Kamer­vragen aan de ministers van VWS en LNV over Salmo­nel­la­doden


Indiendatum: jul. 2008

Vragen van het lid Thieme aan de ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over Salmonelladoden

  1. Kent u het bericht `Elk jaar zeker 80 doden door besmet voedsel’1?
  2. Kunt u aangeven hoeveel voedselbesmettingen (gesproken wordt over 700.000 zieken en tenminste 80 doden) betrekking hebben op plantaardig voedsel en hoeveel op voedsel van dierlijke herkomst? Zo neen, bent u bereid daar nader onderzoek naar te verrichten? Zo neen, waarom niet?
  3. Is onderzocht of de consumptie van dierlijke producten een grotere kans geeft op een voedselbesmetting dan de consumptie van plantaardige producten? Zo ja, kunt u de resultaten met ons delen? Zo neen, bent u bereid hiernaar onderzoek te verrichten?
  4. Kent u het antwoord van 25-08-2000 van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport op vragen van het lid Ter Veer (2990011620) waarin gesteld wordt dat per 1 januari 2001 uitsluitend onbesmet pluimveevlees mag worden aangeboden, tenzij dit vlees verpakt is en voorzien van een duidelijke waarschuwing aan de consument?
  5. Kunt u aangeven of deze toezegging inmiddels gerealiseerd is? Zo ja, sinds wanneer is sprake van het uitsluitend aanbieden van onbesmette pluimveeproducten en hoe verhoudt dat zich tot de bevindingen van het RIVM? Zo neen, waarom niet en op welke termijn gaat deze alsnog gestand gedaan worden?
  6. Is het waar dat kipproducten uit Zweden volledig vrij zijn van salmonella, en dat een dergelijke eis dus heel wel te stellen zou moeten zijn? Zo ja, waarom stelt u een dergelijke eis dan niet voor de Nederlandse situatie, in relatie tot het feit dat besmette kipproducten dodelijke slachtoffers onder mensen maken?
  7. Kunt u aangeven welke methoden van decontaminatie worden overwogen en op welke termijn u kunt garanderen dat dierlijke producten 100% vrij van pathogenen zullen zijn bij levering aan de consument? Zo neen, waarom niet en bent u bereid hier het nodige onderzoek naar te verrichten?

(1) http://www.nu.nl/news/1657730/151/Elk_jaar_zeker_80_doden_door_besmet_voedsel.html

Indiendatum: jul. 2008
Antwoorddatum: 18 aug. 2008

Vragen van het lid Thieme (PvdD) aan de ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over salmonelladoden (2070825540).

1
Kent u het bericht `Elk jaar zeker 80 doden door besmet voedsel’? 1)

1
Ja.

2
Kunt u aangeven hoeveel voedselbesmettingen (gesproken wordt over 700.000 zieken en tenminste 80 doden) betrekking hebben op plantaardig voedsel en hoeveel op voedsel van dierlijke herkomst? Zo neen, bent u bereid daar nader onderzoek naar te verrichten? Zo neen, waarom niet?

2
De cijfers van het RIVM zijn schattingen voor 2006, gebaseerd op onderzoek in de algemene bevolking en bij huisartspraktijken in Nederland eind jaren ’90. Deze cijfers zijn gecorrigeerd voor trends zichtbaar in ziekenhuisontslagdiagnoses van stichting Prismant en in laboratoriumdiagnostiek van de voormalige streeklaboratoria en de klinisch virologische laboratoria in Nederland.
De aantallen sterfgevallen zijn geschat op basis van ziekteverwekker-specifieke sterftekansen uit onderzoek naar bacteriële voedselinfecties in Scandinavië en voor de overige pathogenen uit andere internationale literatuur. In de sterftestatistieken van het Centraal Bureau voor de Statistiek zijn enkel voor Salmonella rechtstreekse tot individuen terug te leiden sterftecijfers terug te vinden.

De schattingen voor 2006 zijn opgenomen in het Nationaal Kompas Volksgezondheid (website RIVM). Daarin zijn eveneens schattingen te vinden voor de bijdrage van de verschillende voedselgroepen aan het totaal van 700.000 infecties. Deze zijn gebaseerd op een Nederlandse expertstudie. De schattingen van de experts gaan uit van circa 210.000 infecties door vlees (rund, lam, varken en pluimvee), bijna 60.000 infecties door vis en schelpdieren, ruim 45.000 door groenten en fruit en 40.000 door graanproducten.

Feitelijke informatie over de rol van verschillende voedingsmiddelen als bron van infectie is met name te vinden in het jaarlijkse overzicht van het RIVM van het aantal meldingen van twee of meer ziektegevallen, zogenaamde clusters, bij de Voedsel en Warenautoriteit en de GGD’en van voedselinfecties en –vergiftigingen (zie RIVM-rapport: “Registratie voedselinfecties en –vergiftigingen bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg en de Voedsel en Waren Autoriteit, 2007). Uit deze rapportage valt af te leiden dat diverse typen voedingsmiddelen bronnen van infectie kunnen zijn.

3
Is onderzocht of de consumptie van dierlijke producten een grotere kans geeft op een voedselbesmetting dan de consumptie van plantaardige producten? Zo ja, kunt u de Kamer informeren over de resultaten? Zo neen, bent u bereid hiernaar onderzoek te verrichten?

3
Zowel consumptie van dierlijke producten als van plantaardige producten geeft een kans op voedselinfectie (zie ook antwoord op vraag 2.). Belangrijk is de diverse mogelijke bronnen goed in beeld te houden via monitoringsonderzoeken en via de humane signalering en vervolgens het maatregelenbeleid af te stemmen op de risico’s die worden gesignaleerd. Zo wordt al jarenlang onderzoek verricht naar Salmonella en Campylobacter in kip, omdat deze bron geïdentificeerd is als risicovol en wordt beleidsmatig ook gestuurd op reductie van deze pathogenen in kip. Maar ook wordt onderzocht in hoeverre plantaardige producten risicovol zijn omdat er signalen zijn dat ook deze categorie producten een bijdrage levert aan de hoeveelheid voedselbesmettingen.

4
Kent u het antwoord van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 25 augustus 2000 op vragen van het lid Ter Veer 2) waarin gesteld wordt dat per 1 januari 2001 uitsluitend onbesmet pluimveevlees mag worden aangeboden, tenzij dit vlees verpakt is en voorzien van een duidelijke waarschuwing aan de consument?

4
Ja.

5
Kunt u aangeven of deze toezegging inmiddels gerealiseerd is? Zo ja, sinds wanneer is sprake van het uitsluitend aanbieden van onbesmette pluimveeproducten en hoe verhoudt dat zich tot de bevindingen van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)? Zo neen, waarom niet en op welke termijn gaat deze alsnog gestand worden gedaan?

5
In de Warenwet is bij besluit van 5 juni 2001, gepubliceerd in het Staatsblad 272, een artikel 4a toegevoegd dat het volgende regelt:
1. Pluimveevlees wordt uitsluitend in een verpakking aan de consument verkocht of afgeleverd.
2. Op in 1. bedoelde verpakte eetwaar wordt in een apart kader met contrasterende kleuren eenvoudig leesbaar de navolgende vermelding gebezigd:
‘Let op, geef schadelijke bacteriën geen kans. Zorg daarom dat deze bacteriën niet via de verpakking, uw handen of het keukengerei in uw eten terecht komen. Maak dit vlees door en door gaar om deze bacteriën uit te schakelen.’

Deze maatregel is dus in 2001 ingevoerd. Deze houdt niet in dat uitsluitend onbesmet pluimveevlees mag worden aangeboden, maar dat het verpakte pluimveevlees (hetzij voorverpakt of door de verkoper in een zakje gedaan) voorzien moet zijn van genoemde waarschuwingstekst.
De bevindingen van het RIVM voor wat betreft het totaal aantal voedselbesmettingen houden geen direct verband met bijgaande tekst. De genoemde voedselbesmettingen zijn niet alleen afkomstig van kip, maar ook andere levensmiddelen.
Uit overzichten voor wat betreft de Salmonella incidenties is gebleken dat het aantal voedselinfecties vanwege Salmonella door kip in de afgelopen jaren is teruggelopen. Reden hiervoor is niet alleen de verbetering in de aanpak van dit probleem door de pluimveesector, maar ook het bewuster bereiden van dit type voedsel door de consument. De consument is zich door de vele voorlichtingscampagnes en het waarschuwingsetiket bewuster van de risico’s bij onjuiste bereiding van kip.

6
Is het waar dat kipproducten uit Zweden volledig vrij zijn van salmonella, en dat een dergelijke eis dus heel wel te stellen zou moeten zijn? Zo ja, waarom stelt u een dergelijke eis dan niet voor de Nederlandse situatie, in relatie tot het feit dat besmette kipproducten dodelijke slachtoffers onder mensen maken?

6
Kipproducten uit Zweden zijn vrij van Salmonella. Zweden heeft dit kunnen realiseren doordat met name het aantal en de concentratie bedrijven in Zweden veel lager is. Hierdoor is er veel minder kans op versleping van de Salmonella bacterie. Zweden heeft daardoor bij toetreding tot de Europese Unie ook een uitzonderingspositie kunnen verwerven, wat inhoudt dat geen Salmonella besmet pluimvee(vlees) geïmporteerd mag worden.
Voor de Nederlandse situatie is deze uitzonderingspositie niet van toepassing, maar Nederland hoort in Europa wel bij de landen die de meeste vooruitgang geboekt hebben met de bestrijding van Salmonella tot nu toe.

Het is voor een lidstaat binnen de EU mogelijk geworden om via een bepaling in de Europese regelgeving EG/2160/2003 een uitzonderingspositie aan te vragen bij de EU en deze te verwerven. Een lidstaat moet hiervoor echter eerst aantonen dat de pluimveeketen nagenoeg Salmonellavrij is. Nederland werkt daar hard aan.

7
Kunt u aangeven welke methoden van decontaminatie worden overwogen en op welke termijn u kunt garanderen dat dierlijke producten 100% vrij van pathogenen zullen zijn bij levering aan de consument? Zo neen, waarom niet en bent u bereid hiernaar het nodige onderzoek te verrichten?

7
In principe zijn er diverse methoden van decontaminatie mogelijk, mits de veiligheid in de verplichte Europese toelatingprocedure geborgd is. Onderzoek naar de effectiviteit en veiligheid van decontaminatiemiddelen vindt plaats bij deze toelatingsprocedure op Europees niveau. Op dit moment is echter nog geen enkele methode toegelaten. Nederland heeft tegen een recent voorstel van de Europese Commissie voor toelating van middelen gestemd omdat er vragen resteerden ten aanzien van de milieuveiligheid en de resistentieontwikkeling.
Door de toepassing van decontaminatie kunnen producten niet 100% vrij van pathogenen worden, er kan alleen een reductie van het aantal bacteriën gerealiseerd worden. Een garantie voor 100% kiemvrije producten kan dan ook niet worden gegeven. Echter, ook reductie van het aantal pathogenen kan reeds een relevante gezondheidswinst opleveren. Voorwaarde is wel dat de gebruikte middelen veilig zijn voor mens, dier en milieu.


De Minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport,



dr. A. Klink