Vragen over het houden van roof­vogels en uilen als huis­dieren


Indiendatum: sep. 2010

Vragen van het lid Ouwehand (Partij voor de Dieren) aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over het houden van roofvogels en uilen als huisdieren

1. Heeft u kennisgenomen van het onderzoek van Vogelbescherming Nederland waaruit blijkt dat roofvogels en uilen steeds vaker als huisdier worden gehouden1? Kunt u zich voorstellen dat de Vogelbescherming zich grote zorgen maakt over het gemak waarmee deze vogels door iedereen kunnen worden aangeschaft? Zo ja, kunt u dit toelichten? Zo neen, waarom niet?

2. Vindt u roofvogels en uilen, waar sinds Harry Potter veel vraag naar is, geschikt als huisdier? Zo ja, waar baseert u dat op en hoe verhoudt uw mening zich tot uw ambitie dat alle gehouden dieren hun natuurlijk gedrag moeten kunnen vertonen (zoals, in dit geval, vliegen) en hoe gaat u er zorg voor dragen dat deze ambitie ook wordt gerealiseerd?

3. Kunt u bevestigen dat sinds de Europese wetgeving om roofvogels en uilen te verhandelen eind jaren negentig is versoepeld, het aantal in Nederland verstrekte certificaten dat nodig is om de vogels aan te schaffen meer dan vertienvoudigd is?

4. Kunt u uiteenzetten hoeveel roofvogels er jaarlijks in Nederland worden verkocht, om welke soorten het gaat en welke ontwikkelingen zich voordoen in de handel in roofvogels? Zo neen, waarom houdt uw ministerie hier geen gegevens van bij?

5. Kunt u uiteenzetten in hoeverre de in Nederland verhandelde roofvogels afkomstig zijn van Nederlandse kweek en op welke wijze deze handel wordt gecontroleerd? Kunt u garanderen dat geen enkele uil of roofvogel die in Nederland gehouden wordt, afkomstig is uit wildvang? Zo neen, hoe zit dat?

6. Kunt u uiteenzetten welke regelgeving geldt voor het kweken, tentoonstellen en verhandelen van roofvogels? Acht u deze regelgeving voldoende met het oog op dierenwelzijn, volksgezondheid en biodiversiteit? Kunt u dit toelichten?

7. Hebt u zicht op de aard van het consumentengedrag dat betrekking heeft op de aankoop van roofvogels? Deelt u de indruk dat er sprake is van impulsaankopen waardoor mensen onvoldoende op de hoogte zijn van de behoeftes van deze dieren? Zo ja, welke ambitie heeft u voor het terugdringen van het aantal impulsaankopen en hoe gaat u deze ambitie realiseren? Zo neen, waar baseert u dat op?

8. Wat is de stand van zaken met betrekking tot een positieflijst van te houden diersoorten?
Bent u bereid een einde te maken aan de mogelijkheid roofvogels en uilen te houden als huisdier en het organiseren van roofvogelshows aan strengere voor waarden te verbinden? Zo neen, waarom niet?

1 http://www.trouw.nl/groen/article3157200.ece/Vogelbescherming__Rem_op_roofvogel_als_huisdier.html

Indiendatum: sep. 2010
Antwoorddatum: 14 okt. 2010

1. Hebt u kennisgenomen van het onderzoek van Vogelbescherming Nederland waaruit blijkt dat roofvogels en uilen steeds vaker als huisdier worden gehouden?¹)

Ja.

2. Kunt u zich voorstellen dat de Vogelbescherming zich grote zorgen maakt over het gemak waarmee deze vogels door iedereen kunnen worden aangeschaft? Zo ja, kunt u dit toelichten? Zo nee, waarom niet?

3. Hebt u zicht op de aard van het consumentengedrag dat betrekking heeft op de aankoop van roofvogels? Deelt u de indruk dat er sprake is van impulsaankopen waardoor mensen onvoldoende op de hoogte zijn van de behoeften van deze dieren? Zo ja, welke ambitie heeft u voor het terugdringen van het aantal impulsaankopen en hoe gaat u deze ambitie realiseren? Zo nee, waar baseert u dat op?

4. Vindt u roofvogels en uilen, waar sinds Harry Potter veel vraag naar is, geschikt als huisdier? Zo ja, waar baseert u dat op en hoe verhoudt uw mening zich tot uw ambitie dat alle gehouden dieren hun natuurlijke gedrag moeten kunnen vertonen (zoals in dit geval, vliegen) en hoe gaat u er zorg voor dragen dat deze ambitie ook wordt gerealiseerd?

2, 3, en 4

Ik kan de genoemde zorgen delen, aangezien ik het van groot belang vind voor het welzijn van dieren dat mensen de keuze voor een dier weloverwogen maken en zich vooraf goed op de hoogte stellen van de gevolgen van de aanschaf van een dier. Ik ga in de eerste plaats uit van de eigen verantwoordelijkheid van de houder van dieren. Deze verantwoordelijkheid begint al voor de aanschaf van een dier. De potentiële houder dient zich goed te laten informeren over de behoeften van een dier. Via het Landelijk Informatie Centrum voor Gezelschapsdieren (LICG) dat ik financieel ondersteun, wordt voorlichting gegeven over het verantwoord houden van dieren. Ook vogels komen aan bod in de voorlichtingsuitingen van het LICG.

Het Platform Verantwoord Huisdierenbezit (PvH) verstrekt ook informatie over het houden van vogels en is bezig Gidsen voor Goede Praktijken met gedetailleerde achtergrondinformatie over het houden van dieren, waaronder vogels, uit te breiden.

Voor het houden van roofvogels en uilen is veel kennis nodig en dienen de mogelijkheden aanwezig te zijn om dergelijke dieren op een goede manier te houden. Naast voldoende grote leefruimte en adequate voeding hebben sommige soorten roofvogels een voldoende aantal ‘vrije’ vlieguren nodig. Een houder dient het dier deze nodige verzorging te kunnen bieden. Het doel van de voorlichting door het LICG en het PVH is de houder van deze kennis te voorzien.

Echter niet iedereen kan deze dieren de nodige verzorging bieden. Bovendien hebben deze vogels scherpen klauwen en snavels, waardoor het niet altijd zonder gevaar is deze vogels te houden. Bij het onthouden van de nodige verzorging wordt gehandeld in strijd met artikel 37 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. Wanneer er sprake is van mishandeling van de vogels, dan wordt gehandeld in strijd met artikel 36 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. In die gevallen kunnen onder meer de nVWA en de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming daartegen optreden.

5. Kunt u bevestigen, dat sinds de Europese wetgeving om roofvogels en uilen te verhandelen eind jaren negentig is versoepeld, het aantal in Nederland verstrekte certificaten dat nodig is om vogels aan te schaffen meer dan vertienvoudigd is?

Nee, ik kan dit niet bevestigen. Er is geen sprake van een significante stijging van het aantal in de afgelopen jaren verstrekte certificaten. Roofvogels en uilen kunnen zowel op bijlage A als B van de CITES-basisverordening (verordening (EG) nr. 338/97) staan. Dit betekent dat niet voor elke handelstransactie een certificaat noodzakelijk is. Daarnaast kunnen certificaten worden verstrekt die voor meerdere handelstransacties geldig zijn. Ook kunnen andere lidstaten dergelijke certificaten afgeven.

6. Kunt u uiteenzetten hoeveel roofvogels er jaarlijks in Nederland worden verkocht, om welke soorten het gaat en welke ontwikkelingen zich voordoen in de handel in roofvogels? Zo nee, waarom houdt u hier geen gegevens van bij?

Nee, zie het antwoord op vraag 5.

7. Kunt u uiteenzetten in hoeverre de in Nederland verhandelde roofvogels afkomstig zijn van Nederlandse kweek en op welke wijze deze handel wordt gecontroleerd? Kunt u garanderen dat geen enkele uil of roofvogel die in Nederland gehouden wordt, afkomstig is uit wildvang? Zo, nee, waarom niet?

