Vragen over het niet respec­teren van gewe­tens­be­zwaren bij oormerken


Vragen van het lid Thieme (Partij voor de Dieren) aan de staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie over het niet respecteren van gewetensbezwaren bij oormerken.

  1. Kent u het bericht 'Oormerkweigeraars gaan voor dierenwelzijn' ? [1]
  2. Is het waar dat het Openbaar Ministerie tijdens de bedoelde zitting heeft aangegeven dat "de wet geen boodschap heeft aan idealen"? Zo neen, welke mogelijkheden biedt de wet aan gewetensbezwaarden op het gebied van oormerken, koudbranden, vaccinatie, ruiming, ophokken en mutilatie?
  3. Bent u bereid een wet Gewetensbezwaren Dierhouderij op te stellen, waarin - analoog aan de Wet Gewetensbezwaren Militaire Dienst uit 1962- houders van dieren de mogelijkheid krijgen vrijgesteld te worden van wettelijke verplichtingen ten aanzien van de behandeling van hun dieren, wanneer die indruisen tegen hun geweten en als zodanig erkend worden door een onafhankelijke commissie? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo neen, waarom niet?
  4. Deelt u de mening dat daar waar economische belangen in botsing komen met de gewetensvolle afweging van houders van dieren, economische belangen niet per definitie zouden moeten prevaleren?
  5. Deelt u de mening dat het Openbaar Ministerie meer soepelheid dient te betrachten bij het beoordelen van de overtreding van wetten die inmiddels zijn aangepast met de bedoeling om het dierenwelzijn te verbeteren? Zo neen, waarom niet?
  6. Deelt u de mening dat het mutileren van dieren om economische redenen zo snel mogelijk verboden dient te worden, in het kader van de erkenning van de intrinsieke waarde van dieren en de 5 vrijheden van Brambell? Zo ja, op welke wijze wilt u invulling geven aan dit streven? Zo neen, waarom niet?

[1] Leeuwarder Courant 16 juli 2011

Antwoorddatum: 23 sep. 2011

1. Kent u het bericht ‘Oormerkweigeraars gaan voor dierenwelzijn’? [1]

Ja.

2. Is het waar dat het Openbaar Ministerie tijdens de bedoelde zitting heeft aangegeven dat “de wet geen boodschap heeft aan idealen”? Zo nee, welke mogelijkheden biedt de wet aan gewetensbezwaarden op het gebied van oormerken, koudbranden, vaccinatie, ruiming, ophokken en mutilatie?

Van het ministerie van Veiligheid en Justitie is vernomen dat de advocaat-generaal tijdens de zitting in de zaak tegen de verdachten een opmerking heeft gemaakt met als strekking dat de idealen van de verdachten op zichzelf achtenswaardig zijn, maar dat daaraan middels het recht niet tegemoet kan worden gekomen.

De regelgeving omtrent identificatie en registratie van dieren laat geen ruimte voor andere manieren van identificatie en registratie dan Europeesrechtelijk voorgeschreven en geldt voor alle veehouders. Daarom hebben gewetensbezwaarde veehouders zelf inmiddels het initiatief genomen om hun positie toe te lichten aan de Europese Commissie.

3. Bent u bereid een wet Gewetensbezwaren Dierhouderij op te stellen, waarin - analoog aan de Wet Gewetensbezwaren Militaire Dienst uit 1962- houders van dieren de mogelijkheid krijgen vrijgesteld te worden van wettelijke verplichtingen ten aanzien van de behandeling van hun dieren, wanneer die indruisen tegen hun geweten en als zodanig erkend worden door een onafhankelijke commissie? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo nee, waarom niet?

Neen. In kader van volksgezondheid en diergezondheid is een uniforme wijze van identificatie en registratie van dieren in de lidstaten van de EU een noodzaak. Daarom wordt de regelgeving omtrent identificatie en registratie van dieren in Europees verband vastgesteld. Ik kan geen wettelijke uitzonderingspositie creëren voor veehouders met bezwaren tegen oormerken. Wel liggen er in Europees verband voorstellen om door de inzet van elektronische identificatiemiddelen het aantal oormerkingrepen te beperken. De Nederlandse inbreng op dit punt wordt momenteel voorbereid. Uw Kamer wordt hierover binnenkort op de hoogte gesteld.

4. Deelt u de mening dat daar waar economische belangen in botsing komen met de gewetensvolle afweging van houders van dieren, economische belangen niet per definitie zouden moeten prevaleren?

De belangen van volksgezondheid en diergezondheid zijn de basis voor de regels omtrent identificatie en registratie van dieren.

5. Deelt u de mening dat het Openbaar Ministerie meer soepelheid dient te betrachten bij het beoordelen van de overtreding van wetten die inmiddels zijn aangepast met de bedoeling om het dierenwelzijn te verbeteren? Zo nee, waarom niet?

Net als de rechter houdt ook het Openbaar Ministerie rekening met het bepaalde in artikel 1, tweede lid, Wetboek van Strafrecht. Nieuwe (voor verdachte gunstiger) wetgeving kan derhalve op oude gevallen worden toegepast, mits er sprake is van ‘een gewijzigd inzicht van de wetgever nopens de strafwaardigheid van de onderwerpelijke gedraging’ (Zie o.a. HR 20 februari 1996, NJ 1996, 503, m.nt. Kn.).

6. Deelt u de mening dat het mutileren van dieren om economische redenen zo snel mogelijk verboden dient te worden in het kader van de erkenning van de intrinsieke waarde van dieren en de vijf vrijheden van Brambell? Zo ja, op welke wijze wilt u invulling geven aan dit streven? Zo nee, waarom niet?

Mijn beleid is er op gericht om ingrepen bij dieren zoveel mogelijk te beperken. Daarbij speelt dat het niet wenselijk is om bepaalde ingrepen te verbieden omdat zonder ingreep het dierenwelzijn sterker geschaad zou worden dan met ingreep.

Voor doeleinden van identificatie liggen er, zoals eerder aangegeven, in EU-verband voorstellen om door de inzet van elektronische identificatiemiddelen het aantal oormerkingrepen te beperken.


De Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,
dr. H. Bleker


[1] Leeuwarder Courant 16 juli 2011