Vragen over stal­ver­gassing na brand


Vragen van het lid Thieme aan de staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie over een stalvergassing na brand

1. Kunt u bevestigen dat er op 11 september 2012 in de avond een stalvergassing heeft plaatsgevonden op een pluimveebedrijf in Groesbeek en dat hierbij 30 duizend vleeskuikens om het leven zijn gebracht [1]? Zo ja, hoe beoordeelt u dit? Zo nee, waarom niet?

2. Kunt u bevestigen dat de firma TCC-group deze stalvergassing heeft uitgevoerd? Zo ja, kunt u aangeven waarom de TCC-group deze stalvergassing heeft uitgevoerd, terwijl u in een schriftelijk overleg van 30 mei 2012 [2] heeft aangegeven dat het contract met TCC-group is verbroken naar aanleiding van de verkeerde en dieronvriendelijke handelswijze bij het doden van kalkoenen in Kelpen-Oler?

3. Kunt u aangeven of de NVWA op de hoogte was van de geplande stalvergassing? Zo ja, waren er personen van de NVWA aanwezig bij de stalvergassing om de nodige controle uit te voeren, waarom wel of niet en welke personen waren aanwezig? Zo nee, hoe kan het dat de NVWA hier niet van op de hoogte was?

4. Kunt u aangeven hoe het dierenwelzijn tijdens de stalvergassing is gewaarborgd? Zo ja, is het dierenwelzijn voldoende gewaarborgd en waarop baseert u dit? Zo nee, waarom niet en welke maatregelen gaat u treffen om ervoor te zorgen dat in de toekomst bij alle vormen van ‘ruimingen’ het dierenwelzijn maximaal is gewaarborgd en onnodig dierenleed wordt voorkomen?

5. Bent u bereid nog dit jaar maatregelen te treffen die ervoor zorgen dat stallen brandveiliger worden en ervoor zorgen dat het vergassen van dieren, nadat zij een brand hebben overleefd, niet meer nodig is en onnodig dierenleed wordt voorkomen? Zo nee, waarom niet?

[1]http://boerderij.nl/Pluimveehouderij/Nieuws/2012/9/Hennen-geruimd-na-brand-in-stal-1064447W/
[2] Kamerstuk 28807, Nr. 145.

Antwoorddatum: 11 okt. 2012

1. Kunt u bevestigen dat er op 11 september 2012 in de avond een stalvergassing heeft plaatsgevonden op een pluimveebedrijf in Groesbeek en dat hierbij 30 duizend vleeskuikens om het leven zijn gebracht? Zo ja, hoe beoordeelt u dit? Zo nee, waarom niet?

In de nacht van 5 op 6 september 2012 heeft een brand gewoed in een van de stallen van een pluimveebedrijf in Groesbeek. Zo’n 5.000 opfokhennen zijn door de brand dood gegaan. De overige 30.000 hennen waren door de rook zodanig verzwakt dat zij naar de mening van de ondernemer niet meer geschikt waren voor de productie. De ondernemer heeft daarom besloten deze hennen te doden door middel van stalvergassing.
Het bedrijf dient de geldende voorschriften voor het doden van dieren en het dierenwelzijn in acht te nemen. Deze voorschriften staan in de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren en in de artikelen 1 tot en met 5 van het Besluit doden van dieren. De veehouder is verantwoordelijk voor het naleven van de voorschriften, zoals het besparen van onnodig lijden, het garanderen dat het doden geschiedt door personen die daarvoor over voldoende kennis en kunde beschikken en de keuze voor een juiste dodingsmethode. De overheid ziet toe op de naleving van deze bepalingen.

2. Kunt u bevestigen dat de firma TCC-group deze stalvergassing heeft uitgevoerd? Zo ja, kunt u aangeven waarom de TCC-group deze stalvergassing heeft uitgevoerd, terwijl u in een schriftelijk overleg van 30 mei 2012 heeft aangegeven dat het contract met TCC-group is verbroken naar aanleiding van de verkeerde en dieronvriendelijke handelswijze bij het doden van kalkoenen in Kelpen-Oler?

Het contract van het ministerie van EL&I met de TCC-group, op grond waarvan TCC-Group werd ingeschakeld wanneer ruiming van dieren noodzakelijk is in het kader van bestrijding van dierziekten, is inderdaad opgezegd naar aanleiding van omissies die zijn geconstateerd bij de ruiming van de kalkoenen in Kelpen-Oler in maart 2012.
In dit geval was er echter geen sprake van ruiming in het kader van dierziekten. De veehouder moet de hiervoor beschreven relevante voorschriften naleven en kan daarbij gebruik maken van een derde partij. De overheid heeft geen rol bij deze keuze van de veehouder.

3. Kunt u aangeven of de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) op de hoogte was van de geplande stalvergassing? Zo ja, waren er personen van de NVWA aanwezig bij de stalvergassing om de nodige controle uit te voeren, waarom wel of niet en welke personen waren aanwezig? Zo nee, hoe kan het dat de NVWA hier niet van op de hoogte was?

De NVWA was op de hoogte van de geplande stalvergassing. Een dierenarts en een controleur van de NVWA waren aanwezig ter controle van het dierenwelzijn.

4. Kunt u aangeven hoe het dierenwelzijn tijdens de stalvergassing is gewaarborgd? Zo ja, is het dierenwelzijn voldoende gewaarborgd en waarop baseert u dit? Zo nee, waarom niet en welke maatregelen gaat u treffen om ervoor te zorgen dat in de toekomst bij alle vormen van ‘ruimingen’ het dierenwelzijn maximaal is gewaarborgd en onnodig dierenleed wordt voorkomen?

Tijdens deze stalvergassing zijn dezelfde indicatoren gecontroleerd als bij stalvergassingen die door de NVWA in het kader van dierziektebestrijding worden georganiseerd. Alle indicatoren zijn binnen de gestelde termijnen gehaald en bij de controle van de stal na de vergassing waren alle kippen dood.

5. Bent u bereid nog dit jaar maatregelen te treffen die ervoor zorgen dat stallen brandveiliger worden en ervoor zorgen dat het vergassen van dieren, nadat zij een brand hebben overleefd, niet meer nodig is en onnodig dierenleed wordt voorkomen? Zo nee, waarom niet?

Zie mijn antwoord op de Kamervragen inzake aanpak brandveiligheid in stallen (Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2012-2013, nr. 117).


(w.g.) dr. Henk Bleker
De Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie