Kamer­vragen aan de ministers van LNV en VWS inzake hygiene bij slach­te­rijen


Vragen van het lid Thieme (Partij voor de Dieren) aan de ministers van Landbouw, natuur en voedselkwaliteit en de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport inzake hygiëne bij slachterijen


1. Kent u het bericht “Veel problemen met hygiëne in slachterijen” (1) d.d. 30 mei 2007, agrarisch dagblad ?

2. Kunt u aangeven of een CO2 alarm bij bedrijven die CO2-verdoving gebruiken verplicht is gesteld? Zo ja, kunt u aangeven op welke wijze u deze bedrijven controleert op de aanwezigheid en het adequaat gebruik van een CO2 alarm en hoe vaak deze controles plaatsvinden? Zo ja, kunt u aangeven op welke wijze u bedrijven gaat sanctioneren die geen CO2 alarm gebruiken en op welke wijze verdere handhaving plaatsvindt? Zo neen, op welke wijze garandeert u dan dat dieren voldoende worden verdoofd of bedwelmd voordat zij worden geslacht?

3. Kunt u aangeven of u bedrijven die gebruik maken van elektrische verdoving controleert op het uitvoeren van adequate verdoving? Zo ja, op welke wijze en met welke regelmaat? Zo neen, op welke wijze garandeert u dan dat dieren voldoende worden verdoofd voordat zij worden geslacht?

4. Bent u van mening dat er bij slachterijen dierenwelzijnsproblemen voorkomen doordat dieren onvoldoende worden verdoofd? Zo ja, welke maatregelen gaat u nemen om het toezicht te verbeteren en binnen welke termijn? Zo neen, trekt u dan de bevindingen van de inspectiemissie van de Europese Unie in twijfel en op grond waarvan doet u dat?

5. Kunt u een overzicht geven van de erkende en/of verplichte verdovings- en bedwelmingsmethoden die slachterijen hanteren en op welke wijze de overheid hierop controle uitoefent wat betreft de mate waarin deze methoden ook daadwerkelijk het dier verdoven dan wel bedwelmen? Kunt u daarbij ook aangeven op welke wijze de apparaten worden getest en met welke frequentie deze controles plaatsvinden?

6. Kunt u aangeven of er onderzoek heeft plaatsgevonden naar de meest humane manier van bedwelmen en verdoven van dieren die geslacht worden? Zo ja, kunt u ons inzicht verschaffen in deze onderzoeken? Zo neen, bent u voornemens onderzoek naar meest humane onderzoeks- en bedwelmingsmethoden uit te voeren en binnen welke termijn?

7. Kunt u aangeven of gegarandeerd kan worden dat de microbiele kwaliteit van gehakt dat in Nederlandse supermarkten en bij slagers wordt verkocht voldoende is? Kunt u aangeven waarop u uw bevinding baseert?

8. Bent u het eens met de conclusies van de inspectiemissie van de Europese Unie die stelt dat karkassen vervuild met mest en stro het slachthuis in gaan, destructiemateriaal wordt opgeslagen in de open lucht, vuile en schone stromen elkaar kruisen en gehakt voortdurend microbiële normen overschrijdt? Zo ja, kunt u inzicht geven in de mogelijke risico’s die hieraan verbonden zijn voor de volksgezondheid en op welke wijze u hier tegen op gaat treden en binnen welke termijn? Zo neen, op basis waarvan trekt u de bevindingen van de inspectiemissie van de Europese Unie in twijfel?

9. Hoe verklaart u dat de Nederlandse toezichthouders kennelijk deze problemen over het hoofd hebben gezien? Bent u bereid het toezicht en de handhaving te verscherpen? Zo ja op welke termijn en wijze? Zo neen, waarom niet?

10. Is de bevinding van de commissie waar dat er soms gewerkt wordt zonder de vereiste vergunningen? Vormt dit voor u aanleiding tot verscherpt toezicht en verscherpte handhaving? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo neen, waarom niet?

(1) http://www.agd.nl/web/Algemeen/Artikel/Veel-problemen-met-hygine-slachterijen.htm?showcomments=no

Antwoorddatum: 28 jun. 2007

Geachte Voorzitter,

Hierbij zend ik u mede namens de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) de antwoorden op de vragen van het lid Thieme (PvdD) over de hygiëne bij slachterijen. Tevens zijn er met betrekking tot dit onderwerp aanvullende vragen gesteld door lid Atsma (CDA) onder nummer 2060717050.

1
Kent u het bericht “Veel problemen met hygiëne in slachterijen”?

Ja.

2
Kunt u aangeven of een CO2-alarm bij bedrijven die CO2-verdoving gebruiken verplicht is gesteld? Zo ja, kunt u aangeven op welke wijze u deze bedrijven controleert op de aan¬wezigheid en het adequaat gebruik van een CO2-alarm en hoe vaak deze controles plaats¬vinden? Zo ja, kunt u aangeven op welke wijze u bedrijven gaat sanctioneren die geen CO2-alarm gebruiken en op welke wijze verdere handhaving plaatsvindt? Zo neen, op welke wijze garandeert u dat dieren voldoende worden verdoofd of bedwelmd voordat zij worden geslacht?

Ja, bij toepassing van CO2-bedwelming is een CO2-alarm in de bedwelmingsruimte verplicht gesteld. De controles op de gebruikte apparatuur inclusief het CO2-alarm vinden plaats als onderdeel van het integrale toezicht van de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA). Bij permanent toezicht op de grotere slachterijen wordt meerdere keren per dag de bedwel¬ming en de gebruikte apparatuur beoordeeld en worden de resultaten vastgelegd in een controlelijst. Bij niet permanent toezicht neemt de VWA dit mee bij het reguliere toezicht, hetgeen in frequentie varieert.

Alle tekortkomingen worden vastgelegd op een controlelijst en besproken met de exploi¬tant, evenals de corrigerende maatregelen, de termijn voor oplossing, de hercontrole en de eventuele sancties. Bij onvoldoende verbetering worden passende maatregelen genomen, zoals het tijdelijk stilleggen van de productie of (in het uiterste geval) de intrekking van de erkenning van het bedrijf.

3
Kunt u aangeven of u bedrijven, die gebruik maken van elektrische verdoving, controleert op het uitvoeren van adequate verdoving? Zo ja, op welke wijze en met welke regelmaat? Zo neen, op welke wijze garandeert u dat dieren voldoende worden verdoofd voordat zij worden geslacht?

Ook het gebruik van elektrische bedwelming valt onder het integraal toezicht van de VWA en de controles vinden plaats zoals beschreven in het antwoord op vraag 2.

4
Deelt u de mening dat bij slachterijen dierenwelzijnsproblemen voorkomen doordat dieren onvoldoende worden verdoofd? Zo ja, welke maatregelen gaat u nemen om het toezicht te verbeteren en binnen welke termijn? Zo neen, trekt u de bevindingen van de inspectie¬missie van de Europese Unie in twijfel en op grond waarvan doet u dat?

De Food and Veterinary Office (FVO) concludeerde dat bij twee van de bezochte slacht¬huizen de bedwelming niet aan alle eisen voldeed. Deze constatering is juist. Inmiddels heeft het desbetreffende bedrijf de bedwelmingsprocedure aangepast.

5
Kunt u een overzicht geven van de erkende of verplichte verdovings- en bedwelmings¬methoden die slachterijen hanteren en op welke wijze de overheid hierop controle uitoefent wat betreft de mate waarin deze methoden ook daadwerkelijk het dier verdoven dan wel bedwelmen? Kunt u daarbij ook aangeven op welke wijze de apparaten worden getest en met welke frequentie deze controles plaatsvinden?

Het Besluit doden van dieren schrijft voor dat dieren voor het slachten worden bedwelmd, dan wel onmiddellijk worden gedood overeenkomstig bijlage C van richtlijn 93/119/EG.
In deze bijlage staan de bedwelmingsmethoden genoemd die slachterijen mogen toe¬passen. In de Regeling doden van dieren zijn nadere eisen gesteld aan het bedwelmen
van pluimvee in een waterbak, het bedwelmen van varkens met kooldioxide en het
be¬dwelmen van pelsdieren. Met betrekking tot de controle op de apparaten en de juiste toepassing daarvan verwijs ik naar de hierboven gegeven antwoorden op vraag 2 en 3.

6
Kunt u aangeven of er onderzoek heeft plaatsgevonden naar de meest humane manier van bedwelmen en verdoven van dieren die geslacht worden? Zo ja, kunt u ons inzicht verschaffen in deze onderzoeken? Zo neen, bent u voornemens onderzoek naar meest humane onderzoeks- en bedwelmingsmethoden uit te voeren en binnen welke termijn?

