Kamer­vragen aan de ministers van VROM en LNV over de resis­tente schimmels in zieken­huizen die tot infecties en zelfs doden leiden


Indiendatum: jun. 2010

Vragen van het lid Thieme (Partij voor de Dieren) aan de ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over de resistente schimmels in ziekenhuizen die tot infecties en zelfs doden leiden
.
1. Kent u het bericht ´Doden door agressieve infecties met resistente schimmels1´? Zo ja, hoe beoordeelt u dit bericht?

2. Was u al eerder bekend met de mate van voorkomen van deze agressieve resistente schimmels in ziekenhuizen? Zo ja, vanaf wanneer bent u bekend met deze problematiek?

3. Hoe zou u het risico van resistente schimmels binnen ziekenhuizen willen typeren? In welke mate is dit risico toegenomen in het afgelopen decennium, en welke oorzaken kunt u hiervoor aanwijzen?

4. Deelt u de inschatting van prof. Verweij dat jaarlijks tussen de zestig tot honderdtwintig mensen komen te overlijden als gevolg van een infectie met een resistente schimmel?

5. Deelt u de mening van prof. Verwij dat het voor de hand ligt dat het veelvuldige gebruik van azolen als bestrijdingsmiddel in de landbouw, als bestanddeel van schimmelwerende verf en in beschermlagen van matrassen er mee te maken heeft? Zo neen, welke ooorzaken wijst u dan aan voor het op steeds grotere schaal voorkomen van resistentie bij schimmels in ziekenhuizen? Zo ja, kunt u een inschatting geven van de mate waarin de genoemde oorzaken bijdragen aan het probleem?

6. Heeft de Nethmap 2010 nog nieuwe cijfers opgeleverd over andere resistenties, zoals MRSA en ESBL´s? Zo ja, bent u bereid de Kamer deze cijfers, voorzien van een kabinetsreactie, te doen toekomen?

7. Deelt u de mening dat het onaanvaardbaar is dat het gebruik van azolen in onder andere de landbouw als bestrijdingsmiddel, tot doden leidt?

8. Deelt u de mening dat het uitbannen van azolen in landbouwgiffen en in andere toepassingen een oplossing kan vormen voor deze bedreigende resistente schimmels? Zo ja, op welke wijze zult u deze middelen uit gaan bannen? Zo neen, waarom niet?

9. Op welke wijze bent u voornemens om de gesignaleerde toename van resistente schimmels om te keren? Welk ministerie heeft hierbij het voortouw, en op welke wijze wordt afstemming tussen de verschillende betrokken ministeries vormgegeven om dit probleem voortvarend op te pakken?

1 http://nos.nl/artikel/165167-doden-door-agressieve-infecties-met-resistente-schimmels.html

Indiendatum: jun. 2010
Antwoorddatum: 8 sep. 2010

Antwoorden op kamervragen van het Kamerlid Thieme over resistente schimmels in ziekenhuizen die tot infecties en zelfs doden leiden.

1. Kent u het bericht ´Doden door agressieve infecties met resistente schimmels´? 1) Zo ja, hoe beoordeelt u dit bericht?

Ja. Het is een weergave van een discussie in de medische wetenschap.

2. Was u al eerder bekend met de mate van voorkomen van deze agressieve resistente schimmels in ziekenhuizen? Zo ja, vanaf wanneer bent u bekend met deze problematiek? 3. Hoe zou u het risico van resistente schimmels binnen ziekenhuizen willen typeren? In welke mate is dit risico toegenomen in het afgelopen decennium en welke oorzaken kunt u hiervoor aanwijzen?

2 en 3: Het is voor het eerst dat de resistentie van schimmels is gepubliceerd in Nethmap. In de komende jaren zal blijken of de frequentie van resistentie bij schimmels verder toeneemt of stabiliseert. Het probleem met ziekenhuisinfecties door met name Candida en Aspergillus is reeds langer bekend. Overigens is het zo dat, door verbetering van testmogelijkheden, er nu meer bekend is over schimmels die problemen bij patiënten veroorzaken. Verschillende onderzoeksgroepen verzamelen momenteel de noodzakelijke data. Sinds 2008 zijn deze bevindingen op diverse manieren gepresenteerd, onder andere in een wetenschappelijk publicatie (PLoS Med 2008 22:5(11)e219).

Het ontbreken van voldoende inzicht over resistentie bij schimmels maakt het typeren van het risico op dit moment moeilijk. Dit geldt ook voor de mate waarin dit risico in de tijd verandert. Om meer inzicht te krijgen in de problematiek zal het Centrum Infectieziektenbestrijding (CIb) van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) een deskundigenberaad beleggen. Van de uitkomst van dit deskundigenberaad zullen wij u uiteraard op de hoogte stellen.

4. Deelt u de inschatting van professor Verweij dat jaarlijks tussen de zestig tot honderdtwintig mensen komen te overlijden als gevolg van een infectie met een resistente schimmel?

De cijfers zijn gebaseerd op data uit een enkel academisch ziekenhuis en kunnen daarom niet gebruikt worden om een schatting voor heel Nederland te maken. De patiënten waarop deze schattingen gebaseerd zijn, waren al ernstig ziek en het is niet zeker dat infectie met resistente schimmel de primaire doodsoorzaak was. Ook is niet duidelijk in welke mate de resistentie van de schimmel heeft bijgedragen aan de sterfte. Bij ernstig zieke patiënten zijn ook niet resistente schimmels soms moeilijk te behandelen. Het lijkt daarom nog te vroeg om een realistische schatting te maken.

5. Deelt u de mening van professor Verweij dat het voor de hand ligt dat het veelvuldige gebruik van azolen als bestrijdingsmiddel in de landbouw, als bestanddeel van schimmelwerende verf en in beschermlagen van matrassen er mee te maken heeft? Zo nee, welke oorzaken wijst u dan aan voor het op steeds grotere schaal voorkomen van resistentie bij schimmels in ziekenhuizen? Zo ja, kunt u een inschatting geven van de mate waarin de genoemde oorzaken bijdragen aan het probleem?

De gegevens van professor Verweij wijzen naar ontstaan van de resistentie buiten de klinische omgeving. Een verband met gebruik van azolen –zowel binnen als buiten de landbouw- zou nader onderzocht moeten worden. Het is bijvoorbeeld niet bekend in welke mate de verschillende soorten gebruik bijdragen aan het probleem. Het is ook onzeker of de aanwezigheid van resistente schimmels zal verminderen als azolen niet meer gebruikt zouden worden. Om te verhelderen welk onderzoek nodig is om genoemde inschatting te kunnen doen hebben de ministers van LNV en VROM in 2009 een onderzoeksopdracht bij de Voedsel en Warenautoriteit (VWA) neergelegd. In een deskundigenberaad (antwoord vraag 2 en 3) over resistentie in schimmels zal verder gekeken worden naar mogelijke oorzaken.

6. Heeft de Nethmap 2010 nog nieuwe cijfers opgeleverd over andere resistenties, zoals MRSA en ESBL´s? Zo ja, bent u bereid de Kamer deze cijfers, voorzien van een kabinetsreactie, te doen toekomen?

In het publiekelijk toegankelijke NethMap 2010 (te downloaden vanaf www.swab.nl) kunt u de nieuwe gegevens over resistentie van onder meer MRSA en ESBL’s vinden. Het percentage MRSA in Nederlandse ziekenhuizen was in 2009 1.6% van het totale aantal direct uit de patiënt afkomstige monsters. Dit is ongeveer gelijk aan het percentage in 2008 (1.4%). Het percentage ESBL’s lag in 2009 op 4%, ongeveer gelijk aan het percentage in 2008. Bij ongeselecteerde patiënten die een huisarts bezoeken werd slechts 1% getypeerd als ESBL’s. Deze percentages zijn laag vergeleken met andere, vooral zuidelijke, Europese landen. Wel is een terughoudend gebruik van antibiotica geboden, zowel bij de mens als bij dieren.

Nethmap verschijnt jaarlijks en vormt één van de bronnen waarop het beleid voor het tegengaan van het ontwikkelen van antimicröbiele resistentie wordt gebaseerd. Mocht ik naar aanleiding van Nethmap 2010 redenen zien om dit beleid te wijzigen dan breng ik u daarvan op de hoogte.

7. Deelt u de mening dat het onaanvaardbaar is dat het gebruik van azolen als bestrijdingsmiddel in onder andere de landbouw tot doden leidt?

Het op de markt brengen en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en biociden is verboden, tenzij het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) een toelating heeft verleend na een uitgebreide beoordeling van risico’s. Een hoog niveau van bescherming van mens, dier en milieu is daarbij het uitgangspunt. Ook de beoordeling van resistentie maakt daarvan onderdeel uit. In 2002 heeft de Scientific Steering Committee van de Europese Commissie geconcludeerd dat de resistentie van pathogene schimmels tegen azolen op dat moment geen gezondheidsprobleem vormde. Wel werd aanbevolen om de situatie te monitoren en verder onderzoek te doen. Het ministerie van LNV heeft het onderzoek betreffende “resistentie van humaan pathogene schimmels Aspergillus fumigatus tegen antimycotia, en de mogelijke relatie van fungicidendie gebruikt worden in de plantenteelt” van het Universitair Medisch Centrum St Radboud mede gefinancierd. Verder onderzoek kan nodig zijn om oorzaken aan te wijzen en eventuele beleidsmaatregelen te onderbouwen (zie mijn antwoord op vraag 5).

8. Deelt u de mening dat het uitbannen van azolen in landbouwgiffen en in andere toepassingen een oplossing kan vormen voor deze bedreigende resistente schimmels? Zo ja, op welke wijze zult u deze middelen gaan uitbannen? Zo nee, waarom niet?

Of deze maatregel een oplossing kan vormen behoeft onderzoek. Zie mijn antwoorden bij vragen 5 en 7. Daarom is de VWA gevraagd een onderzoeksproject te schetsen dat de benodigde kennis op kan leveren om gerichte en kostenefficiënte maatregelen op te stellen om dit probleem het hoofd te bieden. Overigens dient daarbij ook in ogenschouw te worden genomen of het wegvallen van gebruikstoepassingen of middelen op basis van azolen elders niet tot grotere resistentieproblemen leiden.

9. Op welke wijze bent u voornemens om de gesignaleerde toename van resistente schimmels te keren? Welke minister heeft hierbij het voortouw en op welke wijze wordt afstemming tussen de verschillende betrokken ministers vormgegeven om dit probleem voortvarend op te pakken? (departementen)

Er zijn meerdere ministeries betrokken, ieder vanuit hun eigen beleidsverantwoordelijkheid. Deze beleidsverantwoordelijkheden zijn bekend en er vindt regelmatig afstemming plaats. Zoals u bij de bovenstaande antwoorden hebt kunnen lezen zijn er al een aantal activiteiten in gang gezet zoals het deskundigenberaad dat het CIb van het RIVM zal beleggen en het onderzoeksproject van de VWA.