Kamer­vragen aan de ministers van LNV en VWS over slacht­afval in levens­mid­delen


Vragen van het lid Thieme van de Partij voor de Dieren aan de ministers van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit en Volksgezondheid, Welzijn en Sport over slachtafval in levensmiddelen

1. Kent u het bericht ‘Slachtafval mogelijk illegaal verwerkt’ (1)?

2. Is het waar dat slachtafval is verwerkt tot levensmiddelen? Zo ja, om welke levensmiddelen gaat het en zijn deze voedingsmiddelen in de schappen van supermarkten terecht gekomen? Zo neen, kunt u toelichten waarom het onderzoek dit heeft uitgewezen ondanks eerdere vermoedens van de AID?

3. Welke gezondheidsrisico’s kleven er aan het verwerken van slachtafval in levensmiddelen?

4. Wat zijn de wettelijke procedures om te voorkomen dat slachtafval niet in levensmiddelen terechtkomen en wie ziet toe op de naleving van deze procedures?

5. Bent u van mening dat de controle op naleving voldoende is en waar maakt u dat uit op?

6. Hoe kan het gebeuren dat slachtafval voor vernietiging toch terecht kan komen in levensmiddelen en bent u bereid onderzoek te doen naar mogelijkheden ter voorkoming hiervan?

7. Kunt u aangeven of het verwerken van slachtafval in levenssmiddelen vaker is gebeurd? Zo ja, om hoeveel incidenten gaat het, welke voedingsmiddelen betrof het en op welke wijze zijn de overtreders aangepakt? Zo neen, bent u bereid om dit in de toekomst te registreren zodat consumenten beter geïnformeerde kunnen worden over de risico’s van voedingsmiddelen met slachtafval?

(1) SPITS, d.d. 21 juni 2007

Antwoorddatum: 4 jul. 2007

Geachte Voorzitter,

Hierbij zend ik u, mede namens de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), de antwoorden op de vragen gesteld door het lid Thieme (PvdD) over slachtafval in levens¬middelen.

1
Kent u het bericht ‘Slachtafval mogelijk illegaal verwerkt’?

Ja.

2
Is het waar dat slachtafval is verwerkt tot levensmiddelen? Zo ja, om welke levensmiddelen gaat het en zijn deze voedingsmiddelen in de schappen van supermarkten terecht¬gekomen? Zo neen, kunt u toelichten waarom het onderzoek dit kan uitwijzen ondanks eerdere vermoedens van de AID?

Op dit moment wordt door de Algemene Inspectiedienst (hierna: AID) onderzocht of er ongewenste materiaalstromen in het humane circuit terecht zijn gekomen. Hangende het onderzoek kan ik u hierover nog geen nadere mededelingen doen. De Voedsel en Waren Autoriteit (hierna: VWA) heeft de vereiste erkenning van het betreffende bedrijf met onmiddellijke ingang geschorst.

3
Welke gezondheidsrisico’s kleven er aan het verwerken van slachtafval in levensmiddelen?

Het is moeilijk ten algemene iets over de gezondheidsrisico’s te zeggen. Of er bij het verwerken van slachtbijproducten in levensmiddelen gezondheidsrisico’s zijn ontstaan, is afhankelijk van diverse factoren, zoals de aard van de slachtbijproducten en de hoeveel¬heid en de bewerkings- en verwerkingsmethoden.


4
Wat zijn de wettelijke procedures om te voorkomen dat slachtafval in levensmiddelen terechtkomt en wie ziet toe op de naleving van deze procedures?

De wettelijke procedures staan in Verordening (EG) nr. 1774/2002 over dierlijke bijproducten en de Europese hygiëneverordeningen. Op grond hiervan dienen destructiemateriaal en goedgekeurd vlees strikt van elkaar gescheiden te blijven. Een dergelijke scheiding wordt onder meer geborgd door de HACCP-plannen die verplicht zijn voor voedselverwerkende bedrijven. De VWA en de AID zien toe op de naleving hiervan.

5
Bent u van mening dat de controle op naleving voldoende is en waar maakt u dat uit op? Zo ja, hoe kunnen misstanden als de nu geconstateerde dan toch keer op keer aan de orde zijn? Zo neen, wat gaat u daaraan veranderen en op welke termijn?

De Algemene levensmiddelenverordening (Verordening (EG) nr. 178/2002) legt de verantwoordelijkheid voor het produceren van levensmiddelen neer bij de producent. Er bestaat een adequaat wettelijk kader voor de verwerking van slachtafval en voor de productie van levensmiddelen. Uit onderzoek van de VWA blijkt dat de wettelijke voor¬schriften niet altijd volledig worden nageleefd. De VWA heeft een traject ingezet dat het naleefniveau van bedrijven moet verhogen.

6
Hoe kan het gebeuren dat slachtafval voor vernietiging toch terecht kan komen in levensmiddelen en bent u bereid onderzoek te doen naar mogelijkheden ter voorkoming hiervan?


Zie antwoord vraag 5.

7
Kunt u aangeven of het verwerken van slachtafval in levensmiddelen vaker is gebeurd? Zo ja, om hoeveel incidenten gaat het? Welke voedingsmiddelen betrof het? Op welke wijze zijn de overtreders aangepakt? Zo neen, bent u bereid om dit in de toekomst te registreren zodat consumenten beter geïnformeerd kunnen worden over de risico’s van voedingsmiddelen met slachtafval?

Ook in het verleden hebben dergelijke incidenten zich voorgedaan. De aanpak van dergelijke zaken neem ik uiterst serieus. Het lijkt me niet opportuun om naast de reguliere en reeds ingezette handhavingsinspanningen hiervoor een specifiek registratiesysteem op te zetten.

Ten algemene heb ik u geïnformeerd over het voornemen om de controleresultaten van de VWA openbaar te maken. Op dit moment loopt er in dat verband een aantal pilots.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,


G. Verburg