Vragen Ouwehand en Van Raan over het open­breken van de asso­ci­a­tie­over­een­komst met Oekraïne en het vervolgens fors verhogen van de import­quota voor Oekraïens kippen­vlees


Vragen van de leden Ouwehand en Van Raan (PvdD) aan de Minister-President en de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking over het openbreken van de associatieovereenkomst met Oekraïne en het vervolgens fors verhogen van de importquota voor Oekraïens kippenvlees.

1. Kunt u bevestigen dat de Europese Commissie en Oekraïne na heronderhandelingen over het associatieverdrag hebben afgesproken dat het bestaande quotum voor de import van gekoeld kippenvlees uit Oekraïne meer dan verdrievoudigd wordt, van 20 miljoen naar 70 miljoen kilo kippenvlees?

2. Erkent u dat in het associatieverdrag met Oekraïne een speciale restcategorie kippenvlees volledig is geliberaliseerd, waar Nederland mee heeft ingestemd en waardoor de import van kippenvlees uit Oekraïne in 2017 en 2018 is geëxplodeerd? Kunt u bevestigen dat vleesverwerkers in Oekraïne niet op hun achterhoofd zijn gevallen, en dat zij door slechts een eenvoudige aanpassing in hun vleesverwerkingsproces door te voeren (te weten: een vleugeltje aan het borstbeen laten zitten), grote hoeveelheden kippenvlees onder die ‘restcategorie’ konden laten vallen en zonder importtarieven konden exporteren naar de EU?

3. Kunt u bevestigen dat in Nederland en in andere EU-lidstaten gevestigde vleesverwerkingsbedrijven actief hebben bijgedragen aan het faciliteren van deze constructie door het borstbeen en vleugeltje vervolgens los te snijden? Kunt u een overzicht geven van de in de lidstaten gevestigde vleesverwerkingsbedrijven die hierbij betrokken zijn (geweest)?

4. Kunt u bevestigen dat in de periode 2016-heden ongeveer 90 miljoen kilo aan kippenvlees uit Oekraïne via deze constructie in het associatieverdrag, dus bovenop de bestaande quota (20 miljoen gekoeld kippenvlees en 20 miljoen ingevroren kippenvlees) is ingevoerd? Zo nee, kunt u aangeven om hoeveel kippenvlees het wel gaat?

5. Deelt u de mening dat het onbegrijpelijk is dat, terwijl het de bedoeling was om de enorme instroom van Oekraïens kippenvlees een halt toe te roepen, besloten is om de enorme instroom van Oekraïens kippenvlees te bestendigen en te formaliseren?

6. Bent u, na uw eerdere afwijzing van een oproep van de Partij voor de Dieren-fractie om zich in te spannen de instroom van Oekraïens kippenvlees naar nul te krijgen, alsnog bereid om u in de Europese Raad tot het uiterste in te spannen om deze uitkomst van de heronderhandelingen van tafel te krijgen?

7. Klopt het dat de constructie om onder de volledig geliberaliseerde ‘restcategorie’ grote hoeveelheden kippenvlees te kunnen exporteren naar de EU slechts door één enkel bedrijf benut is, te weten het Oekraïense bedrijf MHP? Zo nee, welke bedrijven maken nog meer gebruik van deze mede door Nederland mogelijk gemaakte constructie?

8. Bent u het eens met de vaststelling van Politico, waarin wordt gesteld dat de grote overwinnaars van deze heronderhandelingen tussen de Europese Commissie en Oekraïne de Oekraïense exporteurs van kippenvlees zijn, met name de kippenmagnaat en eigenaar van MHP Yuriy Kosyuk? [1]

9. Kunt u bevestigen dat de aanvraag voor een extra lening van MHP bij de European Bank for Regional Development van 100 miljoen euro [2] voor de financiering is van een overname die reeds door MHP is afgerond?

10. Op welke wijze worden de klachten van de ngo’s Accountability Counsel en Bankwatch door de EBRD meegenomen in de financieringsaanvragen van MHP?

11. Kunt u garanderen dat er niet meer van dergelijke geliberaliseerde categorieën in het verdrag met Oekraïne zitten?

[1] https://www.politico.eu/articl...
[2] Kamerstuk: 2019D07819

Antwoorddatum: 17 mei 2019

Antwoorden van de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, mede namens de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, op vragen van de leden Ouwehand en Van Raan (beiden PvdD) over het openbreken van de associatieovereenkomst met Oekraïne en het vervolgens fors verhogen van de importquota voor Oekraïens kippenvlees

Vraag 1

Kunt u bevestigen dat de Europese Commissie en Oekraïne na heronderhandelingen over het associatieverdrag hebben afgesproken dat het bestaande quotum voor de import van gekoeld kippenvlees uit Oekraïne meer dan verdrievoudigd wordt, van 20 miljoen naar 70 miljoen kilo kippenvlees?

