Vragen Van Esch en Van Raan over het bericht ‘Hoekstra: NS zal ‘op termijn’ minder moeten gaan rijden’


Indiendatum: feb. 2021

Schriftelijke vragen van de leden Van Esch en Van Raan aan de minister van Financiën en de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat over het bericht ‘Hoekstra: NS zal ‘op termijn’ minder moeten gaan rijden’

1. Kan de minister van Financiën aangeven waarom hij vindt dat de NS minder moet gaan rijden terwijl we juist meer en beter duurzaam openbaar vervoer nodig hebben?

2. Kan de minister van Financiën aangeven welke gedegen afweging hij gemaakt heeft over het belang van een goedwerkend en toegankelijk OV voordat hij tot deze conclusie kwam? Kan hij zijn analyse delen met de Kamer?

3. Kunt u bevestigen dat de analyse voor de corona-crisis was dat in 2027 of mogelijk zelfs al in 2025 de maximum capaciteit van het spoor bereikt zou zijn?

4. Kunt u bevestigen dat de gedeelde conclusie was en is dat er juist meer geïnvesteerd moet worden in de capaciteitsgroei van het spoor zodat ook na de coronacrisis het OV een duurzaam en toegankelijk vervoersmiddel is voor iedereen die daar gebruik van wenst te maken? Zo nee, waarom niet?

5. Bent u bekend met aangenomen motie Van Esch (PvdD)[1] die de regering verzoekt om te voorkomen dat de crisis en krimp in reizigersaantallen op de korte termijn een negatief effect hebben op de noodzakelijke capaciteitsgroei op de lange termijn?

6. Hoe passen de opmerkingen van de minister van Financiën bij die motie? Hoe gaat u die motie uitvoeren?

7. Waarom heeft de minister van Financiën wel aangegeven dat de NS minder moet gaan rijden en niet aangegeven dat Air-France KLM minder moet gaan vliegen?

8. Weet de minister van Financiën wel dat we ons midden in een gevaarlijke klimaatcrisis bevinden en dat treinen in Nederland gebruik maken van 100% windenergie terwijl vliegtuigen 100% gebruik maken van fossiele brandstoffen?

9. Kan de minister bevestigen dat het gerapporteerde verlies van de NS veel groter is omdat ook de te verwachten verliezen voor de komende jaren al afgeboekt worden (conform (IFRS) regels horende bij de hoofdrailconcessie)?

10. Klopt het dat deze systematiek niet opgaat voor Air-France KLM? Is het gerapporteerde verlies bij die firma van 7,1 miljard dus een feitelijk verlies over alleen 2020?

11. Kan de minister aangeven hoe groot het verwachtte verlies zou zijn voor Air-France KLM wanneer volgens dezelfde systematiek ook de verwachtte verliezen in toekomstige jaren nu al ingeboekt zouden worden?

12. Welk toekomstig verdienvermogen ziet de minister voor Air-France KLM in een krimpende luchtvaartsector? En welk verdienvermogen ziet de minister voor de NS in een groeiende spoorsector?

13. Waarom maakt de minister voor deze twee staatsdeelnemingen zo’n verschillende afweging?

14. Op welke manier gaat de minister van Financiën als verantwoordelijke voor de staatsdeelneming ‘Nederlandse Spoorwegen’ de NS door de huidige crisis helpen?

15. Op welke manier gaat u andere OV-vervoerders door de huidige crisis helpen?

16. Op welke wijze gaat u, conform de aangenomen motie Van Esch, ook breder zorgen dat de OV-vervoerders financiële slagkracht hebben om de noodzakelijke investeringen voor de toekomst te doen?

17. Is de minister bereid te stoppen met dit soort campagneleuzen, de klimaatcrisis serieus te nemen, zijn steun aan de KLM te staken en het geld te steken in de NS en andere spoorvervoerders? Zo nee, waarom niet?

18. Kunt u deze vragen binnen een week beantwoorden?


[1] Kamerstuk 35300-XII-106