Kamer­vragen aan de minister van LNV over het natuurlijk popu­la­tie­verloop zonder inzet van de drukjacht


Vragen van het lid Thieme van de Partij voor de Dieren aan de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over het natuurlijk populatieverloop zonder inzet van de drukjacht.

1. Kent u het bericht 'Ook minder zwijnen zonder drukjacht' (1)?

2. Hoe verhoudt dit bericht zich tot uw eerdere vaststellingen dat de drukjacht noodzakelijk zou zijn omdat reguliere jachtmethoden niet zouden voldoen bij het bereiken van de gewenste stand 'omdat de dieren zich niet meer met voer zouden laten lokken omdat er al veel voedsel is' (2)?

3. Kunt u aangeven op welk meest recent wetenschappelijk onderzoek (en van welk jaar en door wie uitgevoerd) het cijfer dateert dat de Veluwe slechts ruimte zou bieden aan een voorjaarsstand van 835 zwijnen?

4. Acht u het vanzelfsprekend dat dit cijfer nog steeds het uitgangspunt zou moeten vormen voor het huidig beleid? Zo ja, waarom? Zo neen, bent u voornemens aanvullend onderzoek uit te laten voeren en welk wetenschappelijk instituut gaat u daarvoor inschakelen?

5. Kunt u aangeven of u bereid bent om, gezien de huidige situatie, geen nieuwe vergunningen voor drukjacht af te geven? Zo ja, op welke wijze garandeert u dat en voor welke periode zal dat gelden? Zo neen, waarom zou volgens u de drukjacht alsnog tot de mogelijkheden kunnen behoren en hoe verhoudt zich dat tot de eerdere belofte van een eenmalige toestemming?

6. Kent u het rapport IMPACT OF DRIVE HUNTS ON DAYTIME RESTING SITE AREAS OF WILD BOAR FAMILY GROUPS waarin wordt aangevoerd dat druk- en drijfjacht het verspreidingsgebied van wilde zwijnen vergroot en daarmee ook de kans op bijvoorbeeld de verspreiding van varkenspest in voorkomende gevallen? Wat is daarover uw mening in relatie tot de mogelijkheid dat drukjacht op de Veluwe leidt tot meer verkeersonveilige situaties?

7. Kunt u aangeven hoe de huidige geslachtsverhoudingen onder volwassen wilde zwijnen liggen op de Veluwe gelet op het feit dat het Faunabeheerplan spreekt van een geslachtsverhouding van 1 mannelijk dier op 4,21 vrouwelijke dieren? Kunt u aangeven waardoor deze extreme scheefgroei in de populatie ontstaan is en welke gevolgen ze heeft voor de populatieaanwas?

8. Bent u bereid de provincie te adviseren zodanige voorschriften te binden aan eventuele afschotvergunningen dat op korte termijn een natuurlijke geslachtsverhouding van 1:1 gerealiseerd wordt?

9. Bent u bereid te bevorderen dat objectieve en verifieerbare gegevens beschikbaar komen over aanrijdingscijfers (plaatsen en aantallen) met wilde zwijnen op de Veluwe?

10. Bent u bereid het bevorderen van onafhankelijk veldonderzoek naar de oorzaken in de scheefgroei in geslachtsverhoudingen en de gevolgen van bijvoeren op de populatie inclusief de gevolgen van de aanleg van zogenoemde wildakkers? Zo ja, op welke wijze en binnen welke termijn? Zo neen, waarom niet?

11. Deelt u de mening dat de huidige terugloop van de populatie het bewijs vormt voor het feit dat de drukjacht minder noodzakelijk blijkt dan eerder werd voorgesteld? Zo ja, welke conclusies verbindt u hieraan voor uw beleid ten aanzien van het populatiebeheer van zwijnen? Zo neen, waarom niet?

(1) Telegraaf 29-01-08? http://www.telegraaf.nl/binnenland/3157740/_Ook_minder_zwijnen_zonder_jacht__.html

(2) http://www.nos.nl/nosjournaal/artikelen/2007/11/2/021107_zwijnen.html

(3) G. Sodeikat* & K. Pohlmeyer
Institute for Wildlife Research at the University of Veterinary Medicine Hannover, Foundation. Bischofsholer Damm 15, D-30173 Hannover, Germany

Antwoorddatum: 12 mrt. 2008

Geachte Voorzitter,

Hierbij beantwoord ik de vragen van het lid Thieme (PvdD) over het natuurlijk populatie¬verloop zonder inzet van de drukjacht. Deze vragen zijn ingediend ter aanvulling op vragen ter zake van het lid Van Velzen (SP), ingezonden 5 februari 2008, (vraagnummer 2070810410).

1
Kent u het bericht “Ook minder zwijnen zonder drukjacht”? 1)

Ja.

2
Hoe verhoudt dit bericht zich tot uw eerdere vaststellingen dat de drukjacht noodzakelijk zou zijn omdat reguliere jachtmethoden niet zouden voldoen bij het bereiken van de gewenste stand “omdat de dieren zich niet meer met voer zouden laten lokken omdat er al veel voedsel is”? 2)

Met de reguliere aanzitmethode met gebruik van lokvoer wordt de nagestreefde voor¬jaarsstand van 835 wilde zwijnen niet gehaald. De populatie slinkt weliswaar, maar te verwachten is dat er 1000 van de beoogde 4900 zwijnen niet afgeschoten worden. Ondanks dat door veel inzet van de provincie Gelderland en Faunabeheereenheid Veluwe een niet onaanzienlijke afname van het aantal wilde zwijnen gerealiseerd is, resteren er naar verwachting 1000 dieren meer dan de gewenste voorjaarsstand. Na een goed mastjaar, zoals in het najaar van 2007, is een zodanige aanwas te verwachten, dat de zomerstand op 5500 wilde zwijnen komt. Een dergelijke zomerstand zal naar verwachting opnieuw voor verkeersonveilige situaties en economische schade zorgen.
Ik vind het prematuur te concluderen de methode van één-op-één drijven onder alle omstandigheden te verbieden.

3
Kunt u aangeven op welk meest recent wetenschappelijk onderzoek (en van welk jaar en door wie uitgevoerd) het cijfer dateert dat de Veluwe slechts ruimte zou bieden aan een voorjaarsstand van 835 zwijnen?

De mediane voorjaarsstand van 835 wilde zwijnen op de Veluwe, zoals vastgelegd in het Faunabeheerplan Veluwe, is gebaseerd op het rapport ‘Aantallen wilde zwijnen in het Veluws bos/heidegebied op basis van het natuurlijke voedselaanbod’, Groot Bruinderink G.W.T.A., D.R. Lammerstma, H. Baveco, R.M.A. Wegman, A.J. Griffioen & G.J. Spek 1999 (IBN-rapport 420, Wageningen).

4
Acht u het vanzelfsprekend dat dit cijfer nog steeds het uitgangspunt zou moeten vormen voor het huidig beleid? Zo ja, waarom? Zo neen, bent u voornemens aanvullend onderzoek uit te laten voeren en welk wetenschappelijk instituut gaat u daarvoor inschakelen?

Het vigerende faunabeheerplan hanteert een mediane voorjaarsstand van 835 dieren en is daarmee door de provincie als uitgangspunt vastgesteld. Ten behoeve van de ontwikke¬ling van een nieuw Faunabeheerplan Veluwe wordt op verzoek van de provincie Gelderland de gewenste voorjaarsstand van wilde zwijnen opnieuw beoordeeld. Daarbij zal gebruik gemaakt worden van actuele wetenschappelijke inzichten op dit terrein.

5
Kunt u aangeven of u bereid bent om, gezien de huidige situatie, geen nieuwe vergun¬ningen voor drukjacht af te geven? Zo ja, op welke wijze garandeert u dat en voor welke periode zal dat gelden? Zo neen, waarom zou volgens u de drukjacht alsnog tot de mogelijkheden kunnen behoren en hoe verhoudt zich dat tot de eerdere belofte van een eenmalige toestemming?

Ik heb in uw Kamer aangegeven de methode van één-op-één drijven eenmalig te willen toestaan om de overpopulatie van wilde zwijnen op de Veluwe terug te kunnen brengen tot beheersbare proporties. Vervolgens moet door middel van een aangepast fauna¬beheerplan voorkomen worden dat de populatie opnieuw te groot wordt. Ik heb de provincie Gelderland verzocht een nieuwe structurele aanpak van de wilde zwijnenstand te ontwikkelen, waardoor de methode van één-op-één drijven niet meer hoeft te worden ingezet. Ik zal uw Kamer hierover binnenkort informeren.

6
Kent u het rapport Impact of drive hunts on daytime resting site areas of wild boar family groups 3), waarin wordt aangevoerd dat druk- en drijfjacht het verspreidingsgebied van wilde zwijnen vergroot en daarmee ook de kans op bijvoorbeeld de verspreiding van varkenspest in voorkomende gevallen? Wat is daarover uw mening in relatie tot de mogelijkheid dat drukjacht op de Veluwe leidt tot meer verkeersonveilige situaties?

Ja. Het is niet uitgesloten dat door toepassing van de methode van één-op-één drijven wilde zwijnen wegen oversteken. Daar staat tegenover dat juist de verkeersveiligheid één van de redenen is om tot afschot van wilde zwijnen over te gaan.

Immers, bij een te hoge wilde zwijnenstand zullen de wilde zwijnen op zoek gaan naar eiwitrijk voedsel in bermen, hetgeen leidt tot verkeersonveilige situaties. In gebieden met een intensieve infrastructuur wordt de methode van één-op-één drijven daarom niet toegepast.
Wat betreft de mogelijke verspreiding van varkenspest, verwijs ik naar de conclusie van het door u aangehaalde rapport: "The advantages in reducing the currently high wild boar population density by drive hunts are evident and we recommend this effective hunting method also in swine fever contaminated areas in Germany" (pagina 36).


7
Kunt u aangeven hoe de huidige geslachtsverhoudingen onder volwassen wilde zwijnen liggen op de Veluwe, gelet op het feit dat het Faunabeheerplan spreekt van een geslachts¬verhouding van 1 mannelijk dier op 4,21 vrouwelijke dieren? Kunt u aangeven waardoor deze extreme scheefgroei in de populatie ontstaan is en welke gevolgen ze heeft voor de populatieaanwas?

Er is geen sprake van een extreme scheefgroei in de geslachtsverhoudingen onder volwassen wilde zwijnen op de Veluwe. Uit telgegevens over de laatste vijf jaar blijkt dat er gemiddeld 282 keilers en 560 zeugen zijn. Dat is een geslachtsverhouding van 1 op 2.

8
Bent u bereid de provincie te adviseren zodanige voorschriften te binden aan eventuele afschotvergunningen dat op korte termijn een natuurlijke geslachtsverhouding van 1:1 gerealiseerd wordt?

Neen. Uit het Faunabeheerplan volgt dat de Vereniging Wildbeheer Veluwe op de Veluwe een evenwichtige populatieopbouw onder de wilde zwijnen nastreeft. Dit is vastgelegd in een na te streven verdeling van de voorjaarsstand van 35% overlopers (sub-adulten) en 65% volwassen en bij een geslachtsverhouding van 1:1 (pagina 126). In het overleg met de provincie zal ik vragen bij het nieuwe beheerplan hieraan aandacht te besteden.

9
Bent u bereid te bevorderen dat objectieve en verifieerbare gegevens beschikbaar komen over aanrijdingcijfers (plaatsen en aantallen) met wilde zwijnen op de Veluwe?

Aanrijdingen met wild worden in de regel gemeld bij de politie. De politie beschikt dus over objectieve en verifieerbare gegevens over aanrijdingcijfers (plaatsen en aantallen) met wilde zwijnen op de Veluwe.

10
Bent u bereid een onafhankelijk veldonderzoek te bevorderen naar de oorzaken in de scheefgroei in geslachtsverhoudingen en de gevolgen van bijvoeren op de populatie inclusief de gevolgen van de aanleg van zogenoemde wildakkers? Zo ja, op welke wijze en binnen welke termijn? Zo neen, waarom niet?

Voor scheefgroei in de geslachtsverhoudingen zie mijn antwoord op vraag 7. De populatie¬groei van de wilde zwijnen wordt bepaald door het natuurlijke voedselaanbod. De invloed van het uitleggen van lokvoer ten behoeve van tellingen en het verrichten van het vereiste afschot en de aanleg van wildakkers op de populatieomvang is verwaarloosbaar. Dit wordt bevestigd door een onderzoek dat de provincie Gelderland onlangs heeft laten verrichten: ‘Wilde zwijnenbeheer op de Veluwe: Lokvoeren of bijvoeren?’, van J.G. Oord en A. Goutbeek, Oord Fauntechniek, 19 december 2007.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,


G. Verburg








1) De Telegraaf, 29 januari 2008 http://www.telegraaf.nl/binnenland/3157740/_Ook_minder_zwijnen_zonder_jacht__.html
2) http://www.nos.nl/nosjournaal/artikelen/2007/11/2/021107_zwijnen.html
3) G. Sodeikat* & K. Pohlmeyer
Institute for Wildlife Research at the University of Veterinary Medicine Hannover, Foundation. Bischofsholer Damm 15, D-30173 Hannover, Germany