Vragen over de Gelderse voorkeur voor afschot boven hekken


Vragen van het lid Thieme (Partij voor de Dieren) aan de staatssecretaris van Economische Zaken over de Gelderse voorkeur voor afschot boven hekken

1. Kent u het bericht ‘GS: Zo min mogelijk wildrasters op de Veluwe’?[1]

2. Deelt u de mening dat de uitspraak van de gedeputeerde in strijd is met de Flora- en Faunawet, waarin is bepaald dat ontheffingen slechts kunnen worden verleend ‘Wanneer er geen andere bevredigende oplossing bestaat’ (art 68 lid 1)? Zo nee, waarom niet?

3. Deelt u de mening dat de uitspraken van de gedeputeerde in strijd zijn met de Flora- en faunawet, die uitgaat van het principe dat dieren in het wild zoveel mogelijk met rust moeten worden gelaten en waarin is bepaald dat schadelijke activiteiten voor flora en fauna in beginsel verboden zijn (zorgplicht artikel 2 en artikel 9 FFW)?

4. Onderschrijft u het wettelijk uitgangspunt dat preventieve middelen ter voorkoming van schade en overlast door in het wild levende dieren per definitie voorrang zouden moeten krijgen boven afschot? Zo nee, waarom niet?

5. Bent u bereid de gedeputeerde aan te spreken op het feit dat de wet als uitgangspunt kent dat het verboden is een in het wild levend dier te doden of te verwonden en dat slechts afschot kan plaatsvinden waar andere middelen falen? Zo nee, waarom niet?

6. Deelt u de mening dat hekken een vorm van preventie kunnen vormen om schade en overlast te voorkomen en hoe beoordeelt u in dat kader de uitspraken van de gedeputeerde die aangeeft altijd een voorkeur te hebben voor afschot boven preventie?

[1] http://www.gelderland.nl/4/Home/Home-Actueel/Nieuws/GS-Zo-min-mogelijk-wildrasters-op-de-Veluwe.html

Antwoorddatum: 13 mrt. 2014

Vraag 1

Kent u het bericht ‘GS: Zo min mogelijk wildrasters op de Veluwe’?[1]

Antwoord

Ja.

Vraag 2

Deelt u de mening dat de uitspraak van de gedeputeerde in strijd is met de Flora- en faunawet, waarin is bepaald dat ontheffingen slechts kunnen worden verleend ‘wanneer er geen andere bevredigende oplossing bestaat’ (artikel 68, lid 1)? Zo nee, waarom niet?

Vraag 3

Deelt u de mening dat de uitspraken van de gedeputeerde in strijd zijn met de Flora- en faunawet, die uitgaat van het principe dat dieren in het wild zoveel mogelijk met rust moeten worden gelaten en waarin is bepaald dat schadelijke activiteiten voor flora en fauna in beginsel verboden zijn (zorgplicht artikel 2 en artikel 9 FFW)?

Antwoord 2 en 3

De bedoelde uitspraken laat ik voor rekening van de gedeputeerde. De provincies zijn immers verantwoordelijk voor het beheer van de populaties van in het wild levende dieren. Zij maken hun afweging binnen de kaders die de Flora- en faunawet daarvoor stelt.

Vraag 4

Onderschrijft u het wettelijke uitgangspunt dat preventieve middelen ter voorkoming van schade en overlast door in het wild levende dieren per definitie voorrang zouden moeten krijgen boven afschot? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Ja, ik onderschrijf dat het wettelijke uitgangspunt is dat een ieder verplicht is nadelige gevolgen voor planten of dieren zoveel mogelijk te beperken, voor zover zulks in redelijkheid kan worden gevergd.

Vraag 5

Bent u bereid de gedeputeerde aan te spreken op het feit dat de wet als uitgangspunt kent dat het verboden is een in het wild levend dier te doden of te verwonden en dat slechts afschot kan plaatsvinden waar andere middelen falen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Nee, ik zal de gedeputeerde hier niet op aanspreken. De gedeputeerde maakt zijn eigen afweging binnen de kaders van de Flora- en faunawet.

Vraag 6

Deelt u de mening dat hekken een vorm van preventie kunnen vormen om schade en overlast te voorkomen en hoe beoordeelt u in dat kader de uitspraken van de gedeputeerde, die aangeeft altijd een voorkeur te hebben voor afschot boven preventie?

Antwoord

‘Onthekken’, waardoor ecologische verbindingen tussen leefgebieden van soorten kunnen ontstaan en leefgebieden juist vergroot kunnen worden, acht ik in het algemeen gunstig voor de ontwikkeling van soorten. Het is aan de provincie om de afweging te maken tussen enerzijds maatregelen als ‘onthekken’ en anderzijds het zo goed mogelijk voorkomen van schade en overlast.

[1] http://www.gelderland.nl/4/Home/Home-Actueel/Nieuws/GS-Zo-min-mogelijk-wildrasters-op-de-Veluwe.html