Naar aanleiding van de meest recente onderzoeken is het EFSA-rapport van 15 juni 2004 opgesteld dat dient als basis voor de evaluatie van de Europese richtlijn 93/119/EEG.
Dit rapport is terug te vinden op de EFSA-site: http://www.efsa.europa.eu/en/science/ahaw.html.
Teneinde meer duidelijkheid te verschaffen in welke stroomsterkte voor welke diersoort als bedwelmingsmethode het meest geschikt is, heb ik tevens de Animal Science Group (ASG) van Wageningen Universiteit en Research centre opdracht gegeven om nationaal onderzoek te verrichten naar diervriendelijke dodingmethoden bij pluimvee en varkens. Zoals nu voorzien zullen de resultaten van het onderzoek eind 2008 bekend zijn.

7
Kunt u aangeven of gegarandeerd kan worden dat de microbiële kwaliteit van gehakt dat in Nederlandse supermarkten en bij slagers wordt verkocht voldoende is? Kunt u aangeven waarop u uw bevinding baseert?

De aanbieder van het product is eerstverantwoordelijke voor de kwaliteit en veiligheid van het aangeboden product. De microbiële kwaliteit van gehakt wordt geborgd doordat het product en de productiewijze onder andere moeten voldoen aan de microbiële criteria van de Europese verordening (EG)/2073/2005. Deze criteria zijn onderdeel van de HACCP-plannen van de bedrijven. De VWA oefent hierop toezicht uit door audit van de HACCP-plannen aangevuld met inspecties en monstername (verificatie).
Ondanks alle controles blijft gehakt een kwetsbaar product voor besmetting met micro-organismen.

8
Onderschrijft u de conclusies van de inspectiemissie van de Europese Unie, die stelt dat karkassen vervuild met mest en stro het slachthuis in gaan, destructiemateriaal wordt opgeslagen in de open lucht, vuile en schone stromen elkaar kruisen en dat de kwaliteit van het gehakt voortdurend de microbiële normen overschrijdt? Zo ja, kunt u inzicht geven in de mogelijke risico’s die hieraan verbonden zijn voor de volksgezondheid en op welke wijze u hier tegen op gaat treden en binnen welke termijn? Zo neen, op basis waarvan trekt u de bevindingen van de inspectiemissie van de Europese Unie in twijfel?

De FVO concludeert dat de meeste van de bezochte bedrijven aan de hygiëne-eisen voldeden. Bij 2 slachterijen en 1 uitsnijderij werd een gebrekkige hygiëne bij de werk¬zaamheden geconstateerd. Ik onderschrijf deze conclusie.
In deze specifieke gevallen was er geen direct gevaar voor de volksgezondheid.
De problemen zijn door de VWA niet over het hoofd gezien, omdat de bewuste bedrijven reeds in een toezichtprocedure opgenomen waren om de vastgestelde omissies binnen een gestelde termijn te verhelpen.
In de HACCP-plannen van de bedrijven worden naast de hygiëneregels ook regels ten aanzien van microbiële normen, verloop van stromen en opslag van destructiemateriaal beschreven en geborgd. Door het vroege tijdstip van de FVO-inspectiemissie (1 maand na van kracht worden van de nieuwe regels) was het nieuwe inspectiesysteem van de VWA voor wat betreft de audit van deze HACCP-bedrijfsplannen net opgestart en waren deze bedrijven nog niet ge-audit. Nederland heeft in een reactie op het FVO-rapport in 2006 aangegeven dat een HACCP-audit van alle erkende bedrijven in januari 2007 afgerond zal zijn. Daarbij zal in slachterijen en vleesbedrijven ook (additionele) monstername plaats¬vinden om de verstrekte gegevens te verifiëren. Dit is ondertussen gebeurd en bij gecon¬stateerde gebreken worden passende maatregelen genomen door de VWA. Gelet op het bovenstaande, de HACCP-audits van alle bedrijven en de huidige controle/toezichtsystema¬tiek acht ik de huidige toezichtinspanningen van de VWA adequaat.

9
Hoe verklaart u dat de Nederlandse toezichthouders kennelijk deze problemen over het hoofd hebben gezien? Bent u bereid het toezicht en de handhaving te verscherpen? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo neen, waarom niet?

Zie het antwoord op vraag 8.

10
Is de bevinding van de inspectiemissie van de Europese Unie waar dat er soms gewerkt wordt zonder de vereiste vergunningen? Vormt dit voor u aanleiding tot verscherpt toezicht en verscherpte handhaving? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo neen, waarom niet?

Zie het antwoord op vraag 8.

DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN
VOEDSELKWALITEIT,

G. Verburg