Vragen Ouwehand over in gevaar brengen gezondheid dier en mens voor truc om stik­stof­ruimte te verkrijgen


Indiendatum: nov. 2019

Vragen van het lid Ouwehand (Partij voor de Dieren) aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over het in gevaar brengen van de gezondheid van dier en mens voor een truc om stikstofruimte te verkrijgen

  1. Bent u op de hoogte van het feit dat een van de twee leegstaande stallen die met instemming van de provincie Flevoland is gevuld met duizenden eenden om de stikstofruimte binnen de vergunning van de veehouder op een later moment te kunnen inzetten voor de bouw van een windmolenpark is gelegen aan een straat in Biddinghuizen waar in 2016 en in 2017 bij verschillende bedrijven meerdere uitbraken waren van een zeer besmettelijke variant van de vogelgriep? [1][2][3]
  2. Herinnert u zich uw eerdere bevestiging van het feit dat experts waarschuwen dat eenden gemakkelijker dan kippen besmet kunnen worden met vogelgriepvirussen en dat de ziekteverschijnselen vaak minder duidelijk zijn bij eenden? [4]
  3. Erkent u dat het ophokken van eenden die worden gehouden voor vleesproductie niet helpt om uitbraken van vogelgriep te voorkomen, aangezien deze dieren jaarrond in een stal worden opgehokt en nooit naar buiten mogen?
  4. Wist u dat de eigenaar van een eendenhouderij aan de betreffende straat, na de uitbraak van vogelgriep in 2016 en een eerdere preventieve ruiming van alle eenden in 2014, besloot om het bedrijf op die locatie te beëindigen, aangezien de locatie dicht bij het Veluwemeer ligt en de aanwezigheid van open water en concentraties van wilde watervogels een vergroot risico op vogelgriep met zich meebrengen? [5]
  5. Kunt u zich herinneren dat na de uitbraken in 2016 en 2017 van vogelgriep aan de betreffende straat in Biddinghuizen, de Boerderij een analyse publiceerde waarin werd geconcludeerd dat het niet zo verstandig is om grote aantallen eenden te houden in de buurt van waterrijke gebieden en daarbij werd gesteld dat pijnlijke keuzes nodig waren zoals het verhuizen van bedrijven uit dergelijke hoogrisicogebieden? [6]
  6. Gezien het voorgaande: deelt u de mening dat met het plaatsen van duizenden eenden in een stal midden in een hoogrisicogebied welbewust de gezondheid van mens en dier op het spel is gezet?
  7. Erkent u dat de onduidelijkheid die u heeft laten ontstaan over de latente ruimte in vergunningen en de onbenutte capaciteit ertoe heeft geleid dat ondernemers ruimte zoeken en nemen voor dergelijke trucs?
  8. Hoe gaat u deze truc beëindigen en vergelijkbare trucs in de toekomst voorkomen?
  9. Kunt u deze vragen een voor een beantwoorden?

1) https://www.destentor.nl/dronten/provincie-flevoland-stikstof-constructie-windpark-groen-is-geen-trucje~a4df5a6a/

2) https://www.rtlnieuws.nl/economie/artikel/4905831/windmolens-eenden-stikstof-compenseren-pas

3) https://www.omroepflevoland.nl/nieuws/154496/biddinghuizen-vogelgriep-16-000-eenden-geruimd

4) Aanhangsel van de Handelingen, vergaderjaar 2017–2018, nummer 2092

5) https://www.pluimveeactueel.nl/nieuwsartikel/2017/geruimd-eendenbedrijf-biddinghuizen-stopt/b24g18c29o1487/

6) https://www.boerderij.nl/Pluimveehouderij/Blogs/2017/12/Vogelgriep-pijnlijke-keuzes-nodig-223663E/

Indiendatum: nov. 2019
Antwoorddatum: 6 dec. 2019

Vragen van het lid Ouwehand (PvdD) aan de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over het in gevaar brengen van de gezondheid van dier en mens voor een truc om stikstofruimte te verkrijgen (ingezonden 13 november 2019).

Antwoord van Minister Schouten (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) (ontvangen 6 december 2019).

Vraag 1

Bent u op de hoogte van het feit dat een van de twee leegstaande stallen die met instemming van de provincie Flevoland is gevuld met duizenden eenden om de stikstofruimte binnen de vergunning van de veehouder op een later moment te kunnen inzetten voor de bouw van een windmolenpark is gelegen aan een straat in Biddinghuizen waar in 2016 en in 2017 bij verschillende bedrijven meerdere uitbraken waren van een zeer besmettelijke variant van de vogelgriep?1 2 3

Antwoord 1

Ik ben op de hoogte van de artikelen, die hierover in de pers verschenen zijn.

Vraag 2

Herinnert u zich uw eerdere bevestiging van het feit dat experts waarschuwen dat eenden gemakkelijker dan kippen besmet kunnen worden met vogelgriep-virussen en dat de ziekteverschijnselen vaak minder duidelijk zijn bij eenden?4

Antwoord 2

Ja, dat herinner ik me.

Vraag 3

Erkent u dat het ophokken van eenden die worden gehouden voor vleespro-ductie niet helpt om uitbraken van vogelgriep te voorkomen, aangezien deze dieren jaarrond in een stal worden opgehokt en nooit naar buiten mogen?

Antwoord 3

De kans dat eenden besmet worden met vogelgriep is groter bij eenden die buiten lopen dan bij eenden die binnen worden gehuisvest.

Vraag 4

Wist u dat de eigenaar van een eendenhouderij aan de betreffende straat, na de uitbraak van vogelgriep in 2016 en een eerdere preventieve ruiming van alle eenden in 2014, besloot om het bedrijf op die locatie te beëindigen, aangezien de locatie dicht bij het Veluwemeer ligt en de aanwezigheid van open water en concentraties van wilde watervogels een vergroot risico op vogelgriep met zich meebrengen?5

Antwoord 4

In het artikel dat u aanhaalt, wordt inderdaad vermeld dat de pluimveehouder zijn bedrijf heeft beëindigd vanwege de risico’s op insleep van vogelgriep. Ik ben niet op de hoogte van de beslissingen van alle individuele pluimveehou-ders in Nederland. Ik ben wel goed op de hoogte van de vogelgriepproblema-tiek, die speelt in de pluimveesector en probeer daar samen met de pluim-veesector en andere belangenpartijen oplossingen voor te vinden. Zie daarvoor de roadmap strategische aanpak vogelgriep die ik samen met de pluimveesector en dierenbescherming heb opgesteld en op 26 maart jl. aan uw Kamer heb gestuurd (Kamerstuk 28 807, nr. 222).

Vraag 5

Kunt u zich herinneren dat na de uitbraken in 2016 en 2017 van vogelgriep aan de betreffende straat in Biddinghuizen, de Boerderij een analyse publiceerde waarin werd geconcludeerd dat het niet zo verstandig is om grote aantallen eenden te houden in de buurt van waterrijke gebieden, waarbij werd gesteld dat pijnlijke keuzes nodig waren zoals het verhuizen van bedrijven uit dergelijke hoogrisicogebieden?6

Antwoord 5

De zorgen over het insleeprisico van vogelgriep in bepaalde gebieden in Nederland zoals in het artikel verwoord, deel ik. Onder andere daarom heb ik de in het antwoord op vraag 4 genoemde roadmap strategische aanpak vogelgriep opgesteld. De acties uit die roadmap worden nu uitgevoerd.

Vraag 6

Deelt u, gezien het voorgaande, de mening dat met het plaatsen van duizenden eenden in een stal midden in een hoogrisicogebied welbewust de gezondheid van mens en dier op het spel is gezet?

Antwoord 6

Naast de ligging van een pluimveebedrijf zijn er ook andere factoren van invloed op de kans dat het bedrijf met vogelgriep besmet kan raken. Zoals de bouw van de stal, de precieze locatie en de bioveiligheidsmaatregelen die getroffen zijn. Het is aan ondernemers zelf om met al deze factoren rekening te houden. In de in hierboven aangehaalde roadmap, is een paragraaf over de ontwikke-ling van een plan van aanpak voor structuurmaatregelen opgenomen. De meeste HPAI-uitbraken werden de laatste jaren gevonden in waterrijke gebieden. Daarom is het logisch na te gaan of meer rekening gehouden kan worden met de locatie van pluimveebedrijven in relatie tot het risico op insleep van HPAI. Het plan van aanpak kan onder meer ingaan op specifiek beleid voor de vestiging van nieuwe pluimveebedrijven, het verplaatsen of functieverandering van bestaande bedrijven of voor de aanleg van nieuw open water. Hiermee is het in principe mogelijk het risico op introductie van HPAI te beïnvloeden. Er is een start gemaakt met deze actie. Naast de opstellers van de roadmap zijn hier ook andere partijen bij betrokken, zoals provincies en gemeenten.

Vraag 7

Erkent u dat de onduidelijkheid die u heeft laten ontstaan over de latente ruimte in vergunningen en de onbenutte capaciteit ertoe heeft geleid dat ondernemers ruimte zoeken en nemen voor dergelijke trucs?

Antwoord 7

Het is aan een ondernemer om te besluiten op welke wijze en wanneer hij gebruik maakt van zijn vergunde ruimte. Binnen een geldige vergunning was en is het op elk moment toegestaan om bestaande stallen binnen de vergunde ruimte weer vol te zetten. Daarbij is in de beleidslijn zoals kenbaar gemaakt in de Kamerbrief van 4 oktober 2019 (Kamerstuk 32 670, nr. 167) aangegeven dat uitsluitend de feitelijk gerealiseerde en vergunde capaciteit (stalcapaciteit) kan worden benut. In deze casus is niet afgeweken van deze beleidslijn. De betreffende pluimveehouder heeft binnen de grenzen van verleende vergunningen zijn feitelijk gerealiseerde en vergunde stalcapaciteit benut.

Vraag 8

Hoe gaat u deze truc beëindigen en vergelijkbare trucs in de toekomst voorkomen?

Antwoord 8

Ik verwijs uw Kamer naar mijn eerdere beantwoording van de Kamervragen van 5 november 2019 over dit onderwerp

Vraag 9

Kunt u deze vragen een voor een beantwoorden?

Antwoord 9

Ja.