Kamer­vragen aan de minister van LNV en VWS over q-koorts.


Vragen van het lid Thieme (Partij voor de Dieren) aan de ministers van LNV en VWS over q-koorts

1. Kent u de berichten “LNV wil extra vaccins tegen Q-koorts”1 “Extra vaccins tegen Q-koorts” 2 en “VWA: Mest van bedrijven Q-koorts verbranden” 3?

2. Bent u bereid locaties waar Q-koorts is vastgesteld openbaar te maken, opdat kwetsbare groepen zoals vrouwen in het begin van de zwangerschap of bejaarden kunnen bepalen of ze in een risicogebied wonen voor wat betreft Q-koorts? Zo nee, waarom niet?

3. Wanneer het niet openbaar maken van Q-koorts locaties zou samenhangen met de privacy van veehouders, vindt u daarmee dan dat privacy meer bescherming verdiend dan volksgezondheid? Zo ja, waarom? Zo nee, waar blijkt dat uit?

4. Is het juist dat de besmetting met Q-koorts via de lucht kan plaatsvinden en dat bijvoorbeeld een camping naast een besmet bedrijf zou kunnen worden aangemerkt als risicogebied voor zwangeren en bejaarden? Zo ja, op welke wijze wilt u hieraan ruchtbaarheid geven aan mensen die de risicogebieden zouden willen mijden? Zo nee, waarom niet?

5. Kunt u aangeven of er een schadevergoedingsregeling is die slachtoffers van besmette veehouderijen in hun omgeving schadeloos kan stellen zonder tijdrovende en kostbare procedures? Zo niet, bent u dan bereid onderzoek te doen naar de mogelijkheid van een dergelijke schaderegeling?

6. Deelt u de mening dat de meldingsplicht bij een miskraam van 5% van de drachtige geiten op een bedrijf te hoog is om de huidige uitbraak van Q-koorts in een vroegtijdig stadium te kunnen bestrijden? Zo ja, deelt u de mening dat de meldingsplicht gebaseerd zou moeten zijn op absolute aantallen, bv 5 miskramen per bedrijf? Zo nee, waarom niet?

7. Kunt u aangeven waarom de VWA, GGD en de BuR u hebben geadviseerd mest van met q-koorts besmette bedrijven te verbranden, terwijl u aangeeft dat dit risico’s voor de volksgezondheid met zich meebrengt?

8. U geeft aan in uw brief aan de Kamer dat u verdere onderzoeken laat uitvoeren over de juiste omgang van mest afkomstig van bedrijven besmet met q-koorts. Wanneer verwacht u de uitkomsten hiervan en hoe moeten de besmette bedrijven in de tussentijd omgaan met hun mest?

1 http://www.agd.nl/1079861/Nieuws/Artikel/LNV-wil-extra-vaccin-tegen-Q-koorts.htm
2 http://www.nos.nl/nosjournaal/artikelen/2009/7/11/110709_extra_vaccins_tegen_q-koorts.html#
3 http://www.ad.nl/diagnose/3359417/VWA_Mest_van_bedrijven_Qkoorts_verbranden.html

Antwoorddatum: 17 aug. 2009

Geachte Voorzitter,

Mede namens de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zend ik u hierbij de antwoorden op de schriftelijke vragen van het lid Thieme (PvdD) over

Q-koorts.

1. Kent u de berichten “LNV wil extra vaccins tegen Q-koorts” 1) “Extra vaccins tegen Q-koorts 2)” en “VWA: Mest van bedrijven Q-koorts verbranden 3)”?

Ja.

2. Bent u bereid locaties waar Q-koorts is vastgesteld openbaar te maken, zodat kwetsbare groepen zoals vrouwen in het begin van de zwangerschap of bejaarden kunnen bepalen of ze in een risicogebied wonen voor wat betreft Q-koorts? Zo nee, waarom niet?

3. Wanneer het niet openbaarmaken van Q-koorts locaties zou samenhangen met de privacy van veehouders, vindt u daarmee dat privacy meer bescherming verdient dan volksgezondheid? Zo ja, waarom? Zo nee, waar blijkt dat uit?

4. Is het waar dat de besmetting met Q-koorts via de lucht kan plaatsvinden en dat bijvoorbeeld een camping naast een besmet bedrijf zou kunnen worden aangemerkt als risicogebied voor zwangeren en bejaarden? Zo ja, op welke wijze wilt u dit bekendmaken aan mensen die de risicogebieden zouden willen mijden? Zo nee, waarom niet?

