weggenomen, en dat het aanvullend onderzoek van Arcadis hierin niet is geslaagd? Zo nee, waarom niet?
  11. Bent u ervan op de hoogte dat in het Besluit bodemkwaliteit een regel is opgenomen die stelt dat onder grond of baggerspecie ook grond of baggerspecie wordt verstaan dat is vermengd met ten hoogste 20 gewichtsprocenten bodemvreemd materiaal[5]?
  12. Klopt het dat in de nota van toelichting is opgenomen dat het bij deze regel nadrukkelijk niet gaat om het bijmengen van bodemvreemd materiaal[6]? Zo nee, hoe zit dit dan?
  13. Klopt het dat aan granuliet een bodemvreemde stof – een flocculant – wordt toegevoegd? Zo nee, hoe zit dit dan?
  14. Deelt u de analyse dat het toevoegen van het bodemvreemd flocculant aan granuliet niet voldoet aan de regel in het Besluit bodemkwaliteit zoals uitgelegd in de nota van toelichting[7], aangezien iets als grond mag worden beschouwd als het maximaal 20 gewichtsprocent bodemvreemd materiaal bevat dat niet is bijgemengd?
  15. Bent u ervan op de hoogte dat in de Regeling bodemkwaliteit[8] en op de site van Bodemplus[9] twee vereisten worden gesteld voor wanneer iets als grond mag worden toegepast, namelijk: bij het toepassen van grond mag ten hoogste 20 gewichtsprocenten bodemvreemd materiaal voorkomen voor zover het steenachtig materiaal of hout betreft dat voorafgaand aan het ontgraven of bewerken al in de grond aanwezig was, waarvan niet is te voorkomen dat de grond of baggerspecie daarmee is vermengd, én overige bodemvreemde materialen – anders dan steenachtig materiaal en hout – mogen alleen sporadisch voorkomen als dat voorafgaand aan het ontgraven of bewerken al in de grond aanwezig was?
  16. Deelt u de analyse dat het toevoegen van het bodemvreemd flocculant aan granuliet niet voldoet aan de vereisten van de Regeling bodemkwaliteit en Bodemplus voor bodemvreemd materiaal, aangezien de flocculant niet al in de afgegraven grond zat, het vermengen wel te voorkomen was en de flocculant niet sporadisch maar altijd wordt toegevoegd aan granuliet? Zo nee, waarom niet?
  17. Klopt het dan ook dat granuliet dus niet als grond mag worden gekwalificeerd volgens het Besluit bodemkwaliteit zoals uitgelegd in de nota van toelichting[10], de Regeling bodemkwaliteit[11] en Bodemplus[12]? Zo nee, hoe zit dit dan?
  18. Deelt u de mening dat het onacceptabele gevolgen zou hebben voor het milieu als het toevoegen van het bodemvreemd flocculant aan granuliet wél wordt beschouwd als dat het zou voldoen aan de eisen omtrent bodemvreemd materiaal, omdat dit zou betekenen dat grond altijd voor 20 gewichtsprocent zou mogen worden aangevuld met bodemvreemde materiaal van welke aard dan ook, zonder dat het de toepassing als grond zou verliezen? Zo nee, waarom niet?


[1] https://www.bnnvara.nl/zembla/artikelen/gemeente-west-maas-en-waal-ministerie-houdt-informatie-achter-in-granulietzaak
[2] Kamerstuk 30015, nr. 103, d.d. 16 november 2021
[3] Documentnummer: 2022D12668, d.d. 30 maart 2022
[4] Documentnummer: 2022D13812, d.d. 06 april 2022
[5] Besluit bodemkwaliteit, Artikel 34 lid 2. https://wetten.overheid.nl/BWBR0022929/2021-01-01#Hoofdstuk4
[6] Nota van Toelichting op het Besluit bodemkwaliteit, artikel 34 lid 2, p. 26. https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2007-469.html#IDA1RFS
[7] Nota van Toelichting op het Besluit bodemkwaliteit, artikel 34 lid 2, https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2007-469.html#IDA1RFS
[8] Regeling bodemkwaliteit, artikel 1.1 sub 2, https://wetten.overheid.nl/BWBR0023085/2022-01-01
[9] https://www.bodemplus.nl/onderwerpen/wet-regelgeving/bbk/vragen/grond-bagger-alg/faq/zit-toegestane/
[10] Nota van Toelichting op het Besluit bodemkwaliteit, artikel 34 lid 2, https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2007-469.html#IDA1RFS
[11] Regeling bodemkwaliteit, artikel 1.1 sub 2, https://wetten.overheid.nl/BWBR0023085/2022-01-01
[12] https://www.bodemplus.nl/onderwerpen/wet-regelgeving/bbk/vragen/grond-bagger-alg/faq/zit-toegestane/

Indiendatum: 22 apr. 2022
Antwoorddatum: 9 jun. 2022

Vraag 1

Kent u het bericht ‘Gemeente West Maas en Waal: ‘Ministerie houdt informatie achter in granulietzaak’?[1]

Antwoord 1

Ja, ik ben bekend met dit bericht.

