Vragen over rapport Zoelen van varkens en impli­caties voor dieren­welzijn


Vragen van het lid Thieme (Partij voor de Dieren) aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselveiligheid over het rapport Zoelen van varkens en implicaties voor dierenwelzijn

1. Kent u het rapport “Zoelen van varkens en implicaties voor dierenwelzijn[1]”?

2. Welke consequenties verbindt u aan de conclusie van het rapport dat “zoelen belangrijk is voor varkens, zeker wanneer alle mogelijke functies van het zoelen (inclusief thermoregulatie) worden meegenomen”? Erkent u dat modderbaden een basisbehoefte zijn voor varkens?

3. Welke consequenties verbindt u aan de constatering van de onderzoeker dat “de analyse in dit rapport [… toch laat] zien dat varkens die in Nederland volgens de huidige normen in de varkenshouderij worden gehouden, waarbij verondersteld wordt dat de dieren binnen hun thermische comfortzone blijven, mogelijk substantieel gebruik zouden maken van zoelmogelijkheden indien die zouden worden aangeboden”? Deelt u de mening dat het onthouden van modderbaden aan deze dieren hun welzijn aantast?

4. Deelt u de conclusie dat “gesteld [kan] worden dat zoelgedrag bij varkens en verwante diersoorten zoals de waterbuffel, hoogstwaarschijnlijk veel belangrijker is dan deskundigen en stakeholders in de veehouderij veronderstellen als gevolg van vermeende technologische, economische en ethische beperkingen van huidige productiesystemen”? Zo ja, welke consequenties verbindt u hieraan? Zo neen, waarom niet?

5. Deelt u de conclusie dat “Zoelen en andere ‘blinde vlekken’ in het welzijnsonderzoek (zoals de mogelijkheden om het varken cognitieve uitdagingen te bieden en zijn fysiologische basisbehoeften te bevredigen, inclusief de behoefte voor een goede temperatuursregulatie) steeds belangrijker [zullen] worden in de discussie over het varkenswelzijn in de toekomst”? Wat is de reden van de door de onderzoeker geconstateerde blinde vlekken in het welzijnsonderzoek en op welke wijze bent u voornemens deze blinde vlekken op te heffen?

6. Hoe beoordeelt u de conclusie dat varkens zo’n diepe motivatie (‘demand’) hebben voor zoelen dat zij hun afkeer om in de eigen uitwerpselen te liggen, overwinnen om toch afkoeling te zoeken? Kunt u bevestigen dat dit in de intensieve veehouderij veelvuldig voorkomt, terwijl varkens, wanneer gehouden onder betere en meer natuurlijke omstandigheden, zeer hygienische dieren zijn? Welke consequenties verbindt u hieraan?

7. Deelt u de mening dat uit dit rapport blijkt dat zoelen voor varkens essentieel is voor hun welzijn, en dat varkens hiertoe dus de mogelijkheid zouden moeten hebben? Zo neen, waarom niet? Zo ja, op welke wijze en op welke termijn wilt u ervoor zorgen dat alle in Nederland gehuisveste varkens de mogenlijkheid tot zoelen hebben? Zo neen, waarom niet?

8. Deelt u de conclusie dat wanneer er geen aandacht komt voor potentieel significante aspecten van het natuurlijke gedrag van dieren zoals zoelen van varkens, het doel van een transitie naar volledig duurzame houderijsystemen in de toekomst mogelijk niet gehaald wordt? Zo neen, waarom niet? Zo ja, op welke wijze bent u voornemens hier aan tegemoet te komen en op welke wijze wilt u het natuurlijk gedrag van dieren uitgangspunt maken in uw beleid?

9. Deelt u de mening dat het zoelgedrag als dierenwelzijnsvoorwaarde en – indicator zo spoedig mogelijk onderdeel uit moet gaan maken van het verduurzamingsproces in de veehouderij? Zo ja, op welke wijze wilt u dit verankeren in uw beleid en wanneer kan de Kamer hiervan kennisnemen? Zo neen, waarom niet?

10. Deelt u de mening dat in een ‘integraal duurzame veehouderij’ de varkens kunnen zoelen? Zo neen, waarom niet? Zo ja, op welke wijze bent u voornemens dit op te nemen in uw toekomstvisie op een duurzame veehouderij, en op welke wijze wilt u er voor zorgen dat dit toekomstbeeld snel in zicht komt?

