Vragen over de dood van tien­dui­zenden veld­leeu­we­riken door maaien


Vragen van het lid Thieme (Partij voor de Dieren) aan de Staatssecretaris van Economische Zaken over de dood van tienduizenden veldleeuweriken door maaien.

  1. Kent u het bericht "Tienduizenden veldleeuweriken dood door maaien"?[1]
  2. Kunt u aangeven hoe de situatie van de veldleeuweriken is in andere provincies dan Groningen en Drenthe?
  3. Bent u bereid het veldtoezicht en de handhaving in maaiperiodes te verscherpen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke termijn en wijze?
  4. Welk verband ziet u tussen genoemd bericht en het feit dat het agrarisch natuurbeheer een "groot fiasco" genoemd is door de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli)?[2]

[1] http://www.natuurbericht.nl/?id=13246

[2]http://www.trouw.nl/tr/nl/4332/Groen/article/detail/3442169/2013/05/16/Natuurbeheer-door-boer-groot-fiasco.dhtml

Antwoorddatum: 13 jan. 2017

Geachte Voorzitter,

Hierbij stuur ik u de antwoorden op de vragen van het lid Thieme met kenmerk 2015Z03939 over ‘de dood van tienduizenden veldleeuweriken door maaien’, ingezonden op 5 maart 2015.

1

Kent u het bericht “Tienduizenden veldleeuweriken dood door maaien”?

Antwoord

Ja.

2

Kunt u aangeven hoe de situatie van de veldleeuweriken is in andere provincies dan Groningen en Drenthe?

Antwoord

Uit het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM) blijkt dat in de meeste overige provincies (6) de trend van 2004 tot 2013 een matige afname (<5%) laat zien in het aantal veldleeuweriken als broedvogel. In de provincie Noord-Brabant worden de laatste 10 jaren geen significante aantalsveranderingen gezien. In Utrecht was een sterkere afname zichtbaar. Voor 2 provincies, Overijssel en Flevoland was geen betrouwbare trendclassificatie beschikbaar.

De gegevens voor 2014 zijn op dit moment nog niet beschikbaar.

3

Bent u bereid het veldtoezicht en de handhaving in maaiperiodes te verscherpen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke termijn en wijze?

Antwoord

De provincies Groningen en Drenthe zoeken actief naar oplossingen voor de zogenoemde ‘ecologische val’, die de oorzaak is van de in het genoemde artikel berekende sterfte van de veldleeuweriken. Deze worden gezocht in de sfeer van het agrarisch natuurbeheer, bijvoorbeeld door een betere afstemming in de locaties van broed- en foerageerplekken. Daarnaast wordt ingezet op het verhogen van kennis bij agrariërs door het inzetten van schouwcommissies van agrarische collectieven.

Versterking van het veldtoezicht is ook een optie, maar dat is een afweging die tot de bevoegdheden van de provincie behoort. Ik heb echter uit het veld nog geen signalen ontvangen dat er onvoldoende toezicht plaatsvindt.

4

Welk verband ziet u tussen het genoemde bericht en het feit dat het agrarisch natuurbeheer een "groot fiasco" genoemd is door de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli)?

Antwoord

De kritiek van de Rli is een van de aanleidingen geweest om het stelsel voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer per 2016 ingrijpend te wijzigen. De collectieve aanpak in het nieuwe stelsel moet leiden tot een efficiënter en effectiever agrarisch natuur- en landschapsbeheer.

Het onderzoek door Werkgroep De Grauwe Kiekendief en Wageningen UR, waar in het genoemde bericht naar verwezen wordt, heeft een belangrijke discussie op gang gebracht over de noodzaak om voor veldleeuweriken, maar ook voor andere vogels, afstemming te zoeken in het plaatsen van tussen broed- en foerageerplekken. Het nieuwe, collectieve stelsel voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer biedt betere mogelijkheden voor een dergelijke afstemming dan het huidige stelsel. In het nieuwe stelsel maken boeren onderling afspraken over de doelen die ze in hun gebied willen bereiken. Met het oog op die doelen stemmen ze binnen hun collectief de beheermaatregelen op elkaar af. Een belangrijk neveneffect van de voorbereiding op het nieuwe stelsel is dat de relaties tussen provincies, agrarische collectieven en belangenorganisaties zijn versterkt. Dat blijkt ook uit het feit dat de Werkgroep Grauwe kiekendief in nauw overleg met de provincies Drenthe en Groningen, en in nauwe afstemming met agrariërs, natuurorganisaties en waterwinbedrijven, een vervolgonderzoek is gestart over broedende veldleeuweriken in grasland en het oplossen van de geconstateerde ‘ecologische val’.

(w.g.) Sharon A.M. Dijksma

Staatssecretaris van Economische Zaken