Vragen aan de ministers van LNV en van VROM over koei­envoer


Vragen van het lid Thieme (Partij voor de Dieren) aan de ministers van LNV en VROM over koeienvoer.

1. Kent u het bericht 'Koe moet meer groenten eten 1'?

2. Deelt u de mening van de in het bericht genoemde klimaatprofessionals dat koeien een zodanig onnatuurlijk dieet krijgen waardoor de melkveehouderij in grote mate bijdraagt aan het klimaatprobleem? Zo nee, waarom niet?

3. Deelt u de mening dat er meer aandacht moet komen voor de gassen die vrijkomen in de productieketen van vlees en zuivel? Zo ja, op welke termijn en wijze gaat u hier uitvoering aan geven? Zo nee, waarom niet?

4. Deelt u de mening dat koeien onnatuurlijk veel sojabonen en maïs krijgen en onnatuurlijk weinig groenvoer, zoals gras en klaver? Deelt u de mening van de onderzoekers dat ander voer voor koeien minder uitstoot van schadelijke gassen oplevert, en dat het tevens meer melkproductie oplevert? Zo ja, hoe wilt u het gebruik van ander voer in de melkveehouderij bevorderen? Zo nee, waarom niet?

5. Deelt u de mening dat consumenten in dit kader nauwer betrokken zouden moeten worden bij het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen? Zo ja, op welke termijn en wijze gaat u hier uitvoering aan geven? Zo nee, waarom niet?

6. Hoe valt de nieuwe zuivelpromotiecampagne 'je lijf schreeuwt om zuivel' te rijmen met het betrekken van consumenten bij de klimaatproblemen die veroorzaakt worden door de zuivelsector, wanneer de consument slechts geïnformeerd wordt over mogelijke gezondheidsvoordelen en niet over klimaatnadelen?

7. Kent u het onderzoek van Wageningen UR over de mogelijkheden om de methaanuitstoot van de melkveesector met 15% te verminderen? Deelt u onze mening dat de methaanuitstoot van de melkveesector kennelijk een groot klimaatprobleem vormt? Zo nee, waarom niet en wat is dan de aanleiding geweest voor dit onderzoek?

8. Bent u bereid versneld juridische maatregelen te nemen om voorwaarden te stellen aan de uitstoot van broeikasgassen door de intensieve veehouderij? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo nee, waarom niet?

9. Bent u met ons van mening dat de uitkomsten van de inventarisatie van Senter Novem in belangrijke mate aansluiten bij die van de klimaatdocumentaire Meat the Truth? Zo ja, hoe verhoudt uw oordeel van dit moment zich tot eerdere uitspraken van de minister van LNV dat "de gegevens uit Meat the Truth niet zouden kloppen"? Zo nee, waarom niet?

10. Blijft het streven van de minister van LNV (uitgesproken in januari 2008) om binnen 15 jaar te komen tot een klimaatneutrale veehouderij? Kunt u aangeven hoeveel van dit streven inmiddels gerealiseerd is, op welke wijze u dit streven verder gestalte wilt geven en hoe de inventarisatie van Senter Novem in dat kader bezien moet worden?

11. Bent u met mij van mening dat de huidige productie van vlees en zuivel als milieu- en klimaat onvriendelijk gezien moet worden en dat de overheid daarom op geen enkele wijze zou moeten bijdragen aan de promotie van zuivel en vlees? Zo nee, waarom niet?

12. Bent u met mij van mening dat het principe van 'de vervuiler betaalt' ook voor 100% zou moeten gelden voor de vlees- en zuivelsector? Kunt u aangeven welk deel van de maatschappelijke kosten die door deze sectoren worden veroorzaakt niet worden toegerekend aan de producenten van zuivel en vlees? Kunt u specifiek zijn in uw berekening en aangeven waarom een belangrijk deel van de maatschappelijke kosten niet aan de producenten wordt toegerekend?

13. Bent u bereid op basis van de bevindingen van genoemde klimaatwetenschappers extra inspanningen te verrichten om de consumptie van vlees en zuivel te vervangen door klimaatvriendelijker alternatieven? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo nee, waarom niet?

1 http://www.telegraaf.nl/binnenland/4401584/___Koe_moet_meer_groenten_eten___.html?p=32,1

Antwoorddatum: 12 okt. 2009

Geachte Voorzitter,

Hierbij stuur ik u, mede namens de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, de antwoorden op de vragen van het lid Thieme (PvdD) over koeienvoer.

1
Bent u bekend met het bericht ‘Koe moet meer groenten eten’?

Ja.

2, 4
Deelt u de mening dat koeien een onnatuurlijk dieet krijgen waardoor de melkveehouderij in grote mate bijdraagt aan het klimaatprobleem? Zo nee, waarom niet?

Deelt u de mening dat koeien onnatuurlijk veel sojabonen en maïs krijgen en onnatuurlijk weinig groenvoer, zoals gras en klaver en deelt u de mening dat ander voer voor koeien minder uitstoot van schadelijke gassen oplevert, en dat het tevens meer melkproductie oplevert? Zo ja, hoe wilt u het gebruik van ander voer in de melkveehouderij bevorderen? Zo nee, waarom niet?


Nee, deze mening deel ik niet. Koeien krijgen in de huidige praktijk een rantsoen wat goed aansluit bij hun behoefte. Het rantsoen van de Nederlandse melkkoe bestaat voor het overgrote deel uit gras of kuilgras. Uit onderzoek blijkt, dat een verhoging van het percentage maïs in het rantsoen de uitstoot van methaan uit melkkoeien juist verlaagt. Aanpassingen aan de krachtvoercomponent van het rantsoen zijn ook mogelijk. Als voorbeeld kan genoemd worden het toevoegen van een knoflookextract. Daarmee zou een beperking aan de uitstoot van broeikas¬gassen gerealiseerd kunnen worden, zoals ook in het artikel beschreven is.


3
Deelt u de mening dat er meer aandacht moet komen voor de gassen die vrijkomen in de productieketen van vlees en zuivel? Zo ja, op welke termijn en wijze gaat u hier uitvoering aan geven? Zo nee, waarom niet?

Ja, en daarom heb ik het agroconvenant Schoon en Zuinig gesloten.

5
Deelt u de mening dat consumenten in dit kader nauwer betrokken zouden moeten worden bij het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen? Zo ja, op welke termijn en wijze gaat u hier uitvoering aan geven? Zo nee, waarom niet?

Ja, ik deel de mening dat consumenten zich meer bewust moeten worden van de wijze waarop voedselproducten worden geproduceerd en ik heb daar mijn beleid op afgestemd. Ik verwijs u naar de Nota Duurzaam Voedsel en de Beleidsagenda Duurzame Voedselsystemen die ik onlangs naar de Kamer heb gestuurd.

6
Hoe valt de nieuwe zuivelpromotiecampagne ‘je lijf schreeuwt om zuivel’ te rijmen met het betrekken van consumenten bij de klimaatproblemen die veroorzaakt worden door de zuivelsector, wanneer de consument slechts geïnformeerd wordt over mogelijke gezondheidsvoordelen en niet over klimaatnadelen?

De zuivelpromotiecampagne ‘je lijf schreeuwt om zuivel’ is vier jaar geleden door de NZO stopgezet en was volledig privaat gefinancierd.

7, 8, 10, 11
Bent u bekend met het onderzoek van de Universiteit Wageningen over de mogelijkheden om de methaanuitstoot van de melkveesector met 15% te verminderen en deelt u onze mening dat de methaanuitstoot van de melk¬veesector kennelijk een groot klimaatprobleem vormt? Zo nee, waarom niet en wat is dan de aanleiding geweest voor dit onderzoek?

Bent u bereid versneld juridische maatregelen te nemen zodat voorwaarden gesteld kunnen worden aan de uitstoot van broeikasgassen door de intensieve veehouderij? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo nee, waarom niet?

Blijft u (uitgesproken in januari 2008) er naar streven om binnen 15 jaar te komen tot een klimaatneutrale veehouderij? Kunt u aangeven hoeveel van dit streven inmiddels gerealiseerd is, op welke wijze u dit streven verder gestalte wilt geven en hoe de inventarisatie van Senter Novem in dat kader bezien moet worden?

Deelt u de mening dat de huidige productie van vlees en zuivel als milieu- en klimaat onvriendelijk gezien moet worden en dat de overheid daarom op geen enkele wijze zou moeten bijdragen aan de promotie van zuivel en vlees? Zo nee, waarom niet?


Ik ken het onderzoek van Wageningen Universiteit over de mogelijkheden om tot een reductie van methaanuitstoot van de melkveesector te komen.
Een reductie van de uitstoot van methaanemissie vanuit de melkveehouderij is een van de grote uitdagingen van de veehouderij, zoals ik in mijn toekomstvisie op de vee¬houderij in januari 2008 heb verwoord.

Mijn beleid richt zich op bewustwording, voorlichting en innovatie en vrijwillige reductie van broeikasgasuitstoot. Tot op heden heeft dat beleid in de totale land¬bouwsector een reductie van de broeikasgasuitstoot van 17% ten opzichte van 1990 tot gevolg gehad. Ik werk samen met de sector aan maatregelen om de uitstoot richting 2020 verder te beperken met 25-30% ten opzichte van de uitstoot in 1990. Ik zie geen aanleiding om in te zetten op juridische maatregelen.

In het kader van de Kabinetsbrede Aanpak Duurzame Ontwikkeling (KADO) richt het beleid zich op het bevorderen van duurzame dierlijke producten en plant¬aardige alternatieven. Het convenant marktontwikkeling verduurzaming dierlijke producten is hiervan een voorbeeld.

9
Deelt u de mening dat de uitkomsten van de inventarisatie van SenterNovem in belangrijke mate aansluiten bij die van de klimaatdocumentaire Meat the Truth? Zo ja, hoe verhoudt uw oordeel van dit moment zich tot uw eerdere uitspraken luidende dat “de gegevens uit Meat the Truth niet zouden kloppen”? Zo nee, waarom niet?

Ik heb een reactie gegeven op de film Meat the Truth, in juni 2008 (Kamerstukken 2008-2009 28 973, nr. 29). De inventarisatie van SenterNovem doet niet af of toe aan het feit dat de film op een aantal punten niet deugt.

12
Deelt u de mening dat het principe van ‘de vervuiler betaalt’ ook zou moeten gelden voor de vlees- en zuivelsector en kunt u uiteenzetten welk deel van de maatschappelijke kosten die door deze sectoren worden veroorzaakt niet worden toegerekend aan de producenten van zuivel en vlees en kunt u specifiek zijn in uw berekening en uiteenzetten waarom een belangrijk deel van de maatschappelijke kosten niet aan de producenten wordt toegerekend?

Het principe ‘de vervuiler betaalt’ is een belangrijk uitgangspunt voor het maken van beleid. Zie de brief van d.d. 21 mei 2008 (kamerstuk 28973 nr. 28).

13
Bent u bereid op basis van de bevindingen van genoemde klimaatwetenschappers extra inspanningen te verrichten om de consumptie van vlees en zuivel te ver¬vangen door klimaatvriendelijker alternatieven? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo nee, waarom niet?

Nee. Zie de beleidsagenda duurzame voedselsystemen, die onlangs naar uw Kamer is gestuurd.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,




G. Verburg