11. Bent u bereid het beschikbaar stellen van zoelmogelijkheden verplicht te stellen voor de varkenssector? Zo neen, waarom niet? Zo ja, op welke termijn en wijze?

12. Kunt u uiteenzetten wat u ziet als de ‘ethische speelruimte’ in de veehouderij? Deelt u de mening dat de huidige intensieve veehouderijpraktijk zich hierbuiten begeeft? Zo ja, op welke wijze wilt u ervoor zorgen dat dieren ethisch verantwoord gehouden worden? Zo neen, waarom niet?

--------------------------------------------------------------------------------

[1] M.B.M. Bracke, augustus 2010. Rapport 381, “Zoelen van varkens en implicaties voor dierenwelzijn”, Lifestock research Wageningen UR. http://www.wakkerdier.nl/docs/Modderbad_Rapport.pdf

Antwoorddatum: 1 nov. 2010

1. Kent u het rapport “Zoelen van varkens en implicaties voor dierenwelzijn”[1]?

Ja.

2, 3, 7, 8, 10 en 11

Welke consequenties verbindt u aan de conclusie van het rapport dat “zoelen belangrijk is voor varkens, zeker wanneer alle mogelijke functies van het zoelen (inclusief thermoregulatie) worden meegenomen”? Erkent u dat modderbaden een basisbehoefte zijn voor varkens?

Welke consequenties verbindt u aan de constatering van de onderzoeker dat “de analyse in dit rapport [… toch laat] zien dat varkens die in Nederland volgens de huidige normen in de varkenshouderij worden gehouden, waarbij verondersteld wordt dat de dieren binnen hun thermische comfortzone blijven, mogelijk substantieel gebruik zouden maken van zoelmogelijkheden indien die zouden worden aangeboden”? Deelt u de mening dat het onthouden van modderbaden aan deze dieren hun welzijn aantast?

Deelt u de mening dat uit dit rapport blijkt dat zoelen voor varkens essentieel is voor hun welzijn, en dat varkens hiertoe dus de mogelijkheid zouden moeten hebben? Zo neen, waarom niet? Zo ja, op welke wijze en op welke termijn wilt u ervoor zorgen dat alle in Nederland gehuisveste varkens de mogelijkheid tot zoelen hebben? Zo neen, waarom niet?

Deelt u de mening dat het zoelgedrag als dierenwelzijnsvoorwaarde en – indicator zo spoedig mogelijk onderdeel uit moet gaan maken van het verduurzamings­proces in de veehouderij? Zo ja, op welke wijze wilt u dit verankeren in uw beleid en wanneer kan de Kamer hiervan kennisnemen? Zo neen, waarom niet?

Bent u bereid het beschikbaar stellen van zoelmogelijkheden verplicht te stellen voor de varkenssector? Zo neen, waarom niet? Zo ja, op welke termijn en wijze?

Deelt u de conclusie dat wanneer er geen aandacht komt voor potentieel significante aspecten van het natuurlijke gedrag van dieren zoals zoelen van varkens, het doel van een transitie naar volledig duurzame houderijsystemen in de toekomst mogelijk niet gehaald wordt? Zo neen, waarom niet? Zo ja, op welke wijze bent u voornemens hier aan tegemoet te komen en op welke wijze wilt u het natuurlijk gedrag van dieren uitgangspunt maken in uw beleid?

In de nota Dierenwelzijn 2007 is de ambitie uitgesproken dat het perspectief van het dier leidend is bij de inrichting van stallen en de bedrijfsvoering en dat gehouden dieren behoeften kunnen uiten die voortvloeien uit hun natuurlijk gedrag. Zoelen is een uiting van diverse behoeften waarvan het zoeken naar verkoeling en huidverzorging bewezen functies zijn. Het kunnen zoelen zie ik dus als een invulling van de behoeften “thermocomfort” en “zelfverzorging”. De wijze waarop de varkenshouderij tegemoet komt aan deze behoeften acht ik hun verantwoordelijkheid. Dat kan door modderbaden aan te leggen maar er zijn diverse andere (innovatieve) toepassingsvormen die tegemoet komen aan deze wetenschappelijk bewezen behoeften van het varken zoals bijvoorbeeld een douche en een schuurpaal.

4, 6 en 9

Deelt u de conclusie van de onderzoeker dat “gesteld [kan] worden dat zoelgedrag bij varkens en verwante diersoorten zoals de waterbuffel, hoogstwaarschijnlijk veel belangrijker is dan deskundigen en stakeholders in de veehouderij veronderstellen als gevolg van vermeende technologische, economische en ethische beperkingen van huidige productiesystemen”? Zo ja, welke consequenties verbindt u hieraan? Zo neen, waarom niet?

Hoe beoordeelt u de conclusie dat varkens zo’n diepe motivatie (‘demand’) hebben voor zoelen dat zij hun afkeer om in de eigen uitwerpselen te liggen, overwinnen om toch afkoeling te zoeken? Kunt u bevestigen dat dit in de intensieve veehouderij veelvuldig voorkomt, terwijl varkens, wanneer gehouden onder betere en meer natuurlijke omstandigheden, zeer hygienische dieren zijn? Welke consequenties verbindt u hieraan?

Deelt u de mening dat in een ‘integraal duurzame veehouderij’ de varkens kunnen zoelen? Zo neen, waarom niet? Zo ja, op welke wijze bent u voornemens dit op te nemen in uw toekomstvisie op een duurzame veehouderij, en op welke wijze wilt u ervoor zorgen dat dit toekomstbeeld snel in zicht komt?

De huidige productiesystemen kennen hun beperkingen om tegemoet te komen aan de integraal duurzame ambitie zoals verwoord in de Nota Dierenwelzijn 2007 en de Toekomst visie op de veehouderij 2008. Zo is het bijvoorbeeld lastig om in de huidige varkenshokken functiegebieden duidelijk te scheiden waarmee voorkomen zou kunnen worden dat varkens in hun eigen uitwerpselen gaan liggen om af te koelen. Daarom stimuleer ik ondernemers om aan de slag te gaan met de werkwijze zoals deze is ontwikkeld via de herontwerptrajecten Kracht van Koeien, Houden van Hennen en Varkansen. Deze herontwerpen zetten aan tot een andere manier van denken over hoe verschillende behoeften vertaald kunnen worden in een huisvestingssysteem dat integraal duurzaam is. Programma’s van eisen opgesteld vanuit het perspectief van het dier, de ondernemer en de maatschappij moeten uiterlijk in 2023 leiden tot een welzijnsvriendelijke, integraal duurzame en maatschappelijk geaccepteerde veehouderij.

5. Deelt u de conclusie dat “Zoelen en andere ‘blinde vlekken’ in het welzijns­onderzoek (zoals de mogelijkheden om het varken cognitieve uitdagingen te bieden en zijn fysiologische basisbehoeften te bevredigen, inclusief de behoefte voor een goede temperatuursregulatie) steeds belangrijker [zullen] worden in de discussie over het varkenswelzijn in de toekomst”? Wat is de reden van de door de onderzoeker geconstateerde blinde vlekken in het welzijnsonderzoek en op welke wijze bent u voornemens deze blinde vlekken op te heffen?

In de vorige eeuw lag de focus van onderzoek en beleid vooral op het gebied van voorkomen van ongerief om het welzijn van dieren te verbeteren. Aan het begin van deze eeuw is er een andere benadering ontwikkeld, namelijk uitgaan van de behoeften van het dier. Door tegemoet te komen aan de behoeften wordt meer dan alleen het ongerief aangepakt; ook gerief of welbevinden zijn belangrijke onderdelen van het huidige en toekomstige onderzoeks- en beleidsterrein.

12.

Kunt u uiteenzetten wat u ziet als de ‘ethische speelruimte’ in de veehouderij? Deelt u de mening dat de huidige intensieve veehouderijpraktijk zich hierbuiten begeeft? Zo ja, op welke wijze wilt u ervoor zorgen dat dieren ethisch verantwoord gehouden worden? Zo neen, waarom niet?

Te allen tijde zal moeten worden voldaan aan wet en regelgeving die als een vertaling kan worden beschouwd van hetgeen in Nederland, democratisch gelegitimeerd, maatschappelijk verantwoord wordt geacht.

Verder wordt in een samenspel van bedrijfsleven en samenleving, boer en burger bepaald hoe en welke aanvullende eisen aan de orde zijn en welke vertaling deze krijgen. Mijn ministerie bevordert de dialoog hierover.


DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN, LANDBOUW EN INNOVATIE,

dr. Henk Bleker

--------------------------------------------------------------------------------

[1] M.B.M. Bracke, augustus 2010. Rapport 381, “Zoelen van varkens en implicaties voor dierenwelzijn”, Lifestock research Wageningen UR. http://www.wakkerdier.nl/docs/Modderbad_Rapport.pdf