Kamer­vragen van het lid Thieme aan de minister van Landbouw, Natuur en Voed­sel­kwa­liteit over de ontwik­keling van emis­siearme stallen en de gevolgen daarvan voor het welzijn van melk­koeien


Vragen van het lid Thieme van de Partij voor de Dieren aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over de ontwikkeling van emissiearme stallen en de gevolgen daarvan voor het welzijn van melkkoeien

1. Kent u het bericht ‘nader onderzoek reductie ammoniak- en methaanemissie huisvesting melkvee’ (1)?

2. Is het waar dat ASG op uw verzoek onderzoek doet naar de vermindering van uitstoot uit natuurlijk geventileerde melkveestallen?

3. Kunt u aangeven op welke punten het reduceren van de ammoniak- en methaan emissie kan knellen met een beter dierenwelzijn voor melkkoeien? Kunt u aangeven welke welzijnsproblemen u voorziet bij een te sterke focus op het reduceren van methaan en ammoniak in de melkveehouderij?

4. Kunt u aangeven in hoeverre het kunnen geven van weidegang aan melkkoeien als randvoorwaarde wordt meegenomen in de reductieopties voor huisvesting die tot doel hebben de uitstoot van ammoniak en methaan te verminderen?

5. Kunt u aangeven op welke wijze u voorkomt dat bij de ontwikkeling van deze reductieopties het dierenwelzijn niet op de tweede of derde plaats komt?

6. Kunt u aangeven of een verbetering van het dierenwelzijn een integraal onderdeel vormt van zoeken naar reductiemogelijkheden voor de uitstoot van methaan en ammoniak? Zo ja, op welke wijze? Zo neen, waarom niet?

7. Kunt u aangeven hoe u de gevolgen voor het welzijn van koeien inschat wanneer dieren minder mogelijkheden krijgen tot weidegang en meer permanent binnen gehouden worden in nieuwe, emissiearme stalsystemen?

8. Kunt u aangeven op welke toename in dierenwelzijnsproblemen bij melkkoeien als gevolg van afnemende weidegang de onderzoekers doelen? Kunt u aangeven welke actieve rol de overheid speelt in het stimuleren van weidegang, afgezien van haar financiële bijdrage aan de Stichting weidegang?

9. Deelt u de mening dat een reductie van het aantal melkkoeien een belangrijke bijdrage kan leveren aan het verminderen van de fysieke uitstoot van broeikasgassen en de ammoniakemissies in Nederland? Zo ja, op welke wijze en binnen welke termijn gaat u dit oppakken? Zo neen, waarom niet?

10. Acht u het denkbaar dat uw beleid zich in de nabije toekomst meer gaat richten op het bevoorraden van regionale markten en ontmoediging van het exportbeleid, om de milieu- en klimaatdruk als gevolg van de hoge emissie van broeikasgassen en ammoniak te verkleinen? Zo ja op welke wijze en binnen welke termijn? Zo neen, waarom niet?

(1) Animal Sciences Group 08-02-08 http://www.asg.wur.nl/NL/nieuwsagenda/nieuws/Nader_onderzoek_reductie_ammoniak_en_methaanemissie_huisvesting_melkvee.htm

Antwoorddatum: 10 mrt. 2008

Hierbij doe ik u de antwoorden toekomen op de vragen van het lid Thieme (PvdD) over de ontwikkeling van emissiearme stallen en de gevolgen daarvan voor het welzijn van melkkoeien.

1. Kent u het bericht ‘nader onderzoek reductie ammoniak- en methaanemissie huisvesting melkvee’?

Ja.

2. Is het waar dat de Animal Sciences Group (ASG) op uw verzoek onderzoek doet naar de vermindering van uitstoot uit natuurlijk geventileerde melkveestallen?

Ja.

3, 5 en 6. Kunt u aangeven op welke punten het reduceren van de ammoniak- en methaanemissie kan knellen met een beter dierenwelzijn voor melkkoeien? Kunt u aangeven welke welzijns¬sproblemen u voorziet bij een te sterke focus op het reduceren van methaan en ammoniak in de melkveehouderij?

Kunt u aangeven op welke wijze u voorkomt dat bij de ontwikkeling van deze reductie¬opties het dierenwelzijn niet op de tweede of derde plaats komt?

Kunt u aangeven of een verbetering van het dierenwelzijn een integraal onderdeel vormt van zoeken naar reductiemogelijkheden voor de uitstoot van methaan en ammoniak?
Zo ja, op welke wijze? Zo neen, waarom niet?

Bij het zoeken naar mogelijkheden om de uitstoot van ammoniak en methaan uit rundveestallen te beperken, wordt het aspect dierenwelzijn uiteraard meegenomen.

4 en 7. Kunt u aangeven in hoeverre het kunnen geven van weidegang aan melkkoeien als randvoorwaarde wordt meegenomen in de reductieopties voor huisvesting die tot doel hebben de uitstoot van ammoniak en methaan te verminderen?

Kunt u aangeven hoe u de gevolgen voor het welzijn van koeien inschat wanneer dieren minder mogelijkheden krijgen tot weidegang en meer permanent binnen gehouden worden in nieuwe, emissiearme stalsystemen?

Een melkveehouder maakt zelf een afweging of hij zijn koeien weidt of binnenhoudt. Hierbij zullen verschillende argumenten een rol spelen, bijvoorbeeld het aantal dieren en de grootte van de huiskavel. Ongetwijfeld zal het stalsysteem - wel of niet emissiearm - ook een rol spelen. Ik verwacht overigens dat deze rol beperkt is.

8. Kunt u aangeven op welke toename in dierenwelzijnsproblemen bij melkkoeien als gevolg van afnemende weidegang de onderzoekers doelen? Kunt u aangeven welke actieve rol u speelt in het stimuleren van weidegang, afgezien van uw financiële bijdrage aan de Stichting Weidegang?

De onderzoekers doelen op klauw- en locomotieproblemen.

Graag wijs ik u met betrekking tot het thema stimuleren van weidegang op mijn eerdere antwoorden op vragen van het Kamerlid Thieme (Aanhangsel Handelingen II 2006/07,
nr. 2339 en Aanhangsel Handelingen II 2007/08, nr. 315).

9. Deelt u de mening dat een reductie van het aantal melkkoeien een belangrijke bijdrage kan leveren aan het verminderen van de fysieke uitstoot van broeikasgassen en de ammo¬niakemissies in Nederland? Zo ja, op welke wijze en binnen welke termijn gaat u dit oppakken? Zo neen, waarom niet?

Hoewel het aantal melkkoeien de afgelopen jaren is verminderd door de melkquotering, is deze vermindering geen beleidsdoel. Mijn aanpak is, zoals u weet, gericht op de randvoor¬waarden voor het realiseren van de milieukwaliteitsdoelen (zie Aanhangsel Handelingen II 2007/08, nr. 315).

10. Acht u het denkbaar dat uw beleid zich in de nabije toekomst meer gaat richten op het bevoorraden van regionale markten en ontmoediging van het exportbeleid, om de milieu- en klimaatdruk als gevolg van de hoge emissie van broeikasgassen en ammoniak te verkleinen? Zo ja op welke wijze en binnen welke termijn? Zo neen, waarom niet?

Mijn beleid is gericht op het stellen van de randvoorwaarden waarbinnen de sector zich verder kan verduurzamen. De uiteindelijke keuze van de afzetmarkt is aan de sector zelf. Mijn verwachting daarbij is dat de zuivelmarkt zich voor het belangrijkste deel blijft richten op de Noordwest-Europese kwaliteitsmarkt.

Deze verwachting is gebaseerd op het feit dat de Nederlandse agrarische handel nu al voor een belangrijk deel gericht is op de Europese markt. Van de uitvoer gaat meer dan 80% naar de EU 27 en dan met name naar Duitsland.

Tenslotte wil ik er nog op wijzen dat de EU in de WTO-onderhandelingen heeft ingestemd met het uitfaseren van de exportrestituties voor landbouwproducten die naar derde landen worden uitgevoerd.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,


G. Verburg