Doel van de meldplicht in de veterinaire sector is inzicht te krijgen in de Q-koorts problematiek en maatregelen die genomen kunnen worden binnen en rondom het bedrijf. Wanneer een besmetting geconstateerd wordt, wordt de gemeente waarin het besmette bedrijf gevonden wordt, door ons bekendgemaakt.

Aan het besmette bedrijf worden maatregelen opgelegd om verspreiding van de bacterie naar mensen zoveel mogelijk te beperken, conform de adviezen van de deskundigen. Op de website van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) staat een kaart met het gebied waar veel mensen ziek worden. Op dit moment zie ik in het bekendmaken van de exacte locatie van een besmet bedrijf geen toegevoegde waarde voor de bescherming van de volksgezondheid. Voor adviezen aan zwangere vrouwen en andere kwetsbare groepen verwijs ik u naar de website van het RIVM.

5. Kunt u uiteenzetten of er een schadevergoedingsregeling is die slachtoffers van besmette veehouderijen in hun omgeving schadeloos kan stellen zonder tijdrovende en kostbare procedures? Zo niet, bent u dan bereid onderzoek te doen naar de mogelijkheid van een dergelijke schaderegeling?

Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik naar antwoorden van minister Klink op vragen 8 en 9 van het lid Thieme, met Kamerbrief vergaderjaar 2007-2008, aanhangsel 7227 nr. 3538.

6. Deelt u de mening dat de meldingsplicht bij een miskraam van 5% van de drachtige geiten op een bedrijf te hoog is om de huidige uitbraak van Q-koorts in een vroegtijdig stadium te kunnen bestrijden? Zo ja, deelt u de mening dat de meldingsplicht gebaseerd zou moeten zijn op absolute aantallen, bv 5 miskramen per bedrijf? Zo nee, waarom niet?

Op advies van deskundigen is een meldplicht ingesteld voor bedrijven wanneer 5% of meer van de drachtige melkgeiten of melkschapen aborteert. Deze grens is gekozen om onderscheid te kunnen maken tussen abortussen die een andere oorzaak hebben en een abortusgolf veroorzaakt door Coxiella burnetii, waarbij heel veel bacteriën vrijkomen. Er zijn signalen dat Coxiella burnetii niet altijd een abortusgolf veroorzaakt en dat ook op bedrijven met een veel lager percentage abortussen de Q-koortsbacterie wordt uitgescheiden. Samen met de minister van VWS heb ik de deskundigen gevraagd zich opnieuw te buigen over de definitie van een besmet bedrijf. Op 24 juli jl. heb ik hierover advies gekregen van de deskundigen. Op dit moment beraad ik mij op het advies. In de loop van augustus zal ik de Kamer informeren over het advies van de deskundigen en onze reactie daarop.

7. Kunt u uiteenzetten waarom de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA), GGD en het Bureau Risicobeoordeling (BuR) u hebben geadviseerd mest van met Q-koorts besmette bedrijven te verbranden, terwijl u aangeeft dat dit risico’s voor de volksgezondheid met zich meebrengt?

Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik u naar de Kamerbrief vergaderjaar 2008-2009, 28 286 nr. 310.

8. Onder verwijzing naar uw brief aan de Kamer waarin u meldt dat u verdere onderzoeken laat uitvoeren over de juiste omgang van mest afkomstig van bedrijven besmet met Q-koorts, wanneer verwacht u de uitkomsten hiervan en hoe moeten de besmette bedrijven in de tussentijd omgaan met hun mest?

Het lammerseizoen van 2009 is voorbij. Ik verwacht daarom dit jaar geen nieuwe bedrijven met een abortusgolf. Op dit moment geldt er een maatregelenpakket voor besmette bedrijven. Besmette bedrijven mogen tot 90 dagen na de eerste verdenking niet uitmesten, zodat de mest in de stal composteert. Daarna mag de mest direct worden ondergewerkt, nog eens drie maanden worden gecomposteerd of worden afgevoerd voor compostering in een erkende composteringsinstallatie. Het RIVM, Centraal Veterinair Instituut (CVI) en de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) onderzoeken gezamenlijk de overleving van Coxiella Burnetii in mest. De resultaten hiervan verwacht ik eind dit jaar.



DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN

VOEDSELKWALITEIT,

G. Verburg