Vragen over jagen terwijl de bodem met sneeuw bedekt is


Vragen van het lid Thieme (Partij voor de Dieren) aan de staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie over jagen terwijl de bodem met sneeuw bedekt is.


1. Is het waar dat er ondanks de hevige sneeuwval en het feit dat de bodem bedekt is met sneeuw , drijfjachten georganiseerd mogen worden op hazen, konijnen, fazanten en eenden?

2. Is het waar dat hoewel artikel 53g van de Flora en faunawet bepaalt dat er niet gejaagd mag worden wanneer de bodem met sneeuw bedekt is, jagers in uitzondering daarvan mogen jagen wanneer ze geen sporen volgen maar dieren ‘opdrijven’?

3. Deelt u de mening dat een dergelijke uitzondering een oneigenlijke inbreuk vormt op het beschermingsregime dat de Flora- en faunawet bedoelt te bieden? Zo nee, waarom niet?

4. Bent u bereid tot het instellen van een algeheel jachtverbod in tijden dat de bodem met sneeuw bedekt is, waarop de drijfjacht geen uitzondering vormt? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke termijn en wijze?

5. Bent u met mij van mening dat het onethisch is dieren in drijfjachten te belagen wanneer de dieren niet in staat zijn te vluchten wegens de hoogte van de sneeuw? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke wijze wilt u voorkomen dat dit nog langer gebeurt?

6. Kunt u aangeven hoe het aantal hazen zich in het afgelopen jaar ontwikkeld heeft en of u van mening bent dat de haas een vrij bejaagbare soort dient te blijven? Kunt u toelichten waarom de haas nog steeds een bejaagbare diersoort is , terwijl er zorgen zijn over de ontwikkeling van de soort?

Antwoorddatum: 1 feb. 2011

1. Is het waar dat er ondanks de hevige sneeuwval en het feit dat de bodem bedekt is met sneeuw, drijfjachten georganiseerd mogen worden op hazen, konijnen, fazanten en eenden?

2. Is het waar dat, hoewel artikel 53g van de Flora en faunawet bepaalt dat er niet gejaagd mag worden wanneer de bodem met sneeuw bedekt is, jagers in uitzondering daarvan mogen jagen wanneer ze geen sporen volgen maar dieren ‘opdrijven’?

(1 en 2)

Op artikel 53, eerste lid, onderdeel g, van de Flora- en faunawet is voor de genoemde soorten een uitzondering opgenomen in artikel 15, vierde lid, van het Jachtbesluit. Ik verwijs verder naar de eerdere beantwoording van Kamervragen, 24-12-2009, over dit onderwerp (kenmerk NLP.2009-2701).

3. Deelt u de mening dat een dergelijke uitzondering een oneigenlijke inbreuk vormt op het beschermingsregime dat de Flora- en faunawet bedoelt te bieden? Zo nee, waarom niet?

Nee. Onder de in het Jachtbesluit genoemde voorwaarden, is de bescherming voldoende gewaarborgd.

4. Bent u bereid tot het instellen van een algeheel jachtverbod in tijden dat de bodem met sneeuw bedekt is, waarop de drijfjacht geen uitzondering vormt? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke termijn en wijze?

De Flora- en faunawet voorziet niet in de mogelijkheid dat een bewindspersoon tussentijds de jacht sluit. Deze bevoegdheid is neergelegd bij gedeputeerde staten. Ik verwijs graag naar de eerdere beantwoording van Kamervragen over dit onderwerp (Kenmerk NLP.2009-2701).

5. Deelt u de mening dat het onethisch is dieren in drijfjachten te belagen wanneer de dieren niet in staat zijn te vluchten wegens de hoogte van de sneeuw? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke wijze wilt u voorkomen dat dit nog langer gebeurt?

Nee, zie het antwoord op vraag 1 en 2. Daarnaast heeft de Koninklijke Nederlandse Jagers Vereniging haar leden opgeroepen om terughoudend te zijn met de jacht, vanwege de winterse omstandigheden.

6. Kunt u aangeven hoe het aantal hazen zich in het afgelopen jaar ontwikkeld heeft en of u van mening bent dat de haas een vrij bejaagbare soort dient te blijven? Kunt u toelichten waarom de haas nog steeds een bejaagbare diersoort is, terwijl er zorgen zijn over de ontwikkeling van de soort?

Nee, in het afgelopen jaar zijn er geen metingen verricht in het kader van netwerk ecologische monitoring. De haas is een algemeen voorkomende soort in Nederland en veroorzaakt schade aan landbouw- en tuinbouwgewassen. Daarom zie ik geen reden om de haas niet meer als bejaagbare soort te beschouwen. Zie tevens de eerdere beantwoording van Kamervragen over dit onderwerp (TK, Handelingen, 2008-2009, nr. 697).


De Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,
dr. Henk Bleker