De Nederlandse handel in roofvogels en uilen wordt – voor zover dit wettelijk vereist is – gereguleerd door certificaten. Ik verwijs hiervoor naar vraag 5. Gefokte roofvogels en uilen – die op bijlage A van de CITES-basisverordening staan of inheems zijn beschermd - moeten voorzien zijn van een naadloos gesloten pootring. Verder moet de eigenaar van deze dieren een registratie bijhouden. Wanneer deze vogels op de Nederlandse markt worden verhandeld, moet dit in overeenstemming met de Europese regelgeving en de nationale wetgeving van de betreffende lidstaat.

De handhaving op deze handel wordt uitgevoerd door de handhavende autoriteiten, waaronder de nVWA.

In Nederland vindt illegale wildvang plaats, dat is mij bekend. Het rapport van de Vogelbescherming beschrijft een aantal gevallen. Met de verschillende handhavingspartners wordt gewerkt om het aantal gevallen van wildvang terug te dringen.

8. Kunt u uiteenzetten welke regelgeving geldt voor het kweken, tentoonstellen en verhandelen van roofvogels? Acht u deze regelgeving voldoende met het oog op dierenwelzijn, volksgezondheid en biodiversiteit? Kunt u dit toelichten?

Alle roofvogels vallen onder de reikwijdte van de CITES-basisverordening. Daarnaast zijn alle roofvogels aangewezen als beschermde diersoort op grond van de Flora- en faunawet (Ffw.). Ingevolge artikel 13 van de Ffw. is het tentoon­stellen van, de handel in en het bezit van dieren van beschermde diersoorten verboden, tenzij sprake is van een vrijstelling of een ontheffing. Vrijstelling van deze verboden bestaat op grond van het Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten voor in gevangenschap geboren en gefokte exemplaren van aangewezen soorten, in overeenstemming met de Europese regelgeving. Zoals ik reeds in vraag 7 heb toegelicht, moeten roofvogels die op bijlage A van de CITES-basisverordening staan of inheems zijn beschermd, worden voorzien van een naadloos gesloten pootring. Wanneer de vogels in Nederland zijn gefokt, moet de pootring voldoen aan de eisen die gesteld zijn in de Regeling afgifte en kenmerken gesloten pootringen en andere merktekens.

Ook zijn onder meer de artikelen 36, 37, 40 en 41 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren van toepassing. Op grond daarvan is het verboden dieren te mishandelen, dieren de nodige zorg en verzorging te onthouden en bepaalde ingrepen bij dieren te verrichten. Dieren die een verboden ingreep hebben ondergaan, mogen niet verkocht en gekocht worden, ten verkoop in voorraad worden gehouden en aan tentoonstellingen deelnemen.

Daarnaast is nog de Regeling handel levende dieren en levende producten van toepassing. Deze regeling bevat algemene regels voor de handel in vogels, voor zover de CITES-regelgeving niet van toepassing is.

9. Bent u bereid een einde te maken aan de mogelijkheid roofvogels en uilen te houden als huisdier en het organiseren van roofvogelshows aan strengere voorwaarden te verbinden? Zo nee, waarom niet?

10. Wat is de stand van zaken met betrekking tot de positieflijst van te houden zoogdieren? Wanneer verwacht u deze positieflijst gereed te hebben? Bent u van plan ook positieflijsten voor alle overige diersoorten op te stellen? Kunt u dit toelichten?

Voor uw vraag met betrekking tot de roofvogelshows verwijs is u naar mijn antwoorden op eerdere Kamervragen (Aanhangsel van de Handelingen, Kamervragen 2009/2010, 2031).

Zoals ik u eerder heb aangegeven, werk ik in het kader van de totstandkoming van de Wet dieren aan een positieflijst die vooralsnog alleen voor zoogdieren gaat gelden. Op dit moment wordt in samenwerking met de Wageningen Universiteit, Livestock Research, gewerkt aan het opstellen van deze lijst. Bij gebleken goede ervaringen met de lijst zal ik overwegen om deze uit te breiden naar andere diergroepen, zoals bijvoorbeeld vogels.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT,

G. Verburg

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer