Kamer­vragen aan de ministers van LNV en VROM over verhoging van EU-export­sub­sidies voor pluimvee


Indiendatum: jul. 2007

Vragen van het lid Thieme van de Partij voor de Dieren aan de Ministers van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu over verhoging van EU-exportsubsidies voor pluimvee

1. Kent u het bericht ‘Exportsubsidies pluimvee omhoog’ (1)?

2. Is het nog steeds de mening van het kabinet dat vlees het meest milieubelastende onderdeel van ons voedselpakket is (zoals verwoord door Staatssecretaris P. van Geel in antwoord op Kamervragen (2)) en hoe verklaart u dan dat de overheid de export van producten die zwaar milieubelastend zijn bevordert?

3. Deelt u de mening dat het vanuit het oogpunt van dierenwelzijn, klimaatbeleid en eerlijke handel onwenselijk is om de subsidies voor de export van pluimvee te verhogen?

4. Deelt u voorts de mening dat een verhoging van de exportsubsidies voor pluimvee met 50 tot meer dan 100 procent buitensporig is in een tijd waarin andere sectoren aan matiging bloot staan en in een tijd waarin de transitie van dierlijke naar plantaardige productie in termen van milieu- en klimaatbeleid meer voor de hand zou liggen?

5. Bent u bereid om u in EU-verband in te zetten tegen de verhoging van de exportsubsidies voor pluimvee? Zo ja, op welke termijn en wijze? Zo neen, waarom niet?

6. Welke voorwaarden worden aan de subsidies gesteld met betrekking tot het welzijn van de geëxporteerde eendagskuikens en vleeskuikens? Bent u van mening dat deze voorwaarden voldoende zijn om het welzijn van de dieren te waarborgen? Zo ja, waarom? Zo neen, bent u bereid u in te zetten voor de invoering van voldoende waarborgen voor het welzijn van de geëxporteerde dieren? Zo neen, waarom niet? Zo ja, op welke termijn en wijze?

(1) Agrarisch Dagblad, 18/07/2007

(2) Tweede Kamer, vergaderjaar 2004-2005, Aanhangsel, nr. 122

Indiendatum: jul. 2007
Antwoorddatum: 23 sep. 2007

Antwoord van minister Verburg (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, mede namens de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.

1. Ja.

2., 3., 4. en 5. Inderdaad kleven er milieubezwaren aan de productie van ons voedselpakket in het algemeen en aan de vleesproductie in het bijzonder. Aan onze voedselproductie worden in de EU dan ook hoge milieueisen gesteld. Specifieke marktomstandigheden kunnen aanleiding geven om de
export van voedsel, waaronder vlees, te faciliteren met bijvoorbeeld exportrestituties. Gelet op het
handelsverstorende karakter van de exportrestituties en de Nederlandse ambitie om het beleid meer in lijn te brengen met de doelstelling van duurzame ontwikkeling is Nederland echter ten algemene van mening dat deze dienen te worden uitgefaseerd. Nederland heeft zich daarom geschaard achter het EU-aanbod in het kader van de WTO-onderhandelingen om de exportrestituties in 2013 volledig uit te faseren. Exportrestituties vormen echter thans een legitiem instrument, waaraan Nederland zich eerder heeft gecommitteerd. Volgens de regels van het Europese marktbeheer wordt de hoogte van deze restitutie vastgesteld op basis van bepaalde parameters die betrekking hebben op de marktsituatie. Zolang het instrument bestaat en de regels van het marktbeheer aanleiding geven tot aanpassing van het restitutieniveau, verzet ik mij niet tegen een dergelijke aanpassing. Nederland zet zich er daarbij voor in dat ontwikkelingslanden zoveel mogelijk worden ontzien. Daarnaast heeft de impasse in de
WTO-onderhandelingen de EU er niet van weerhouden de daad ook bij het woord te voegen. Zo zijn alle resterende exportrestituties voor zuivelproducten vorige maand tot nul gereduceerd. Voorts zij nog opgemerkt dat ik er bij de Europese Commissie op aandring dat non-trade concerns, zoals
duurzaamheid en dierenwelzijn, op de WTO-agenda staan.

6. Aan het verkrijgen van exportrestitutie voor eendagskuikens en vleeskuikens zijn geen voorwaarden met betrekking tot het welzijn van de betrokken dieren gesteld. Verordening (EG) nr. 1/2005 van de Raad van 22 december 2004 inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer en daarmee samenhangende activiteiten (pbEG L3, 2005) reguleert reeds het welzijn van eendagskuikens en vleeskuikens bij transporten binnen de EU en bij het verlaten naar derde landen. In deze verordening zijn algemene voorwaarden opgenomen voor het vervoer van dieren en zijn specifiek voor vleeskuikens en eendagskuikens een maximale beladingsdichtheid voorgeschreven alsmede de verplichting dat passend voeder en water in voldoende hoeveelheden voorhanden dienen te zijn. Op grond hiervan ben ik van mening dat er een voldoende kader is om het welzijn van de betreffende dieren te waarborgen.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer