Vragen over plannen voor het vergassen van ganzen


Indiendatum: mei 2011


Vragen van het lid Thieme (Partij voor de Dieren) aan de staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie over plannen voor het vergassen van ganzen


1. Kent u het bericht ’ganzen weer aan het gas’?

2. Klopt het dat uw ministerie momenteel onderzoekt of vergassen van ganzen toegestaan kan worden per 1 juli? Zo neen, hoe zit het dan?

3. Bent u op de hoogte van de uitspraak van rechtbank Utrecht van 2 januari jongstleden die vaststelt dat ook nijlganzen in Nederland onder de beschermende werking van de Vogelrichtlijn vallen? Zo ja, welke consequenties heeft dit voor uw beleid?

4. Bent u op de hoogte van inmiddels al drie gerechtelijke uitspraken die het vergassen van ganzen die onder de Vogelrichtlijn verbieden? Zo ja, welke consequenties heeft dit voor uw beleid gezien vergassing wederom wordt overwogen?

5. Bent u bereid de Flora en faunawet aan te passen zodat artikel 67 eerste lid en artikel 68 eerste lid van de Flora en faunawet niet langer strijdig is met artikel 9 van de Vogelrichtlijn? Zo ja op welke wijze en termijn? Zo neen, waarom niet?

6. Op basis van welke onafhankelijke wetenschappelijk onderzoek denkt u dat het grootschalig doden van ganzen een structurele oplossing vormt?

[1]http://www.spitsnieuws.nl/archives/binnenland/2011/05/ganzen_aan_het_gas.html
[2]www.rechtspraak.nl, LJN: BI7760, LJN: BM6676, LJN: BP2285

Indiendatum: mei 2011
Antwoorddatum: 14 jul. 2011

1. Kent u het bericht ’ganzen weer aan het gas’?

Ja.

2. Klopt het dat uw ministerie momenteel onderzoekt of vergassen van ganzen toegestaan kan worden per 1 juli? Zo nee, hoe zit het dan?

Nee. Vorige week heb ik de Eerste en Tweede Kamer mededeling gedaan van de publicatie in het Staatsblad van een wijziging van het Besluit beheer en schadebestrijding dieren (hierna: het besluit). Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en biociden voor het doden van bepaalde muizen, ratten en mollen is toegestaan op grond van het besluit, mits die middelen zijn toegelaten of vrijgesteld op basis van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Wgb). De toepassing van biociden tegen andere diersoorten is slechts mogelijk indien gedeputeerde staten van de provincie een ontheffing van de Flora- en faunawet voor het doden van die dieren verlenen. Na de inwerkingtreding van het wijzigingsbesluit is evenwel geen ontheffing meer nodig voor het gebruik van de genoemde middelen zelf. Ik verwijs u naar de nota van toelichting bij de gepubliceerde wijziging voor een nadere toelichting.

Het doden van schadeveroorzakende vogels valt onder de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Wgb) die onder andere uitvoering geeft aan de Europese biocidenrichtlijn (richtlijn nr. 98/8/EG), waarvoor de Staatssecretaris van I&M primair verantwoordelijk is. Elk middel voor het doden van ongewenste vogels dat in Nederland op de markt gebracht wordt moet beoordeeld en toegelaten zijn door het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb). Om een Nederlandse toelating van het Ctgb te kunnen krijgen moet de werkzame stof in het middel in Europees verband zijn beoordeeld of aangemeld te zijn om te worden beoordeeld. Op 8 februari 2010 heeft de Europese Commissie (EC) een besluit gepubliceerd waarin aangegeven wordt dat geen enkele fabrikant interesse heeft getoond om het dossier voor CO2 voor de bestrijding van vogels in te dienen in Europa. Gevolg is dat per 9 februari 2011, CO2 voor de bestrijding van vogels in heel Europa niet meer is toegelaten. Ik onderzoek momenteel de mogelijkheden om CO2 opnieuw aan te melden voor beoordeling.

De Wgb biedt ook de mogelijkheid om in geval van een, niet op andere wijze te bestrijden gevaar, een niet toegelaten biocide voor de duur van maximaal 120 dagen vrij te stellen van de wet. Een dergelijke vrijstelling wordt door het Ctgb getoetst op de werkzaamheid, de gevaren voor mens, dier en milieu. De EC wordt ook op de hoogte gesteld van een vrijstelling. Ik heb de Staatssecretaris van I&M verzocht om een dergelijke vrijstelling te verlenen ten behoeve van het noodzakelijke beheer van de ganzenpopulaties.

3. Bent u op de hoogte van de uitspraak van rechtbank Utrecht van 2 januari jongstleden dat ook nijlganzen in Nederland onder de beschermende werking van de Vogelrichtlijn vallen? Zo ja, welke consequenties heeft dit voor uw beleid?

Ja. De uitspraak richt zich tegen een beschikking van de gedeputeerde staten van de provincie Utrecht. Zij hebben beroep tegen de uitspraak ingesteld. Ik steun hen daarin. Zolang de zaak onder de rechter is, zie ik geen aanleiding om mijn beleid omtrent de aanpak van de nijlgans te veranderen.

4. Bent u op de hoogte van inmiddels al drie gerechtelijke uitspraken die het vergassen van ganzen die onder de Vogelrichtlijn vallen verbieden? Zo ja, welke consequenties heeft dit voor uw beleid gezien vergassing wederom wordt overwogen?

Ja. De uitspraken richten zich tegen beschikkingen van de gedeputeerde staten van de provincie Utrecht. Het gaat om twee uitspraken met betrekking tot het treffen van een voorlopige voorziening en één uitspraak in een beroepszaak. De gedeputeerde staten van de provincie Utrecht hebben beroep ingesteld tegen de laatstgenoemde uitspraak. Ik steun hen daarin, maar ik heb ook geconstateerd dat de uitkomst van dat beroep niet kan worden afgewacht.

De populatie wilde ganzen groeit jaarlijks en daarmee groeien ook de risico’s voor de luchtvaartveiligheid en beschermde flora en fauna, alsmede de kans op landbouwschade. Het gebruik van gas bij het doden van ganzen is een efficiënte en effectieve methode voor het doden van grote groepen ganzen, waarbij mits goed toegepast, onnodig lijden wordt voorkomen. Gelet op de doelstellingen waar het ganzenbeheer voor staat, de belangen die in het geding zijn en het feit dat het gebruik van CO2-gas een voor dit moment adequate oplossing biedt, heb ik geconcludeerd dat het belangrijk is om de mogelijkheid van het gebruik van CO2-gas duidelijker vast te leggen in de regelgeving onder de Flora en faunawet

5. Bent u bereid de Flora- en faunawet aan te passen zodat artikel 67 eerste lid en artikel 68 eerste lid van de Flora- en faunawet niet langer strijdig is met artikel 9 van de Vogelrichtlijn? Zo ja op welke wijze en termijn? Zo neen, waarom niet?

Nee, in de wetgeving is gekozen voor het systeem van ontheffingen voor beheer en schadebestrijding, zoals vervat in artikel 67 en 68 van de Flora- en faunawet, om de bescherming van de vogelrichtlijn te kunnen borgen met maatwerk. Zolang de zaak onder de rechter is, zie ik geen aanleiding om het systeem daarop aan te passen.

6. Op basis van welk onafhankelijke wetenschappelijk onderzoek denkt u dat het grootschalig doden van ganzen een structurele oplossing vormt?

De ongeremde groei van de aantallen zomerganzen (o.a. als gevolg van een overvloed aan voedsel) leidt tot onacceptabele problemen voor de luchtvaartveiligheid, inheemse flora en fauna en de landbouw. Duurzaam beheer van de populaties is noodzakelijk.

De Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,

dr. H. Bleker

Interessant voor jou

Vragen over de kosten van milieuschade

Lees verder

Feitelijke vragen over het niet opnemen van een hoofdstuk in het Bouwbesluit over de brandveiligheid van stallen

Lees verder

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer