Vragen over de belangen van de jacht­op­zichter n.a.v. het schieten van hout­snippen door jacht­op­zieners


Vragen van het lid Thieme (Partij voor de Dieren) aan de staatssecretaris van Economische Zaken over de belangen van de jachtopzichter naar aanleiding van het schieten van houtsnippen door jachtopzieners.

  1. Kent u het fotoverslag van een jachtpartij op Landgoed Duivenvoorde waarbij een aanwezige jachtopziener, een oud-jachtopziener en 4 andere leden van het jachtgezelschap houtsnippen schoten in strijd met de wettelijke bepalingen? [1]
  2. Kunt u aangeven of er procesverbaal is opgemaakt van deze overtreding van de Flora- en faunawet? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wanneer en door wie?
  3. Deelt u de mening dat een jachtopziener die is belast met het toezicht op naleving van de Flora- en faunawet, maar zelf die wet overtreedt direct uit zijn functie ontheven zou dienen te worden en dat zijn jachtakte dient te worden ingetrokken? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke termijn en wijze zal daaraan invulling worden gegeven?
  4. Deelt u de mening dat er te veel incidenten zijn waarbij jachtopzieners betrokken zijn bij het overtreden van de Flora- en faunawet, terwijl zij geacht worden die te handhaven? Kunt u aangeven in hoeveel gevallen proces verbaal is opgemaakt tegen jachtopzieners in de afgelopen 5 jaar? Zo nee, waarom niet?
  5. Deelt u de mening dat de omschrijving in de Flora- en faunawet, waarin staat dat de “jachtopzichter degene is die zorg draagt voor de bescherming van de jachtbelangen van een jachthouder en tevens als buitengewoon opsporingsambtenaar belast is met de opsporing van de bij of krachtens deze wet strafbaar gestelde feiten en van de overige in de akte of aanwijzing als bedoeld in artikel 142, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering aangeduide strafbare feiten” zorgt voor belangenverstrengeling zoals in dit geval? Zo ja, bent u bereid de behartiging van de jachtbelangen van een jachthouder en het opsporen en handhaven niet langer bij één functionaris onder te brengen? Zo nee, waarom niet?
  6. Deelt u de mening dat jagers die in een jachtcombinatie wederrechtelijk op houtsnippen jagen het beeld bevestigen dat het jagen geen ander doel dient anders dan het genot van het schot en het bemachtigen van jachtbuit? Zo nee, waarom niet?
  7. Deelt u de mening dat nu blijkt dat er in Nederland wederrechtelijk houtsnippen geschoten worden, er een verbod zou moeten komen op de handel in deze diersoort, inclusief de import en doorvoer ervan? Zo nee, waarom niet?
  8. Kunt u aangeven of de jachtaktes van de leden van het betreffende jachtgezelschap zijn ingetrokken of zullen worden ingetrokken? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke termijn en wijze?
  9. Deelt u de mening dat het schieten van in het wild levende dieren verboden zou moeten worden indien het voor geen ander doel dient dan het plezier van de jager? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke termijn en wijze wilt u een dergelijk verbod instellen?

[1] http://rijswijksevalkenlog.webklik.nl/page/home

Antwoorddatum: 13 jan. 2017

Geachte Voorzitter,

Hierbij zend ik u, mede namens de Minister van Veiligheid en Justitie, de antwoorden op de vragen van het lid Thieme (PvdD) over de belangen van jachtopzieners naar aanleiding van het schieten van houtsnippen door jachtopzieners, ingezonden op 6 februari 2015.

1

Kent u het fotoverslag van een jachtpartij op Landgoed Duivenvoorde waarbij een aanwezige jachtopziener, een oud-jachtopziener en 4 andere leden van het jachtgezelschap houtsnippen schoten in strijd met de wettelijke bepalingen?[1]

Antwoord

Ja.

2

Kunt u aangeven of er proces-verbaal is opgemaakt van deze overtreding van de Flora- en faunawet? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wanneer en door wie?

8

Kunt u aangeven of de jachtaktes van de leden van het betreffende jachtgezelschap zijn ingetrokken of zullen worden ingetrokken? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke termijn en wijze?

Antwoord op de vragen 2 en 8

Op 3 februari 2015 is aangifte gedaan van het jagen op en doden van een beschermde diersoort (artikel 9 van de Flora- en faunawet) op Landgoed Duivenvoorde. De politie-eenheid Den Haag doet onderzoek naar de zaak. Het onderzoek is op dit moment in volle gang. Wanneer dit is afgerond zal de korpschef, op grond van artikel 42 van de Flora- en faunawet, besluiten of de jachtaktes van de betrokkenen al dan niet worden ingetrokken.

3

Deelt u de mening dat een jachtopziener die is belast met het toezicht op naleving van de Flora- en faunawet, maar zelf die wet overtreedt direct uit zijn functie ontheven zou dienen te worden en dat zijn jachtakte dient te worden ingetrokken? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke termijn en wijze zal daaraan invulling worden gegeven?

5

Deelt u de mening dat de omschrijving in de Flora- en faunawet, waarin staat dat de “jachtopzichter degene is die zorg draagt voor de bescherming van de jachtbelangen van een jachthouder en tevens als buitengewoon opsporingsambtenaar belast is met de opsporing van de bij of krachtens deze wet strafbaar gestelde feiten en van de overige in de akte of aanwijzing als bedoeld in artikel 142, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering aangeduide strafbare feiten” zorgt voor belangenverstrengeling zoals in dit geval? Zo ja, bent u bereid de behartiging van de jachtbelangen van een jachthouder en het opsporen en handhaven niet langer bij één functionaris onder te brengen? Zo nee, waarom niet?

Antwoord op de vragen 3 en 5

De jachtopzichter heeft een dubbele taak: hij verzorgt het jachtveld van een jachthouder en is tevens buitengewoon opsporingsambtenaar. Het beschermen van de belangen van de jachthouder door de jachtopzichter ziet vooral toe op het toezicht houden op het jachtbedrijf om excessen te signaleren en daartegen zo nodig op te treden – waarmee de belangen van de weidelijke jacht worden beschermd – en de aanpak van stroperij. Dit laatste is ook ter bescherming van de jachtbelangen, omdat de stroperij een bedreiging vormt voor het behoud van een redelijke wildstand en de maatschappelijke acceptatie van de jacht in gevaar brengt. Als buitengewoon opsporingsambtenaar is zijn inzet van belang voor handhaving en toezicht in natuurgebieden en daarmee voor de orde, de veiligheid en het natuurbehoud aldaar.

Voorzien is in een opleidings- en bijscholingstraject, waarmee wordt verzekerd dat buitengewone opsporingsambtenaren op professionele, onafhankelijke wijze handelen. Elke buitengewone opsporingsambtenaar staat bovendien onder toezicht van een hoofdofficier van justitie en de korpschef.

4

Deelt u de mening dat er te veel incidenten zijn waarbij jachtopzieners betrokken zijn bij het overtreden van de Flora- en faunawet, terwijl zij geacht worden die te handhaven? Kunt u aangeven in hoeveel gevallen proces verbaal is opgemaakt tegen jachtopzieners in de afgelopen 5 jaar? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

Een dergelijke conclusie is niet zonder meer te trekken aangezien de politie geen centraal overzicht bijhoudt van incidenten waarbij jachtopzieners zijn betrokken.

6

Deelt u de mening dat jagers die in een jachtcombinatie wederrechtelijk op houtsnippen jagen het beeld bevestigen dat het jagen geen ander doel dient anders dan het genot van het schot en het bemachtigen van jachtbuit? Zo nee, waarom niet?

9

Deelt u de mening dat het schieten van in het wild levende dieren verboden zou moeten worden indien het voor geen ander doel dient dan het plezier van de jager? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke termijn en wijze wilt u een dergelijk verbod instellen?

Antwoord op 6 en 9

Ik ben van mening dat de jacht, mede vanwege de intrinsieke waarde van het dier, een maatschappelijk doel moet dienen. Dit komt ook naar voren in het gewijzigde wetsvoorstel natuurbescherming (TK 33348). In artikel 3.18, vijfde lid, van dit voorstel is geregeld dat de jacht moet plaatsvinden overeenkomstig een van te voren opgesteld afschotplan dat onderdeel uitmaakt van het faunabeheerplan. Met deze voorgestelde verplichting wordt geborgd dat alle inspanningen in het kader van de jacht ten dienste staan van het gebied waarin die inspanningen worden verricht, en dat recht wordt gedaan aan de specifieke omstandigheden in het betrokken gebied en aan de gevoelens en verwachtingen van de bewoners van de streek, vanuit hun betrokkenheid bij en beleefde verantwoordelijkheid voor hun directe leefomgeving en het beheer daarvan.

7

Deelt u de mening dat nu blijkt dat er in Nederland wederrechtelijk houtsnippen geschoten worden, er een verbod zou moeten komen op de handel in deze diersoort, inclusief de import en doorvoer er van? Zo nee, waarom niet?

Antwoord

De houtsnip is een wettelijk beschermde inheemse soort als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van de Flora- en faunawet. Aangezien deze vogel geen wildsoort is, mag hij niet worden bejaagd.

De handel in houtsnippen, dood of levend, is in Nederland verboden op grond van artikel 13, eerste lid, van de Flora- en faunawet. Volledigheidshalve wijs ik erop dat wanneer producten van de houtsnip elders dan in Nederland op legale wijze zijn verkregen, deze verboden niet gelden op grond van artikel 11, tweede lid, van het Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten. Dit vanwege het vrij verkeer van personen en goederen op grond van het EU-verdrag.

[1] http://rijswijksevalkenlog.webklik.nl/page/home