Vraag 2

Erkent u dat in het associatieverdrag met Oekraïne een speciale restcategorie kippenvlees volledig is geliberaliseerd, waar Nederland mee heeft ingestemd en waardoor de import van kippenvlees uit Oekraïne in 2017 en 2018 is geëxplodeerd? Kunt u bevestigen dat vleesverwerkers in Oekraïne niet op hun achterhoofd zijn gevallen, en dat zij door slechts een eenvoudige aanpassing in hun vleesverwerkingsproces door te voeren, te weten een vleugeltje aan het borstbeen laten zitten, grote hoeveelheden kippenvlees onder die 'restcategorie' konden laten vallen en zonder importtarieven konden exporteren naar de Europese Unie (EU)?

Vraag 3

Kunt u bevestigen dat in Nederland en in andere EU-lidstaten gevestigde

vleesverwerkingsbedrijven actief hebben bijgedragen aan het faciliteren van deze constructie door het borstbeen en vleugeltje vervolgens los te snijden? Kunt u een overzicht geven van de in de lidstaten gevestigde vleesverwerkingsbedrijven die hierbij betrokken zijn (geweest)?

Vraag 4

Kunt u bevestigen dat in de periode 2016-heden ongeveer 90 miljoen kilo aan kippenvlees uit Oekraïne via deze constructie in het associatieverdrag, dus bovenop de bestaande quota (20 miljoen gekoeld kippenvlees en 20 miljoen ingevroren kippenvlees) is ingevoerd? Zo nee, kunt u aangeven om hoeveel kippenvlees het wel gaat?

Vraag 5

Deelt u de mening dat het onbegrijpelijk is dat, terwijl het de bedoeling was om de enorme instroom van Oekraïens kippenvlees een halt toe te roepen, besloten is om de enorme instroom van Oekraïens kippenvlees te bestendigen en te formaliseren?

Vraag 6

Bent u, na uw eerdere afwijzing van een oproep van de Partij voor de Dieren-fractie om zich in te spannen de instroom van Oekraïens kippenvlees naar nul te krijgen, alsnog bereid om u in de Europese Raad tot het uiterste in te spannen om deze uitkomst van de heronderhandelingen van tafel te krijgen?

Antwoord op de vragen 1,2,3,4,5 en 6

In het Associatieverdrag is een quotum opgenomen voor pluimveevlees, waarmee Nederland heeft ingestemd. Oekraïense producenten hebben echter een nieuw deelstuk (borstkappen met vleugel) geïntroduceerd waardoor ze op onvoorziene wijze gebruik hebben gemaakt van een gat in het quotum. De geïmporteerde deelstukken onder de tariefvrije GN-codes 0207 13 70 en 0207 14 70 uit Oekraïne worden in Nederland en Slowakije verwerkt. Een Nederlands vleesverwerkend bedrijf heeft hier inderdaad aan meegewerkt.

Door het onvoorziene gebruik van bovengenoemde tariefvrije codes is de import van pluimveevlees uit Oekraïne vanaf 2016 sterk toegenomen. Eind 2018 bedroeg de totale export van pluimveevlees van Oekraïne naar de EU meer dan 123.000 ton. Door de quotaregeling te omzeilen is tussen juni 2016 en januari 2019 in totaal 91.343 miljoen kilo pluimveevlees (het nieuwe deelstuk) geëxporteerd naar de EU door Oekraïne (GN-codes 0207 13 70 en 0207 14 70). Een overzicht van de import van pluimveevlees is te vinden op de website van de Europese Commissie[1].

De Europese Commissie heeft met Oekraïne onderhandeld over aanpassing van het Associatieverdrag om de onvoorziene import aan banden te leggen. De Europese Commissie heeft de lidstaten gemeld dat zij met Oekraïne tot een ontwerpakkoord is gekomen over wijziging van het quotum van pluimveevlees. De oplossing voor de overmatige import bestaat uit het toevoegen van de tarieflijnen voor kippenborst met een stuk vleugel (GN-codes 0207 13 70 en 0207 14 70) aan het oorspronkelijke tariefquotum. Hierdoor zal naar verwachting het totale quotum verhoogd worden en de overmatige import spoedig kunnen worden beperkt. De Europese Commissie werkt aan het concept-Raadsbesluit ten behoeve van goedkeuring met ondertekening en voorlopige toepassing. Voordat voorlopige toepassing kan plaatsvinden, moet aan EU-zijde de Raad met de uitkomst instemmen. Aan Oekraïense zijde zal het parlement de herziene overeenkomst moeten goedkeuren.

Het kabinet zal het voorstel van de Europese Commissie, na publicatie, bestuderen en op basis hiervan een definitief standpunt innemen. Bij het bepalen van het standpunt zal uiteraard de motie Ouwehand (Kamerstukken 21 501-20, nr. 1448), die op 25 april 2019 is aangenomen, worden betrokken. Vooruitlopend hierop heeft de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit op 25 april 2019 een brief aan Commissaris Hogan gestuurd waarin zorgen worden geuit over de voorlopige uitkomst van de onderhandelingen, in het bijzonder de mogelijke vergroting van het quotum voor pluimveevlees, en het belang van spoedige implementatie door Oekraïne van sanitaire en fytosanitaire (SPS) en dierenwelzijnsregelgeving van de EU. Bijgaand treft u een afschrift aan van deze brief. De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft deze zorgen ook uitgesproken in de Landbouwraad van 15 april 2019.

Vraag 7

Klopt het dat de constructie om onder de volledig geliberaliseerde 'restcategorie' grote hoeveelheden kippenvlees te kunnen exporteren naar de EU slechts door één enkel bedrijf benut is, te weten het Oekraïense bedrijf The Mironivsky Hliboproduct (MHP)? Zo nee, welke bedrijven maken nog meer gebruik van deze mede door Nederland mogelijk gemaakte constructie?

Antwoord 7

Alleen door de Europese Unie erkende slachthuizen mogen exporteren naar de EU. Voor Oekraïne zijn de slachthuizen Branch 'Pererobniy Compleks' van het bedrijf 'Vinnytska Ptahofabryka', Ptycekomplex ‘Gubyn’ LLC, Ptahofabryka Sniatynska 'Nova' LLC en Myronivska Pticefabrika PrJSC erkend[2].

Vraag 8

Bent u het eens met de vaststelling van Politico waarin wordt gesteld dat de grote overwinnaars van deze heronderhandelingen tussen de Europese Commissie en Oekraïne de Oekraïense exporteurs van kippenvlees zijn, met name de kippenmagnaat en eigenaar van MHP, Yuriy Kosyuk?

Antwoord 8

Het kabinet zal het voorstel van de Europese Commissie, na publicatie, bestuderen en op basis hiervan een definitief standpunt innemen. Bij het bepalen van het standpunt zal uiteraard de motie Ouwehand (Kamerstukken 21 501-20, nr. 1448), die op 25 april 2019 is aangenomen, worden betrokken.

Vraag 9

Kunt u bevestigen dat de aanvraag voor een extra lening van MHP bij de European Bank for Reconstruction and Development (EBRD) van 100 miljoen euro voor de financiering is van een overname die reeds door MHP is afgerond?

Antwoord 9

Deze aanvraag betreft de financiering van een overname van een grote pluimvee-integratie in Slovenië, Perutnina Ptuj D.D. De overname van dit bedrijf door MHP is inmiddels afgerond. Dit is niet ongebruikelijk. Het gebeurt vaker dat een bedrijf via eigen middelen of met een brugfinanciering een ander bedrijf overneemt en dit vervolgens herfinanciert met lange termijn leningen.

Het besluit met betrekking tot de financiering van dit nieuwe project van MHP door de EBRD is nog niet genomen. Voor meer informatie over deze aanvraag verwijs ik u naar de antwoorden op de Kamervragen van de leden Lodders en Aukje de Vries (beiden VVD) aan de ministers van Financiën en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.[3]

Vraag 10

Op welke wijze worden de klachten van de niet-gouvernementele organisaties (ngo's) 'Accountability Counsel' en 'Bankwatch' door de EBRD meegenomen in de financieringsaanvragen van MHP?

Antwoord 10

Ingediende klachten worden door de EBRD in behandeling genomen volgens de hiervoor geldende procedures van het Project Complaint Mechanism (PCM). In het geval van de klachten ten aanzien van MHP, die zijn ingediend in juni 2018, hebben zowel de beklaagden als MHP aangegeven bereid te zijn tot een door de EBRD gefaciliteerde dialoog met een onafhankelijk bemiddelingsproces. Dit proces is op dit moment gaande. Zie voor een eerdere verwijzing naar deze klachtenprocedures bij de EBRD over MHP ook de antwoorden op de Kamervragen van het lid Van Raan (PvdD) van 21 juni 2018.[4]

De EBRD zet zich in voor diverse maatregelen om de zorgen van ngo’s te adresseren, zoals meer aandacht voor een verbetering van MHP’s betrokkenheid met belanghebbenden en de implementatie van milieu en sociale actieplannen (Environmental and Social Action Plans, ESAPs) in de projecten van de MHP.

Vraag 11

Kunt u garanderen dat er niet meer van dergelijke geliberaliseerde categorieën in het verdrag met Oekraïne zitten?

Antwoord

Een handelsakkoord gaat om het maken van sector-brede afspraken. Gezien het dynamische en innovatieve karakter van de wederzijdse handel is het niet mogelijk om sluitende garanties voor de toekomst af te geven. Indien in specifieke gevallen onverhoopt sprake blijkt te zijn van marktverstorende werking zal moeten worden gekeken welke corrigerende maatregelen mogelijk zijn om dit tegen te gaan.