Vraag 2

Klopt het dat uitdrukkelijk is afgesproken dat het ministerie de gemeente West Maas en Waal op de hoogte zou houden in het granuliet-dossier en dit niet is gebeurd, aangezien het aanvullend onderzoek van het advies- en ingenieursbureau Arcadis niet met de gemeente West Maas en Waal is gedeeld? Zo nee hoe zit dit dan?

Vraag 3

Is er de afgelopen tijd contact geweest tussen het ministerie en de gemeente West Maas en Waal over het feit dat de gemeente niet goed op de hoogte is gehouden in het granuliet-dossier? Wat is er tijdens dit contact afgesproken?

Antwoord 2 en 3

Het klopt dat de gemeente West Maas en Waal op de hoogte zou worden gehouden over het granuliet dossier. In tegenstelling tot het proces daaraan voorafgaand, is de gemeente niet actief geïnformeerd over de aan u op

16 november 2021 verzonden Kamerbrief, inclusief addendum. Verder is de gemeente niet geïnformeerd over het commissiedebat Leefomgeving van 7 april 2022. De stukken zijn weliswaar openbaar, maar het was beter geweest als de gemeente in lijn met de gemaakte afspraken zou zijn geïnformeerd.

In een telefonisch overleg op 7 april 2022 - tussen de wethouder Ans Mol en de dgWB van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat – zijn hiervoor excuses aangeboden en is de afspraak herbevestigd dat de gemeente blijvend zal worden geïnformeerd over de ontwikkelingen in het granuliet-dossier. Over het granulietdossier is vervolgens op 14 en 26 april 2022 ambtelijk overleg gevoerd met de gemeente. Dit overleg zal één keer in de zes weken worden gevoerd.

Tussen de gemeente West Maas en Waal en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is de afgelopen jaren regelmatig contact geweest. Het contact heeft zich niet alleen beperkt tot het granulietdossier. Naast deelname aan de klankbordgroep voor het reviewonderzoek granuliet, heeft de gemeente ook actief deelgenomen aan de bestuurlijke dialoog voor het beleidsonderzoek diepe plassen. Daarnaast zijn rondom de voorgenomen verondieping van de Vonkerplas diverse gesprekken gevoerd. Verder is op diverse momenten zowel bestuurlijk als ambtelijk bilateraal overleg gevoerd.

Vraag 4
Hoe zal in de toekomst worden voorkomen dat informatie abusievelijk niet wordt gedeeld met de gemeente West Maas en Waal?

Antwoord 4

Om elkaar blijvend goed te informeren is nu afgesproken om eens in de zes weken op ambtelijk niveau overleg te voeren. Daarnaast kan zo nodig op bestuurlijk niveau het overleg worden gevoerd.

Vraag 5
Is, naar aanleiding van de toezegging van de voormalig staatssecretaris Van Weyenberg die aangaf het RIVM en Deltares te willen vragen om onderzoek te doen of er sprake is van ontbrekende wetenschappelijke kennis over het gedrag van polyacrylamide in anaerobe omstandigheden, deze opdracht al gegeven?[2] Wanneer wordt dit onderzoek afgerond?

Antwoord 5

De opdracht voor het onderzoek wordt komende maand aan het RIVM verstrekt. Ik informeer u in een eerstvolgende voortgangsbief over de planning van het onderzoek.

Vraag 6
Heeft u kennisgenomen van de brief van het Burgercollectief Dreumelse Waard[3], waarin bezwaren worden geuit tegen de conclusies uit het ‘Addendum review-onderzoek granuliet Over de Maas’ van Arcadis? Kunt u een inhoudelijk reactie geven op deze bezwaren?

Vraag 7
Gaat u gehoor geven aan de oproep van het Burgercollectief Dreumelse Waard om het addendum van Arcadis terug te trekken en een vervangend onderzoek uit te laten voeren? Zo ja, wanneer? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 6 en 7

Ik heb kennisgenomen van de brief van het Burgercollectief Dreumelse Waard. In reactie op de brief van het burgercollectief heb ik het bijgevoegde memo

(bijlage 1) van Arcadis ontvangen. Op basis van het memo zie ik geen aanleiding om een nieuw onderzoek te laten uitvoeren. Voor mij staat de deskundigheid en onafhankelijkheid van Arcadis niet ter discussie. De conclusies uit het addendum blijven ongewijzigd. Bijgaand treft u de brief aan (bijlage 2) die ik hierover aan het Burgercollectief Dreumelse Waard heb verzonden.

