Schrif­te­lijke vragen Wassenberg over expe­ri­menten op 75 drachtige schapen door Wage­ningen Biove­te­rinary Research


Schriftelijke vragen van het lid Wassenberg aan de minister van LNV over experimenten op 75 drachtige schapen door Wageningen Bioveterinary Research.

  1. Bent u ervan op de hoogte dat Wageningen Bioveterinary Research in Lelystad is gestart met experimenten op 75 drachtige schapen? [1][2]
  2. Vindt u het ethisch acceptabel dat experimenten op drachtige dieren worden uitgevoerd en dat zij een virus krijgen ingespoten dat kan leiden tot een abortus? Zo ja, waarom?
  3. Vindt u het juist dat de Centrale Commissie Dierproeven deze onethische proef heeft vergund? Zo ja, waarom?
  4. Wat vindt u ervan dat de Centrale Commissie Dierproeven 98,5% van de dierproefaanvragen in 2017 heeft vergund (525 van de 534)? [3]
  5. Deelt u de mening dat de CCD daarmee in de praktijk slechts een stempel voor goedkeuring geeft, terwijl ze de taak hebben om nut en noodzaak van een dierproef kritisch af te wegen tegen het ongerief van dieren? Zo nee, waarom niet?
  6. Vindt u dat de CCD haar taak naar behoren uitvoert? Zo ja, waarop baseert u dat?
  7. Vindt u, zeker gezien de overheidsambitie om in 2025 koploper proefdiervrije innovatie te zijn, dat de CCD een kritischere houding moet aannemen in de beoordeling van dierexperimenten en minder vanzelfsprekend vergunningen afgeeft? Zo ja, op welke wijze gaat u dit stimuleren? Zo nee, waarom niet?

[1] https://www.centralecommissiedierproeven.nl/onderwerpen/niet-technische-samenvatting/fundamenteel-onderzoek/nts-2017894-arbovirus-exotisch-schaap-drachtig
[2] https://www.wur.nl/nl/Onderzoek-Resultaten/Onderzoeksprojecten-LNV/Expertisegebieden/kennisonline/Transmissiecyclus-RVF-virus-1.htm
[3] https://www.centralecommissiedierproeven.nl/documenten/jaarverslagen/18/3/8/jaarverslag-ccd-2017

1. Bent u ervan op de hoogte dat Wageningen Bioveterinary Research in Lelystad is gestart met experimenten op 75 drachtige schapen?

Antwoord:
Ja.

2. Vindt u het ethisch acceptabel dat experimenten op drachtige dieren worden uitgevoerd en dat zij een virus krijgen ingespoten dat kan leiden tot een abortus? Zo ja, waarom?

3. Vindt u het juist dat de Centrale Commissie Dierproeven (CCD) deze onethische proef heeft vergund? Zo ja, waarom?

Antwoord 2 en 3:
Het onderzoek gaat over gevaarlijke veeziekten die door insecten worden verspreid. Door sommige van deze ziekten kunnen ook mensen ernstig ziek worden, zoals Riftdalkoorts en Westnijlziekte. Met dit onderzoek wordt kennis opgedaan over deze ziekten, zodat er bij een introductie in Nederland snel tests en vaccins beschikbaar zijn die voldoen aan alle veiligheids- en effectiviteitseisen.
Het onderzoek wordt uitgevoerd op 65 drachtige ooien, omdat schapen de doeldieren zijn en de ongeboren vrucht het meest gevoelig is voor het virus. Bij het onderzoek kan abortus optreden. Het risico wordt echter vrij klein geacht door de korte duur van het onderzoek en de verwachte effectiviteit van het vaccin.
De Centrale Commissie Dierproeven (CCD) is een zelfstandig bestuursorgaan (ZBO) dat verantwoordelijk is voor de vergunningverlening van dierproeven. Bij dit dierproefonderzoek heeft de CCD geconcludeerd dat het doeleinde het gebruik van de dieren rechtvaardigt. Daarbij heeft de CCD een ethische afweging gemaakt tussen het ongerief van de proefdieren en de te verwachten voordelen van het onderzoek voor mens, dier of milieu.

4. Wat vindt u ervan dat de CCD 98,5% van de dierproefaanvragen in 2017 heeft vergund (525 van de 534)?

Antwoord:
Met inwerkingtreden van de herziene Wet op de dierproeven, op 18 december 2014, is de CCD opgericht als centrale, onafhankelijke instantie. Sindsdien heeft de CCD veel werk verricht om het vergunningstelsel in te richten. Door de gezamenlijke inspanningen van CCD, de lokale dierexperimentencommissies (DEC) en de instanties voor dierenwelzijn( IvD) alsook van de onderzoekers, is het proces van aanvraag- en projectomschrijving, inclusief de wetenschappelijke, maatschappelijke en ethische afweging, sterk verbeterd. Dat in 2017 een hoog percentage van de aanvragen is gehonoreerd, zie ik dan ook als indicatie voor de goede kwaliteit van de vergunningsaanvragen.
Daarnaast wordt sinds 2016 een voorgenomen afwijzing van de CCD medegedeeld aan de aanvrager. Daarmee wordt de aanvrager de mogelijkheid geboden om onder andere de aspecten van dierenwelzijn in de aanvraag te verbeteren. Ook kan de CCD aanvragen slechts gedeeltelijk vergunnen of onder beperkende voorwaarden.

5. Deelt u de mening dat de CCD daarmee in de praktijk slechts een stempel voor goedkeuring geeft, terwijl ze de taak hebben om nut en noodzaak van een dierproef kritisch af te wegen tegen het ongerief van dieren? Zo nee, waarom niet?

6. Vindt u dat de CCD haar taak naar behoren uitvoert? Zo ja, waarop baseert u dat?

Antwoord 5 en 6:
Ik deel deze mening niet. Door de in 2014 doorgevoerde centralisatie van de vergunningverlening worden alle dierproeven op dezelfde geharmoniseerde manier aangevraagd en beoordeeld. De CCD zorgt voor een transparante, zorgvuldige en gedegen beoordeling van dierproeven. Dit leidt tot een hogere kwaliteit van aanvragen, tot minder verschil tussen de instellingen en er kan effectiever gebruik worden gemaakt van de brede kennis en ervaring. Daarnaast signaleert en beoordeelt de CCD kansen op het gebied van de 3V’s (vervangen, verminderen en verfijnen) en maakt dilemma’s op het gebied van dierproeven duidelijk. Dit zorgt voor een betere bescherming van proefdieren die gebruikt worden in onderzoek en onderwijs.

7. Vindt u, zeker gezien de overheidsambitie om in 2025 koploper proefdiervrije innovatie te zijn, dat de CCD een kritischere houding moet aannemen in de beoordeling van dierexperimenten en minder vanzelfsprekend vergunningen moet afgeven? Zo ja, op welke wijze gaat u dit stimuleren? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
In mijn brief d.d. 1 juli jl. (Kamerstuk 32336, nr. 71) heb ik u de gezamenlijke ambitie van de partners geschetst om Nederland koploper te laten zijn in de internationale transitie van onderzoek met dierproeven naar proefdiervrije innovatie. Hiervoor moet proefdiervrije innovatie verder en sterker worden gestimuleerd. Het traject is gericht op versnelling en vernieuwing van methoden en technieken.
Dat neemt niet weg dat er de komende jaren nog steeds dierproeven nodig zullen zijn, omdat er geen vervangende methode beschikbaar is. Deze dierproeven moeten transparant en zorgvuldig worden beoordeeld. Deze onafhankelijke beoordeling is gewaarborgd door de CCD. Zoals ik hierboven heb aangegeven is er geen sprake van een vanzelfsprekende vergunning.