Vervolg Kamer­vragen aan de ministers van LNV en Justitie over het gebrek aan controle, hand­having en sanc­ti­o­neren van het moed­willig doden van beschermde vogels


Indiendatum: jun. 2007

Vervolg kamervragen van het lid Thieme van de Partij voor de Dieren aan de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit en de minister van Justitie over het gebrek aan controle, handhaving en sanctioneren van het moedwillig doden van beschermde vogels

1. In uw brief van 9 mei 2007 betreffende kamervragen over de bescherming van de grutto, geeft u aan dat het doden, en verwonden van beschermde vogels en het verstoren van hun nesten in strijd is met de Flora- en Faunawet. U geeft daarbij ook aan dat deze overtreding kan leiden tot strafrechtelijke boetes. Kunt u aangeven op welke wijze nu handhaving en controle plaatsvindt en of, naast de AID, ook de politie hierin een rol heeft of kan hebben? Zo neen, waarom niet? Zo ja, in hoeveel gevallen is in de afgelopen 3 jaar, indien mogelijk per jaar uitgesplitst, proces verbaal opgemaakt betreffende verstoring van weidevogels?

2. Bent u van mening dat de controle en handhaving op het opzettelijk verwonden en doden van beschermde vogelsoorten en het verstoren van hun nesten voldoende is? Zo ja, hoe verklaart u dan dat ooggetuigen keer op keer melding maken aan de pers en aan de Partij voor de Dieren dat weidevogels worden uitgemaaid? Zo neen, op welke wijze gaat u de handhaving en controlecapaciteit uitbreiden en op welke wijze en binnen welke termijn gaat u dat doen?

3. Bent u van mening dat meldingen van oplettende en bezorgde burgers, waaronder weidevogelbeschermers, kunnen bijdragen aan het snel signaleren van overtredingen en dat zo eerder tot vervolging kan worden overgegaan? Zo ja, op welke wijze wilt u de rol van burgers stimuleren en binnen welke termijn? Zo neen, waarom niet en op welke wijze wilt u dan de controle en handhaving van de flora en faunawet verbeteren?

4. Bent u van mening dat burgers na signalering van overtredingen van de flora en faunawet 112 kunnen bellen om de AID snel ter plekke te roepen zodat de AID kan vaststellen of het om een overtreding gaat en tot vervolging kan overgaan? Zo ja, bent u voornemens hiervoor een promotiecampagne op te starten zodat burgers op de hoogte zijn van hun mogelijkheden iets aan deze misstanden te doen? Zo neen, waarom niet en op welke andere wijze kunnen burgers dan als getuigen en/of tipgever optreden om overtredingen te melden zodat bevoegde instanties sneller overtredingen kunnen vaststellen en tot vervolging over kunnen gaan? Bent u bereid de opsporings- en handhavingscapaciteit in dat kader uit te breiden?

5. U stelt in uw brief dat er geen overtredingen zijn geconstateerd en u gaat bezien of het gesignaleerde geval juist is. Kunt u aangeven wat u hiermee bedoelt? Dat er onvoldoende bewijs is dat dit incident heeft plaatsgevonden? Dat dit incident mogelijkerwijs heeft plaatsgevonden, maar dat de overtreding niet door de AID is geconstateerd en daardoor niet tot vervolging kan worden overgegaan? Of bedoelt u iets anders?

6. Kunt u aangeven op welke wijze u informatie heeft verzameld en inlichtingen heeft ingewonnen om bewijslast te vergaren of en in welke mate in het beschreven geval in het krantenartikel ‘weidevogelbescherming tragisch lek’ daadwerkelijk heeft plaatsgevonden? Kunt u daarbij ook aangeven of u van mening bent dat het tot de taak van de AID behoort om bij derden bewijslast te verzamelen als zij zelf tijdens de overtreding niet ter plekke kan zijn? Zo ja, op welke wijze wilt u dit vormgeven en binnen welke termijn en wie kunnen bewijslast verzamelen en aanleveren en wat wordt daarmee gedaan? Zo neen, waarom wilt u bewijslast, verzameld door derden niet meenemen in de vaststelling of er wel of geen overtreding wordt begaan en op welke wijze denkt u dan beter zicht te krijgen op de omvang en ernst van het opzettelijk verwonden en doden van beschermde vogelsoorten of de verstoring van hun nesten?

7. Bent u dan van plan de AID controles op zodanige manier te organiseren dat de controle en handhaving op een adequate bescherming van bijna uitgestorven weidevogels wel daadkrachtig en effectief opgepakt wordt zodat misstanden voorkomen kunnen worden? Zo ja, op welke wijze en binnen welke termijn? Zo neen, waarom niet en kunt u aangeven hoe dit zich verhoudt tot de naleving van de flora en faunarichtlijn waarin de overheid zich verplicht tot de wettelijke bescherming van bedreigde soorten?

Indiendatum: jun. 2007
Antwoorddatum: 23 sep. 2007

Antwoord van minister Verburg (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit), mede namens de minister van Justitie.

1. en 2. Zoals ik heb aangegeven in mijn brief aan uw Kamer van 27 juni 2007 (TK, 2006/2007, Aanhangsel 2007) zijn voor toezicht en opsporing op het gebied van de Flora- en faunawet binnen de Algemene Inspectiedienst (AID) ruim 20,6 fte’s beschikbaar voor 2007. Deze capaciteit wordt mede
ingezet voor de aanpak van het doden en verwonden van beschermde vogelsoorten en het verstoren van hun nesten. Door samenwerking van de AID met de regionale milieuteams van de politie wordt een doelmatige handhavingsinzet gerealiseerd. Naar aanleiding van een melding van bijvoorbeeld ooggetuigen van het uitmaaien van weidevogels kan een onderzoek worden ingesteld. Ik acht de huidige capaciteit voor toezicht en opsporing voldoende. In genoemde brief berichtte ik u reeds over de interventiestrategie die nu voor de drie natuurwetten (Natuurbeschermingswet 1998, Flora- en faunawet, Boswet) wordt ontwikkeld. Deze interventiestrategie wordt opgezet volgens het principe van programmatisch handhaven. Dit houdt in dat het handhavingsbeleid een cyclisch karakter heeft. Naar
aanleiding van opgedane ervaringen kunnen eventueel bijstellingen van de interventiestrategie,
handhavingspraktijk of wetgeving plaatsvinden. In hoeveel gevallen in de afgelopen 3 jaar proces-verbaal is opgemaakt betreffende verstoring van weidevogels kan ik niet aangeven. In het bedrijfsprocessensysteem van het Openbaar Ministerie (COMPAS) worden op basis van de door de
opsporingsdiensten aan het Openbaar Ministerie (OM) ingezonden processen-verbaal alleen de overtreden artikelen van de Floraen faunawet ingevoerd en niet om welke soort het in de betreffende zaak is gegaan. Om die gegevens alsnog boven tafel te krijgen zou ieder afzonderlijk proces-verbaal
handmatig moeten worden doorgenomen. Dit zou zeer veel tijd en capaciteit van het OM vergen en is
derhalve niet proportioneel.

3. en 4. Meldingen van burgers kunnen bijdragen aan het snel signaleren van overtredingen en aan het
vervolgtraject. Voor het centrale alarmnummer is ter zake echter geen rol weggelegd. Burgers kunnen
vermeende onregelmatigheden op het terrein van natuurbescherming melden bij de politie en de
AID-Groendesk. Dit landelijke meldpunt is opgericht in 2002. Op www.aid.nl/groendesk staan de
gegevens van de Groendesk en informatie over zijn taken. Daarnaast kan een ieder bij het zogenoemde LNV-loket, www.hetlnvloket.nl, informatie ontvangen over de uitvoering van wet- en regelgeving van mijn ministerie. Zoals ik aangeef in mijn antwoord op de vragen 1 en 2 acht ik de huidige capaciteit voor toezicht en opsporing voldoende.

5. en 6. Met de stelling in mijn brief van 30 mei 2007 (TK, 2006/2007, Aanhangsel 1700) aan uw Kamer dat tot nu toe geen overtredingen zijn geconstateerd bedoel ik dat in het kader van crosscompliance-controles door de AID geen overtredingen zijn geconstateerd van artikel 9 en artikel 11 van de Flora- en faunawet. In aanvulling op mijn antwoord in laatstgenoemde brief op vraag 2 en vraag 5 meld ik u, dat in het kader van reguliere handhaving overtredingen zijn geconstateerd van genoemde artikelen. Ik kan u, onder verwijzing naar mijn bovenstaande antwoord op de vragen 1 en 2, niet aangeven hoe vaak sancties zijn opgelegd betreffende het schaden van de belangen van beschermde vogels. Het verzamelen van informatie, waaronder informatie bij derden, behoort tot de taak van de opsporingsambtenaren van onder meer de AID. In het geval waarover het door u genoemde krantenartikel gaat, heeft de AID onderzocht of er sprake was van een overtreding van de Flora- en faunawet. Na het horen van getuigen is de conclusie getrokken dat een overtreding niet kan worden aangetoond.