Vraag 8
Heeft u kennisgenomen van de brief van de gemeente West Maas en Waal[4], waarin vragen worden gesteld over de consequenties voor de inwoners, de ecologie en de gebruikers van de plassen naar aanleiding van de aanwezigheid van granuliet aan de oppervlakte in de Moleneindse Waard? Wat is uw reactie hierop? Gaat u uw reactie ook nog sturen naar de gemeente West Maas en Waal?

Antwoord 8

Ja, bijgaand treft u mijn reactie aan de gemeente West, Maas en Waal aan (bijlage 3).

Vraag 9
Gaat u gehoor geven aan de oproep van de gemeente West Maas en Waal om de uitkomsten van het onderzoek door het RIVM en Deltares af te wachten alvorens er vervolgstappen worden genomen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 9

Ik zie geen aanleiding om de uitkomsten van het aanvullend literatuuronderzoek door het RIVM en Deltares af te wachten. Ik vind het belangrijk – zoals aangegeven in mijn brief van 16 november 2021[5] - om kennis te kunnen nemen van nieuwe wetenschappelijke inzichten en ontwikkelingen.

Het aanvullende literatuuronderzoek doet niets af aan de bevinden en conclusies van het review-onderzoek. In geen enkel monster van de beunschepen, de waterbodem, of in grond- en oppervlaktewater is acrylamide aangetoond.

Belangrijke conclusie is dat granuliet voldoet aan de milieu hygiënische kwaliteit achtergrondwaarde (schoonste klasse grond) en er is geen sprake van negatieve gevolgen voor mens en milieu of op de ontwikkeling van het ecosysteem.

Vraag 10
Deelt u de mening dat het uiterst belangrijk is dat de zorgen van bewoners omtrent het granuliet-dossier worden geadresseerd en zo mogelijk worden weggenomen, en dat het aanvullend onderzoek van Arcadis hierin niet is geslaagd? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 10

Ik ben het met u eens dat de zorgen van de burgers – mede gezien de brieven van de gemeente West Maas en Waal en het Burgercollectief Dreumelse Waard - zoveel als mogelijk moeten worden geadresseerd en weggenomen. Arcadis heeft daarom in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat uitgebreid onderzoek uitgevoerd naar de milieu hygiënische effecten van granuliet in ‘Over de Maas’. Belangrijke conclusie is dat granuliet voldoet aan de milieu hygiënische kwaliteit achtergrondwaarde (schoonste klasse grond) en er geen sprake is van negatieve gevolgen voor mens en milieu of op de ontwikkeling van het ecosysteem.

Vraag 11
Bent u ervan op de hoogte dat in het Besluit bodemkwaliteit een regel is opgenomen die stelt dat onder grond of baggerspecie ook grond of baggerspecie wordt verstaan dat is vermengd met ten hoogste 20 gewichtsprocenten bodemvreemd materiaal[6]?

Antwoord 11

Ja, ik ben hiervan op de hoogte.

Vraag 12
Klopt het dat in de nota van toelichting is opgenomen dat het bij deze regel nadrukkelijk niet gaat om het bijmengen van bodemvreemd materiaal[7]? Zo nee, hoe zit dit dan?

Antwoord 12

Ja, het klopt dat dit in de nota van toelichting staat.

Vraag 13
Klopt het dat aan granuliet een bodemvreemde stof – een flocculant – wordt toegevoegd? Zo nee, hoe zit dit dan?

Antwoord 13

In de procedure over handhavingsverzoek van de gemeente West Maas en Waal die heeft geleid tot de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State[8] van 13 oktober 2021 is het toevoegen van flocculant uitgebreid aan de orde geweest. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft geoordeeld dat het toevoegen van flocculant niet betekent dat het granuliet niet kan worden beschouwd als grond in de zin van het Besluit bodemkwaliteit.

Vraag 14
Deelt u de analyse dat het toevoegen van het bodemvreemd flocculant aan granuliet niet voldoet aan de regel in het Besluit bodemkwaliteit zoals uitgelegd in de nota van toelichting[9], aangezien iets als grond mag worden beschouwd als het maximaal 20 gewichtsprocent bodemvreemd materiaal bevat dat niet is bijgemengd?

Antwoord 14

Nee, ik verwijs naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bij het antwoord op vraag 13.

Vraag 15
Bent u ervan op de hoogte dat in de Regeling bodemkwaliteit[10] en op de site van Bodemplus[11] twee vereisten worden gesteld voor wanneer iets als grond mag worden toegepast, namelijk: bij het toepassen van grond mag ten hoogste 20 gewichtsprocenten bodemvreemd materiaal voorkomen voor zover het steenachtig materiaal of hout betreft dat voorafgaand aan het ontgraven of bewerken al in de grond aanwezig was, waarvan niet is te voorkomen dat de grond of baggerspecie daarmee is vermengd, én overige bodemvreemde materialen – anders dan steenachtig materiaal en hout – mogen alleen sporadisch voorkomen als dat voorafgaand aan het ontgraven of bewerken al in de grond aanwezig was?

Antwoord 15

Ja. Ik wijs ook op het doel van deze bepaling uit de Regeling bodemkwaliteit die in 2018 is ingevoerd en waaruit blijkt dat hiermee is bedoeld de aanwezigheid tegen te gaan van bodemvreemde materialen zoals plastics en piepschuim in partijen grond die worden toegepast voor de verondieping van diepe plassen (Staatscourant 2018, 68042). Deze materialen mogen alleen sporadisch voorkomen voor zover redelijkerwijs niet kan worden gevergd dat ze voor toepassing uit een partij grond worden verwijderd.

Vraag 16
Deelt u de analyse dat het toevoegen van het bodemvreemd flocculant aan granuliet niet voldoet aan de vereisten van de Regeling bodemkwaliteit en de uitleg van Bodemplus voor bodemvreemd materiaal, aangezien de flocculant niet al in de afgegraven grond zat, het vermengen wel te voorkomen was en de flocculant niet sporadisch maar altijd wordt toegevoegd aan granuliet? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 16

Nee, hiervoor verwijs ik u naar het antwoord op vraag 13 en de Raad van State uitspraak van 13 oktober 2021.

Vraag 17
Klopt het dan ook dat granuliet dus niet als grond mag worden gekwalificeerd volgens het Besluit bodemkwaliteit zoals uitgelegd in de nota van toelichting[12], de Regeling bodemkwaliteit[13] en de uitleg van Bodemplus[14]? Zo nee, hoe zit dit dan?

Antwoord 17

Nee, hiervoor verwijs ik u naar het antwoord op vraag 13 en de Raad van State uitspraak van 13 oktober 2021.

Vraag 18
Deelt u de mening dat het onacceptabele gevolgen zou hebben voor het milieu als het toevoegen van het bodemvreemd flocculant aan granuliet wél wordt beschouwd als dat het zou voldoen aan de eisen omtrent bodemvreemd materiaal, omdat dit zou betekenen dat grond altijd voor 20 gewichtsprocent zou mogen worden aangevuld met bodemvreemd materiaal van welke aard dan ook, zonder dat het de toepassing als grond zou verliezen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 18

Wat de milieugevolgen van het toevoegen van het betreffende flocculant betreft verwijs ik naar de in het antwoord op vraag 13 genoemde uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In deze uitspraak is geoordeeld dat er op basis van verschillende rapporten en onderzoeken over het flocculant, waaronder het deskundigenbericht van de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening (STAB) die door de Afdeling bestuursrechtspraak is ingeschakeld als onafhankelijke deskundige, geen reden is om aan te nemen dat het toepassen van granuliet schadelijke gevolgen heeft voor de milieukwaliteit en de leefomgeving. Uit deze uitspraak noch uit de toepasselijke regelgeving volgt dat aan grond altijd 20 gewichtsprocent bodemvreemd materiaal van welke aard dan ook mag worden toegevoegd.


[1] https://www.bnnvara.nl/zembla/artikelen/gemeente-west-maas-en-waal-ministerie-houdt-informatie-achter-in-granulietzaak
[2] Kamerstuk 30015, nr. 103, d.d. 16 november 2021
[3] Documentnummer: 2022D12668, d.d. 30 maart 2022
[4] Documentnummer: 2022D13812, d.d. 06 april 2022
[5] Besluit bodemkwaliteit, Artikel 34 lid 2. https://wetten.overheid.nl/BWBR0022929/2021-01-01#Hoofdstuk4
[6] Nota van Toelichting op het Besluit bodemkwaliteit, artikel 34 lid 2, p. 26. https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2007-469.html#IDA1RFS
[7] Nota van Toelichting op het Besluit bodemkwaliteit, artikel 34 lid 2, https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2007-469.html#IDA1RFS
[8] Regeling bodemkwaliteit, artikel 1.1 sub 2, https://wetten.overheid.nl/BWBR0023085/2022-01-01
[9] https://www.bodemplus.nl/onderwerpen/wet-regelgeving/bbk/vragen/grond-bagger-alg/faq/zit-toegestane/
[10] Nota van Toelichting op het Besluit bodemkwaliteit, artikel 34 lid 2, https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2007-469.html#IDA1RFS
[11] Regeling bodemkwaliteit, artikel 1.1 sub 2, https://wetten.overheid.nl/BWBR0023085/2022-01-01
[12] https://www.bodemplus.nl/onderwerpen/wet-regelgeving/bbk/vragen/grond-bagger-alg/faq/zit-toegestane/